RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummers: NL25.42345 (beroep)
NL25.42346 (voorlopige voorziening)
[V-Nummer]
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[eiseres] ,
geboren op [geboortedag] 1979, van Somalische nationaliteit, hierna te noemen: eiseres
(gemachtigde: mr. A.S. Sewman),
en
de minister van Asiel en Migratie, hierna: de minister
(gemachtigde: mr. C.A. van Es).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank/ voorzieningenrechter (hierna: de rechtbank) het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag en het verzoek om een voorlopige voorziening. Eiseres heeft op 12 november 2023 een asielaanvraag ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 27 augustus 2025 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.
De rechtbank heeft de zaken op 26 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, de heer O. Ilmi als tolk in de taal Somali en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag en het verzoek om een voorlopige voorziening aan de hand van de beroepsgronden die zij heeft aangevoerd.
3. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het asielrelaas
4. Eiseres heeft verklaard dat zij ongeveer 30 jaar geleden is verkracht en mishandeld door leden van de [naam] -stam. Daarnaast zijn haar zwager, broer en zus in 2021 vermoord door Al-Shabaab toen zij naar het ziekenhuis reden. Deze aanslag vond volgens haar plaats, omdat haar broer voor de overheid werkte. Ook heeft er een aanslag plaatsgevonden op het restaurant van haar echtgenoot. Haar echtgenoot is meegenomen door Al-Shabaab en uiteindelijk ontsnapt. Eiseres zelf is gebeld door Al-Shabaab met de mededeling dat haar zoon zich moest aansluiten bij Al-Shabaab en dat haar dochter en nicht moesten trouwen met leden van Al-Shabaab. Eiseres weigerde dit en vervolgens is haar zoon vermoord. Daarna is eiseres met de dood bedreigd en gevlucht. Eiseres vreest voor Al-Shabaab en ook voor de besnijdenis van dochters die nog in Somalië zijn.
Het bestreden besluit
5. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. De verkrachting en mishandeling door leden van de [naam] -stam;
3. De aanslag door Al-Shabaab op haar broer, zus en zwager;
4. De problemen van haar echtgenoot met Al-Shabaab;
5. De problemen met Al-Shabaab van haar zoon, dochter en nicht;
6. De dochters en nicht van eiseres lopen risico op besnijdenis vanwege hun oma.
De minister acht de identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig en acht ook de verkrachting en mishandeling door leden van de [naam] -stam geloofwaardig. De overige vier asielmotieven acht de minister niet geloofwaardig. Eiseres heeft haar verklaringen over deze vier asielmotieven namelijk niet volledig onderbouwd met objectieve documenten. Daarnaast vormen haar verklaringen ten aanzien van deze asielmotieven geen samenhangend en aannemelijk geheel, waardoor zij niet voldoet aan de voorwaarde uit artikel 31, zesde lid, onder c van de Vw.
De aanslag door Al-Shabaab op haar broer, zus en zwager wordt door de minister niet geloofwaardig geacht, omdat eiseres wisselend en vaag zou hebben verklaard over het soort voertuig waarin zij zaten. Zo heeft eiseres eerst verklaard dat zij in een auto zaten, en later in een gehuurde tuktuk. Daarnaast is het volgens de minister vaag dat Al-Shabaab een explosief plaatst onder een tuktuk die gehuurd is. Ook zijn de verklaringen van eiseres over de dader gebaseerd op vermoedens en zijn haar verklaringen over de omstanders die gezien zouden hebben dat er een explosief onder de tuktuk is geplaatst niet te volgen. Tot slot valt volgens de minister niet in te zien waarom Al-Shabaab naar eiseres op zoek is vanwege deze aanslag en de werkzaamheden van haar broer.
De minister acht ook de problemen van de echtgenoot van eiseres met Al-Shabaab niet geloofwaardig. Daaraan heeft de minister onder andere ten grondslag gelegd dat de verklaringen van eiseres over de aanleiding van de problemen van haar echtgenoot wisselend zijn en dat de tijdlijn die eiseres schetst als het gaat om de aanslag op het restaurant en de vermissing van haar man inconsistent is. Dit laatste geldt ook voor de verklaringen van eiseres over wanneer haar echtgenoot vermist raakte. Hoewel de minister hierbij rekening heeft gehouden met het referentiekader en de trauma’s van eiseres, mag volgens de minister wel van eiseres worden verwacht dat zij enigszins consistent verklaart. Tot slot zou eiseres wisselend hebben verklaard over het tijdstip waarop zij ontdekte dat haar echtgenoot ontsnapt was.
De minister acht verder de problemen van de zoon, dochter en nicht van eiseres niet geloofwaardig. Daaraan heeft de minister onder andere ten grondslag gelegd dat eiseres tijdens het nader gehoor anders heeft verklaard over de aanleiding van haar problemen en haar eigen vlucht dan tijdens het gehoor bij de AVIM. In het gesprek met de AVIM heeft eiseres namelijk verklaard dat de directe aanleiding voor de vlucht was dat zij beschuldigd is van werken voor de overheid. Toen Al-Shabaab haar niet kon vinden, hebben zij haar oudste zoon vermoord. Tijdens het nader gehoor heeft eiseres echter verklaard dat zij haar zoon, dochters en nicht moest overdragen aan Al-Shabaab, maar dit niet heeft gedaan. Tijdens het nader gehoor stelt zij dat haar zoon eerst is vermoord, waarna eiseres is gebeld met de mededeling dat zij eiseres wilden vermoorden.
Tot slot acht de minister het niet geloofwaardig dat de dochter en nicht van eiseres een risico lopen op besnijdenis.
De minister acht het niet aannemelijk dat de geloofwaardig geachte verkrachting en mishandeling door de [naam] -stam voor problemen zullen zorgen bij terugkeer, waardoor zij een gegronde vrees zou hebben voor vervolging of een reëel risico zou lopen op ernstige schade. Het gaat om een eenmalige gebeurtenis die ruim dertig jaar geleden plaatsvond.
Beoordeling door de rechtbank
De aanslag door Al-Shabaab op de broer, zus en zwager van eiseres
6. Eiseres heeft zich op het standpunt gesteld dat de minister ten onrechte de aanslag op haar broer, zus en zwager ongeloofwaardig heeft geacht.
De rechtbank is van oordeel dat de minister heeft mogen tegenwerpen dat de verklaringen van eiseres over deze aanslag geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen en dat het asielmotief dus ongeloofwaardig is. Hoewel de verklaring van eiseres in het nader gehoor over het voertuig wellicht als een verduidelijking van het soort voertuig zou kunnen worden gezien, heeft de minister het vaag kunnen vinden dat Al-Shabaab een explosief zou plaatsen onder een voertuig dat net gehuurd was. Niet valt immers in te zien hoe Al-Shabaab weet dat haar familieleden met dit gehuurde voertuig zouden gaan reizen, om daar vervolgens een explosief onder te plaatsen. Daarnaast heeft de minister kunnen stellen dat het niet te volgen is dat omstanders wel zien dat er een explosief wordt geplaatst, maar haar familieleden, die aan het tanken zijn, niet en hier ook niet over zijn ingelicht door de omstanders. Zoals de minister terecht opmerkt is het uiteindelijk aan eiseres om dit inzichtelijk te maken.
De rechtbank is verder van oordeel dat de minister zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat niet valt in te zien waarom Al-Shabaab op zoek zou zijn naar eiseres vanwege deze aanslag dan wel de werkzaamheden van haar broer als medewerker van de overheid. Op de vraag waarom eiseres na de aanval niet is gevlucht, heeft eiseres immers geantwoord dat zijzelf nooit doelwit is geworden. Verder heeft eiseres op de vraag of zij tussen de aanslag (in 2021) en de vermissing van haar echtgenoot (in 2023) nog problemen heeft gehad met Al-Shabaab ontkennend geantwoord. De rechtbank overweegt dat, daargelaten of de broer van eiseres voor de overheid werkte, eiseres hier zelf mee heeft aangegeven dat zij geen problemen had vanwege de eventuele werkzaamheden van haar broer. Ook later in de procedure heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat zijzelf, vanwege het eventuele werk van haar broer, door Al-Shabaab geassocieerd wordt met de overheid. De beroepsgrond slaagt niet.
De problemen van de echtgenoot van eiseres met Al-Shabaab
7. Eiseres heeft zich daarnaast op het standpunt gesteld dat de minister ten onrechte de problemen van haar echtgenoot met Al-Shabaab ongeloofwaardig heeft geacht.
De rechtbank is van oordeel dat de minister de problemen van de echtgenoot van eiseres niet ten onrechte als ongeloofwaardig heeft aangemerkt. Daarbij heeft de minister kunnen tegenwerpen dat de tijdlijn die eiseres schetst als het gaat om de aanslag op het restaurant en de vermissing van haar man vaag en inconsistent is. Eiseres heeft namelijk eerst verklaard dat er in april 2022 een bom werd gegooid naar het restaurant van haar man en dat haar man ongeveer een week later vermist raakte. Als de gehoormedewerker aan eiseres vraagt om dit uit te leggen, stelt eiseres dat er een week tussen de bom en de vermissing zat. Nadat hier tijdens het nader gehoor verwarring over ontstaat, omdat eiseres in het aanmeldgehoor heeft verklaard dat haar man begin 2023 vermist raakte, heeft eiseres op de vraag of het april 2023 zou kunnen zijn geweest, geantwoord: “Dat denk ik wel”. Dit staat echter haaks op de verklaring dat er een week tussen de aanslag op het restaurant en de vermissing van de echtgenoot van zat. Bovendien blijft het niet bij een verschil in verklaringen over jaartallen, maar is de gehele tijdlijn die eiseres schetst inconsistent en vaag. De minister heeft het bijvoorbeeld als vaag mogen aanmerken dat eiseres verklaard heeft dat haar man binnen een week na de aanslag zijn spullen verkocht, vervolgens ging werken als taxichauffeur en vermist raakte.
De minister heeft verder in de beoordeling kunnen betrekken dat eiseres wisselend heeft verklaard over of haar man wel of niet is ontvoerd of zelf naar Al-Shabaab is gegaan. Eiseres heeft immers eerst verklaard dat hij is meegenomen. Vervolgens heeft eiseres verklaard dat zij niet weet of hij zelf naar Al-Shabaab is gegaan of dat hij is ontvoerd. Nadat aan eiseres is voorgelegd dat zij eerder heeft verklaard dat haar echtgenoot is meegenomen, heeft eiseres verklaard dat zij op dat moment niet wist of hij werd meegenomen of dat hij daar zelf naartoe is gegaan. Hij raakte vermist en sinds dat zij weet dat hij ontsnapt is, weet zij dat hij meegenomen werd.
Ten aanzien van de ontsnapping van de echtgenoot van eiseres heeft de minister zich op het standpunt kunnen stellen dat haar verklaringen hierover vaag zijn. Zo heeft eiseres in de correcties en aanvullingen van 21 oktober 2024 op het aanmeldgehoor gesteld dat haar echtgenoot is gezien op de grens van Somalië en Kenia, terwijl eiseres in het nader gehoor op 27 juni 2025 heeft verklaard dat zij over zijn ontsnapping hoorde in februari 2025. De stelling van eiseres dat haar eerdere vermoeden later in februari 2025 is bevestigd, heeft de minister niet als een verschonende reden hoeven aan te merken, reeds omdat zij deze stelling niet heeft onderbouwd.
De rechtbank volgt de minister verder in zijn standpunt dat het referentiekader van eiseres niet maakt dat de bovenstaande vaag- en tegenstrijdigheden over wanneer een gebeurtenis ongeveer heeft plaatsgevonden niet kunnen worden tegenworpen. Het enkele feit dat eiseres geen school heeft gevolgd (en analfabeet is), is onvoldoende om aan te nemen dat eiseres daarover niet eenduidig zou kunnen verklaren. Los daarvan vindt de rechtbank ook in het formulier van MedTadvies geen aanknopingspunt om te veronderstellen dat eiseres vanwege trauma of analfabetisme niet in staat kan worden geacht om eenduidig te verklaren over wanneer ongeveer een gebeurtenis heeft plaatsgevonden. De beroepsgrond slaagt niet.
Tot slot overweegt de rechtbank dat het ook ten aanzien van dit asielmotief onduidelijk is wat de link is tussen de vrees die eiseres stelt te hebben en de gestelde problemen van haar echtgenoot. Zo heeft eiseres op de vraag of zij nadat haar man vermist raakte tot aan het moment dat zij zelf werd gebeld door Al-Shabaab nog problemen heeft gehad met Al-Shabaab, verklaard dat haar eigen problemen zijn begonnen pas nadat Al-Shabaab haar gebeld had. Dat er wel een link is in de zin dat dat eiseres sneller een doelwit zou worden, heeft de gemachtigde van eiseres niet onderbouwd.
De problemen van de zoon, dochter en nicht van eiseres met Al-Shabaab
8. Eiseres heeft zich op het standpunt gesteld dat de minister ten onrechte de problemen van haar zoon, dochter en nicht met Al-Shabaab ongeloofwaardig heeft geacht. Daartoe heeft de gemachtigde van eiseres onder andere aangevoerd dat de minister bij de besluitvorming ten onrechte gebruik heeft gemaakt van het proces-verbaal van verhoor van
12 november 2023 van de AVIM. Aan eiseres is dan ook ten onrechte tegengeworpen dat zij wisselend heeft verklaard over de aanleiding van haar problemen en haar eigen vlucht.
De rechtbank volgt eiseres hierin. Het verhoor bij de AVIM is namelijk niet bedoeld om asielmotieven in kaart te brengen. Dit verhoor maakt onderdeel uit van de aanmeldfase, die bedoeld is om in kaart te brengen welk onderzoek nodig is om de asielaanvraag te beoordelen. Eventuele tijdens de aanmeldfase afgelegde verklaringen over het asielrelaas mogen geen gevolgen hebben voor de beoordeling van de inwilligbaarheid van de asielaanvraag. Dit is duidelijk neergelegd in artikel 3.108d, vijfde lid, van het Vb en de bijbehorende Nota van Toelichting. Het bestreden besluit bevat in zoverre een gebrek. De rechtbank ziet geen aanleiding om dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Awb te passeren, omdat niet met zekerheid geoordeeld kan worden dat eiseres hierdoor niet in haar belangen is geschaad. Anders dan bij de eerder besproken asielmotieven waar een link met de gestelde vrees van eiseres lijkt te ontbreken, gaat het hier immers om de verklaringen die zien op de aanleiding van de problemen die eiseres zou hebben met Al-Shabaab en de directe reden waarom zij is gevlucht.
Gelet op het voorgaande slaagt de beroepsgrond. Dat betekent dat de rechtbank het beroep gegrond zal verklaren, het bestreden besluit zal vernietigen en de minister een nieuw besluit op de aanvraag zal moeten nemen. De rechtbank geeft de minister ter overweging mee om eiseres nader te horen ten aanzien van dit asielmotief en de (directe) aanleiding van haar vlucht, te weten de bedreiging door Al-Shabaab dat zij zou worden vermoord.
Overige beroepsgronden
9. Het voorgaande betekent dat het beroep gegrond is. De overige beroepsgronden behoeven daarom geen bespreking meer.
Conclusie en gevolgen
10. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiseres gelijk krijgt. Het bestreden besluit wordt vernietigd. De minister moet een nieuw besluit nemen en daarbij rekening houden met deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor acht weken.
11. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor de gevraagde voorlopige voorziening. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
12. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten.
De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 2.802, - omdat de gemachtigde van eiseres een beroep- en verzoekschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Beslissing
De rechtbank, in de zaak geregistreerd onder nummer NL25.42345,
De voorzieningenrechter, in de zaak geregistreerd onder nummer: NL25.42346,
- wijst het verzoek af.
De rechtbank, in alle zaken,
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.802, -.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A.R. Bleijendaal, (voorzieningen)rechter,
in aanwezigheid van mr. D.G.T. de Hoop, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.