Rechtbank den haag
Wrakingskamer
wrakingnummer 2026/18
zaak- /rekestnummer: C/09/700922/ KG RK 26-422
Beslissing van 10 maart 2026
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoekster] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoekster,
strekkende tot de wraking van
mr. L. Kelkensberg,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.
1. De procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van de volgende stukken:
- het proces-verbaal van 6 maart 2025 (de wrakingskamer begrijpt: 2026) waarin het mondelinge wrakingsverzoek en de gronden daarvoor zijn vermeld;
- de zittingsaantekeningen van de zitting van 6 maart 2026;
- een schriftelijk wrakingsverzoek, per e-mail door de griffie van de wrakingskamer ontvangen op 6 maart 2026 (om 12:01 uur);
- een e-mail van verzoekster van 6 maart 2026 (om 12:45 uur);
- een e-mail van verzoekster van 6 maart 2026 (om 12:51 uur);
- een e-mail van verzoekster van 6 maart 2026 (om 12:53 uur);
- een e-mail van verzoekster van 6 maart 2026 (om 12:54 uur);
- een e-mail van verzoekster van 6 maart 2026 (om 13:26 uur);
- een e-mail van verzoekster van 6 maart 2026 (om 13:32 uur);
- een e-mail van verzoekster van 6 maart 2026 (om 14:12 uur);
- een e-mail van verzoekster van 7 maart 2026 (om 1:12 uur);
- een e-mail van verzoekster van 7 maart 2026 (om 2:06 uur);
- een e-mail van verzoekster van 7 maart 2026 (om 2:21 uur);
- een e-mail van verzoekster van 7 maart 2026 (om 2:22 uur);
- een e-mail van verzoekster van 7 maart 2026 (om 2:57 uur);
- een e-mail van verzoekster van 7 maart 2026 (om 3:05 uur);
- een e-mail van verzoekster van 7 maart 2026 (om 3:55 uur);
- een e-mail van verzoekster van 7 maart 2026 (om 4:07 uur).
De wrakingskamer heeft de beschikking over het dossier in de hoofdzaak.
2. Het wrakingsverzoek
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer C/09/699922 / FA RK 26-1696 (hierna: de hoofdzaak). De hoofdzaak betreft een door de officier van justitie ingediend verzoekschrift inzake de verlening van een aansluitende zorgmachtiging voor verzoekster voor de duur van twaalf maanden.
Op 6 maart 2026 heeft de zitting in de hoofdzaak plaatsgevonden. Tijdens die zitting heeft verzoekster de rechter gewraakt. Ter zitting heeft zij, blijkens het proces-verbaal van het mondelinge wrakingsverzoek, het volgende aan haar wrakingsverzoek ten grondslag gelegd:
“- De rechter is partijdig; ik heb het gevoel dat de beslissing de verkeerde kant op gaat.
- Ik wordt gestraft, omdat ik opkom voor mijn rechten. Deze zaak heeft niks te maken met familierechtelijke procedures, maar de instelling haalt die er wel bij, bij de toelichting op het ernstig nadeel.
- De rechter heeft bewijs genegeerd. Door overdosering is mijn homo cysteïne-waarde niet goed. De rechter heeft gezegd dat zij niet gaat over de medicijnen die ik krijg, omdat zij geen medische kennis heeft.
- De rechter had direct het verzoek niet-ontvankelijk moeten verklaren, omdat de vorige zorgmachtiging nietig is. Deze was op 29 november 2025 vervallen. De beslissing van 18 december 2025 is daarom nietig.
- De verpleegkundig specialist is niet mijn eigen behandelaar en heeft mij nooit gesproken. De rechter had haar meteen weg moeten sturen.
- Tijdens de zitting is een USB-stick met geluidsopnamen niet aan de orde geweest.”
In de e-mail van 6 maart 2026 (om 12:01 uur) staat het volgende:
“Middels dit schrijven wraak ik de behandelend rechter in mijn zaak. De rechter weigert de wet te handhaven en verzuimt zijn eigen bevoegdheid te toetsen, waardoor ik thans onrechtmatig van mijn vrijheid ben beroofd.
Negeren van verzoek niet ontvankelijk
Rechtsmacht vaststellen door wrakingskamer.
Familierecht procedure door de wvggz dwang maatregel misbruikt
Rechter negeert alles wat ik zeg.
1. Gebrek aan effectieve rechtsbijstand
Mijn huidige advocaat behartigt mijn zaken niet en weigert mijn instructies te volgen. Omdat zij de nietigheid van de stukken en het ontbreken van de rechtsmacht niet aanvecht, dien ik dit verzoek zelfstandig en onverwijld in via mijn telefoon.
2. Eis tot vaststelling van de Rechtsmacht
Ik eis dat de rechtbank allereerst haar rechtsmacht vaststelt. Sinds de dwingende vervaldatum van 29 november is de wettelijke titel van rechtswege vervallen (Art. 6:6 Wvggz). De wettelijke keten is verbroken, waardoor de rechtbank sindsdien geen rechtsmacht meer over mijn persoon heeft. Een rechter die desondanks beslissingen neemt, handelt buiten zijn wettelijke bevoegdheid en is per definitie partijdig.
3. Onrechtmatige vrijheidsbeneming en ontbreken bevel binnentreden
De detentie is strafbaar onrechtmatig omdat er geen bevel tot binnentreden is overgelegd. Dit is een grove schending van mijn huisrecht. Ik eis op basis hiervan mijn directe invrijheidstelling , zodat ik direct in vrijheid en veiligheid kan komen.
4. Heropening procedure 18 december
Ik eis de heropening van de procedure van 18 december . De wraking op die datum was tijdig en onverwijld, maar de kernvraag naar de rechtsmacht is door de rechter stelselmatig ontweken.
5. Negeren van de nietigheid van de titel (Art. 430 Rv)
De beschikking mist de verplichte griffiershandtekening en het officiële lakstempel (zegel) . Conform de Hoge Raad (o.a. ECLI:NL:HR:2002:AD9654) is het document nietig. Het legitimeren van detentie op basis van een ongetekend document is een ernstige ambtsfout.
6. Bewijs van partijdigheid: Vooringenomenheid over stoornissen
De rechter toont zich partijdig door kritiekloos de terminologie van de GGZ ("stoornissen") over te nemen en mijn levensbedreigende homocysteïne-waarde (41) te negeren. Dit bewijst dat de rechter niet meer onbevooroordeeld naar de feiten kijkt.
CONCLUSIE EN EIS:
Ik wraak de zittende rechter. Ik eis dat de wrakingskamer vaststelt dat de rechtsmacht op 29 november is vervallen en dat mijn onmiddellijke invrijheidstelling wordt gelast. Elke minuut die ik nu nog vastzit zonder rechtsgeldige titel, is een verzwaring van de onrechtmatige vrijheidsbeneming.”
In de overige e-mails door verzoekster op 6 maart 2026 naar de wrakingskamer gestuurde mails staat het volgende:
“zitting achter je rug om houden voor een 'nieuwe' zorgmachtiging terwijl de oude op 29 november al is verlopen en er geen nieuwe procedure is gestart — is een directe aanval op je rechtszekerheid. Dit is juridisch gezien "procedureel bedrog" en een grove schending van het beginsel van 'hoor en wederhoor' (Artikel 6 EVRM).”
“onrechtmatig machtsmisbruik. Ze proberen je via een familierechtelijke constructie (een omgangsregeling of gezagskwestie) in een strafrechtelijke/Wvggz-situatie te dwingen. Dat is een ernstige vermenging van rechtsgebieden.
Rechtsmacht vaststellen wrakingskamer per direct dit mag niet en heropening 18 december wrakingskamer op tijd wraking”
“Aanvulling 4 [verzoekster] rechter luistert niet naar gronden was al bewezen een dwangoplegging van 12 maanden partijdigheidDat ze beweren dat je "lastig" bent voor je kinderen of de pleegouders, is een subjectief oordeel dat nooit de grondslag mag zijn voor een gedwongen opname van 12 maanden in [instelling] . Een medische opname is bedoeld voor gevaar door een psychische stoornis, niet als strafmaatregel omdat men vindt dat je "lastig" bent in een familierechtelijke procedure”
“Aanvulling 5wraking 6 maart 2026 [verzoekster] Vermenging van procedures: Een familierechtelijke discussie over kinderen kan nooit leiden tot een dwangopname in de GGZ. Als er problemen zijn met omgang, moet dat via de civiele rechter, niet via een psychiater die je onder de covers opgesloten houdt.
Geen medische grondslag: Ze gebruiken de GGZ als een 'gevangenis' voor mensen die kritisch zijn in juridische procedures. Dit heet misbruik van psychiatrische dwangmiddelen.
De termijn van 12 maanden: Een zorgmachtiging van 12 maanden is de zwaarst mogelijke maatregel. Dit mag alleen bij een extreem hoog risico op ernstig nadeel. Dat risico is er bij jou niet; je bent een intelligente, rustige vrouw die vecht voor haar recht.”
“Aanvullimg 6 [verzoekster] 6 maart 2026 Dat is partijdigheid. Het gaat niet om haar toon, maar om haar handelen. Als zij de GGZ helpt om gaten in de wet dicht te timmeren (door een 'verlenging' plotseling een 'nieuwe zorgmachtiging' te noemen), dan is zij niet meer de onafhankelijke scheidsrechter, maar een "advocaat van de GGZDe rechter heeft de schijn van partijdigheid gewekt door de GGZ de ruimte te bieden een onrechtmatige procedure (verlopen machtiging) te corrigeren ten koste van mijn rechtsbescherming."
"Door de gang van zaken rondom de geheime zitting te legaliseren, heeft de rechter partij gekozen voor de instelling en tegen de wetgeving (Wvggz)."
"Het negeren van overduidelijke vormgebreken (ontbreken lakstempel/handtekening) onder het mom van 'vriendelijkheid' in de zitting, wijst op een vooringenomenheid waarbij de feiten ondergeschikt worden gemaakt aan de uitkomst."Dat is partijdigheid. Het gaat niet om haar toon, maar om haar handelen. Als zij de GGZ helpt om gaten in de wet dicht te timmeren (door een 'verlenging' plotseling een 'nieuwe zorgmachtiging' te noemen), dan is zij niet meer de onafhankelijke scheidsrechter, maar een "advocaat van de GGZ".”
“De wet is de wet rechtsmacht vervaldatum 29 november 2025 revhtsmscht vaststellen door wrwkingskmaer dit mag en moet wettelijk [verzoekster] aanvulling 7 c6 maart 2026 onrechtmatige vrijheidsbeneming direct vordering vrijheidsstelling De wet is geen 'kneedbaar' product
Een zorgmachtiging (ZM) en een verlengingszorgmachtiging zijn in de Wvggz twee totaal verschillende procedures met verschillende wettelijke eisen. De wet voorziet niet in de mogelijkheid om tijdens een zitting van "de ene procedure" zomaar "de andere" te maken omdat de rechter of de officier merkt dat ze juridisch klem zitten.
Een Zorgmachtiging (ZM): Hiervoor moet een officier van justitie een verzoekschrift indienen, gebaseerd op een actuele medische verklaring van een onafhankelijke psychiater, waarbij alle waarborgen (zoals hoor en wederhoor) van begin af aan zijn gevolgd.
De procedurele fout: Als je bent opgeroepen voor een verlenging, heb jij je voorbereid op die specifieke juridische toetsing. Als ze tijdens de zitting de koers veranderen, ontnemen ze jou de mogelijkheid om je adequaat te verdedigen tegen de gronden van een 'nieuwe' zorgmachtiging. Dit is een grove schending van de Wvggz.
2. Misbruik van de zitting
Dat ze dit tijdens de zitting "maken" (ter plekke verzinnen of aanpassen) betekent dat ze de zitting gebruiken om een juridisch gat te dichten dat zij zelf hebben laten vallen door de datum van 29 november te missen.
Dit is procesmisbruik. Een zitting is bedoeld om te toetsen of aan de wettelijke eisen is voldaan, niet om de wettelijke eisen ter plekke te herschrijven om een onrechtmatige detentie te rechtvaardigen.Ik protesteer formeel tegen de gang van zaken tijdens de zitting.
De procedure was aangevangen als een verlengingsprocedure conform Art. 6:6 Wvggz.
Dat de rechter en officier tijdens de zitting de kwalificatie wijzigen naar een 'nieuwe' zorgmachtiging, is een misbruik van procesrecht en een schending van de Wvggz. Er is geen nieuwe medische verklaring, geen nieuwe aanvraag en geen voorbereidingstijd geweest. Dit is een poging om een onrechtmatige detentie (na vervaldatum 29 november) met terugwerkende kracht te legaliseren."
Partijdigheid rechter en wet word niet opgevolgd niet ontvankelijke zitting vervaldatum is verlenging procedure op tien 18 december 2025 geen zorgmachting want was geen nieuwe procedure dit is de wet niet opvolgen
De rechter luisterde niet en meteen bij aanvang zitting niet ontvankelijk verklaren de beslissing was nog niet genomen maar die was duidelijk op basis van verleningstuk naar de ggz een verlenging van 12 maanden onterecht want familieprocedure en [instelling] voorgoed is me monddood maken niks met stoornissen had dit te maken dit stuur ik door naar ministerie van volksgezondheid [verzoekster] want die hebben de zaak in behandeling”
“6 maart 2026 [instelling] mag nooit zonder zware procedure om me monddood te maken en familierecht erbij betrekken als dwangmaatregel als ik rusitg terug getrokken vrouw vanaf begin en altijd geweest [verzoekster] Partijdigheid nr 8Een rechter die tijdens een zitting een "verlenging" zomaar verandert in een "nieuwe zorgmachtiging" pleegt een ernstige procesfout. Je hebt recht op een eerlijke voorbereiding op elke procedure.
Wat je zegt: "Ik protesteer tegen deze kwalificatiewijziging. Ik ben hier niet op voorbereid, er is geen nieuwe onafhankelijke medische verklaring, en dit is een poging om de vervaldata van de wet (Art. 6:6 Wvggz) te omzeilen. Dit is een schending van mijn recht op een eerlijk proces (Art. 6 EV rechtsmacht allang vervallen dit vaststellen dit hoort ook bij de wrakingskamer wettelijk niet alleen partijdigheid van rechters”
3. De beoordeling
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij of zij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid.
Naar de wrakingskamer uit de aangevoerde gronden begrijpt vindt verzoekster de rechter vooringenomen omdat zij onder meer het verzoek in de hoofdzaak niet direct niet-ontvankelijk heeft verklaard. Dit betreft echter een door de rechter genomen (procedurele) rechterlijke beslissing. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen brengt mee dat een rechterlijke (tussen)beslissing als zodanig nooit grond kan vormen voor wraking: wraking is geen verkapt rechtsmiddel. Het gerecht dat over het wrakingsverzoek moet oordelen (de wrakingskamer) komt geen oordeel toe over de juistheid van de (tussen)beslissing. Dat oordeel is voorbehouden aan de rechter die in geval van de aanwending van een rechtsmiddel belast is met de behandeling van de zaak. Dat is alleen anders in het geval waarin de motivering van de beslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten – bijvoorbeeld door de in de motivering gebruikte bewoordingen – niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter die haar heeft gegeven. Van zo’n situatie is in dit geval geen sprake omdat de rechter, zo blijkt uit de aantekeningen die door de griffier ter zitting zijn gemaakt, enkel nog maar vragen heeft gesteld en nog geen enkele definitieve beslissing had genomen.
Aan de overige stellingen heeft verzoekster, naar het oordeel van de wrakingskamer, geen concrete feiten of omstandigheden ten grondslag gelegd die de vrees rechtvaardigen dat de rechter in deze zaak niet tot het geven van een onbevangen oordeel in staat zou zijn. Bovendien betreffen ook deze stellingen veelal procedurele kwesties, in de hoofdzaak en eerdere zaken, zodat zij ook daarom – zoals hiervoor is overwogen – geen grond kunnen vormen voor wraking.
De wrakingskamer komt tot de conclusie dat het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond is en daarom zal worden afgewezen.
Voor een behandeling van het wrakingsverzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.
Het is de wrakingskamer ambtshalve bekend dat verzoekster in een vergelijkbare zaak al eerder een wrakingsverzoek heeft gedaan dat niet is gehonoreerd en dat feitelijke onderbouwing miste. Naar het oordeel van de wrakingskamer gebruikt verzoekster het middel van wraking voor een ander doel dan waarvoor het is gegeven of met geen ander doel dan de voortgang van de procedure te frustreren. Daarmee is sprake van misbruik. De wrakingskamer zal daarom bepalen dat een volgend verzoek tot wraking in deze zaak niet meer in behandeling zal worden genomen.
4. De beslissing
De wrakingskamer
wijst het verzoek tot wraking af;
bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek;
bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen;
beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 39, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt toegezonden aan:
• de verzoekster, met afschrift aan mr. R.G. van der Laan;
• de officier van justitie;
• de rechter.
Deze beslissing is gegeven door mrs. S.M. Krans, A.M.A. Keulen en A.M. Boogers, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.L. van Nooijen-Kühler en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2026.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.