ECLI:NL:RBDHA:2026:5138

ECLI:NL:RBDHA:2026:5138

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 10-02-2026
Datum publicatie 13-03-2026
Zaaknummer C/09/695643 / FA RK 25-9177
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

vervangende toestemming basisschool. Aansluiten bij de huidige feitelijke situatie

Uitspraak

Gezagsuitoefening

Beschikking op het op 4 december 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. B. Beekman te Noordwijk.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader],

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. A. Hansma te Rotterdam.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- de brief van 12 januari 2026, met bijlagen, namens de moeder.

Op 13 januari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn de moeder en de vader, bijgestaan door hun advocaten verschenen.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd op [datum] 2022 te [plaats 1].

- Zij zijn de ouders van de volgende thans nog minderjarige kinderen:

- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats 1],

- [minderjarige 2] geboren op [geboortedatum 2] 2022 te

[geboorteplaats 2].

- De vader is niet de biologische vader van [minderjarige 1], maar heeft hem wel erkend.

- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.

- Bij beschikking van 19 november 2024 heeft deze rechtbank voorlopige voorzieningen getroffen, inhoudende dat:

 aan de vader het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning is toegekend;

 dat de kinderen aan de moeder zijn toevertrouwd;

 een opbouwende voorlopige zorgregeling is bepaald, waarbij de kinderen uiteindelijk totdat in de bodemprocedure anders wordt beslist van vrijdag 10.00 uur tot zondag 17.00 uur onbegeleid bij de vader zullen zijn;

- Bij vonnis van deze rechtbank van 28 februari 2025 heeft de voorzieningenrechter

bepaald dat de moeder haar medewerking moet verlenen aan de voorlopige zorgregeling zoals is bepaald in de beschikking van deze rechtbank van 19 november

2024 op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- voor iedere dag dat zij

deze regeling niet nakomt, tot een maximum van € 20.000,-.

- De ouders hebben in onderling overleg afgesproken dat de kinderen voorlopig om het

weekend van vrijdag 9.00 uur tot maandag 17.00 uur bij de vader verblijven.

Verzoek en verweer

De moeder heeft in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht –voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad– om haar vervangende toestemming te verlenen, welke toestemming die van de vader vervangt, om [minderjarige 1] aan te melden en in te schrijven bij [schoolnaam 1] te [plaats 2].

De vader heeft verweer gevoerd. Hij concludeert, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, primair de moeder niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoek dan wel haar verzoek af te wijzen en subsidiair – voor het geval de rechtbank meent dat er vooruitlopend op de beslissing in de echtscheidingsprocedure toch al een beslissing genomen dient te worden over de schoolkeuze van [minderjarige 1] – de vader vervangende toestemming te verlenen om [minderjarige 1] in te schrijven op de [schoolnaam 2] te [plaats 3] en/of basisschool [schoolnaam 3] te [plaats 4], althans een zodanige beslissing te nemen als de rechtbank juist acht in het belang van [minderjarige 1].

Beoordeling

Bezwaar van de vader tegen stukken

De moeder heeft op 12 januari 2026 een brief met bijlagen (producties 6 en 7) bij de rechtbank ingediend. De vader verzoekt deze stukken buiten beschouwing te laten, omdat deze te laat zijn ingediend.

De rechtbank heeft tijdens de behandeling beslist dat de producties worden toegelaten, omdat het geen omvangrijke producties zijn en dat deze makkelijk te doorgronden zijn.

Vervangende toestemming basisschool

Juridisch kader

Artikel 1:253a, eerste lid, BW bepaalt dat in geval van gezamenlijke gezagsuitoefening geschillen tussen de ouders op verzoek van beiden of één van hen aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd. Omdat op de zitting is gebleken dat een vergelijk op de voet van het vijfde lid van genoemd artikel tussen de ouders niet mogelijk is, zal de rechtbank een beslissing nemen die haar in het belang van [minderjarige 1] wenselijk voorkomt.

De rechtbank stelt vast dat dat het de ouders nog niet is gelukt het eens te worden over de basisschoolkeuze voor [minderjarige 1]. De ouders zijn reeds aangemeld voor het traject Ouderschapsbemiddeling via [instantie 1], maar daar is nog een lange wachttijd. De ouders hebben daarom gesprekken gevoerd bij [instantie 2], waaronder over de schoolkeuze van [minderjarige 1], maar het is niet gelukt om in onderling overleg tot een schoolkeuze te komen. De rechtbank betreurt dit, omdat het voor een kind belangrijk is dat een school wordt gekozen waar beide ouders achter staan.

Ter onderbouwing van haar verzoek voert de moeder het volgende aan. Op [geboortedatum 1] 2025 is [minderjarige 1] vier jaar geworden en hij gaat nog steeds niet naar school. De moeder wil dat [minderjarige 1] nu zo spoedig mogelijk naar school gaat. Omdat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] aan haar zijn toevertrouwd, zij op dit moment het overgrote deel van de zorg voor haar rekening neemt en zij op dit moment met de kinderen bij haar ouders in [plaats 2] verblijft, heeft zij voorkeur voor [schoolnaam 1] in [plaats 2]. Op deze school wordt ook een plekje voor [minderjarige 1] vrijgehouden. Deze school is dichtbij de woning van haar ouders, zodat de ouders [minderjarige 1] ook makkelijk kunnen halen en brengen als dat nodig is. Verder stelt de moeder voornemens te zijn na de echtscheiding zich permanent in [plaats 2] te vestigen. Volgens de moeder wil de vader dat [minderjarige 1] in [plaats 3] naar school gaat, maar daar kan zij niet mee instemmen. Ook zou er bij de scholen die de vader heeft aangedragen volgens de moeder voor [minderjarige 1] geen plek zijn.

De vader voert verweer tegen de inschrijving van [minderjarige 1] bij [schoolnaam 1] in [plaats 2]. Allereerst vindt de vader het niet in het belang van [minderjarige 1] om nu in deze afzonderlijke procedure een beslissing te nemen over de schoolkeuze en daarmee vooruit te lopen op beslissingen die in de reeds aanhangige echtscheidingsprocedure met nevenvoorzieningen worden genomen, waaronder ten aanzien van de hoofdverblijfplaats van de kinderen, de zorgregeling en het gezag. Daarnaast stelt de vader dat hij, anders dan de moeder, een stabiele, vertrouwde basis aan de kinderen kan bieden. Hij woont immers nog steeds in de echtelijke woning in [plaats 3] en zal daar ook blijven wonen, terwijl bij de moeder sprake is van een tijdelijke woonsituatie. Verder hebben de ouders destijds samen gekozen voor basisschool [schoolnaam 4] in [plaats 3], maar heeft de moeder volgens de vader de inschrijving voor die school eenzijdig ingetrokken. Op de zitting heeft de vader desgevraagd toegelicht dat hij vooral bezwaar tegen [schoolnaam 1] school heeft vanwege de afstand vanaf zijn woning. De vader wil graag dat [minderjarige 1] naar de [schoolnaam 2] in [plaats 3] of basisschool [schoolnaam 3] in [plaats 4] gaat. Dit zijn volgens hem goede scholen met dezelfde lesmethoden als basisschool [schoolnaam 4] waar de ouders destijds samen voor gekozen hadden. Volgens de vader vormen deze scholen een duurzaam alternatief, ongeacht waar de moeder uiteindelijk gaat wonen.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat het verzoek van de moeder moet worden toegewezen, en wel om de volgende reden.

Op de zitting is de rechtbank gebleken dat beide ouders het erover eens zijn dat het in het belang van [minderjarige 1] is dat hij start op de basisschool. [minderjarige 1] is immers al een geruime periode vier jaar en beide ouders vinden dat [minderjarige 1] eraan toe is. In het algemeen is naar school gaan ook goed voor de (sociale) ontwikkeling van een kind. Verder is op zitting gebleken dat [minderjarige 1] naar school gaan op dit moment mist. Hij ziet zijn vriendjes uit de buurt wel naar school gaan. Om die reden acht de rechtbank het van belang dat er een beslissing wordt genomen over de schoolkeuze. In de reeds aanhangige echtscheidingsprocedure liggen vergaande verzoeken van de vader voor. Een beslissing op die verzoeken kan grote gevolgen hebben voor waar [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zullen wonen. Op dit moment is er echter nog geen zicht op een mondelinge behandeling van de verzoeken in de echtscheidingsprocedure. Als daar op wordt gewacht betekent dit dat [minderjarige 1] de komende maanden nog steeds niet naar school gaat. Dat is niet in zijn belang.

Bij de beslissing over welke schoolkeuze het meest in het belang is van [minderjarige 1] laat de rechtbank zich leiden door de huidige feitelijke situatie. [minderjarige 1] verblijft op dit moment met de moeder bij haar ouders in [plaats 2]. De moeder heeft momenteel grotendeels de zorg over [minderjarige 1]. Zij verzorgt [minderjarige 1] alle doordeweekse dagen behalve om de week op vrijdag en maandag. Dit betekent dat de vader eenmaal in de twee weken op de vrijdag en maandag [minderjarige 1] van dan wel naar de school moet halen en brengen. Alle andere dagen is dat op dit moment de verantwoordelijkheid van de moeder. Omdat de rechtbank het bovendien onwenselijk vindt als een jong kind dagelijks veel reistijd kwijt is met het brengen en halen naar en van school is het belang van [minderjarige 1] er het meest mee gediend als hij wordt ingeschreven op [schoolnaam 1] in [plaats 2]. Dat sluit het meest aan bij de huidige woonsituatie van [minderjarige 1] en brengt voor de ouders de minste praktische problemen mee. De rechtbank realiseert zich dat de vader [minderjarige 1] dan om de week op vrijdag en maandag van en naar school moet brengen in [plaats 2] en dat dit voor hem onhandig is. Inschrijving op de door de vader voorgestelde scholen leidt echter tot dagelijkse praktische problemen en veel reistijd voor [minderjarige 1] zodat die alternatieven nog minder aantrekkelijk zijn. Op de zitting is bovendien naar voren gekomen dat beide ouders [schoolnaam 1], als het om het onderwijs gaat, een prima school vinden. Verder ligt deze school dichtbij de woning van de ouders van de moeder, waar [minderjarige 1] nu verblijft en wat voor hem een vertrouwde omgeving is. Ook is een school in de wijk belangrijk voor vriendjes in de buurt, wat weer belangrijk is voor zijn sociale ontwikkeling. Van verdere inhoudelijke bezwaren tegen [schoolnaam 1] in [plaats 2] is de rechtbank niet gebleken. Dit betekent dat de rechtbank het verzoek van de moeder zal toewijzen onder afwijzing van de verzoeken van de vader.

De rechtbank overweegt ten overvloede dat zij hoopt dat de ouders in de toekomst wel in staat zullen zijn samen beslissingen te nemen over [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. De rechtbank zou het ook toejuichen als zij daarbij de belangen van de kinderen voor ogen houden en verder kijken dan hun eigen belangen.

Beslissing

De rechtbank:

*

verleent toestemming aan de moeder – welke toestemming die van de vader vervangt – [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats 1], aan te melden en in te schrijven op [schoolnaam 1] te [plaats 2];

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.G. Coopmans-Veraa

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand