ECLI:NL:RBDHA:2026:4934

ECLI:NL:RBDHA:2026:4934

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 11-03-2026
Datum publicatie 11-03-2026
Zaaknummer 09-010878-25, 18-349933-24 (ttz. gev.), 09-290712-24 (ttz. gev.) en 09-164770-25 (ttz. gev.)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

De rechtbank veroordeelt de verdachte voor meerdere feiten waaronder een gewapende overval op een casino in Boskoop. Tevens wordt de verdachte veroordeelt voor drugshandel en het bezit van harddrugs. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 60 maanden.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummers: 09-010878-25, 18-349933-24 (ttz. gev.), 09-290712-24 (ttz. gev.) en 09-164770-25 (ttz. gev.)

Datum uitspraak: 11 maart 2026

Tegenspraak

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte]

[geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats]

op dit moment gedetineerd in de penitentiaire inrichting [plaats].

1. Het onderzoek ter terechtzitting

In de zaak met parketnummer 09-290712-24 is het onderzoek gehouden op de terechtzittingen van 13 november 2024, vervolgens is de zaak op 28 maart 2025 door de politierechter verwezen naar de meervoudige kamer. Dit parketnummer is op 18 april 2025 gevoegd bij parketnummer 09-010878-25 en parketnummer 18-349933-24. Het onderzoek is in de zaak met parketnummer 09-10878-25 gehouden op de terechtzittingen van 18 april 2025, 11 juli 2025, 25 september 2025 en 10 december 2025 (telkens pro forma). Het onderzoek in de zaak met parketnummer 09-164770-25 heeft plaatsgevonden op 11 juli 2025, 25 september 2025 en 10 december 2025 (telkens pro forma).

Op 25 februari 2026 zijn alle zaken inhoudelijk behandeld en is parketnummer 09-164770-25 gevoegd bij de parketnummers 09-010878-25, 18-349933-24 en 09-290712-24.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.L.M. van Rookhuizen en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. P.A.J. van Putten naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen met parketnummers 09-010878-25 (hierna: dagvaarding I), 09-290712-24 (hierna: dagvaarding II), 18-349933-24 (hierna: dagvaarding III) en 09-164770-25 (hierna dagvaarding IV).

Aan de verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij op 10 januari 2025 samen met anderen een gewapende overval heeft gepleegd op een casino Boskoop. Hij zou zich daarbij schuldig hebben gemaakt aan afpersing, diefstal met geweld of bedreiging met geweld, poging tot afpersing en poging tot diefstal met geweld of bedreiging met geweld (dagvaarding I) en aan het medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht dan wel bedreiging met zware mishandeling (dagvaarding IV). Daarnaast wordt hij verdacht van het medeplegen van het witwassen van een auto (dagvaarding II). Ook wordt hij ervan verdacht dat hij drugs heeft verkocht en dat hij drugs voorhanden heeft gehad (dagvaarding III).

De volledige tekst van de tenlasteleggingen is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. De bewijsbeslissing

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van hetgeen ten laste is gelegd bij dagvaarding I, dagvaarding III en dagvaarding IV. De officier van justitie heeft verzocht om de verdachte vrij te spreken van hetgeen bij dagvaarding II ten laste is gelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van hetgeen bij dagvaarding II ten laste is gelegd. Ten aanzien van de overige feiten heeft hij zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

Dagvaarding II: vrijspraak

De rechtbank is met betrekking tot het bij dagvaarding II ten laste gelegde feit van oordeel dat dit feit niet wettig en overtuigend is bewezen. De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte wist, dan wel bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard, dat de auto een criminele herkomst had. De rechtbank acht het opzet op het witwassen van de auto dan ook niet bewezen en zal de verdachte daarom vrijspreken van dit feit.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht de feiten op dagvaarding I, dagvaarding III en dagvaarding IV wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank heeft onder bijlage II opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:

Ten aanzien van parketnummer 09-010878-25 dagvaarding I

1hij op 10 januari 2025 te Boskoop, gemeente Alphen aan den Rijn, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [benadeelde 1] heeft gedwongen tot de afgifte van € 4.000,-, die aan casino Merkur, toebehoorde door- op de balie bij de ingang te springen en een vuurwapen te tonen en te richten op die [benadeelde 1], en- een vuurwapen tegen het hoofd van die [benadeelde 1] te houden, en- meermalen "vault" en "handpay" te schreeuwen en dat zij - verdachte en zijn mededaders - geld wilden zien, en- die [benadeelde 1] tegen de kaak, te slaan met een vuurwapen en - tegen die [benadeelde 1] te zeggen dat hij op de grond moest gaan liggen en dat hij niks doms moest doen, en- die [benadeelde 1] op te tillen en in diens rug te duwen, en- het magazijn uit het vuurwapen te halen en de patronen te tonen;

2hij op 10 januari 2025 te Boskoop, gemeente Alphen aan den Rijn, tezamen en in vereniging met anderen, € 100,- en € 300,-, die aan [benadeelde 2] en [benadeelde 3], toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 2] en [benadeelde 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, door- te zeggen: "Dit is een overval! Geld, geld! Liggen allemaal!", en- een vuurwapen op de vrouw van die [benadeelde 2] te richten, en- tegen die [benadeelde 2] te zeggen: "Daar zit jouw portemonnee. Ik wil jouw portemonnee.", en- een vuurwapen op de borstkast van die [benadeelde 2] te richten, en- de telefoon van die [benadeelde 3] uit haar handen te trekken en op de grond te gooien, en- die [benadeelde 3] hard tegen haar rechterzijde/rug te schoppen, en - de portemonnee van die [benadeelde 3] uit haar handen te trekken;

3hij op 10 januari 2025 te Boskoop, gemeente Alphen aan den Rijn, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [benadeelde 4] te dwingen tot de afgifte van € 10.000,-, die geheel aan casino Merkur toebehoorde- is gesprongen op de balie bij de ingang en een vuurwapen heeft getoond en gericht op die [benadeelde 4], en- meermalen "vault" en "handpay" heeft geschreeuwd en heeft geroepen dat zij - verdachte en zijn mededaders - geld wilden zien, en

- die [benadeelde 4] tegen het hoofd heeft geslagen met een vuurwapen en- tegen die [benadeelde 4] heeft gezegd dat hij de kluis moest openen,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4hij op 10 januari 2025 te Boskoop, gemeente Alphen aan den Rijn, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om een ring, die aan [benadeelde 5] toebehoorde, weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen voorafgaan en te doen vergezellen van geweld en bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 5], gepleegd met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken het casino binnen zijn gerend en hebben geroepen: "Dit is een overval, wij willen honderdduizend euro!" en dat iedereen op de grond moest gaan liggen, en- tegen die [benadeelde 5] hebben gezegd dat zij - verdachte en zijn mededaders - de ring van [benadeelde 5] wilden hebben, en - een vuurwapen op die [benadeelde 5] hebben gericht, en- de patroonhouder uit het vuurwapen heeft gehaald en daarbij heeft gezegd "voor mensen die denken dat het nep is!", en- de hand van die [benadeelde 5] vast heeft gepakt en aan de ring van die [benadeelde 5] heeft getrokken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ten aanzien van parketnummer 18-349933-24 dagvaarding III

1hij op 23 augustus 2024 te Leeuwarden, meermalen, telkens opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd, een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne en cocaïne zijnde heroïne en cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2hij op 23 augustus 2024 te Leeuwarden aanwezig heeft gehad ongeveer 0,82 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

3hij in de periode van 16 augustus 2024 tot en met 28 augustus 2024 te Leeuwarden opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 3,27 gram van een materiaal bevattende heroïne en ongeveer 10,32 gram van een materiaal bevattende cocaïne zijnde cocaïne en heroïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

ten aanzien van parketnummer 09-164770-25 dagvaarding IV

hij op 10 januari 2025 te Boskoop, gemeente Alphen aan den Rijn, tezamen en in vereniging met anderen, [naam 1] en [naam 2] en [naam 3] en [naam 4] en [naam 5] en [benadeelde 6] en [benadeelde 7] en andere op dat moment in casino Merkur aanwezige personen, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door

- op de balie bij de ingang te springen en een vuurwapen te tonen en te richten, en

- te zeggen: "Dit is een overval! Geld, geld! Liggen allemaal!", en

- meermalen "vault" en "handpay" te schreeuwen en dat zij - verdachte en zijn mededaders - geld wilden zien, en

- aldaar aanwezige personen onder schot te houden, en

- het magazijn uit het vuurwapen te halen en de patronen te tonen en daarbij te zeggen "voor mensen die denken dat het nep is!".

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 66 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. Daarnaast heeft zij gevorderd dat aan de verdachte een gedrag beïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht (Sr) wordt opgelegd. Tot slot heeft zij gevorderd dat voor het feit op dagvaarding III onder 3 wordt volstaan met een schuldigverklaring zonder oplegging van straf.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft verzocht om de op te leggen straf te matigen en heeft bezwaar gemaakt tegen het opleggen van een 38z Sr-maatregel.

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken.

De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Ernst van het feit

Op 10 januari 2025 heeft de verdachte zich samen met twee andere jongens schuldig gemaakt aan het plegen van een gewapende overval op Merkur Casino in Boskoop. De drie jongens zijn met gezichtsbedekking en in het zwart gekleed het casino binnengegaan terwijl daar meerdere bezoekers aanwezig waren. Ze hebben de bezoekers en de medewerkers bedreigd en daarbij gebruik gemaakt van meerdere vuurwapens. De casinomedewerkers moesten onder dwang en bedreigingen contant geld aan de overvallers geven. De bezoekers werden bedreigd, onder schot gehouden en sommige bezoekers is geld afhandig gemaakt, dan wel is getracht om geld of goederen weg te nemen van deze bezoekers. Daarbij hebben de verdachte en zijn mededaders geweld toegepast op meerdere bezoekers. Ze zijn er uiteindelijk met de buit van doorgegaan.

Een gewapende overval is een ernstig misdrijf dat bij de slachtoffers en de samenleving gevoelens van angst en onveiligheid veroorzaakt. De verdachte heeft geen verklaring afgelegd over het motief om de overval te plegen. De verdachte heeft ter terechtzitting louter verklaard dat hij geld wilde. De verdachte heeft zich laten leiden door zijn eigen financiële gewin en heeft niet stilgestaan bij de vreselijke impact van zijn handelen op de slachtoffers.

Uit het dossier en tijdens de terechtzitting is gebleken dat de overval voor de slachtoffers zeer beangstigend en traumatisch is geweest. Meerdere slachtoffers hebben op de terechtzitting verklaard dat ze tot op de dag van vandaag worden geconfronteerd met de gevolgen. De verdachte is hiervoor verantwoordelijk en de rechtbank rekent hem dit aan. De rechtbank rekent het de verdachte extra aan dat hij op geen enkel moment zijn excuses heeft aangeboden aan de slachtoffers. De verdachte heeft verklaard dat hij begrijpt dat deze gebeurtenissen angstig zijn geweest voor de slachtoffers en dat hij het vervelend vindt dat ze daar nog steeds last van hebben, maar heeft in zijn verklaringen weinig berouw getoond.

De verdachte heeft zich eveneens schuldig gemaakt aan bezit van en handel in harddrugs. De verdachte heeft daarmee gehandeld in strijd met de Opiumwet. Het opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne en heroïne, en de handel daarin, gaat niet zelden gepaard met andere vormen van criminaliteit en overlast. Bovendien vormt het gebruik van cocaïne en heroïne een gevaar voor de volksgezondheid.

Strafblad

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 15 januari 2026, waaruit blijkt dat de verdachte eerder en meermaals is veroordeeld voor gewelds- en vermogensdelicten. Ook is de verdachte eerder veroordeeld tot een PIJ-maatregel. Kennelijk heeft hij daaruit geen lering getrokken.

Persoon van de verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van het Pro Justitia rapport van 5 januari 2026 dat is opgemaakt na observatie van de verdachte in het Pieter Baan Centrum. Hieruit blijkt dat bij de verdachte sprake is van een antisociale persoonlijkheidsstoornis met psychopathe trekken en een stoornis in het gebruik van cannabis. Verder blijkt hieruit dat de verdachte een berekende en bewuste keus heeft gemaakt om strafbare feiten te plegen en er daarmee voor kiest om zijn geld op criminele wijze te verdienen. Geadviseerd wordt om de verdachte de feiten volledig toe te rekenen. Daarnaast wordt geen noodzaak gezien om aan de verdachte behandeling of begeleiding op te leggen.

Reclassering Nederland heeft op 17 februari 2026 een rapport uitgebracht over de verdachte. De reclassering ziet geen mogelijkheden om met interventies binnen het kader van een tbs met voorwaarden de risico's te beperken of het gedrag van de verdachte te veranderen. De reclassering is mede door de ernst en de complexiteit van de problematiek van de verdachte van mening dat interventies wel zijn geïndiceerd. De verdachte heeft eerder reclasseringstoezicht gehad, waaronder een PIJ-maatregel. Dit heeft evenwel niet geleid tot een gedragsverandering of afname van het recidiverisico. Het recidiverisico wordt ingeschat als hoog. De reclassering adviseert daarom om aan de verdachte een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen.

De op te leggen straf

Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van na te melden duur met zich brengt. Alles afwegende, acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 60 maanden passend en geboden.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

Aangezien de verdachte in aanmerking komt voor voorwaardelijke invrijheidstelling en hem in het kader daarvan voorwaarden kunnen worden opgelegd, ziet de rechtbank geen noodzaak om aan de verdachte een gedragsbeïnvloedende of vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen.

De rechtbank zal ten aanzien van het bij dagvaarding III onder 3 tenlastegelegde, het voorhanden hebben van hasjiesj, de verdachte schuldig verklaren zonder strafoplegging.

7. De vordering van de benadeelde partij/de schadevergoedingsmaatregel

[benadeelde 1] heeft zich ten aanzien van dagvaarding I, feit 1, als benadeelde partij

gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 7.500,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente.

[benadeelde 2] heeft zich ten aanzien van dagvaarding I, feit 2, als benadeelde partij

gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 4.510,00, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit € 1.010,00 aan

materiële schade en € 3.500,00 aan immateriële schade.

[benadeelde 5] heeft zich ten aanzien van dagvaarding I, feit 4, als benadeelde partij gevoegd in

het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 12.777,12, te vermeerderen met de

wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit € 2.777,12 aan materiële schade en € 10.000,00 aan

immateriële schade.

[benadeelde 6] heeft zich ten aanzien van dagvaarding IV als benadeelde partij gevoegd in het

strafproces en vordert een schadevergoeding van € 3.500,00 aan immateriële schade, te

vermeerderen met de wettelijke rente.

[benadeelde 7] heeft zich ten aanzien van dagvaarding IV als benadeelde partij gevoegd in het

strafproces en vordert een schadevergoeding van € 10.000,00 aan immateriële schade, te

vermeerderen met de wettelijke rente.

[benadeelde 8] heeft zich ten aanzien van dagvaarding IV als benadeelde partij gevoegd in het

strafproces en vordert een schadevergoeding van € 3.500,00 aan immateriële schade, te

vermeerderen met de wettelijke rente.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geadviseerd tot hoofdelijke toewijzing van de vorderingen

van de benadeelde partijen tot de hiernavolgende bedragen:

[benadeelde 1] tot een bedrag van € 7.500,00 bestaande uit immateriële schade;

[benadeelde 2] tot een bedrag van € 4.510,00, bestaande uit € 1.010,00 aan materiële schade en € 3.500,00 aan immateriële schade;

[benadeelde 5] tot een bedrag van € 3.500,00 bestaande uit immateriële schade;

[benadeelde 6] tot een bedrag van € 3.500,00 bestaande uit immateriële schade;

[benadeelde 7] tot een bedrag van € 3.500,00 bestaande uit immateriële schade;

[benadeelde 8] tot een bedrag van € 3.500,00 bestaande uit immateriële schade,

in alle gevallen vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Ten aanzien van het restant van de gevorderde bedragen dienen de benadeelde partijen niet-

ontvankelijk te worden verklaard in hun vorderingen, aldus de officier van justitie.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit de vorderingen tot vergoeding van immateriële schade aan alle

benadeelde partijen toe te kennen tot een bedrag van € 3.500,00 per persoon. Alleen ten aanzien van de vordering van de heer [benadeelde 1] heeft de raadsman aangevoerd dat kan worden volstaan met het gevorderde bedrag. Daarnaast heeft hij verzocht de benadeelde partij [benadeelde 5], voor zover deze de gevorderde materiële schade niet of onvoldoende heeft onderbouwd met stukken, voor dat deel van de vordering niet-ontvankelijk te verklaren.

Het oordeel van de rechtbank

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks immateriële schade heeft geleden door het bij dagvaarding I onder 1 bewezen verklaarde feit. De benadeelde partij was aan het werk als casinomedewerker op de avond van de gewapende overval en is tijdens de overval geduwd, geschopt en geslagen en langdurig onder schot gehouden. Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van de aard en de ernst van de normschending en de nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde partij die voor de hand liggen, sprake van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ als bedoeld in artikel 6:106 aanhef en sub b van het Burgerlijk Wetboek (BW). Gelet op wat namens de benadeelde partij ter toelichting op zijn vordering is aangevoerd, zal de rechtbank de geleden immateriële schade naar billijkheid vaststellen op een bedrag van € 7.500,00.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

Materiële schade

De vordering, voor zover deze betrekking heeft op de materiële schade, is namens de

verdachte niet (gemotiveerd) betwist en namens de benadeelde partij voldoende

onderbouwd. Deze schade ter grootte van € 1.010,00 bestaat uit verlies aan

arbeidsvermogen en € 20,00 aan gestolen cash geld. Naar het oordeel van de rechtbank kan

worden vastgesteld dat de benadeelde partij deze schade rechtstreeks door het bij

dagvaarding I onder 2 bewezen verklaarde feit heeft geleden.

Immateriële schade

Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan verder worden vastgesteld

dat de benadeelde partij rechtstreeks immateriële schade heeft geleden door het bij

dagvaarding I onder 2 bewezen verklaarde feit. De benadeelde partij is als bezoeker van het

casino tijdens de gewapende overval van zijn geld beroofd en kreeg daarbij een vuurwapen

op zijn borstkas gericht. Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van de aard en de

ernst van de normschending en de nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde partij die

voor de hand liggen, sprake van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ als bedoeld in

artikel 6: 106 aanhef en sub b van het BW. Gelet op wat namens de

benadeelde partij ter toelichting op zijn vordering is aangevoerd, zal de rechtbank de

geleden immateriële schade naar billijkheid vaststellen op een bedrag van € 3.500,00.

De rechtbank zal - gelet op het voorgaande - de vordering toewijzen tot een bedrag van

€ 4.510,00. bestaande uit € 1.010,00 aan materiële schade en € 3.500,00 aan immateriële

schade.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5]

Materiële schade

De rechtbank zal voor zover de vordering betrekking heeft op materiële schade, de

benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. Dit deel van de vordering is

namens de verdachte betwist en door de benadeelde partij niet met stukken onderbouwd. De

benadeelde partij de gelegenheid geven om deze stukken alsnog te overleggen zou een

onevenredige belasting van het strafgeding opleveren. De benadeelde partij kan dit deel van

de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Immateriële schade

Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de

benadeelde partij rechtstreeks immateriële schade heeft geleden door het bij dagvaarding I

onder 4 bewezen verklaarde feit. Een van de overvallers heeft geprobeerd een ring van de

hand van de benadeelde pártij (een bezoeker van het casino) af te trekken en de benadeelde

partij kreeg daarbij een vuurwapen op zich gericht. Naar het oordeel van de rechtbank is op

grond van de aard en de ernst van de normschending en de nadelige gevolgen daarvan voor

de benadeelde partij die voor de hand liggen, sprake van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ als bedoeld in artikel 6:106 aanhef en sub b van het BW. Gelet op

wat door de benadeelde partij ter toelichting op zijn vordering is aangevoerd. zal de

rechtbank de geleden immateriële schade naar billijkheid vaststellen op een bedrag van

€ 3.500,00. De rechtbank zal het resterende deel van de vordering niet-ontvankelijk

verklaren. De benadeelde partij de gelegenheid geven voor een nadere onderbouwing van

dit deel van de vordering zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren. De

benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 6]

Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de

benadeelde partij rechtstreeks immateriële schade heeft geleden door het bij dagvaarding IV

bewezen verklaarde feit. De benadeelde partij is als bezoeker van het casino tijdens de

gewapende overval onder schot gehouden. Naar het oordeel van de rechtbank is op grond

van de aard en de ernst van de normschending en de nadelige gevolgen daarvan voor de

benadeelde partij die voor de hand liggen, sprake van aantasting in de persoon ‘op andere

wijze’ als bedoeld in artikel 6:106 aanhef en sub b van het BW. Gelet op

wat namens de benadeelde partij ter toelichting op haar vordering is aangevoerd, zal de

rechtbank de geleden immateriële schade naar billijkheid vaststellen op een bedrag van

€ 3.500,00.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 7]

Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de

benadeelde partij rechtstreeks immateriële schade heeft geleden door het bij dagvaarding IV

bewezen verklaarde feit. De benadeelde partij is als bezoeker van het casino tijdens de

gewapende overval onder schot gehouden. Naar het oordeel van de rechtbank is op grond

van de aard en de ernst van de normschending en de nadelige gevolgen daarvan voor de

benadeelde partij die voor de hand liggen, sprake van aantasting in de persoon ‘op andere

wijze’ als bedoeld in artikel 6:106 aanhef en sub b van het BW. Gelet op wat door de benadeelde partij ter toelichting op haar vordering is aangevoerd, zal de rechtbank de geleden immateriële schade naar billijkheid vaststellen op een bedrag van € 3.500,00. De rechtbank zal de vordering tot vergoeding van immateriële schade voor het overige niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij de gelegenheid geven voor een nadere onderbouwing van dit deel van de vordering zou een onevenredige belasting van het

strafgeding opleveren. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts bij de

burgerlijke rechter aanbrengen.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 8]

Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de

benadeelde partij rechtstreeks immateriële schade heeft geleden door het bij dagvaarding I en IV bewezen verklaarde feit. De benadeelde partij is de partner van de casinomanager en heeft een vuurwapen op zich gericht gekregen. Naar het oordeel van de rechtbank is op grond van de aard en de ernst van de normschending en de nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde partij die voor de hand liggen, sprake van aantasting in de persoon “op andere wijze’ als bedoeld in artikel 6:106 aanhef en sub b van het BW. Gelet op wat namens de benadeelde partij ter toelichting op zijn vordering is aangevoerd, zal de rechtbank de geleden immateriële schade naar billijkheid vaststellen op een bedrag van € 3.500,00.

Ten aanzien van de toewijsbare vorderingen van benadeelde partijen

Wettelijke rente

De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente voor alle benadeelde partijen toewijzen met ingang van 10 januari 2025, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.

Proceskosten

Omdat de vorderingen gedeeltelijk worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen tot aan deze uitspraak in verband met de vordering hebben gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moeten maken.

Hoofdelijkheid

Omdat de verdachte het strafbare feit ter zake waarvan schadevergoeding zal worden

toegekend samen met mededaders heeft gepleegd, zijn ze daarvoor ieder hoofdelijk

aansprakelijk. Hetzelfde geldt voor de toegewezen proceskosten. Daarbij geldt dat de

verdachte, voor zover een van de mededaders een bedrag aan een benadeelde partij heeft

betaald, dat deel van de schadevergoeding en/of proceskosten niet meer aan die benadeelde

partij hoeft te betalen.

Schadevergoedingsmaatregel

De verdachte zal voor het bij dagvaarding II bewezen verklaarde strafbare feit worden

veroordeeld en hij is daarom tegenover de benadeelde partijen aansprakelijk voor schade die

door deze feiten aan hen zijn toegebracht. De rechtbank zal aan de verdachte hoofdelijk de

verplichting opleggen om aan de Staat te betalen een bedrag van in totaal € 26.010,00,

vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 10 januari 2025 tot aan de dag dat dit

bedrag is betaald, bestaande uit van € 7.500,00 ten behoeve van [benadeelde 1], € 4.510,00 ten behoeve van [benadeelde 2], € 3.500,00 ten behoeve van [benadeelde 5], € 3.500,00 ten behoeve van [benadeelde 6], € 3.500,00 ten behoeve van [benadeelde 7] en € 3.500,00, ten behoeve van [benadeelde 8].

8. De in beslag genomen voorwerpen

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat het op de lijst van in beslag genomen voorwerpen onder 1 genoemde voorwerp zal worden verbeurd verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van het beslag gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal het onder 1 genoemde voorwerp op de beslaglijst, te weten een geldbedrag van € 824,30 verbeurd verklaren. Dit voorwerp is voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien dit voorwerp door middel van het bewezen verklaarde feit is verkregen.

9. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 33, 33 a, 36f, 45, 47, 55, 57, 62, 312, 317 van het Wetboek van Strafrecht;

- 2, 3, 10 van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijst I;

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals die ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

10. De beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding II ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding I onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde en het bij dagvaarding III onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde en het bij dagvaarding IV ten laste gelegde feit heeft begaan, zoals hierboven onder 3.4 bewezen is verklaard;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van dagvaarding I (onder 1, 2, 3 en 4), en dagvaarding IV

de eendaadse samenloop van:

afpersing door twee of meer verenigde personen;

en

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging

met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te

bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of

meer verenigde personen;

en

poging tot afpersing door twee of meer verenigde personen;

en

poging tot diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met

geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te

bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of

meer verenigde personen;

en

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;

en

ten aanzien van dagvaarding III (onder 1)

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

ten aanzien van dagvaarding III (onder 2)

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

ten aanzien van dagvaarding III (onder 3)

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 60 (ZESTIG) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

ten aanzien van dagvaarding III onder 2

bepaalt dat geen straf of maatregel wordt opgelegd;

de vordering van de benadeelde partijen;

ten aanzien van dagvaarding I feit 1

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe tot een bedrag van

€ 7.500,00 aan immateriële schade en veroordeelt de verdachte hoofdelijk om dit bedrag,

vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 10 januari 2025 tot de dag

waarop deze vordering is betaald, te betalen aan [benadeelde 1];

ten aanzien van dagvaarding I feit 2

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe tot een bedrag van

€ 4.510,00, bestaande uit een bedrag van € 1.010,00 aan materiële schade en een bedrag van

€ 3.500,00 aan immateriële schade, en veroordeelt de verdachte hoofdelijk om dit bedrag,

vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 10 januari 2025 tot de dag

waarop deze vordering is betaald, te betalen aan [benadeelde 2];

ten aanzien van dagvaarding I feit 4

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij deels toe tot een bedrag

van € 3.500,00 aan immateriële schade en veroordeelt de verdachte hoofdelijk om dit

bedrag, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 10 januari 2025 tot

de dag waarop deze vordering is betaald, te betalen aan [benadeelde 5];

bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is en dat de benadeelde partij dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

ten aanzien van dagvaarding IV

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe tot een bedrag van

€ 3.500,00 aan immateriële schade en veroordeelt de verdachte hoofdelijk om dit bedrag.

vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 10 januari 2025 tot de dag

waarop deze vordering is betaald, te betalen aan [benadeelde 6];

ten aanzien van dagvaarding IV

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij deels toe tot een bedrag

van € 3.500,00 aan immateriële schade en veroordeelt de verdachte hoofdelijk om dit

bedrag, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 10 januari 2025 tot

de dag waarop deze vordering is betaald, te betalen aan [benadeelde 7];

bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is en dat de benadeelde partij dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

ten aanzien van dagvaarding IV

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe tot een bedrag van

€ 3.500,00 en veroordeelt de verdachte hoofdelijk om dit bedrag, vermeerderd met de

gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 10 januari 2025 tot de dag waarop deze

vordering is betaald, te betalen aan [benadeelde 8];

ten aanzien van toegewezen vorderingen

veroordeelt de verdachte tevens hoofdelijk in de proceskosten van de benadeelde partijen, tot op heden begroot op nihil, en de kosten die ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog

gemaakt moeten worden;

legt aan de verdachte hoofdelijk op de verplichting om aan de Staat te betalen een bedrag

van € 7.500,00 ten behoeve van [benadeelde 1], € 4.510,00 ten behoeve van [benadeelde 2], € 3.500,00 ten behoeve van [benadeelde 5], € 3.500,00 ten behoeve van [benadeelde 6], € 3.500,00 ten behoeve van [benadeelde 7] en € 3.500,00, ten behoeve van [benadeelde 8], telkens vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 10 januari 2025 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald;

bepaalt dat als het verschuldigde bedrag niet volledig wordt betaald of kan worden verhaald, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van respectievelijk:- 55 dagen ([benadeelde 1]);- 45 dagen ([benadeelde 2]);- 35 dagen ( [benadeelde 5]);

- 35 dagen ([benadeelde 6]);

- 35 dagen ([benadeelde 7]);

- 35 dagen ([benadeelde 8]);waarbij de toepassing van gijzeling de hiervoor opgelegde betalingsverplichtingen niet opheft;

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke betaling van het verschuldigde bedrag aan de benadeelde

partijen de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, en dat gehele of

gedeeltelijke betaling van het verschuldigde bedrag aan de Staat de betalingsverplichting

aan de benadeelde partijen in zoverre doet vervallen;

bepaalt dat als een van de mededaders de toegewezen schadevergoeding deels of geheel aan

de benadeelde partij of aan de Staat heeft betaald, de verdachte niet meer verplicht is om dat

deel te betalen of te voldoen.

de in beslag genomen goederen;

verklaart verbeurd het op de beslaglijst onder 1 genoemde voorwerp, te weten: 824,30 euro;

Dit vonnis is gewezen door

mr. V.J. de Haan, voorzitter,

mr. M.L. Harmsen, rechter,

mr. K.M. de Groes, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. R.J. van Egmond, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 maart 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. V.J. de Haan
  • mr. M.L. Harmsen
  • mr. K.M. de Groes

Griffier

  • mr. R.J. van Egmond

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?