ECLI:NL:RBDHA:2026:4893

ECLI:NL:RBDHA:2026:4893

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 10-03-2026
Datum publicatie 10-03-2026
Zaaknummer NL25.57649
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Asiel Algerije. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat eisers problemen vanwege de militaire dienstplicht en eisers problemen met de familie van zijn ex-vriendin ongeloofwaardig zijn. Beroep ongegrond

Uitspraak

[eiser] , v-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. M.H. van der Linden),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. M. Berkelmans).

Inleiding

Eiser stelt van Algerijnse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1991.

Eiser heeft op 11 november 2022 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 12 november 2025 deze aanvraag afgewezen als ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft de zaak op 24 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.

Overwegingen

Het asielrelaas

2. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser heeft Algerije verlaten omdat hij gedeserteerd is en niet (weer) in militaire dienst wil. Ook had eiser problemen met de familie van een meisje, genaamd [naam] , met wie hij een relatie had. Bij terugkeer naar Algerije vreest eiser voor de Algerijnse autoriteiten vanwege zijn desertie en de dienstplicht en ook vreest eiser voor eerwraak, gepleegd door de familie van het meisje met wie hij een relatie had.

Het bestreden besluit

Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

identiteit, nationaliteit en herkomst;

problemen vanwege de militaire dienstplicht; en

problemen met de familie van de ex-vriendin van eiser.

De minister vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig. De minister vindt de problemen vanwege de militaire dienstplicht en de problemen met de familie van de ex-vriendin van eiser niet geloofwaardig.

Ten aanzien van de ongeloofwaardig geachte problemen vanwege de militaire dienstplicht stelt de minister zich op het standpunt dat eiser geen onderbouwende documenten heeft overgelegd en hiervoor geen verschoonbare reden geeft. Eiser voldoet daarmee niet aan de voorwaarde van artikel 31, zesde lid, onder b, van de Vreemdelingenwet 2000. Bovendien overtuigen eisers verklaringen rondom zijn vertrek uit de dienstplicht en zijn angst voor eerwraak volgens de minister niet. Daarmee voldoet eiser niet aan de voorwaarde van artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vreemdelingenwet 2000.

De minister werpt het volgende aan eiser tegen. Dat eiser tussen zijn gestelde desertie in 2008 en zijn vertrek in 2013 geen problemen heeft gehad met de autoriteiten onderbouwt de geloofwaardigheid van zijn asielmotief niet. Bovendien is eiser in 2013 Algerije legaal uitgereisd. Ook heeft de minister in het nadeel van eiser betrokken dat hij tussen 2018 en 2022 illegaal in Nederland heeft verbleven en dat eiser in zowel Duitsland als Nederland onjuiste informatie over zijn identiteit heeft verstrekt. De verklaringen dat eiser bij terugkeer naar Algerije problemen met de familie van [naam] verwacht worden door de minister niet gevolgd. Eiser heeft de laatste twee jaar voordat hij Algerije verliet geen problemen meer gehad met de familie van [naam] en [naam] is inmiddels met een andere man getrouwd.

Beroepsgronden

4. Eiser voert in beroep het volgende aan. Eiser kan geen documenten overleggen die zijn stellingen over de dienstplicht onderbouwen. Zijn militaire boekje is bij zijn zus achtergebleven en toen eisers zus overleed zijn de documenten van eiser, waaronder het boekje, weggegooid. Vanwege zijn problemen met de autoriteiten is het niet mogelijk om opnieuw een militair boekje aan te vragen. De schriftelijke oproepen voor de dienstplicht dateren van na eisers vertrek. Ten aanzien van de desertie verwijst eiser naar algemene informatie met betrekking tot dienstplicht en desertie in Algerije. Ten slotte stelt eiser ten aanzien van zijn gestelde problemen met de familie van zijn ex-vriendin dat niet duidelijk is welke documenten van hem worden verwacht om de dreiging van deze familie te onderbouwen. Ook ten aanzien van het onderwerp eerwraak verwijst eiser naar algemene informatie. Verder stelt eiser ten aanzien van zijn illegale verblijf in Nederland tussen 2018 en 2022, dat hij al eerder dan 2022 internationale bescherming nodig had en ook geprobeerd heeft om al eerder asiel aan te vragen maar dat dit hem niet is gelukt. Eiser stelt verder dat uit het verstrekken van onjuiste identiteitsgegevens in alle redelijkheid niet de conclusie kan worden getrokken dat hij over zijn asielmotieven heeft gelogen. Inmiddels is zijn naam in Nederland namelijk officieel gewijzigd.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank moet beoordelen of de minister zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat eisers problemen vanwege de militaire dienstplicht en eisers problemen met de familie van zijn ex-vriendin ongeloofwaardig zijn. De rechtbank volgt de minister in dit standpunt en zal dat hieronder uitleggen.

Eiser heeft zijn stellingen dat hij in militaire dienstplicht heeft gezeten en dat hij gedeserteerd is niet nader onderbouwd. Ook zijn problemen als gevolg van de desertie heeft eiser niet onderbouwd. Eiser heeft geen documenten overgelegd met betrekking tot zijn dienstplicht. De verklaring dat hij zijn militaire boekje niet kon overleggen omdat deze zou zijn weggegooid na het overlijden van zijn zus, heeft de minister naar het oordeel van de rechtbank te summier mogen vinden. Ook de verklaring voor het ontbreken van de schriftelijke oproepen voor de dienstplicht, namelijk dat die dateren van na zijn vertrek uit Algerije, heeft de minister volgens de rechtbank onvoldoende mogen achten. Niet is gebleken waarom eiser niet alsnog aan die stukken zou kunnen komen. Het enige dat eiser heeft onderbouwd is in zijn algemeenheid de stelling dat je in Algerije in de problemen kan komen als je je onttrekt aan de dienstplicht. Dit blijkt uit de algemene informatie waarnaar door eiser meermaals is verwezen. Eiser heeft echter niet onderbouwd dat die informatie op hem van toepassing is, omdat hij zich daadwerkelijk aan de dienstplicht heeft onttrokken.

De rechtbank is vervolgens van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser ook door middel van zijn verklaringen de problemen rondom zijn militaire dienstplicht niet aannemelijk heeft gemaakt. De verklaringen omtrent zijn vrijlating dan wel ongeoorloofd vertrek uit de dienstplicht overtuigen niet. Zo verklaart eiser in het nader gehoor dat zowel de sergeant als de arts hem hebben gesproken over zijn vertrek, dat de deur voor hem werd geopend en dat ze hem hebben laten gaan. Dit doet afbreuk aan zijn verklaringen dat het een desertie of ongeoorloofd vertrek betreft. Verder heeft de minister van belang mogen achten dat eiser heeft verklaard in 2008 gedeserteerd te zijn en vervolgens pas in 2013 Algerije te hebben verlaten. Dit zou betekenen dat eiser nog vijf jaar lang zonder problemen in Algerije heeft verbleven. Bovendien heeft eiser aangegeven dat hij geen problemen heeft gehad tijdens zijn uitreis uit Algerije. Dit alles ondersteunt eisers verklaringen rondom zijn desertie, en de problemen als gevolg daarvan, niet. Ook heeft eiser niet onderbouwd waarom hij nu, in tegenstelling tot voor 2013, ineens wel onder de aandacht zou staan van de Algerijnse autoriteiten.

Gelet op het voorgaande oordeelt de rechtbank dat de minister het ontbreken van documenten en de daarvoor gegeven verklaringen in samenhang met eisers verklaringen over zijn desertie en de problemen als gevolg daarvan, onvoldoende mocht vinden.

De rechtbank is van oordeel dat de minister ook eisers verklaringen over de problemen met de familie van [naam] onvoldoende overtuigend heeft mogen vinden. Eiser heeft de gestelde problemen niet met stukken onderbouwd. Eiser heeft op de zitting verklaard dat hij in 2014/2015 nog per telefoon en Facebook bedreigd zou zijn. Hij stelt dat hij hiervan geen bewijs kan overleggen, omdat hij steeds wisselende telefoonnummers heeft gehad en hij niet zo ver terug in de tijd kan om deze informatie te verkrijgen. Met deze enkele stellingen heeft eiser naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende toegelicht waarom hij geen nadere onderbouwing van zijn stellingen kan verkrijgen.

Vervolgens is de rechtbank, in samenhang met het voorgaande, van oordeel dat aangezien eiser over de situatie met de familie van [naam] inconsistent heeft verklaard en bovendien is gebleken dat eiser de twee jaar voor zijn vertrek uit Algerije zijn leven zonder problemen heeft voortgezet, de minister de gestelde eerproblemen met de familie ongeloofwaardig heeft mogen vinden. Eisers verklaring dat zijn familie hem in de laatste twee jaar voor zijn vertrek beschermde en dat bepaalde leden van [naam] ’s familie zich inmiddels van die bescherming niets meer aantrekken is, wat daar verder ook van zij, een enkele stelling die eisers standpunt niet kan dragen.

Gelet op al het voorgaande heeft de minister zich naar het oordeel van de rechtbank op het standpunt mogen stellen dat eiser er, gelet op de overgelegde documenten en zijn verklaringen, alles in samenhang bezien, niet in is geslaagd om zijn relaas aannemelijk te maken. Het beroep is dan ook ongegrond.

Conclusie en gevolgen

De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.

Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff, rechter, in aanwezigheid van mr. N.R. Peters, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 10 maart 2026

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. van der Knijff

Griffier

  • mr. N.R. Peters

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?