RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.61456
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. G. Kaya),
en
Procesverloop
Bij besluit van 18 november 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de het bezwaar van eiser tegen de afwijzing van een visum kort verblijf ongegrond verklaard.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb bevat het beroepschrift ten minste de gronden van het beroep. Dat zijn de punten waarop degene die beroep instelt het niet eens is met het bestreden besluit.
2. Als er geen gronden worden ingediend, kan de rechtbank op grond van artikel 6:6 van de Awb het beroep niet-ontvankelijk verklaren. Dat houdt in dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld. De rechtbank moet dan wel eerst een mogelijkheid tot herstel bieden.
3. Gemachtigde heeft namens eiser op 15 december 2025 tijdig beroep ingesteld tegen het besluit van 18 november 2025. Het beroepschrift bevatte echter geen gronden. Daarom heeft de rechtbank op 17 december 2025 via een bericht in het digitale dossier aan gemachtigde verzocht om binnen vier weken na de dag van verzending van dat bericht alsnog de gronden van het beroep in te dienen. Daarbij is meegedeeld dat het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien de gronden niet binnen die termijn worden ingediend. Binnen de gestelde hersteltermijn, die afliep op 14 januari 2026 zijn geen gronden ontvangen. Het is de rechtbank niet gebleken dat sprake is van een verschoonbaar verzuim.
4. Gelet hierop is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 11 maart 2026 door mr. M.L.Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.