ECLI:NL:RBDHA:2026:4796

ECLI:NL:RBDHA:2026:4796

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 06-03-2026
Datum publicatie 10-03-2026
Zaaknummer NL26.9926
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Bewaring, onttrekkingsrisico, lichter middel, ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 maart 2026 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie,

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.9926

(gemachtigde: mr. J. Ruijs),

en

(gemachtigde: mr. J. Kaikai).

Procesverloop

Bij besluit van 19 februari 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 3 maart 2026, met behulp van een beeldverbinding, op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Ontbreekt ten onrechte de toelichting op het onttrekkingsrisico?

1. Eiser voert aan dat de gronden die aan de maatregel ten grondslag zijn gelegd, niet zonder meer een significant risico op onttrekking aan het toezicht rechtvaardigen. De minister had ten aanzien van de gronden die aan de maatregel van bewaring ten grondslag zijn gelegd, niet mogen volstaan met een verwijzing naar de feitelijke juistheid van deze gronden.

De rechtbank stelt voorop dat eiser in bewaring is gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vw 2000. Om deze wettelijke grondslag te gebruiken, moet zijn voldaan aan de vereisten uit artikel 5.1a, vijfde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000). Daarin staat dat met het oog op de overdracht aan een verantwoordelijke lidstaat met inachtneming van artikel 28 van de Dublinverordening, een vreemdeling in bewaring kan worden gesteld indien een concreet aanknopingspunt bestaat voor een overdracht als bedoeld in de Dublinverordening, en een significant risico bestaat dat de vreemdeling zich aan het toezicht zal onttrekken. Aan het tweede vereiste is op grond van artikel 5.1b, tweede lid, Vb in beginsel voldaan wanneer ten minste twee gronden zich voordoen, waarvan ten minste één zware grond, bedoeld in het derde lid van artikel 5.1b van het Vb 2000.

Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 25 maart 2020 volgt dat de minister bij bewaring voor de meeste in artikel 5.1b, derde lid, van het Vb 2000 bedoelde zware gronden kan volstaan met een toelichting die laat zien dat deze gronden zich feitelijk voordoen. De minister hoeft dan geen nadere toelichting op het onttrekkingsrisico te geven. Uit deze onbetwiste feitelijke gronden vloeit namelijk voort dat er een risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. De Afdeling heeft in genoemde uitspraak (in rechtsoverwegingen 15.2 tot en met 15.2.3) verder overwogen dat de minister bij drie specifieke zware gronden (te weten onder h, j en m van het derde lid van artikel 5.1b van het Vb 2000) niet kan volstaan met een feitelijke toelichting, maar dat deze gronden ook een nadere toelichting behoeven.

In onderhavige zaak heeft de minister de zware gronden 3a en 3b aan de maatregel ten grondslag gelegd. Deze gronden hoeven niet nader te worden toegelicht. De minister kon daarom volstaan met een toelichting die laat zien dat de aan de maatregel ten grondslag gelegde zware gronden zich feitelijk voordoen. De beroepsgrond slaagt niet.

Had de minister moeten volstaan met een lichter middel?

2. Eiser voert aan dat de minister had moeten volstaan met een lichter middel dan de inbewaringstelling. Hij verzet zich niet tegen de overdracht naar Duitsland en werkt mee aan zijn vertrek, dit volgt onder meer uit het verslag van het vertrekgesprek van 27 februari 2026. Er is daarom geen onttrekkingsrisico aanwezig.

De minister stelt zich, gelet op de onbetwiste gronden die aan de maatregel van bewaring ten grondslag zijn gelegd, terecht op het standpunt dat sprake is van een onttrekkingsrisico. De rechtbank ziet ambtshalve geen reden om aan de gronden te twijfelen. Verder ziet de rechtbank in wat eiser aanvoert geen reden te oordelen dat andere afdoende, maar minder dwingende maatregelen dan de inbewaringstelling doeltreffend konden worden toegepast. De stelling van eiser dat hij zich niet verzet tegen de overdracht naar Duitsland, doet niet af aan het onttrekkingsrisico. Hierbij heeft de minister mogen betrekken dat eiser tijdens het gehoor voorafgaande aan de inbewaringstelling heeft verklaard niet terug te willen naar Duitsland, en dat eiser – na een eerdere overdracht naar Duitsland – weer terug naar Nederland is gekomen. De minister was in dit geval niet gehouden om een lichter middel op te leggen. De beroepsgrond slaagt niet.

Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?

3. Los van de door eiser aangevoerde gronden, ziet de rechtbank in de door de minister en eiser verstrekte gegevens verder geen grond om te komen tot het oordeel dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring op enig moment onrechtmatig is geweest.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, in aanwezigheid van

mr. J.M. van Kouwen, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J.M. van Kouwen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?