RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.15416
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. N. Vollebergh),
en
(gemachtigde: mr. P.M.W. Jans).
Procesverloop
Bij besluit van 13 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers asielaanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 28 januari 2026 op zitting behandeld in Breda. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [naam] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 2007 en de Somalische nationaliteit te hebben. Hij heeft op 12 oktober 2022 een asielaanvraag ingediend. Hieraan heeft hij ten grondslag gelegd dat hij in 2021 in aanraking kwam met een lid van Al-Shabaab. Dit lid heeft eiser, eisers broer en eisers vriend geprobeerd te rekruteren. Nadat zij dit geweigerd hebben, heeft dit lid eisers vader gebeld en wederom verzocht zich aan te sluiten bij Al-Shabaab. Eisers vader heeft dit eveneens geweigerd, waarna zij zijn bedreigd. Eiser, eisers broer en eisers vriend zijn toen gaan onderduiken. Nadat eiser de volgende dag wakker werd, waren zijn broer en vriend niet aanwezig. De eigenaar van de woning waar zij ondergedoken zaten, vertelde eiser dat zij waren opgepakt en vermoord door Al-Shabaab. Om die reden heeft eiser Somaliƫ verlaten en vreest hij bij terugkeer voor Al-Shabaab.
2. Verweerder heeft eisers asielaanvraag afgewezen als ongegrond. Daarbij volgt verweerder eisers verklaringen over zijn nationaliteit en herkomst. De gestelde identiteit acht verweerder echter ongeloofwaardig. Ook de gestelde problemen met Al-Shabaab worden ongeloofwaardig geacht.
3. Eiser voert aan dat verweerder ten onrechte zijn identiteit en problemen met Al-Shabaab ongeloofwaardig heeft geacht. Zijn herkomst en nationaliteit zijn onlosmakelijk onderdeel van zijn identiteit. Daarnaast kan hij niet verantwoordelijk worden gesteld voor de afwijkende identiteitsgegevens op de overgelegde documenten, omdat hij destijds minderjarig was en geen invloed had op het verkrijgen ervan. Verder past eiser in het profiel van wie Al-Shabaab rekruteert en vindt gedwongen rekrutering nog altijd plaats. Ter onderbouwing hiervan verwijst hij naar het AAB Somaliƫ van 2025. Tot slot heeft eiser pas in de zienswijze zaken kunnen verduidelijken, omdat hij tijdens het nader gehoor hier niet op is gewezen en in het voornemen verweerders standpunt duidelijk werd.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Als de vreemdeling zijn verklaringen, of een deel hiervan, niet met documenten kan onderbouwen, dan kan aan de vreemdeling toch het voordeel van de twijfel worden gegeven. De verklaringen van de vreemdeling worden alsnog geloofwaardig geacht als deze samenhangend zijn, aannemelijk zijn bevonden en niet in strijd met openbare informatie.
5. De rechtbank stelt allereerst vast dat niet in geschil is dat eiser geen originele documenten heeft overgelegd die zijn identiteit aannemelijk kunnen maken. Ook is niet in geschil dat eisers opgegeven identiteitsgegevens niet overeenkomen met de identiteitsgegevens op de wel overgelegde documenten. Verweerder heeft in het voornemen en het bestreden besluit gemotiveerd uiteengezet dat eiser niet goed heeft uitgelegd waarom deze identiteitsgegevens niet overeenkomen met de door eiser tijdens zijn gehoren gegeven informatie. Dat dit volgens eiser niet aan hem mag worden tegengeworpen, wordt niet gevolgd. Het is immers eiser zelf geweest die de documenten met afwijkende identiteitsgegevens heeft overgelegd. Dat hij ten tijde van de opmaak van de documenten minderjarig was, maakt voor het voorgaande niet uit en leidt dan ook niet tot een ander oordeel. Verder heeft verweerder terecht aan eiser tegengeworpen dat hij tegenstrijdig heeft verklaard over het al dan niet bezitten van documenten. Eiser heeft eerst verklaard dat hij geen andere documenten dan het Turkse visum heeft gekregen van de reisagent. Daarna blijkt dat eiser nog een vals Grieks verblijfsdocument en een Nederlandse ID-kaart heeft gehad van de reisagent. Eiser heeft geen bevredigende uitleg kunnen geven voor deze tegenstrijdige verklaringen. Gelet hierop heeft verweerder dan ook niet ten onrechte eisers identiteit ongeloofwaardig geacht.
6. Nu eisers identiteit niet aannemelijk is gemaakt, volgt uit vaste jurisprudentie van de Afdeling dat een verdere beoordeling van het asielrelaas niet kan worden verricht. Een asielmotief heeft namelijk slechts betekenis tegen de achtergrond van de identiteit, nationaliteit en herkomst van een vreemdeling.
7. Het beroep is ongegrond.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 11 maart 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.