ECLI:NL:RBDHA:2026:5067

ECLI:NL:RBDHA:2026:5067

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 10-03-2026
Datum publicatie 12-03-2026
Zaaknummer NL25.38406 en NL25.30385
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Beroep – asiel – Nigeria – IPOB – Politieke overtuiging – motiveringsgebrek – gegrond – proceskostenveroordeling

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser en [eiseres] , eiseres, hierna samen: eisersV-nummers: [V-nummer 1] en [V-nummer 2]

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummers: NL25.38406 en NL25.30385

(gemachtigde: mr. N. Vollebergh),

en

de minister van Asiel en Migratie , verweerder

(gemachtigde: mr. L.S. Hartog).

Procesverloop

Bij afzonderlijke besluiten van 7 augustus 2025 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van eisers afgewezen als ongegrond.

Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroepen ingesteld.

Verweerder heeft op 14 november 2025 een verweerschrift ingediend.

Eisers hebben op 10 februari 2026 aanvullende beroepsgronden ingediend.

De rechtbank heeft de beroepen op 13 februari 2026 op zitting behandeld in Breda. Eisers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Als tolk was aanwezig [naam 1] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Prematuur terugkeerbesluit

De asielrelazen

3. De gestelde problemen die eiseres heeft ondervonden vanwege het IPOB-lidmaatschap van haar partner worden evenmin geloofwaardig geacht. Verder heeft zij niet aannemelijk gemaakt dat zij in Nigeria te traceren is als familie van een gestelde IPOB-lid, dan wel dat zij om die reden in de negatieve belangstelling van de autoriteiten zal komen te staan.

4. Op wat eisers daartegen aanvoeren, wordt hierna ingegaan.

De rechtbank oordeelt als volgt.

Eisers politieke activiteiten

5. Eiser voert aan dat hij zijn lidmaatschap middels een brief heeft aangetoond en dat verweerder een onvolledig en onjuist beeld schetst van de activiteiten die hij voor de IPOB onderneemt. Eisers account op X is openbaar en het aantal volgers dat hij op dit platform heeft is niet bepalend voor zijn bereik. Ook stelt verweerder ten onrechte dat eiser pas sinds 22 mei 2025 actief is op dit account, terwijl hij sinds mei 2022 op dit account actief is. Voorts betwist verweerder ten onrechte dat eiser vergaderingen van IPOB in Nederland bijwoont en pamfletten rondbrengt, terwijl hij wel de gestelde politieke activiteiten geloofwaardig acht. Het is waarschijnlijk dat de Nigeriaanse autoriteiten activisten monitoren. Eisers activiteiten zijn zichtbaar en verweerder stelt ten onrechte dat van eiser mag worden verwacht dat hij bij terugkeer naar Nigeria terughoudend omgaat met zijn politieke overtuiging. Uit het ambtsbericht volgt dat de Nigeriaanse autoriteiten hard optreden tegen de Biafra-onafhankelijkheidsbewegingen, waarbij veel van de slachtoffers zelfs geen banden hadden met de onfhankelijkheidsgroepen. Verweerder gaat er ten onrechte van uit dat personen met een prominenter profiel bij de IPOB een grotere kans lopen op problemen, nu dit geenszins uit het recentere ambtsbericht volgt. Volgens dit ambtsbericht lijkt er eerder sprake te zijn van willekeur.

6. Verweerder heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij vanwege de ontplooide activiteiten in de negatieve belangstelling van de Nigeriaanse autoriteiten staat. Verweerder heeft in dit kader kunnen overwegen dat eiser op X gebruik maakt van een pseudoniem en dat zijn activiteiten op sociale media niet naar hem te herleiden zijn. Verweerder heeft zich daarom op het standpunt kunnen stellen dat niet is gebleken dat de Nigeriaanse autoriteiten juist eisers sociale media-accounts zouden volgen en dat hij daarom in de negatieve belangstelling staat. Ten aanzien van eisers deelname aan ledenvergaderingen van de IPOB heeft verweerder terecht overwogen dat deze vergaderingen besloten zijn en deelname slechts mogelijk is met een uitnodigingslink en een wachtwoord. Verweerder heeft daarbij kunnen meewegen dat eiser – middels het overleggen van schermafbeeldingen van de uitnodigingslinks – niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij ook daadwerkelijk bij deze IPOB-ledenvergaderingen is aangesloten. Verweerder overweegt over de pamfletten terecht dat uit de door eiser overgelegde foto’s niet volgt dat hij de pamfletten wegbrengt. Daarbij heeft verweerder niet ten onrechte overwogen dat, ook indien wordt aangenomen dat eiser pamfletten rondbrengt voor de IPOB, niet aannemelijk is geworden dat eisers politieke activiteiten zijn geïntensiveerd sinds zijn verblijf in Oekraïne en Nederland. Tot slot heeft verweerder kunnen meewegen dat ook eisers legale uitreis uit Nigeria in 2019 en het probleemloos kunnen aanvragen van een nieuw Nigeriaans paspoort bij de Nigeriaanse ambassade in Den Haag in 2023 niet duiden op een vrees voor, dan wel de negatieve belangstelling van, de Nigeriaanse autoriteiten.

Eisers politieke overtuiging en vrees bij terugkeer

7. Eiser stelt zich op het standpunt dat uit het informatiebericht van verweerder over de werkwijze bij een politieke overtuiging en de uitspraak van de Afdeling van 17 januari 2024 volgt dat verweerder verplicht is om vragen te stellen over de manier waarop eiser zich bij terugkeer naar Nigeria wil uiten over zijn politieke overtuiging, met inachtneming van de consequenties daarvan.

8. De rechtbank volgt eiser op dit punt en overweegt hiertoe als volgt. In het IB 2024/10, waarmee verweerder zijn werkwijze in zaken over de beoordeling van gestelde politieke overtuigingen heeft aangepast aan het beoordelingskader zoals verduidelijkt in de uitspraak van de Afdeling van 17 januari 2024, staat dat verweerder rekening moet houden met de vraag of, en zo ja hoe, de vreemdeling zich bij terugkeer in zijn land van herkomst wil uiten, waarom hij zich op die manier wil uiten en wat de gevolgen daarvan zijn. Indien een vreemdeling zich niet eerder op die manier heeft geuit, dient verweerder te bekijken waarom de vreemdeling dat nu wel wil doen. Ook moet verweerder beoordelen welk risico de vreemdeling loopt op basis van die voorgenomen uiting. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder deze elementen niet beoordeeld. Tijdens het nader gehoor zijn hierover namelijk geen vragen gesteld en in het bestreden besluit is hieraan geen kenbare motivering gewijd. Zonder deze ontbrekende nadere motivering kan de rechtbank niet volgen dat de wijze waarop verweerder eisers vrees voor vervolging op grond van zijn politieke overtuiging en het mogelijk uiten daarvan bij terugkeer heeft getoetst, in overeenstemming is met de wetgeving, jurisprudentie en met het beleid van verweerder zoals geformuleerd in het IB 2024/10. Het bestreden besluit is op dit punt onzorgvuldig voorbereid en onvoldoende deugdelijk gemotiveerd en zal om die reden worden vernietigd.

9. Eiseres stelt zich op het standpunt dat, gelet op de samenhang tussen haar beroep en het beroep van eiser, ook de rechtmatigheid van haar besluit is aangetast nu ten onrechte is overwogen dat eiser geen reëel risico loopt op ernstige schade, dan wel een gegronde vrees heeft voor vervolging bij terugkeer naar Nigeria, zodat eiseres om die reden ook niet heeft te vrezen voor vervolging of het risico loopt op ernstige schade bij terugkeer. In het bestreden besluit van eiseres wordt verwezen naar het bestreden besluit van eiser. Nu hiervoor door de rechtbank is geconcludeerd dat verweerder zich onvoldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij te vrezen heeft bij terugkeer naar Nigeria, bevat ook het bestreden besluit van eiseres hierom een motiveringsgebrek.

10. Eisers stellen zich tezamen in de aanvullende beroepsgronden ook nog op het standpunt dat het aan hen opgelegde terugkeerbesluit prematuur is en derhalve onrechtmatig is genomen. Eisers vielen ten tijde van de oplegging van het terugkeerbesluit – als derdelanders – niet onder het toepassingsbereik van de Terugkeerrichtlijn.

10. In het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 19 december 2024, in de zaak [naam 2] en [naam 3] en de daaropvolgende einduitspraken is geoordeeld dat de tijdelijke bescherming van ‘derdelanders Oekraïne’ eerder dan die van Oekraïners mag worden beëindigd, zij het niet vóór 4 maart 2024. De aan eisers opgelegde terugkeerbesluiten zijn na deze datum opgelegd. Dat eisers onder de bevriezingsmaatregel vielen ten tijde van het uitvaardigen van het terugkeerbesluit besluit, doet niets af aan het voorgaande. De bevriezingsmaatregel kan namelijk niet anders worden gekwalificeerd dan als een feitelijke opschorting, en daarmee dus niet als rechtmatig verblijf. De bestreden besluiten vermelden verder dat eisers binnen vier weken moet terugkeren naar Nigeria. Daarmee voldoen de bestreden besluiten aan de vereisten van de Terugkeerrichtlijn.Conclusie en gevolgen

12. Verweerder heeft de asielaanvragen van eisers ten onrechte afgewezen als ongegrond. De beroepen zijn gegrond omdat de bestreden besluiten in strijd zijn met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. Dit betekent dat eisers gelijk krijgen. De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten voor zover deze zien op de beoordeling van eisers gegronde vrees voor vervolging en het risico op ernstige schade bij terugkeer naar Nigeria vanwege de politieke overtuiging en het mogelijk uiten daarvan bij terugkeer.

13. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak.

13. Omdat de beroepen gegrond zijn, krijgen eisers een vergoeding van hun proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Naar het oordeel van de rechtbank is sprake van samenhangende zaken als bedoeld in artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De proceskosten stelt de rechtbank gelet daarop vast op €1.868 (1 punt voor het indienen van een beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting, met een waarde per punt van €934 bij een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan op 10 maart 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Y. Chakur

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?