RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], verzoeker,
het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, het COa,
de minister van Asiel en Migratie, de minister,
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: AWB 25/20920 en NL25.53688
geboren op [geboortedatum],
van Iraanse nationaliteit,
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. F.J. Hoppenbrouwer),
alsmede
(gemachtigde: mr. P.A.L.A. van Ittersum).
Procesverloop
1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter twee verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening. Het eerste verzoek van verzoeker is connex aan het beroep van verzoeker gericht tegen het besluit van het COa van 25 oktober 2025 (AWB 25/20918). In dat besluit heeft het COa besloten om verzoeker vanaf 25 oktober 2025 in een HTL in Hoogeveen te plaatsen (het plaatsingsbesluit). Het tweede verzoek van verzoeker is connex aan het beroep van verzoeker gericht tegen het besluit van de minister van dezelfde datum om hem een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld ing artikel 56 van de Vw 2000 op te leggen (NL25.53686).
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken op 18 december 2025 gelijktijdig, en samen met de samenhangende beroepen en de beroepen tegen de terugplaatsing van eiser in de HTL op 23 november 2025 (NL25.61134 en AWB 25/23693), op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, een tolk en de gemachtigde van verweerders. De voorzieningenrechter heeft de onderzoeken op de zitting gesloten.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de samenhangende beroepen van verzoeker en de beroepen ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, rechter, in aanwezigheid van
mr. V. Vegter, griffier, op 14 januari 2026 en gepseudonimiseerd gepubliceerd op rechtspraak.nl
de griffier de rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: