Adoptie
Beschikking op het op 16 januari 2025 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoeker] ,
verzoeker,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E.P.J. Palazzi-van Bruggen te Utrecht.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en
[de vader] ,
de vader,
zonder bekende woon- of verblijfplaats.
met betrekking tot de inschrijving van de buitenlandse geboorteakte wordt als belanghebbende aangemerkt:
de ambtenaar van de burgerlijke stand,
zetelend te 's-Gravenhage,
hierna: de ambtenaar.
Procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van:
- het verzoekschrift;
- het F9-formulier met bijlagen van 14 maart 2025 van verzoeker;
- de brief van 21 juli 2025 van de ambtenaar;
- de brief van 19 augustus 2025 van verzoeker;
- de brief van 21 augustus 2025 van de ambtenaar;
- het F9-formulier met bijlage van 2 oktober 2025 van verzoeker;
- het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) van
29 oktober 2025.
De vader is openbaar opgeroepen voor een zogenaamde RNI-zitting op 15 december 2025 door middel van een advertentie in de Staatscourant van 14 november 2025. De vader is niet op de zitting verschenen, zodat de zaak op de stukken zal worden afgedaan.
Verzoek
Het verzoek strekt tot:
- adoptie door verzoeker van de minderjarige,
- [minderjarige 1] geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats 1] , [geboorteland] ;
- wijziging van de geslachtsnaam van de minderjarige van [geslachtsnaam 1] in [geslachtsnaam 2] , zodat de naam van de minderjarige voortaan [voornamen] [geslachtsnaam 2] zal zijn.
De moeder ondersteunt het adoptieverzoek.
Feiten
- De vader en de moeder van [minderjarige 1] zijn op [datum 1] 2010 te [plaats 1] , [land] gehuwd.
- Dit huwelijk is op [datum 3] 2017 door echtscheiding te [plaats 2] , [land] ontbonden.
- Bij beschikking van 26 september 2019 van de Children’s Court in [plaats 1] , [land]
heeft de moeder het eenhoofdig gezag over [minderjarige 1] verkregen.
- De moeder en verzoeker hebben sinds 2017 een affectieve relatie en zijn op
[datum 2] 2022 te [plaats 3] met elkaar gehuwd.
Nederlandse nationaliteit verkregen.
- De vader van [minderjarige 1] is niet ingeschreven in de BRP of Registratie Niet Ingezeten
(RNI).
- De geboorteakte van [minderjarige 1] is niet ingeschreven in de registers van de burgerlijke
stand van ’s-Gravenhage.
Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu verzoeker in Nederland woont, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 3 aanhef en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Op grond van artikel 10:105, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) is op een in Nederland uit te spreken adoptie, behoudens het tweede lid, het Nederlandse recht van toepassing. Op grond van 10:105, tweede lid, BW is het Keniaanse recht van toepassing op de toestemming dan wel de raadpleging of de voorlichting van de ouders van het kind.
Inhoudelijke beoordeling
Stiefouderadoptie
Op grond van artikel 1:227 lid 1 BW geschiedt adoptie door een uitspraak van de rechtbank op verzoek van twee personen of op verzoek van één persoon alleen.
Op grond van lid 2 van dit artikel kan het verzoek door de adoptant die echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel van de ouder is, slechts worden gedaan, indien hij ten minste drie aaneengesloten jaren onmiddellijk voorafgaande aan de indiening van het verzoek met die ouder heeft samengeleefd.
Op grond van lid 3 van dit artikel kan het verzoek alleen worden toegewezen, indien de adoptie in het kennelijk belang van het kind is, op het tijdstip van het verzoek tot adoptie vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs te voorzien is dat het kind niets meer van zijn ouder(s) in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft, en aan de voorwaarden genoemd in artikel 1:228 BW wordt voldaan.
De voorwaarden voor adoptie, genoemd in artikel 1:228 BW lid 1, zijn – voor zover hier van belang – :
(…)
dat de adoptant het kind gedurende ten minste een jaar heeft verzorgd en opgevoed, indien de levensgezel van de ouder het kind adopteert en zij gezamenlijk het kind gedurende ten minste een jaar hebben verzorgd en opgevoed wordt de periode van een jaar voor de levensgezel gerekend vanaf het moment van feitelijk gezamenlijk verzorgen en opvoeden;
dat de ouder(s) niet of niet langer het gezag over het kind hebben. Indien evenwel de levensgezel van de ouder het kind adopteert, geldt dat deze ouder alleen of samen met voornoemde levensgezel het gezag heeft.
[minderjarige 1] is geboren uit het huwelijk van de moeder en de vader. Voornoemd huwelijk is door echtscheiding ontbonden op [datum 3] 2017. Na de echtscheiding is de moeder bij beschikking van 26 september 2019 alleen met het gezag over [minderjarige 1] belast.
Verzoeker is geboren op [geboortedatum 3] 1961 te [geboorteplaats 2] . Verzoeker, de moeder en [minderjarige 1] wonen blijkens het systeem ingevolge de Basisregistratie Personen (BRP) sinds 15 november 2021 op hetzelfde adres in Nederland. De moeder en verzoeker zijn op [datum 2] 2022 met elkaar gehuwd. Verzoeker heeft ten minste drie aaneengesloten jaren onmiddellijk voorafgaand aan de indiening van het verzoek met de moeder en [minderjarige 1] samengeleefd. Verzoeker heeft met de moeder sinds die tijd en dus gedurende ten minste één jaar [minderjarige 1] verzorgd en opgevoed.
Bij de stukken bevindt zich een schriftelijke verklaring van de moeder van 25 december 2024, waarbij zij meedeelt akkoord te gaan met de adoptie van [minderjarige 1] . Zij geeft aan dat zij ook de wens heeft dat de adoptie van [minderjarige 1] door verzoeker wordt uitgesproken en dat zij zich bewust is van de juridische gevolgen daarvan.
De Raad heeft de rechtbank in het rapport van 28 oktober 2025 geadviseerd het verzoek toe te wijzen. De Raad vindt het in het kennelijk belang van [minderjarige 1] dat het adoptieverzoek wordt gehonoreerd. [minderjarige 1] groeit op in een stabiele gezinssituatie met moeder, stiefvader en zijn halfbroertje. Hij ontwikkelt zich goed. De Raad betreurt het dat er geen contact mogelijk is met vader en dat daarom de Raad zijn verhaal niet heeft kunnen meenemen in de afweging van het advies de adoptie toe te kennen.
[minderjarige 1] heeft niets meer te verwachten van zijn biologische vader in zijn rol als ouder.
Het is de rechtbank voldoende gebleken dat [minderjarige 1] over de gevolgen van de adoptie is voorgelicht in de mate die past bij zijn leeftijd en peil van ontwikkeling.
Nu aan de artikelen 1:227 en 1:228 BW – voor zover in deze zaak van toepassing – is voldaan, zal de rechtbank het verzoek tot adoptie toewijzen.
Geslachtsnaamwijziging
In artikel 1:5 derde lid BW is onder meer bepaald dat indien een kind door adoptie in familierechtelijke betrekking tot de levensgezel van een ouder komt te staan het zijn geslachtsnaam houdt, tenzij de ouder en dier levensgezel gezamenlijk verklaren dat het kind de geslachtsnaam zal hebben van de levensgezel. Verzoeker heeft een verklaring van
25 december 2024 overgelegd waaruit blijkt dat de moeder, net als verzoeker zelf die hiertoe heeft verzocht en ook de voornoemde verklaring heeft ondertekend, wensen dat [minderjarige 1] de geslachtsnaam ‘ [geslachtsnaam 2] ’ zal gaan dragen. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verzoek van de stiefvader toewijzen.
De rechtbank zal in verband met het bepaalde in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder sub m van het Besluit gezagsregisters tevens bepalen dat de griffier, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister om daarin aantekening te doen van deze beschikking.
Inschrijving geboorteakte
Om de adoptie te effectueren dient een latere vermelding van de adoptie op de geboorteakte van [minderjarige 1] te worden geplaatst.
Ten aanzien van [minderjarige 1] is een gelegaliseerde Keniaanse akte van geboorte overgelegd, opgemaakt overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie.
De ambtenaar heeft in zijn brief van 21 juli 2025 aangegeven dat de Keniaanse geboorteakte in aanmerking komt voor inschrijving in het Nederlandse register van geboorte van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage. Uit de akte zelf blijkt niet hoe de familierechtelijke betrekkingen tussen [minderjarige 1] en in de akte vermelde vader zijn ontstaan, echter nu uit de BRP en de overgelegde echtsscheidingsdocumenten blijkt dat de moeder ten tijde van de geboorte van [minderjarige 1] gehuwd was met in de akte vermelde vader, heeft de ambtenaar geen bezwaar tegen de last tot inschrijving van de geboorteakte van [minderjarige 1] in de registers van de burgerlijke stand van ’s-Gravenhage.
De rechtbank zal op grond van artikel 1:25, vijfde lid, BW, ambtshalve een last geven tot inschrijving van deze geboorteakte.
Beslissing
De rechtbank:
spreekt uit de adoptie van:
[minderjarige 1] ,
geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats 1] , [land] ,
door [verzoeker] , geboren op [geboortedatum 3] 1961 te [geboorteplaats 2] ,
juridisch ouder naast: [de moeder] , geboren op [geboortedatum 4] 1985 te [plaats 1] , [land] ;
onder vermelding van de verklaring van verzoeker en de moeder ten overstaan van de rechtbank dat de minderjarige de geslachtsnaam “ [geslachtsnaam 2] ” zal hebben;
bepaalt dat de griffier, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan het gezagsregister, om daarin aantekening te doen van deze beschikking;
gelast de inschrijving van de akte van geboorte van de minderjarige opgemaakt door “Department of civil registration” te [plaats 1] op 8 mei 2013, met Birth Certrificate Entry No. [nummer 1] Serial No. [nummer 2] , in het register van geboorten van de gemeente 's-Gravenhage;
wijst af het meer of anders verzochte.
[afbeelding verwijderd i.v.m. privacygevoelige informatie]
[afbeelding verwijderd i.v.m. privacygevoelige informatie]