ECLI:NL:RBDHA:2026:5205

ECLI:NL:RBDHA:2026:5205

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 24-02-2026
Datum publicatie 13-03-2026
Zaaknummer NL26.6845
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Bewaring, beroep, bekendmaking van de maatregel, bewaringsgronden, lichter middel, gegrond, instandhouding rechtsgevolgen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiseres] , eiseres

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.6845

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. D. Matadien),

en

(gemachtigde: mr. S. Juriaans).

Procesverloop

Bij besluit van 4 februari 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiseres de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 18 februari 2026 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen S. van Beek-Nikitina. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Bekendmaking van de maatregel

1. Eiseres betwist dat de maatregel van bewaring op juiste wijze aan haar bekend is gemaakt, omdat uit de maatregel niet blijkt dat deze aan haar is voorgehouden met behulp van een tolk die zij begrijpt. Dit is een schending van zowel het zorgvuldigheidsbeginsel als het verdedigingsbeginsel en leidt volgens eiseres tot een vormverzuim, dan wel een onrechtmatige inbewaringstelling.

2. De rechtbank constateert dat tijdens het gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling de redenen voor de bewaring (zowel de zware als de lichte gronden) met eiseres zijn besproken, waarbij een beëdigde Russische tolk aanwezig was. Eiseres heeft vervolgens verklaard dat zij alles wat de tolk had vertaald begreep en verstond. De enkele stelling van eiseres op zitting dat zij de Russische tolk niet goed kon begrijpen, maakt dit niet anders nu in het (op ambtseed opgemaakte) proces-verbaal iets anders staat. Er mocht van eiseres verwacht worden dat, als zij de tolk niet (goed) kon verstaan, zij dit zou aangeven toen ernaar werd gevraagd. Er is dus naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een gebrek.

3. Gelet op het voorgaande slaagt de beroepsgrond dat de bekendmaking van de maatregel een gebrek kende waarmee de inbewaringstelling onrechtmatig is, niet.

Bewaringgronden

4. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de bewaring noodzakelijk is met het oog op het verkrijgen van gegevens die noodzakelijk zijn voor beoordeling van een asielaanvraag. Verweerder heeft, onder verwijzing naar artikel 5.1b, derde en vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit (Vb), als zware gronden vermeld dat eiseres:

3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en zij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;

en als lichte gronden vermeld dat eiseres:

4a. zich niet aan een of meer andere voor haar geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

Tevens heeft verweerder in de maatregel van bewaring overwogen dat eiseres (1°) in bewaring werd gehouden in het kader van een terugkeerprocedure uit hoofde van de Terugkeerrichtlijn, (2°) reeds de mogelijkheid van toegang tot de asielprocedure heeft gehad en (3°) op redelijke gronden kan worden aangenomen dat zij de aanvraag louter heeft ingediend om de uitvoering van het terugkeerbesluit uit te stellen of te verijdelen.

5. Verweerder heeft ter zitting de grondslag onder artikel 59b, eerste lid, onder c, van de Vw laten vallen. Deze grondslag wordt niet gehandhaafd omdat eiseres niet eerder een asielprocedure heeft doorlopen.

6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de maatregel niet ook op de c-grond van artikel 59b, eerste lid, van de Vw heeft kunnen baseren. Dit is een gebrek in de motivering van de maatregel van bewaring. Omdat de maatregel wel op de b-grond van artikel 59b, eerste lid, van de Vw kon worden gebaseerd, besluit de rechtbank de rechtsgevolgen in stand te laten met toepassing van artikel 8:72, derde lid, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht.

7. Eiseres heeft de overige gronden die aan de maatregel van bewaring ten grondslag zijn gelegd, en de daarop gegeven toelichtingen, niet expliciet betwist. De onbestreden zware gronden 3a en 3b, die de ambtshalve toetsing van de rechtbank doorstaan, kunnen naar het oordeel van de rechtbank de maatregel dragen. Er volgt namelijk uit dat er een significant risico bestaat dat eiseres zich aan het toezicht zal onttrekken. De overige bewaringsgronden kunnen daarom onbesproken blijven.

Lichter middel

8. Eiseres stelt dat verweerder een lichter middel had moeten toepassen dan de inbewaringstelling. Zij voert daartoe aan dat zij terechtkan bij haar vriendin in Rotterdam, waar zij feitelijk al verbleef. Bovendien is de inbewaringstelling belastend voor eiseres. Zij ervaart het detentiecentrum als koud en heeft daarnaast stress en angst, wat haar medische klachten negatief beïnvloedt. Volgens eiseres vormen deze persoonlijke omstandigheden een weerlegging van het risico op onttrekking.

9. De rechtbank volgt eiseres hierin niet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder voldoende gemotiveerd waarom een lichter middel dan de inbewaringstelling niet volstaat. Hierbij verwijst de rechtbank naar de (onbetwiste) gronden die aan de maatregel van bewaring ten grondslag zijn gelegd en het significante onttrekkingsrisico dat daaruit volgt. Eiseres heeft verder geen bewijs aangeleverd waaruit blijkt dat zij vanwege medische of psychologische problemen niet in detentie geplaatst kan worden; een enkele stelling is daarvoor onvoldoende. Daarnaast heeft eiseres in het gehoor voorafgaand aan de inbewaringstelling verklaard kerngezond te zijn en dat er geen veranderingen zijn geweest in haar medische situatie sinds haar vorige inbewaringstelling. Verweerder heeft bovendien aangegeven dat er medische en psychische zorg in het detentiecentrum beschikbaar is. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat deze zorg onvoldoende, onbereikbaar of niet passend is, noch dat haar gezondheid door gebrek aan zorg in detentie zou verslechteren. Deze beroepsgrond slaagt niet.

Ambtshalve toetsing

10. De rechtbank overweegt tot slot dat zij, zoals blijkt uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof) van 8 november 2022 (ECLI:EU:C:2022:858), gehouden is ambtshalve de rechtmatigheidsvoorwaarden van de maatregel van bewaring te toetsen. Ook met inachtneming van deze ambtshalve toetsing ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat de oplegging van de maatregel van bewaring tot het moment van sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was. Daarnaast heeft het Hof in het arrest Adrar van 4 september 2025 (ECLI:EU:C:2025:647), voor recht verklaard dat de bewaringsrechter zo nodig ambtshalve moet nagaan of het beginsel van non-refoulement en/of het belang van het kind en het familie- en gezinsleven, bedoeld in respectievelijk artikel 5, onder a) en b), van richtlijn 2008/115 zich verzetten tegen de verwijdering als de bewaringsmaatregel is opgelegd om de terugkeer van een illegaal verblijvende derdelander voor te bereiden en/of om de verwijderingsprocedure uit te voeren. Het is de rechtbank niet gebleken dat het familie- en gezinsleven van eiseres of het beginsel van non-refoulement zich verzetten tegen de verwijdering van eisers.

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep is gegrond. De rechtbank bepaalt dat de rechtsgevolgen van de maatregel in stand blijven. De rechtbank ziet geen aanleiding om eiseres schadevergoeding toe te kennen. Het verzoek daartoe wordt daarom afgewezen.

12. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten vanwege het geconstateerde gebrek onder rechtsoverweging 7. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,00 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1). Omdat aan eiseres een toevoeging is verleend, moet verweerder de proceskostenvergoeding betalen aan de rechtsbijstandverlener.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- bepaalt dat de rechtsgevolgen van dit besluit in stand blijven;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.868,00.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Hello, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Stehouwer, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A. Hello

Griffier

  • mr. M. Stehouwer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?