ECLI:NL:RBDHA:2026:5059

ECLI:NL:RBDHA:2026:5059

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 10-03-2026
Datum publicatie 12-03-2026
Zaaknummer NL25.16290
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Asiel, slachtoffer van mensenhandel, problemen met familie door gebeurtenissen in Noorwegen, beroep ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.16290

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. H.G.M. van Zutphen),

en

(gemachtigde: mr. C.W.M. van Breda).

Procesverloop

Met het besluit van 1 april 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder heeft de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

De rechtbank heeft het beroep op 5 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en [tolk] .

Beoordeling door de rechtbank

1. Eiser is geboren op [geboortedag] 1997 en heeft de Ghanese nationaliteit. Op 27 februari 2025 heeft eiser asiel aangevraagd. Hieraan heeft hij ten grondslag gelegd dat hij slachtoffer is geworden van mensenhandel en daardoor problemen heeft gekregen met zijn familie van zijn vaders kant en dat hij is bedreigd. Hij is naar Noorwegen gelokt in het vooruitzicht dat hij daar werk zou gaan krijgen. Daar aangekomen is hij in een kamer opgesloten en werd hij gedwongen seksuele handelingen te verrichten.

2. Verweerder heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig geacht. Verweerder acht de problemen met vaders kan van de familie niet geloofwaardig. Hierbij is van belang dat eiser summier en oppervlakkig heeft verklaard over de periode in Noorwegen, hoe hij daar terecht is gekomen en wat hij daar heeft meegemaakt. Zo kan eiser de plaats waar hij naartoe heeft gebracht niet benoemen, ondanks dat hij een papier heeft gekregen met daarop het adres. Daarnaast zijn er geen concrete aanwijzingen dat eiser wordt bedreigd en is het ongerijmd dat eiser uit eigen beweging de informatie over de gebeurtenissen met zijn broer deelt, terwijl hij weet welke reactie dit kan oproepen. Ook heeft eiser in Noorwegen geen aangifte gedaan. Verder is niet gebleken dat eiser aangifte heeft gedaan van mensenhandel. Tot slot wordt tegengeworpen dat eiser al enige tijd illegaal in Nederland heeft verbleven voordat hij asiel heeft aangevraagd.

3. Eiser kan zich niet vinden in het bestreden besluit en voert aan dat onvoldoende rekening is gehouden met het (beperkte) referentiekader. Omdat hij analfabeet is kon hij het adres niet lezen, maar hij had het briefje bij zich om de weg te vragen. Ook stelt eiser dat het niet onlogisch is dat hij getraumatiseerd is geraakt en het verhaal daarom met familie heeft gedeeld. Eiser is onder valse voorwendselen naar Europa gekomen door hem een carrière als voetballer aan te bieden. Ook is er een verschoonbare reden dat hij niet meteen asiel heeft aangevraagd. Hij wist niet van het bestaan van asiel. Ter zitting stelt eiser zich verder op het standpunt dat hij bij aankomst in Nederland in de war was. Ook is het door de snelle beslissing niet mogelijk geweest om tijdens de procedure aangifte te doen van mensenhandel. Ter zitting vult eiser aan dat hij wel pogingen heeft gedaan om aangifte te doen. Zo deelt hij mee naar het politiebureau in Groningen te zijn geweest en naar het politiebureau in Alkmaar. Tot het doen van een aangifte is het niet gekomen. Eiser wordt bedreigd vanwege zijn werkzaamheden als sekswerker en Ghana is daarom voor hem geen veilig land van herkomst. Eiser wordt ook verdacht van biseksualiteit. Hierbij is een politierapport overgelegd.

De rechtbank oordeelt als volgt.

4. Verweerder heeft niet ten onrechte de problemen met de familie ongeloofwaardig geacht. De verklaringen over wat hem in Noorwegen is overkomen heeft verweerder niet ten onrechte summier en oppervlakkig gevonden. Het is allereerst aan eiser om zijn asielrelaas aannemelijk te maken. Dat eiser analfabeet is, maakt niet dat van hem niet verwacht kan worden dat hij kan verklaren over wat hij heeft meegemaakt, de mensen die hem hebben meegenomen of dat hij zijn omgeving kan beschrijven waar hij naartoe is gebracht. Ter zitting voert verweerder nog aan dat aan het politierapport geen waarde gehecht kan worden, nu dit rapport innerlijk tegenstrijdig is en ook de datum niet overeenkomt met de informatie uit EU-VIS. Het politierapport is namelijk opgesteld op 27 maart 2024, terwijl de gebeurtenissen in Noorwegen zouden hebben moeten plaatsvinden in de maanden juli en augustus 2024. Eiser heeft namelijk voor die periode een visum heeft gekregen waarmee hij naar Europa is gereisd. De rechtbank volgt verweerder in dit standpunt.

5. Verweerder heeft daarnaast voldoende rekening gehouden met het referentiekader. Eiser heeft niet onderbouwd waaruit blijkt dat dit anders is. Dat eiser getraumatiseerd is, is niet met medische stukken onderbouwd. Verder is onvoldoende onderbouwd dat hij daadwerkelijk wordt bedreigd door zijn familie. Ook is niet ten onrechte tegengeworpen dat eiser geen aangifte heeft gedaan in Noorwegen. Daarnaast is niet onderbouwd dat eiser aangifte heeft gedaan van mensenhandel. De stelling dat hij wel heeft geprobeerd aangifte te doen is ook niet nader onderbouwd. Tot slot heeft verweerder terecht tegengeworpen dat eiser langere tijd illegaal in Nederland heeft verbleven, voordat hij asiel heeft aangevraagd. Dat hij niet wist wat asiel was en dat hij in de war was ontslaat hem niet van de verplichting om tijdig een asielaanvraag in te dienen.

Conclusie en gevolgen

6. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.

Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 10 maart 2026 door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. E.J. Govaers

Griffier

  • mr. E.C. Jacobs

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?