ECLI:NL:RBDHA:2026:5073

ECLI:NL:RBDHA:2026:5073

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 18-02-2026
Datum publicatie 12-03-2026
Zaaknummer NL25.23002
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Intrekking verblijfsvergunning regulier voor het doel verblijf als familie- of gezinslid, nadat referente heeft gemeld dat de relatie met eiser is beëindigd en hij naar Wit-Rusland is vertrokken. Eiser is ruimschoots in de gelegenheid gesteld om met bewijsstukken aan te tonen dat zijn relatie niet is beëindigd. Dat hij dat niet heeft gedaan, komt voor zijn rekening en risico. De rechtbank is van oordeel dat de minister terecht eisers verblijfsvergunning heeft ingetrokken. Het beroep is ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Samenvatting

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.23002

(gemachtigde: mr. P.G.M. Lodder),

en

(gemachtigde: L. Verhaegh).

1. Deze uitspraak gaat over de intrekking van eisers verblijfsvergunning regulier voor het doel verblijf als familie- of gezinslid bij zijn (toenmalige) partner, [referente] (hierna: referente).

Eiser is het niet eens met die intrekking en heeft beroep ingesteld. Hij voert daartoe een beroepsgrond aan. Aan de hand van deze beroepsgrond beoordeelt de rechtbank de intrekking van de verblijfsvergunning.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de beroepsgrond niet slaagt. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Relevante feiten en procesverloop

2. Eiser is op [geboortedatum] 1971 geboren en heeft de Belarussische nationaliteit. Hij is op [datum huwelijk] 2016 te [plaats] (Belarus) met referente gehuwd. Eiser heeft sinds 28 oktober 2017 een verblijfsvergunning regulier voor het doel verblijf als familie- of gezinslid bij referente. Nadat referente bij de minister heeft gemeld dat de relatie tussen hen beiden is verbroken en zij niet meer samenwonen, heeft de minister de verblijfsvergunning met ingang van 27 juli 2020 ingetrokken en een terugkeerbesluit opgelegd. Eiser heeft tegen voornoemd besluit bezwaar gemaakt en vervolgens tegen het bestreden besluit van 15 september 2021 beroep ingesteld. De rechtbank heeft deze zaak op zitting behandeld en het beroep ongegrond verklaard.

3. Het huwelijk van eiser en referente is op [datum echtscheiding] 2021 ontbonden. Nadien hebben zij zich weer verzoend. Eiser heeft opnieuw een verblijfsvergunning aangevraagd en heeft deze per 10 februari 2023 gekregen onder de beperking voor het doel verblijf als familie- of gezinslid bij referente. Op 26 juli 2024 heeft referente aan de minister wederom een meldingsformulier gestuurd en daarbij kenbaar gemaakt dat de gezinsband met eiser is verbroken, de relatie tussen hen beiden is beëindigd en eiser op 23 juli 2024 naar Belarus (Wit-Rusland) is vertrokken. De minister heeft naar aanleiding van deze melding op 5 augustus 2024 een voornemen tot intrekking van de verblijfsvergunning en oplegging van een terugkeerbesluit aan eiser gezonden. Eiser is in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze kenbaar te maken, maar heeft geen zienswijze ingebracht. De minister heeft vervolgens bij besluit van 2 september 2024 eisers verblijfsvergunning voor het doel verblijf als familie- of gezinslid bij referente met terugwerkende kracht per 23 juli 2024 ingetrokken en een terugkeerbesluit opgelegd. Eiser heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt en gesteld dat zijn relatie met referente niet is verbroken. De minister heeft eiser in de gelegenheid gesteld om zijn stelling met bewijsstukken te onderbouwen. Eiser heeft geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid, waarna de minister bij het bestreden besluit van 24 april 2025 het bezwaar van eiser ongegrond heeft verklaard.

4. Eiser heeft beroep ingesteld. De minister heeft een verweerschrift ingediend.

5. De rechtbank heeft het beroep op 22 januari 2026 samen met het verzoek om een voorlopige voorziening hangende dit beroep, op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de minister. Eiser is niet verschenen en zijn gemachtigde heeft zich vooraf afgemeld voor de zitting.

Besluitvorming

6. De minister heeft de verblijfsvergunning van eiser ingetrokken en een terugkeerbesluit opgelegd, omdat de gezinsband en de samenwoning van eiser en referente met ingang van 23 juli 2024 is verbroken. Eiser voldoet met ingang van genoemde datum niet meer aan de beperking van zijn verblijfsvergunning, namelijk verblijf als familie- of gezinslid bij referente. Omdat de relatie van eiser en referente is verbroken, is de minister van mening dat geen sprake is van familie- of gezinsleven in het kader van artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Ook is de minister niet gebleken dat eiser (sterke) banden met Nederland heeft, waardoor ook geen sprake is van het recht op privéleven.

Beoordeling door de rechtbank

Toetsingskader

7. Op grond van artikel 14, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) wordt een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd verleend onder beperkingen verband houdende met het doel waarvoor het verblijf is toegestaan. Volgens artikel 3.4, eerste lid, onder a, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) houden de beperkingen verband met onder meer het verblijf als familie- of gezinslid. De verblijfsvergunning regulier wordt op grond van artikel 3.13, eerste lid, in samenhang met artikel 3.14, onder b, van het Vb onder de beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid verleend indien sprake is van een geattesteerde duurzame en exclusieve relatie. Ook wordt een verblijfsvergunning verleend indien de vreemdeling en de referent samenwonen en een gemeenschappelijke huishouding voeren. Op grond van paragraaf B1/3.1.1 neemt de minister aan dat sprake is van een duurzame en exclusieve relatie als de relatie in voldoende mate met een huwelijk op één lijn is te stellen. Volgens paragraaf B1/3.1.3. neemt de minister aan dat de vreemdeling en de referent samenwonen als zij aan alle volgende voorwaarden voldoen:

8. Op grond van artikel 19 in samenhang met artikel 18, eerste lid, onder f, van de Vw kan de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd worden ingetrokken als niet wordt voldaan aan de beperking waaronder de vergunning is verleend. Op grond van paragraaf B1/6.3 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc) trekt de minister de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in met ingang van de datum waarop niet meer aan de voorwaarden waaronder de vergunning is verleend wordt voldaan.

Verzoek vrijstelling griffierecht

9. Eiser heeft het benodigde formulier ingediend en verzocht om vrijstelling van het griffierecht. Uit het bestreden besluit blijkt dat eiser met ingang van 13 december 2024 geen inkomen uit arbeid genereert en sinds 9 oktober 2024 is uitgeschreven uit de Brp met de opmerking ‘Registratie niet-ingezetenen’. De rechtbank is van oordeel dat hieruit genoegzaam blijkt dat eiser niet over inkomen en/of vermogen beschikt, waardoor de rechtbank het verzoek om vrijstelling van het griffierecht van eiser toewijst. Eiser hoeft dus geen griffierecht te betalen.

Heeft de minister terecht eisers verblijfsvergunning ingetrokken?

10. Eiser stelt dat hem niet helder is en hij ook geen verklaring heeft voor het feit dat referente een melding bij de minister heeft gedaan met de mededeling dat de gezinsband en relatie tussen hen beiden is verbroken. Eiser was immers ten tijde van de melding van referente op familiebezoek in Wit-Rusland. Wat eiser betreft is er geen sprake van verbreking van zijn relatie met referente, ondanks dat referente de woning heeft opgegeven en hem heeft uitgeschreven uit de Brp. Eiser stelt nog steeds contact met referente te hebben en verwacht dat zij zich weer zullen verzoenen.

11. De rechtbank stelt vast dat eisers beroepsgrond zich uitsluitend richt op de intrekking van de verblijfsvergunning en niet op het terugkeerbesluit dan wel de (uitkomst van de) belangenafweging in het kader van artikel 8 van het EVRM. De rechtbank beoordeelt daarom uitsluitend de intrekking van de verblijfvergunning. De rechtbank stelt vast dat het hier gaat om een belastend besluit. Het is daarom aan de minister om aannemelijk te maken dat per 23 juli 2024 aan de voorwaarden voor de intrekking van de verblijfsvergunning is voldaan. De minister heeft in dit kader gewezen op het meldingsformulier van referente van 27 juli 2024, waarin staat vermeld dat de relatie is beëindigd en eiser op 23 juli 2024 is vertrokken naar Belarus (Wit-Rusland). Op grond van deze informatie heeft de minister naar het oordeel van de rechtbank kunnen concluderen dat de relatie van eiser en referente per 23 juli 2024 is verbroken. De rechtbank betrekt hierbij dat referente nadien niet op haar melding is teruggekomen én eiser, ondanks dat hij hiervoor ruimschoots in de gelegenheid is gesteld, geen bewijsstukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat zijn relatie nog voortduurt. Het had op de weg van eiser gelegen om zijn standpunt dat zijn relatie niet is beëindigd en dus nog voortduurt met bewijsstukken te onderbouwen. Hij is hiertoe in bezwaar ook uitdrukkelijk in de gelegenheid gesteld. Dat eiser dit niet heeft gedaan, komt naar het oordeel van de rechtbank voor zijn eigen rekening en risico. De enkele stelling van eiser dat hij nog contact heeft met eiser, hetgeen eiser ook niet met bewijsstukken heeft onderbouwd, doet hier niet aan af. Eisers standpunt dat hij uitgaat van een verzoening met referente leest de rechtbank als zijnde een erkenning dat de relatie met referente is verbroken; zonder verbreking van een relatie kan immers ook geen verzoening plaatsvinden. Wat daar ook van zij, volgens de minister verblijft eiser niet meer in Nederland. In de Brp staat namelijk vermeld dat eiser sinds 9 oktober 2024 is uitgeschreven uit de Brp met de opmerking ‘Registratie niet-ingezetenen’. Ook om die reden, nu blijkt dat eiser en referente niet meer samenwonen, voldoet eiser niet meer aan de beperking verband houdende met het doel ‘verblijf als familie- of gezinslid’. De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat de minister terecht eisers verblijfsvergunning heeft ingetrokken.

12. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

13. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit van 24 april 2025 in stand blijft. Eiser krijgt dus geen gelijk. Hij krijgt daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. N. Durdabak, rechter, in aanwezigheid van

N.B. Yalcinkaya, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

18 februari 2026

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. N. Durdabak

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?