ECLI:NL:RBDHA:2026:4781

ECLI:NL:RBDHA:2026:4781

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 05-03-2026
Datum publicatie 10-03-2026
Zaaknummer NL25.15828
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Regulier, afwijzing MVV nareis en MVV 8 EVRM, familierechtelijke relatie niet aangetoond, geen toepassing jongvolwassenenbeleid, gezinsband verbroken, geen herstel van de gezinsband, geen bijkomende elementen van afhankelijkheid, toestemmingsverklaring achterblijvende ouder ontbreekt, beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres,

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.15828

mede namens haar minderjarige kinderen: [minderjarige 1] en [minderjarige 2]

V-nummers: [V-nummer 1] , [V-nummer 2] en [V-nummer 3]

(gemachtigde: mr. N. Vollebergh),

en

(gemachtigde: mr. P.M.W. Jans).

Procesverloop

Bij twee afzonderlijke besluiten van 1 december 2023 (primaire besluiten) heeft verweerder de aanvraag van [referente] voor eiseres voor een mvv voor het doel ‘nareis asiel’ afgewezen, evenals de aanvraag voor een mvv voor de minderjarige kinderen met als doel ‘verblijf als familie- en gezinslid op grond van artikel 8 van het EVRM’.

Bij het besluit van 13 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen de primaire besluiten ongegrond verklaard.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 28 januari 2026 op zitting behandeld in Breda. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Verder is verschenen referente en de [tolk] .

Overwegingen

1. Eiseres stelt te zijn geboren op [geboortedag] 1994 en de Syrische nationaliteit te bezitten. Eiseres beoogt verblijf bij haar moeder [referente] (referente). Op 3 november 2022 en 10 november 2022 heeft referente de mvv-aanvragen ten behoeve van eiseres en haar minderjarige kinderen ingediend.

2. Verweerder heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat de familierechtelijke relatie tussen referente en eiseres niet is aangetoond. De overgelegde stukken bieden onvoldoende aanknopingspunten om de familierechtelijke relatie vast te stellen. Verweerder heeft aangenomen dat sprake is van een begin van bewijs, maar afgezien van het aanbieden van een DNA-onderzoek. Ook indien met DNA-onderzoek de familierechtelijke relatie zou worden aangetoond, zouden de aanvragen volgens verweerder nog steeds worden afgewezen. Eiseres behoorde namelijk op het peilmoment niet langer tot het gezin van referente. De gestelde vermissing van de echtgenoot van eiseres heeft hier geen verandering in gebracht, nu niet is aangetoond dat hij is overleden of dat het huwelijk is ontbonden. Er is geen sprake van bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen eiseres en referente. De door referente geboden financiële steun is daarvoor onvoldoende. Ten aanzien van de minderjarige (klein)kinderen is geen sprake van zodanige persoonlijke en hechte banden met referente dat alsnog een beschermenswaardige gezinsband moet worden aangenomen.

3. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit. Zij stelt dat bij de aanvraag een origineel familie-uittreksel is overgelegd dat door verweerder is onderzocht en echt is bevonden. Er is ten onrechte geen aanvullend onderzoek aangeboden. De echtgenoot van eiseres, respectievelijk vader van de kinderen is al jaren vermist en niet meer in beeld. Eiseres en haar kinderen wonen al lange tijd zonder hem. Het is niet in het belang van de kinderen dat toestemming wordt gevraagd van een ouder die spoorloos is verdwenen. De wens van eiseres, die feitelijk als enige ouder voor de kinderen zorgt, had zwaarder moeten wegen. Ook is ten onrechte aangenomen dat geen sprake is van een feitelijke gezinsband met referente. Eiseres woonde bij referente toen zij het land van herkomst verliet, wat juist wijst op gezinsleven. Volgens artikel 16 van de Gezinsherenigingsrichtlijn en de rechtspraak van het Hof van Justitie moet naar alle omstandigheden van het individuele geval worden gekeken. Daaruit volgt dat sprake is van gezinsleven, of in ieder geval van de duidelijke wens om de gezinsband opnieuw te creëren en te behouden. Volgens de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) moet bij de beoordeling of sprake is van een feitelijke gezinsband naar twee peilmomenten worden gekeken. Aan die eis is voldaan. Voor zover de gezinsband eerder was verbroken, is deze na de vermissing van de vader hersteld.

4. In de aanvullende gronden van beroep van 19 januari 2026 heeft de gemachtigde laten weten dat de (ex-)echtgenoot weer in beeld is. Eiseres is inmiddels van hem gescheiden en zij heeft de voogdij over de kinderen. Het standpunt blijft dat ten onrechte is aangenomen dat er geen sprake is van gezinsleven tussen eiseres en referente. Ter onderbouwing zijn stukken overgelegd waaruit blijkt dat er intensief contact is tussen hen. Ook zijn stukken ingediend die laten zien dat referente financiële steun biedt aan eiseres.

De rechtbank oordeelt als volgt.

5. Ingevolge artikel 29, tweede lid, aanhef en onder b, gelezen in samenhang met artikel 29, vierde lid, van de Vw kan een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd worden verleend aan de vreemdeling die als partner of meerderjarig kind van de in het eerste lid bedoelde vreemdeling, indien deze op het tijdstip van binnenkomst van de in het eerste lid bedoelde vreemdeling behoorden tot diens gezin en gelijktijdig met die vreemdeling Nederland zijn ingereisd dan wel zijn nagereisd binnen drie maanden nadat aan die vreemdeling de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is verleend.

6. Verweerder hanteert het jongvolwassenenbeleid om vast te stellen of sprake is van familie- of gezinsleven tussen een meerderjarig kind en zijn/haar ouder(s) in de zin van artikel 8 van het EVRM, zonder dat daarvoor bijkomende elementen van afhankelijkheid zijn vereist. Dat beleid wordt uitsluitend toegepast als voldaan is aan vier cumulatieve vereisten: het meerderjarige kind is jongvolwassen, leeft met de ouder(s) in gezinsverband samen, voorziet niet in zijn eigen onderhoud en heeft geen zelfstandig gezin gevormd door het aangaan van een huwelijk of een relatie. Als een meerderjarig kind geen geslaagd beroep kan doen op het jongvolwassenenbeleid, beoordeelt verweerder of er tussen het meerderjarige kind en een ouder sprake is van een emotionele band met bijkomende elementen van afhankelijkheid. Deze band wordt beoordeeld aan de hand van alle relevante feitelijke omstandigheden.

Familierechtelijke relatie

7. Op de aanvrager rust de last om de gestelde familierechtelijke band met referente aannemelijk te maken. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat de door eiseres overgelegde stukken daartoe onvoldoende zijn. Verweerder heeft de identiteit van eiseres aannemelijk geacht en aangenomen dat sprake is van een begin van bewijs ter onderbouwing van de gestelde familierechtelijke relatie. Echter het overgelegde familie-uittreksel van het gezin van eiseres en een kopie van het paspoort van eiseres zijn op dit punt onvoldoende. Eiseres heeft de overgelegde stukken nadien niet aangevuld met een familie-uittreksel of familieboekje van referente waaruit haar familierechtelijke relatie met eiseres blijkt. Evenmin heeft zij een verklaring gegeven voor het ontbreken van een dergelijk document. Het uitblijven van nadere objectieve en verifieerbare bewijsstukken, dan wel een toelichting waarom deze niet kunnen worden overgelegd, komt voor risico van eiseres. Verweerder heeft voorts in redelijkheid kunnen afzien van het aanbieden van een aanvullend onderzoek. De uitkomst daarvan zou namelijk niet van invloed zijn op de beoordeling van de aanvraag omdat eiseres niet voldoet aan de overige voorwaarden. Dit wordt uitgelegd in de onderstaande overwegingen

Gezinsband

8. In de uitspraak van 20 november 2024 heeft de Afdeling geoordeeld dat verweerder twee peilmomenten hanteert waarop hij beoordeelt of de feitelijke gezinsband tussen het meerderjarige kind en zijn ouders is verbroken: op het moment van inreis van de referent in Nederland en op het moment van het nemen van het besluit op de nareisaanvraag.

Voor de vraag of de gezinsband ten tijde van het eerste peilmoment is verbroken, mag verweerder omstandigheden betrekken die zich vóór het peilmoment hebben voorgedaan. Deze omstandigheden mogen echter niet zonder meer doorslaggevend zijn in die zin dat een vóór het eerste peilmoment verbroken gezinsband nooit kan worden hersteld. Bij het tweede peilmoment moet verweerder beoordelen of een eerder verbroken feitelijke gezinsband na de inreis van referent, ten tijde van het besluit op de nareisaanvraag of het bezwaar, is hersteld. Ook indien eerder sprake was van een verbreking, kan in dat kader alsnog herstel van de gezinsband worden aangenomen.

9. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder voldoende gemotiveerd waarom eiseres niet valt onder het jongvolwassenenbeleid. Op het eerste peilmoment was namelijk geen sprake van een feitelijke gezinsband tussen eiseres en referente.

Eiseres had op dat moment een eigen gezin gesticht en zij woonde zelfstandig met haar echtgenoot. De verklaring van referente tijdens de hoorzitting, dat eiseres vóór haar vertrek uit Syrië weer bij haar inwoonde heeft verweerder niet hoeven volgen. Deze verklaring is namelijk tegenstrijdig met de verklaringen die referente in haar asielprocedure op dit punt heeft afgelegd. Tijdens de asielprocedure heeft zij verklaard dat eiseres zelfstandig woonde op het moment dat referente uit Syrië vertrok. Verweerder heeft deze tegenstrijdige verklaringen in redelijkheid zwaar mogen laten wegen en de latere verklaring tijdens de hoorzitting ongeloofwaardig mogen achten. Er zijn geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat eiseres feitelijk weer deel uit maakte van het gezin van referente op het moment dat referente uit Syrië vertrok.

10. Verweerder heeft zich voldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat op het tweede peilmoment, de datum van het bestreden besluit, geen sprake was van herstel van de gezinsband. Eiseres heeft gesteld dat haar echtgenoot vermist is geraakt. Deze stelling is niet met objectieve stukken onderbouwd. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat het door eiseres gestichte gezin feitelijk is verbroken. Reeds hierom kan niet worden uitgegaan van herstel van de gezinsband met referente.

11. Daarnaast heeft verweerder terecht overwogen dat geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen eiseres en referente. Eiseres is in Syrië gebleven en heeft haar leven voortgezet met haar twee minderjarige kinderen. De door referente gestelde financiële ondersteuning maakt dit niet anders, nu deze financiële steun al op afstand wordt verleend en op zichzelf onvoldoende is om bijzondere afhankelijkheid aan te nemen. Daarnaast is niet gebleken dat sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid in de zin van samenwoning, materiële afhankelijkheid of medische afhankelijkheid.

Achterblijvende ouder

12. Ten aanzien van de minderjarige kinderen van eiseres, tevens de kleinkinderen van referente, is er geen toestemmingsverklaring van de biologische vader overgelegd. Nu het gaat om minderjarige kinderen, is een dergelijke verklaring vereist. Op eiseres rust een inspanningsverplichting om de biologische vader van haar minderjarige kinderen te traceren om de vereiste toestemmingsverklaring te verkrijgen, dan wel om aannemelijk te maken dat dit onmogelijk is. Het ontbreken daarvan heeft verweerder eiseres mogen tegenwerpen. De stelling van eiseres dat haar echtgenoot vermist is en daarom geen toestemming kan worden verkregen is niet met objectieve stukken onderbouwd. De gestelde vermissing is niet aannemelijk gemaakt en er zijn geen documenten overgelegd waaruit blijkt dat pogingen zijn ondernomen om zijn verblijfplaats te achterhalen. Evenmin heeft eiseres een plausibele uitleg gegeven voor het ontbreken van de toestemmingsverklaring.

13. De bestuursrechter moet kijken naar de feiten en omstandigheden zoals die waren ten tijde van het bestreden besluit (ex tunc-toetsing). De stukken over de (ex-)echtgenoot die op 16 januari 2026 door eiseres zijn ingediend, worden buiten beschouwing gelaten. Deze stukken zien namelijk op feiten en omstandigheden van na het bestreden besluit van 13 maart 2025. Hiermee vallen de stukken buiten de periode die de rechtbank bij haar beoordeling betrekt.

14. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 5 maart 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S.J.I. Hendrickx, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?