Ontbinding geregistreerd partnerschap
Beschikking op het op 21 november 2024 ingekomen verzoek van:
[de vrouw],
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. L.F. Niemantsverdriet-Wensink in ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man],
de man,
volgens de Registratie Niet-Ingezetenen met woonplaats onbekend.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
De man is openbaar opgeroepen voor een zogenaamde RNI-zitting op 15 december 2025 door middel van een advertentie in de Staatscourant van 14 november 2025. De man is niet op de zitting verschenen, zodat de zaak op de stukken zal worden afgedaan.
Feiten
- De vrouw en de man zijn een geregistreerd partnerschap aangegaan op
[datum] 2013 in ’s-Gravenhage.
FA RK 25-351.
Verzoek
De vrouw verzoekt de ontbinding van het geregistreerd partnerschap van partijen uit te spreken.
Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de laatste gewone verblijfplaats van de echtgenoten in Nederland was en de vrouw daar nog verblijft, komt de Nederlandse rechter met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding rechtsmacht toe.
De rechtbank zal op grond van artikel 10:56 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding toepassen.
Ontvankelijkheid
De rechtbank stelt vast dat geen door beide ouders ondertekend ouderschapsplan is overgelegd. Op grond van artikel 815 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) dient een verzoekschrift tot echtscheiding een ouderschapsplan te bevatten ten aanzien van de minderjarige kinderen van beide ouders over wie zij al dan niet gezamenlijk het gezag uitoefenen. Nu het ouderschapsplan in de wet is geformuleerd als een processuele eis bij een verzoek tot echtscheiding waarbij minderjarige kinderen zijn betrokken, heeft de rechtbank de bevoegdheid een echtgenoot in het verzoek tot echtscheiding niet-ontvankelijk te verklaren, tenzij er redenen zijn om aan te nemen dat het ouderschapsplan redelijkerwijs niet kan worden overgelegd (artikel 815 lid 6 Rv).
De vrouw heeft onweersproken gesteld dat zij en de man in 2014 feitelijk uit elkaar zijn gegaan en dat de man toen plotseling is vertrokken. Begin 2015 heeft de vrouw hem na een adresonderzoek laten uitschrijven van haar woonadres. Sindsdien heeft zij geen contact meer met hem en zij weet niet waar hij verblijft.
De rechtbank is van oordeel dat de vrouw hiermee voldoende heeft gemotiveerd dat het niet mogelijk is geweest een door beide ouders getekend ouderschapsplan over te leggen. De rechtbank zal daarom voorbij gaan aan het vereiste van artikel 815 lid 2 Rv.
Nu aan de overige wettelijke formaliteiten is voldaan, zal de rechtbank de vrouw ontvangen in haar verzoek tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap.
Inhoudelijke beoordeling
De vrouw heeft gesteld dat het geregistreerd partnerschap duurzaam is ontwricht. De man heeft dit niet betwist, zodat het verzoek tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap als op de wet gegrond kan worden toegewezen.
Beslissing
De rechtbank:
spreekt uit de ontbinding van het geregistreerde partnerschap tussen partijen, aangegaan op [datum] 2013 in ’s-Gravenhage.