ECLI:NL:RBDHA:2026:4791

ECLI:NL:RBDHA:2026:4791

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 06-03-2026
Datum publicatie 10-03-2026
Zaaknummer NL26.10096
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Bewaring, vervolgberoep, voortvarend handelen, zicht op uitzetting, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 maart 2026 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie.

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.10096

(gemachtigde: mr. J. Sinnema),

en

Procesverloop

De minister heeft op 12 januari 2026 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld.

De rechtbank heeft deze maatregel van bewaring eerder getoetst. Op het eerste beroep heeft de rechtbank beslist bij uitspraak van 27 januari 2026.

De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.

De rechtbank heeft het vooronderzoek op 2 maart 2026 gesloten en bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw 2000 dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw 2000 het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 27 januari 2026 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek, op 20 januari 2026.

Heeft de minister voldoende voortvarend gehandeld?

2. Eiser voert aan dat de minister onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting. De presentatie in persoon bij de Senegalese autoriteiten op 4 februari 2026 is geannuleerd, zonder opgaaf van reden. Het is niet bekend wanneer een nieuwe presentatie wordt gepland. Eiser wilde meewerken aan de presentatie. Daarnaast was het laatste vertrekgesprek op 4 februari 2026. Dit is inmiddels geruime tijd geleden, waardoor de minister ook op dit punt niet voortvarend handelt.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister voldoende voortvarend gehandeld door op 29 januari 2026 en 19 februari 2026 schriftelijk te rappelleren bij de Senegalese autoriteiten op de status van de aanvraag om een laissez-passer (lp) en het voeren van een vertrekgesprek op 3 februari 2026. De lp-aanvraag dateert van 21 januari 2026, en een kopie van deze lp-aanvraag is op 22 januari 2025 naar de ambassade van Senegal in Den Haag verzonden. Dat de presentatie in persoon is geannuleerd, en het onduidelijk is wanneer eiser gepresenteerd zal worden, maakt niet dat de minister onvoldoende voortvarend werkt aan eisers uitzetting. De minister is voor het plannen van een presentatie en het realiseren van een daadwerkelijk vertrek immers afhankelijk van de werkwijze van de Senegalese autoriteiten. De beroepsgrond slaagt niet.

Ontbreekt zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn?

3. Eiser voert aan dat zicht op uitzetting naar Senegal binnen een redelijke termijn ontbreekt. De Senegalese autoriteiten hebben namelijk niet gereageerd op de rappels die zijn verstuurd door de minister en de presentatie in persoon bij de Senegalese autoriteiten is geannuleerd.

Naar het oordeel van de rechtbank bestaat in het algemeen zicht op uitzetting naar Senegal, zoals eerder in de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 27 januari 2026 is geoordeeld. Dat nog niet is gereageerd op de rappels die door de minister zijn gestuurd en dat de presentatie is geannuleerd, is onvoldoende om aan te nemen dat er in eisers geval geen zicht op uitzetting bestaat. De Senegalese autoriteiten hebben niet te kennen gegeven geen lp te zullen verstrekken ten behoeve van eisers uitzetting. Daar komt bij dat door eiser geen concrete aanknopingspunten naar voren zijn gebracht die erop wijzen dat het zicht op uitzetting in zijn specifieke geval ontbreekt. De beroepsgrond slaagt niet.

Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?

4. Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door de minister en eiser verstrekte gegevens verder geen grond om te komen tot het oordeel dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring op enig moment onrechtmatig is geweest.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. Gaastra, rechter, in aanwezigheid van

mr. J.M. van Kouwen, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.S. Gaastra

Griffier

  • mr. J.M. van Kouwen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?