RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.31361
(gemachtigde: mr. K. Yousef),
en
(gemachtigde: [naam]).
Procesverloop
Op 14 juli 2025 heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag.
Op 23 september 2025 heeft eiser een ‘Verklaring vrijwillig vertrek uit Nederland’ ondertekend.
Bij bericht van 24 september 2025 heeft eiser de rechtbank verzocht verweerder te veroordelen in de proceskosten.
Verweerder heeft hierop bij brief van 14 oktober 2025 gereageerd en gesteld dat wegens het ontbreken van procesbelang verweerder zich verzet tegen een veroordeling in de proceskosten.
Eiser heeft hierop bij brief van dezelfde datum gereageerd.
Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in deze zaak niet nodig is.
2. Eiser heeft op 23 september 2025 een ‘Verklaring vrijwillig vertrek uit Nederland’ ondertekend. In die verklaring staat onder andere het volgende:
Met de ondertekening van deze verklaring verklaar ik het volgende. Ik verlaat Nederland vrijwillig. Ik stem ermee in dat nog openstaande procedures voor het verkrijgen van een verblijfstitel worden beëindigd en/of de verblijfsvergunning wordt ingetrokken (procedures tegen terugkeerbesluit en inreisverbod vallen hier niet onder).
Voor zover eiser met de ondertekening van deze verklaring niet ook het beroep tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag heeft ingetrokken, heeft eiser geen belang meer bij een beoordeling van dit beroep. Eiser heeft namelijk ermee ingestemd dat nog openstaande procedures voor het verkrijgen van een verblijfstitel worden beëindigd. Daarmee heeft hij ook te kennen gegeven geen belang meer te hebben bij een beslissing op zijn asielaanvraag. Dat betekent dat eiser ook geen belang meer heeft bij de beoordeling van het beroep tegen het uitblijven van een beslissing op die asielaanvraag. Het beroep is om die reden niet-ontvankelijk.
3. Eiser stelt terecht dat vervolgens moet worden bezien of in de omstandigheden van het geval, in het bijzonder de reden voor het vervallen van het belang bij het beroep, grond is gelegen over te gaan tot een proceskostenveroordeling (zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3819). De reden voor het vervallen van het belang bij het beroep is in deze zaak gelegen in het feit dat eiser vrijwillig uit Nederland is vertrokken en een verklaring heeft ondertekend waarmee hij heeft ingestemd dat nog openstaande procedures voor het verkrijgen van een verblijfstitel worden beëindigd. In die omstandigheden is geen grond gelegen om over te gaan tot een proceskostenveroordeling. Dat op het moment van het instellen van het beroep de beslistermijn zou zijn verstreken en eiser toen nog geen instemmingsverklaring had ondertekend, maakt dit niet anders. Het procesbelang is namelijk daarna komen te vervallen door toedoen van eiser zelf.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing:
De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. de Gans, rechter, in aanwezigheid van G.I. Heijblom, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.