ECLI:NL:RBDHA:2026:5210

ECLI:NL:RBDHA:2026:5210

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 16-02-2026
Datum publicatie 13-03-2026
Zaaknummer NL25.49389
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Beroep niet tijdig beslissen op de aanvraag, besluit genomen. Eiser heeft niet gereageerd. De rechtbank verklaart het beroep, voor zover dat gericht is tegen het niet tijdig nemen van een besluit, niet-ontvankelijk. Doorverwijzing naar het bestuursorgaan voor behandeling bezwaarschrift. Dictum: niet-ontvankelijk

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

uitspraak

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.49389

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. L.K. Matpanözer),

en

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister niet tijdig heeft beslist op zijn aanvraag.

Op 11 november 2025 heeft de minister alsnog een besluit genomen op de aanvraag (het reële besluit).

Eiser heeft niet gereageerd op het verzoek van de rechtbank om op het besluit te reageren. Het beroep blijft gehandhaafd.

Overwegingen

1. De rechtbank vindt het in de zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1

Hoe oordeelt de rechtbank over het beroep?

2. Op 11 november 2025 heeft verweerder een inhoudelijk besluit genomen op de aanvraag van eiser. De rechtbank zal geen uitspraak doen over de vraag of eiser gelijk had met zijn beroep. Dit is om de volgende reden. Eiser wilde met zijn beroep bereiken dat de minister alsnog zou beslissen op zijn aanvraag. Omdat de minister inmiddels heeft beslist, heeft het beroep van eiser geen zin meer. Eiser heeft zogezegd geen procesbelang meer bij zijn beroep. Het beroep is daarom, voor zover het zich richt tegen het niet tijdig nemen van een besluit, niet-ontvankelijk.

3. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft van rechtswege mede betrekking op het alsnog genomen besluit.2 Omdat dit besluit een besluit op de aanvraag is, verwijst de

1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

2 Artikel 6:20, derde lid, van de Awb.

rechtbank het beroep naar de minister om daar als bezwaar te worden behandeld.

Gelet op het voorgaande is het beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag van eiser niet-ontvankelijk. Het beroep gericht tegen het besluit van 11 november 2025 verwijst de rechtbank door naar de minister om als bezwaarschrift te behandelen.3

Veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van eiser?

4. De rechtbank ziet aanleiding om de minister te veroordelen in de proceskosten die eiser redelijkerwijs heeft moeten maken. Dit omdat de minister het besluit van

11 november 2025 te laat heeft genomen en eiser terecht beroep heeft ingesteld tegen het niet tijdig nemen van dat besluit. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de andere partij laten betalen.4

5. De rechtbank stelt de proceskosten van eiser vast op € 467,-. Volgens het Bpb is dit een vast bedrag, omdat eiser een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor hem een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden, wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 0,5). Ook moet de minister aan eiser het door hem betaalde griffierecht vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van M.H.G.P. Tober, griffier.

3 Artikel 6:20, vierde lid, van de Awb.

4 Artikel 8:75, eerste lid, van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

16 februari 2026

Documentcode: [Documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A. Skerka

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?