RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.9670
V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. F.J.M. Schonkeren),
en
Procesverloop
Bij het besluit van 20 februari 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de rechtbank
1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 1989 en de Algerijnse nationaliteit te hebben. Hij heeft op 23 januari 2026 asiel aangevraagd in Nederland.
2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen. Uit onderzoek in Eurodac is gebleken dat eiser op 7 december 2016 in Frankrijk, op 18 juli 2019 in Slovenië en op 21 augustus 2019 in Zwitserland al een asielaanvraag heeft ingediend. Daarnaast blijkt uit het onderzoek in Eurodac dat eiser op 1 september 2025 illegaal het grondgebied van de lidstaten is ingereisd via Spanje. Volgens verweerder is het niet aannemelijk dat eiser het grondgebied van de lidstaten heeft verlaten na zijn asielaanvraag in Zwitserland. Verweerder heeft daarom op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder b, van de Dublinverordening de Spaanse autoriteiten verzocht om eiser terug te nemen. De Spaanse autoriteiten hebben dit verzoek op 3 februari 2026 geaccepteerd op grond van artikel 13, eerste lid, van de Dublinverordening.
3. Eiser kan zich niet verenigen met het bestreden besluit en voert daartegen aan dat ten aanzien van Spanje niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan. Eiser vreest bij terugkeer naar Spanje geen toegang te krijgen tot opvang, omdat er is sprake van systematische en structurele tekortkomingen in de Spaanse opvangvoorzieningen. Het tekort aan opvang in Spanje duurt al jaren voort en de Spaanse autoriteiten hebben geen of onvoldoende actie ondernomen om de systeemfouten aan te pakken. Gelet op het voorgaande loopt eiser een reële risico om bij terugkeer op straat terecht te komen, niet in zijn elementaire basisbehoeften te kunnen voorzien en een risico te lopen op ernstige schade.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. In beginsel mag verweerder ten opzichte van Spanje, dat evenals Nederland partij is bij het EVRM en het Vluchtelingenverdrag, uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dit is bevestigd in de uitspraken van de Afdeling van 20 juli 2023, 24 juni 2024, 3 februari 2025 en 25 november 2025. Het ligt op de weg van eiser om aannemelijk te maken dat in zijn geval daar niet van kan worden uitgegaan. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser er niet in is geslaagd aannemelijk te maken dat de Spaanse autoriteiten hun verdragsverplichtingen jegens hem niet zullen nakomen en dat bij terugkeer een situatie zal ontstaan die in strijd is met artikel 3 van het EVRM of artikel 4 van het Handvest.
Ook is niet gebleken van ernstige, structurele tekortkomingen in het asielsysteem of de opvangvoorzieningen. Het AIDA-rapport van 30 april 2025, waar eiser in zijn zienswijze naar verwijst, heeft de Afdeling betrokken in haar uitspraak van 25 november 2025. Daarover oordeelt de Afdeling dat dit rapport geen wezenlijk ander beeld geeft van de situatie in Spanje voor Dublinclaimanten dan uit de landeninformatie volgt die de Afdeling bij haar eerdere uitspraken heeft betrokken. Eiser heeft verder niet onderbouwd dan wel aannemelijk gemaakt dat hij geen toegang zal krijgen tot de asielprocedure en opvangvoorzieningen in Spanje. Bovendien hebben de Spaanse autoriteiten met de aanvaarding van het overnameverzoek gegarandeerd dat zij de asielaanvraag van eiser in behandeling zullen nemen met inachtneming van de Europese richtlijnen en internationale verdragen. Indien eiser in Spanje toch wordt geconfronteerd met tekortkomingen bij de behandeling van zijn asielaanvraag, in de opvang of anderszins, kan hij hierover klagen bij de Spaanse (hogere) autoriteiten. Niet is gebleken dat klagen bij de Spaanse autoriteiten voor eiser niet mogelijk of bij voorbaat zinloos is.
5. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd waarom hij geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening de behandeling van eisers asielaanvraag aan zich te trekken. Eiser heeft verder geen bijzondere individuele omstandigheden aangevoerd, anders dan de omstandigheden die zijn betrokken bij de beoordeling van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, die maken dat overdracht aan Spanje van onevenredige hardheid getuigt.
6. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser terecht niet in behandeling genomen. Het beroep is ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 10 maart 2026 door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.