RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.44197
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres (gemachtigde: mr. W.A. Berghuis),
en
de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. H.M.M. van Dooren).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres.
Eiseres heeft op 4 juli 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 9 september 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 2 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, mr. H.K. Westerhof als waarnemer van de gemachtigde van eiseres, L. Nur als tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres. Zij doet dit aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
3. De rechtbank verklaart het beroep gegrond. Hierna legt de rechtbank hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het asielrelaas
4. Eiseres stelt dat zij de Somalische nationaliteit heeft, geboren is op [geboortedatum] 1983 en afkomstig is uit [plaats 1] , regio [regio 1] . Eiseres legt aan haar asielaanvraag ten grondslag dat zij niet kan terugkeren naar Somalië, omdat zij wordt bedreigd door Al Shabaab. Eiseres heeft verklaard dat zij in (ongeveer) 2022 is gaan werken in een restaurant.
Zij is toen telefonisch benaderd door Al Shabaab. Al Shabaab wilde dat zij hen ervan op de hoogte zou stellen als er belangrijke overheidspersonen naar het restaurant kwamen. Eiseres weigerde dit. Vervolgens is zij meermaals gebeld door Al Shabaab. Na 10 maanden heeft Al Shabaab geld overgemaakt, waarbij ze zeiden dat eiseres hiervan een lijkwade moest kopen. Na deze doodsbedreiging is eiseres gevlucht naar [plaats 2] , waar ze nog twee keer telefonisch is bedreigd. Daarna heeft eiseres Somalië verlaten.
Het bestreden besluit
5. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
6. De minister acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig. Dat eiseres uit [plaats 1] , Somalië komt, is volgens de minister echter onvoldoende om aan te nemen dat zij bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade. Al Shabaab heeft namelijk niet de macht in [plaats 1] . De minister verwijst daartoe naar een kaart van 19 juni 2025.1 Verder staat het gebied rondom [plaats 1] volgens het Algemeen ambtsbericht Somalië (AAB) van april 2025, p. 22 onder ‘mixed, unclear, and/or local control’. Volgens de minister heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat zij door gebieden moet reizen die onder de controle van Al Shabaab staan.
7. De minister acht de problemen van eiseres met Al Shabaab niet geloofwaardig, omdat de verklaringen van eiseres hierover geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen.2 Volgens de minister maakt eiseres niet aannemelijk dat zij op een dodenlijst staat. Verder verklaart zij zeer summier over het restaurant waar zij gewerkt heeft. Zij maakt ook niet inzichtelijk waarom zij bleef weigeren om met Al Shabaab samen te werken. Volgens de minister verklaart eiseres ook summier over de telefoongesprekken met Al Shabaab. Daarnaast verklaart zij onlogisch over de reden dat Al Shabaab haar heeft benaderd om hen te helpen. Ook verklaart eiseres ongerijmd over de reden dat zij telefoontjes van Al Shabaab steeds aannam en over dat zij 10 maanden lang probleemloos kon werken na het eerste telefoontje van Al Shabaab.
8. De minister acht ook ongeloofwaardig dat eiseres een alleenstaande vrouw uit Somalië is. De minister betrekt daarbij dat eiseres eerder – na 12 jaar in Jemen en Saoedi-Arabië te hebben verbleven – is teruggekeerd naar Somalië en zich toen staande heeft weten te houden. Ze heeft een goede band met haar buren, heeft werk kunnen vinden en haar dochter verblijft al twee jaar bij een oude vrouw waar eiseres zelf ook heeft verbleven. Verder heeft eiseres verklaard dat zij meerdere broers en zussen heeft, van wie zij niet weet waar ze wonen. Volgens de minister mag van eiseres verwacht worden dat zij met hen in contact probeert te komen. De minister concludeert dat de asielaanvraag wordt afgewezen als ongegrond.
1. [internetsite] .
2 artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000.
Geloofwaardigheid van de problemen met Al Shabaab
9. De rechtbank oordeelt dat de minister deugdelijk heeft gemotiveerd dat de problemen van eiseres met Al Shabaab ongeloofwaardig zijn. De rechtbank licht dat hieronder toe en zal daarbij ingaan op de beroepsgronden van eiseres.
Dodenlijst
De rechtbank volgt de minister in zijn standpunt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij op een dodenlijst staat. Eiseres heeft verklaard dat er geld aan haar is overgemaakt door Al Shabaab voor een lijkwade, maar heeft hiervan geen bewijs overgelegd. Zij heeft haar telefoon namelijk weggegooid (nader gehoor, p. 23) en heeft ook geen screenshots gemaakt. Ook als eiseres gevolgd zou worden in haar betoog dat dit is omdat zij in paniek was en niet dacht aan bewijsvoering, doet dit er niet aan af dat zij de gang van zaken omtrent de doodsbedreiging ook met haar verklaringen niet aannemelijk heeft gemaakt. De rechtbank kan de minister namelijk volgen dat niet inzichtelijk is waarom Al Shabaab eiseres bleef bedreigen en ruim 100 kilometer van [plaats 1] (naar [plaats 2] ) volgde, nadat zij was gestopt met werken en niets meer voor hen kon betekenen. De stelling van eiseres dat Al Shabaab bedreigingen nakomt, omdat zij anders niet meer geloofwaardig zijn, biedt daarvoor geen afdoende verklaring. Ook is niet inzichtelijk waarom Al Shabaab eiseres in [plaats 2] meermaals zou bellen dat zij in de gaten gehouden werd, als het doel was om haar te doden (dat gaf haar immers juist de kans om te vluchten). Het betoog van eiseres dat het niet aan haar is om een niet-rationele werkwijze van Al Shabaab te verklaren, treft geen doel. De minister mag in zijn beoordeling betrekken dat de gang van zaken omtrent de dodenlijst niet logisch is en ook niet op een andere manier door eiseres aannemelijk is gemaakt.
Restaurant en benadering door Al Shabaab
De minister werpt tegen dat eiseres zeer summier heeft verklaard over het restaurant waar zij ongeveer een jaar gewerkt zou hebben. De minister heeft op de zitting toegelicht dat hij niet meer tegenwerpt dat eiseres onvoldoende heeft verklaard over het betaalsysteem en de manier waarop zij spaghetti bereidde. Wel werpt de minister tegen dat eiseres te weinig heeft verklaard over hoe het restaurant eruitziet, haar werkplek en over de functies daar. De rechtbank kan de minister daarin volgen. Uit het nader gehoor (p. 15) blijkt dat eiseres eerst de naam van het restaurant niet wist te noemen. Vervolgens verklaart zij dat het een “mooi” restaurant was binnen, dat het buiten “gewoon normaal” was en dat de muren binnen de kleuren van de Somalische vlag hadden. Op de vraag of zij wil tekenen hoe het eruit zag, antwoordt zij: “Waarom moet ik tekenen? Ik ga het u uitleggen. Er waren tafels en stoelen. En de keuken was binnen.” Vervolgens geeft zij over de keuken ook geen onderscheidende details. Eiseres kan vervolgens ook geen inschatting geven van hoeveel mensen in het restaurant werkten, of het (meer dan) 5, 10 of 20 mensen waren (p. 17). Het betoog van eiseres dat haar niet-gedetailleerde verklaringen toegeschreven moeten worden aan haar referentiekader, volgt de rechtbank niet. Dat eiseres niet naar school is geweest, betekent immers niet – zonder nadere onderbouwing – dat zij niet zou kunnen verklaren over haar waarnemingen in de periode dat ze in het restaurant werkte. De minister hoefde ook niet te volgen dat eiseres geen inschatting kon geven van het aantal werknemers, omdat zij in de keuken werkte. Het is immers niet aannemelijk dat eiseres op geen enkele manier doorhad wat er in de rest van het restaurant gebeurde. De rechtbank kan de minister ook volgen in zijn standpunt dat eiseres onlogisch heeft verklaard over de reden dat Al Shabaab haar heeft benaderd om hen te helpen. Eiseres heeft verklaard dat Al Shabaab wilde dat zij
hen op de hoogte zou stellen op het moment dat soldaten van de overheid in het restaurant zouden komen. Zij verklaart echter ook dat zij vanuit de keuken het restaurant niet overzien. Op de vraag waarom Al Shabaab haar heeft benaderd, geeft eiseres een algemeen antwoord: “Over het algemeen willen deze mensen graag dat je met hen samen werkt.” Eiseres heeft niet kunnen toelichten waarom Al Shabaab haar benaderde, terwijl haar functie daarvoor niet geschikt was (nader gehoor, p. 17 en 18). Het betoog van eiseres dat haar verklaringen niet ongerijmd zijn en dat de minister uitgaat van niet-onderbouwde vermoedens (dat Al Shabaab alleen bepaalde mensen benadert), treft geen doel. De minister mag bij zijn beoordeling betrekken dat het vreemd is dat eiseres zou zijn benaderd (en 10 maanden lang telefonisch zou zijn bedreigd), terwijl haar functie niet geschikt was om de gevraagde werkzaamheden uit te voeren.
Telefoongesprekken en tijdsverloop van 10 maanden
De rechtbank volgt de minister ook in zijn standpunt dat eiseres summier heeft verklaard over de telefoongesprekken met Al Shabaab. Eiseres zou tientallen keren zijn gebeld, maar heeft weinig inzicht gegeven in de reactie van Al Shabaab op haar weigering(en). Zo verklaart eiseres op p. 17 van het nader gehoor: “Ze zeiden dat je het in de gaten moest houden”. Ook verklaart eiseres algemeen over het telefoongesprek, waarin haar zou zijn gezegd dat zij een lijkwade moest kopen. Op de vraag hoe dit tegen haar werd gezegd, antwoordt zij: “Ze bellen je op en vertellen het je. Van maak je klaar. Niemand wil dood gaan toch.” (p. 21) Dat Al Shabaab – zoals eiseres stelt – niet in discussie gaat en dus enkel korte mededelingen doet, betekent niet dat de minister de verklaringen van eiseres voldoende had moeten vinden. De minister heeft op de zitting toegelicht dat het er vooral om gaat dat eiseres onvoldoende kan uitleggen hoe de druk en dreigingen door Al Shabaab gedurende de 10 maanden is toegenomen. De rechtbank kan de minister daarin volgen. Eiseres heeft verklaard dat Al Shabaab soms wel 20 keer per dag belde en op een gegeven moment werd gezegd dat ze een lijkwade moest kopen (nader gehoor, p. 20). Zij heeft echter weinig inzicht gegeven in deze gesprekken en de reactie van Al Shabaab op haar weigeringen. De minister mocht het – bij gebrek aan uitleg van eiseres – ongerijmd vinden dat het 10 maanden bij bellen bleef en toen ineens escaleerde in een doodsbedreiging. Het betoog van eiseres dat Al Shabaab niet volgens regels en protocollen werkt en dat het slechts een vermoeden van de minister is dat personen die weigeren direct worden gedood, doet daar niet aan af. De rechtbank merkt daarbij op dat eiseres in het kader van de dodenlijst en het volgen door Al Shabaab nadat zij was gestopt met werken juist heeft betoogd dat Al Shabaab bedreigingen opvolgt, omdat anders niemand meer zou meewerken. Daarbij past niet dat Al Shabaab pas na 10 maanden zou handelen.
Alleenstaande vrouw uit Somalië
10. De rechtbank oordeelt dat de minister niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat eiseres niet valt onder het beleid voor alleenstaande vrouwen uit Somalië, dat is neergelegd in paragraaf C7/30.3.2.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc). De minister heeft daarmee ook niet voldoende onderzocht of eiseres bij terugkeer een reëel risico op ernstige schade loopt. De rechtbank licht dat hieronder toe en zal daarbij ingaan op de beroepsgronden van eiseres.
In paragraaf C7/30.3.2.2 van de Vc staat:
“Aan een alleenstaande vrouw uit Somalië verleent de IND in de regel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw.
Bij de beoordeling of een vrouw in Somalië als alleenstaand wordt gezien en op die grond bescherming behoeft, wordt in ieder geval in samenhang bezien of:
• zij in Somalië geen echtgenoot heeft – of geen persoon met wie zij een duurzame relatie heeft met wie zij kan gaan samenleven; en
• er geen grootfamilie – tot de grootfamilie kunnen naast vader, moeder en kinderen ook grootouders, ooms, tantes, neven en nichten behoren – en eventueel een (plaatselijke) meerderheidsclan is waar de vrouw, gelet op haar individuele omstandigheden, voor opvang en bescherming op terug kan vallen.
De IND verleent geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw aan een alleenstaande vrouw als op grond van haar individuele asielrelaas aannemelijk is dat zij geen bescherming op grond van haar alleenstaande status nodig heeft. Hierbij wordt onder andere meegewogen of, en hoe, zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in Somalië.”
De minister heeft op de zitting toegelicht dat hij zich op het standpunt stelt dat eiseres geen alleenstaande vrouw is omdat zij grootfamilie heeft waarop zij kan terugvallen (tweede alinea, tweede punt van het beleid). Eiseres heeft namelijk verklaard dat zij meerdere broers en zussen heeft en van haar mag verwacht worden dat zij met hen in contact probeert te komen. Ook heeft eiseres verklaard dat zij de jaren voor haar vertrek door haar familie (broers) is onderhouden.
De rechtbank kan de minister hierin niet volgen. Uit de verklaringen van eiseres blijkt dat er zeven kinderen in de familie waren, waarvan er één is overleden. Eiseres heeft alleen nog contact met haar zus, die naar Jemen is gevlucht. Twee broers wonen in Saoedi-Arabië. Van de anderen weet eiseres niet waar ze zijn en ze heeft alleen nog contact met de zus in Jemen (nader gehoor, p. 5). De broer van eiseres in Saoedi-Arabië heeft het vertrek uit Somalië (de smokkelaar) voor haar geregeld, haar broers hebben de reis betaald (nader gehoor, p. 7). Eiseres heeft op de zitting toegelicht dat zij in Somalië (in de periode dat zij was teruggekeerd vanuit Saoedi-Arabië) werd onderhouden door haar jongere broers in Saoedi-Arabië en dat deze broers ook de smokkelaar hebben geregeld. Uit het nader gehoor blijkt niet dat eiseres gesteund werd door familie in Somalië. De enkele mogelijkheid dat er nog familieleden van eiseres in Somalië zijn acht de rechtbank onvoldoende om aan te nemen dat eiseres hierop moet voor opvang en bescherming kan terugvallen. Voor zover in het bestreden besluit nog is verwezen naar de minderjarige dochter van eiseres, die bij een oudere vrouw verblijft en naar de buren van eiseres, kan de rechtbank het betoog van eiseres volgen dat dit niet afdoende is. Ook heeft eiseres er terecht op gewezen dat zij in het buitenland heeft gewoond omdat zij zich niet kon redden in Somalië en twee jaar na haar terugkeer werkloos is geweest. Gelet op het voorgaande heeft de minister onvoldoende toegelicht dat eiseres in Somalië een netwerk heeft waarop zij kan terugvallen of zich anderszins zelfstandig kan handhaven.
Terugkeer naar [plaats 1] , [regio 1]
11. De rechtbank oordeelt dat de minister niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat eiseres bij terugkeer naar [plaats 1] geen reëel risico loopt op ernstige schade. De rechtbank licht dat hieronder toe en zal daarbij ingaan op de beroepsgronden van eiseres.
In paragraaf C7/30.4.1.1 van de Vc is het volgende beleid voor Somalië opgenomen: “In gebieden in Somalië waar Al-Shabaab aan de macht is of het gebied controleert, is de mensenrechtensituatie zodanig dat voor iedere terugkeerder een reëel risico bestaat op ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw. Dit risico op ernstige schade wordt ook aangenomen voor vreemdelingen die afkomstig zijn uit een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is of het gebied controleert, maar over land moeten reizen door een gebied waar Al-Shabaab wel de macht heeft of het gebied controleert.
Onder voorwaarden kan een binnenlands beschermingsalternatief worden tegengeworpen in een gebied waar Al-Shabaab niet aan de macht is (zie paragraaf 30.5.2).”
De rechtbank volgt eiseres in haar betoog dat de minister in het bestreden besluit ten onrechte niet is ingegaan op de landeninformatie die zij in de zienswijze heeft aangehaald. Eiseres heeft onder andere verwezen naar recente informatie van de EUAA over de aanwezigheid van Al Shabaab rondom [plaats 1] . Daar is in het bestreden besluit niet inhoudelijk op ingegaan en er is door de minister slechts één bron genoemd, die maar beperkt toegankelijk is.3
Eiseres heeft verder in beroep verwezen naar een brief van VluchtelingenWerk Nederland (VWN) van 12 mei 2025 met informatie over de aanwezigheid van Al Shabaab in en rondom [plaats 1] , [regio 1] . De minister heeft zich op de zitting op het standpunt gesteld dat uit de kaart van EUAA van 31 juli 2025 blijkt dat de stad [plaats 1] in handen is van de autoriteiten en dat het gebied daaromheen onder “mixed, unclear and/or local control” staat.4 De minister betwist niet dat uit de landeninformatie blijkt dat Al Shabaab op de weg tussen [plaats 3] en [plaats 1] aanwezig is, maar uit bijlage 7 en 8 bij de brief van VWN blijkt volgens de minister dat de interesse zich toespitst op politiefunctionarissen en overheidswerknemers. Volgens de minister betekent het aanwezig zijn van Al Shabaab op de wegen ook niet dat zij de macht en controle uitoefenen.
De rechtbank is van oordeel dat de minister hiermee niet (alsnog) afdoende heeft gemotiveerd dat eiseres bij terugkeer geen reëel risico op ernstige schade loopt. In de brief van VWN is verwezen naar een rapport van de Finse immigratiedienst van 14 maart 2025, waaruit blijkt dat Al Shabaab zijn positie en invloed rond de stad [plaats 1] heeft versterkt. Ook is verwezen naar nieuwsberichten over aanvallen door Al Shabaab in de gebieden tussen [plaats 3] , [plaats 4] , [plaats 1] en [plaats 5] en een nieuwbericht van de Somali Guardian van maart 2025 waarin wordt gemeld dat strijders van Al Shabaab de stad [plaats 1] hebben omsingeld. De rechtbank kan – anders dan de minister – uit de informatie niet afleiden dat de aanvallen zich enkel toespitsen op politiefunctionarissen en overheidswerknemers. In bijlage 7 en 8 wordt immers melding gemaakt van “(local) bussinessmen/traders” die zijn gedood en uit de andere bronnen blijkt ook dat gewone burgers problemen ondervinden van de wegblokkades. Verder heeft eiseres verwezen naar een rapport van EUAA, waaruit blijkt dat Al Shabaab in de periode februari-maart 2025 een groot offensief is begonnen tegen door de regering gecontroleerde gebieden, locaties en steden, te beginnen in de regio’s [regio 2] en [regio 1] . De groep deed invallen, onder andere in [plaats 1] .5 In een tabel is ook een duidelijke toename van het aantal
3 [internetsite] .
4 Country Guidance: Somalia, 2 oktober 2025, p. 24.
5 Somalia: Security Situation, mei 2025, p. 24.
veiligheidsincidenten in [regio 1] zichtbaar in februari en maart 2025.6 In het Algemeen ambtsbericht Somalië van april 2025 is over het offensief van Al Shabaab opgenomen: “Eind februari 2025, aan het eind van de verslagperiode, zette Al Shabaab een offensief in in de regio’s [regio 1] en [regio 3] . Al Shabaab was rond half maart [plaats 3] tot op afstanden van tien tot enkele tientallen kilometers genaderd. Volgens de internetkrant Somali Guardian waren er berichten dat Al Shabaab in dit gebied op de uitvalswegen van [plaats 3] controleposten had ingesteld.7 (…) “De autoriteiten bleken niet of onvoldoende in staat geweest om herwonnen gebieden duurzaam onder controle te krijgen en te stabiliseren. Ook in door de federale regering gecontroleerde gebieden had Al Shabaab nog een vorm van controle. Daarmee had Al Shabaab meer controle dan op het eerste gezicht het geval leek. (…) Volgens verschillende bronnen koos Al Shabaab ervoor stedelijke gebieden en de bases van ATMIS die zich daar bevonden niet over te nemen. De groep gaf er de voorkeur aan af en toe aanvallen te doen om aan wapens en materieel te komen, om zich vervolgens weer terug te trekken in de rurale gebieden. De stedelijke gebieden die in handen van de overheid waren, waren over het algemeen belegerd door Al Shabaab in de omringende gebieden.”8
Uit deze bronnen valt naar het oordeel van de rechtbank niet af te leiden wie momenteel de controle heeft over [regio 1] . Dat alleen van een reëel risico op ernstige schade sprake is als eiseres naar een gebied moet of door een gebied moet reizen dat onder volledige macht of controle van Al Shabaab staat, volgt de rechtbank zonder nadere motivering niet. Daarbij acht de rechtbank van belang dat uit voornoemde bronnen blijkt dat de veiligheidssituatie in [regio 1] sinds het begin van 2025 in belangrijke mate in beweging is. Dit betekent dat de minister opnieuw en aan de hand van alle relevante en recente openbare informatiebronnen een actuele beoordeling dient te maken van de vraag of eiseres bij terugkeer naar [plaats 1] een reëel risico op ernstige schade loopt.
Conclusie en gevolgen
12. Gelet op wat in r.o. 10 – 11.4 is overwogen, heeft de minister de aanvraag ten onrechte afgewezen als ongegrond. Het beroep is gegrond, omdat het bestreden besluit in strijd is met het motiveringsbeginsel. Dit betekent dat eiseres gelijk krijgt. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten. Ook draagt de rechtbank niet aan de minister op om het gebrek te herstellen met een betere motivering of een ander besluit (een zogenoemde bestuurlijke lus). Dit omdat dit volgens de rechtbank geen doelmatige en efficiënte manier is om de zaak af te doen.
De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat de minister een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor zes weken.
Omdat het beroep gegrond is krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
6 Somalia: Security Situation, mei 2025, p. 103.
7 p. 17.
8 p. 22-23.
Beslissing
De rechtbank:
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
30 januari 2026
Documentcode: [Documentcode]
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.