ECLI:NL:RBDHA:2026:4727

ECLI:NL:RBDHA:2026:4727

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 19-02-2026
Datum publicatie 09-03-2026
Zaaknummer NL26.7294
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Bewaring. Beroep ongegrond, wel pkv. Ophouding – grondslag mvb – bewaringsgronden – voortvarend handelen – belangenafweging.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. P. Celikkal),

de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. N.L. Schoonbrood).

uitspraak

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.7294

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

en

Procesverloop

Bij besluit van 9 februari 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 16 februari 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen K. Koyuncu. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Belangenafweging
Ambtshalve toetsing

Onrechtmatigheid van de ophouding (grondslag en termijnoverschrijding)

Onrechtmatigheid van de maatregel (grondslag)

3. Eiser stelt dat de maatregel van begin af aan onrechtmatig is, omdat de grondslag artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw onjuist is toegepast. De minister heeft niet gemotiveerd welke gegevens nodig zijn voor het beoordelen van eisers asielaanvraag. Het gaat hier om een herhaalde asielaanvraag waarbij geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden.

4. De rechtbank oordeelt dat de maatregel van bewaring rechtmatig is opgelegd. De minister kon de maatregel van bewaring baseren op artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw en was daarbij niet gehouden te motiveren welke gegevens van eiser hij wilde verkrijgen met het oog op de asielaanvraag. De beroepsgrond slaagt niet.

Bewaringsgronden

5. In de maatregel van bewaring heeft de minister overwogen dat de bewaring noodzakelijk is met het oog op het verkrijgen van gegevens die noodzakelijk zijn voor beoordeling van een asielaanvraag. De minister heeft, onder verwijzing naar artikel 5.1b, derde en vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit (Vb), als zware gronden vermeld dat eiser:

3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;

3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;

3i. te kennen heeft gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan zijn verplichting tot terugkeer; en als lichte gronden vermeld dat eiser:

4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;

4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;

4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

6. De rechtbank stelt vast dat eiser alle zware gronden en de lichte gronden onder 4c en 4d heeft betwist. Eiser stelt ten aanzien van de zware grond onder 3b dat de verwijzing naar de melding ‘met onbekende bestemming’ geen bewijs is van een actuele of structurele onttrekking, en recente handelingen ontbreken. Ten aanzien van de zware grond onder 3c stelt eiser dat het terugkeerbesluit dateert uit 2021, en ook hier ontbreken recente handelingen. Ten aanzien van de zware grond onder 3i stelt eiser dat het niet willen terugkeren inherent is aan een asielaanvraag en daarom niet kan worden tegengeworpen.

7. De rechtbank oordeelt dat de minister de zware gronden onder 3b, 3c en 3i aan de maatregel van bewaring ten grondslag mocht leggen. Eiser is eerder met onbekende bestemming vertrokken heeft geen melding gemaakt van zijn onrechtmatig verblijf. Enkel tijdsverloop betekent niet dat de minister dit niet meer ten grondslag mag leggen aan de maatregel. Op 24 november 2021 is aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd, maar desondanks verklaart eiser dat hij weigert terug te keren naar Turkije. Hij geeft herhaaldelijk aan dat hij niet zal vertrekken. Deze gronden zijn feitelijk juist en voldoende gemotiveerd. De beroepsgrond slaagt niet.

8. Deze gronden kunnen de maatregel van bewaring al dragen, omdat hieruit een risico op onttrekking aan het toezicht blijkt. De rechtbank laat de door eiser betwiste gronden om die reden verder onbesproken.

Voortvarend handelen

9. Eiser stelt dat de minister onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting. Er zijn sinds eisers asielaanvraag meerdere dagen geen inhoudelijke asielhandelingen verricht. Het asielgehoor vond pas op 14 februari 2026 plaats.

10. De rechtbank oordeelt als volgt. Zicht op uitzetting is geen voorwaarde bij een maatregel van bewaring op grond van artikel 59b van de Vw. De minister is daarom in dit geval niet gehouden om voortvarend handelingen ter voorbereiding van de uitzetting te verrichten. Verder is niet gebleken dat de minister de asielaanvraag van eiser niet voortvarend heeft opgepakt gelet op de asielaanvraag van 9 februari 2026 en het asielgehoor op 14 februari 2026. De beroepsgrond slaagt niet.

11. Eiser stelt dat de minister de gemaakte belangenafweging onvoldoende heeft gemotiveerd. Hiertoe voert hij aan dat hij met zijn partner een kind heeft gekregen. Door eiser in bewaring te stellen wordt hij gescheiden van zijn gezin.

12. De rechtbank is van oordeel dat de omstandigheden die eiser aanvoert in het kader van de belangenafweging geen aanleiding zijn om de bewaring op te heffen. De motivering in de maatregel van bewaring is weliswaar summier, maar daar staat tegenover dat eiser ook summier heeft verklaard over zijn partner en kind, en de zorg die hij voor hen zou dragen. Eiser heeft daarmee niet (met zijn verklaringen of anderszins) aannemelijk heeft gemaakt dat hij een partner en kind in Nederland heeft of dat hij zorgdraagt voor hen. In het gehoor voor inbewaringstelling kon eiser immers geen antwoord geven op basale vragen over zijn partner en kind, zoals hun geboortedatums of verblijfplaats. Verder heeft eiser geen concrete toelichting gegeven over de zorg die hij zou dragen voor zijn gezin. De beroepsgrond slaagt niet.

13. De rechtbank moet ook ambtshalve toetsen of de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was. Op grond van de stukken en wat op de zitting is besproken, is de rechtbank van oordeel dat dit niet het geval is.

Conclusie

14. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

15. De rechtbank veroordeelt de minister in de door eiser gemaakte proceskosten, gelet op de onder rechtsoverweging 2 geconstateerde gebreken in de ophouding. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,00 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1). Omdat aan eiser een toevoeging is verleend, moet de minister de proceskostenvergoeding betalen aan de rechtsbijstandverlener.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, rechter, in aanwezigheid van S.N. Lekatompessij, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

19 februari 2026

Documentcode: [Documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. P. Lenstra

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?