ECLI:NL:RBDHA:2026:5259

ECLI:NL:RBDHA:2026:5259

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 27-02-2026
Datum publicatie 13-03-2026
Zaaknummer AWB 25/14283
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

Afwijzing visum kort verblijf. De afwijzing houdt in dit geval stand vanwege een onvoldoende sociale- en economische band met het land van herkomst (Marokko). Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 februari 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres

de minister van Buitenlandse Zaken, namens deze; Procesvertegenwoordiging IND

Inleiding

Juridisch kader

Het bestreden besluit (in essentie)

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 25/14283

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. R. Aboukir),

en

(gemachtigde: S. Kuster).

1. Eiseres heeft op 15 januari 2025 een aanvraag ingediend voor een visum kort verblijf om in de periode van 28 februari 2025 tot en met 28 maart 2025 in Nederland te verblijven. Als reden heeft eiseres opgegeven dat zij haar echtgenoot in Nederland wil bezoeken. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 27 januari 2025 (het primaire besluit) afgewezen.

2. De echtgenoot van eiseres, de heer [referent] (referent), heeft namens haar, bezwaar gemaakt. Het bezwaar is met het besluit van 16 juni 2025 (het bestreden besluit) kennelijk ongegrond verklaard.

3. Er is namens eiseres beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft gereageerd met een verweerschrift.

4. De rechtbank heeft het beroep op 9 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben referent en zijn gemachtigde deelgenomen middels een beeldverbinding. Ook de gemachtigde van de minister heeft deelgenomen middels een beeldverbinding.

5. Een vreemdeling moet een geldig visum hebben om maximaal 90 dagen in het Schengengebied te mogen verblijven. Nederland is onderdeel van het Schengengebied.

6. De vreemdeling moet aan bepaalde voorwaarden voldoen voor een visum kort verblijf. Om te kunnen beoordelen of de vreemdeling hieraan voldoet moet de vreemdeling bewijs overleggen. In Bijlage II bij de Visumcode is een niet-limitatieve opsomming van het bewijs vermeld dat moet worden overgelegd.

7. Hierbij is onder meer belangrijk dat uit het bewijs moet blijken dat de vreemdeling het voornemen heeft vóór het verlopen van het visum het Schengengebied te verlaten. In dit kader zijn in artikel 32 van de Visumcode redenen opgenomen voor het weigeren van het visum. De redenen hiervoor zijn onder andere de situatie dat:

- het doel en omstandigheden van het voorgenomen verblijf niet zijn aangetoond;

- niet is aangetoond dat de vreemdeling over voldoende middelen van bestaan beschikt (o.a. voor de duur van het voorgenomen verblijf in Nederland en de terugreis);

- er redelijke twijfel bestaat over de echtheid/ geloofwaardigheid van de overgelegde bewijsstukken en de betrouwbaarheid van de verklaringen van de aanvrager over het tijdig verlaten van het grondgebied van de lidstaten.

8. De minister stelt dat niet aannemelijk is dat eiseres tijdig het Schengengebied zal verlaten. Volgens de minister is niet gebleken van een voldoende sterke sociale binding van eiseres met Marokko. Eiseres is 38 jaar en heeft geen kinderen. Er is dus geen eigen achterblijvend gezin in Marokko, waarvoor eiseres verantwoordelijkheid draagt. Zij laat weliswaar haar ouders en vijf broers en zussen achter in Marokko, maar er is niet gebleken dat eiseres zorg draagt voor directe familieleden of in staat is hen te onderhouden. Ook is niet gebleken van zwaarwegende maatschappelijke verplichtingen die eiseres dwingen tijdig naar Marokko terug te keren. Hier staat tegenover dat eiseres een sociale binding met Nederland heeft, omdat haar echtgenoot hier woont. Daarnaast is volgens de minister niet gebleken van een economische binding van eiseres met Marokko. Zo blijkt niet van een stabiel en regelmatig inkomen van eiseres in Marokko om zelfstandig in haar onderhoud te kunnen voorzien. Op de visumaanvraag heeft eiseres vermeld dat zij werkloos is. In bezwaar is aangevuld dat eiseres huisvrouw is. Als wordt aangenomen dat eiseres door haar echtgenoot wordt onderhouden, dan is dit niet met stukken onderbouwd. Daarbij vereist financiële ondersteuning van de echtgenoot niet dat eiseres in Marokko moet verblijven. Dit waarborgt dus niet een tijdige terugkeer. Tot slot trekt de minister de juistheid van het opgegeven reisdoel in twijfel. Eiseres heeft weliswaar opgegeven dat zij tijdelijk bij haar echtgenoot in Nederland wil verblijven, maar de minister neemt vanwege de zwakke binding met Marokko een vestigingsgevaar aan.

Beroepsgronden (in essentie)

9. Tijdens de zitting is verduidelijkt dat eiseres de door de minister gehanteerde criteria begrijpt en niet (meer) betwist dat hij de sociaal en economische binding van eiseres met Marokko mag betrekken. Zij vindt echter dat onvoldoende gewicht is toegekend aan haar intentie en betrouwbaarheid en die van referent. Eiseres en referent willen enkel tijdelijk samen in Nederland verblijven. Hierbij heeft referent uitgelegd dat hij al op leeftijd is en over drie jaar met pensioen gaat. Hij wil dan in Marokko gaan leven bij eiseres. Een leven voor eiseres in de illegaliteit in Nederland zou voor haar en referent te belastend zijn. In het verlengde hiervan kan het huwelijk van eiseres met referent niet uitgelegd worden als een sociale band met Nederland die zo sterk is dat tijdige terugkeer niet aannemelijk is. Als gezegd is het juist de bedoeling om op termijn samen in Marokko te gaan wonen. Verder benadrukt eiseres haar band met Marokko, zij is 38 jaar en heeft altijd in Marokko gewoond. Eiseres is alleen het Arabisch en Frans machtig en kent behalve referent niemand in Nederland.

Beoordeling door de rechtbank

10. De rechtbank stelt allereerst vast dat tijdens de zitting namens eiseres is meegedeeld dat zij de door de minister gehanteerde criteria begrijpt. Het beroep richt zich er daarom niet (meer) op dat een onjuiste maatstaf zou zijn gehanteerd, of dat de minister niet de sociaal- en economische binding mocht betrekken. Ook is tijdens de zitting, namens eiseres, meegedeeld dat als getwijfeld wordt aan een tijdige terugkeer, het reisdoel in twijfel getrokken mag worden. Eiseres benadrukt wel dat de minister meer gewicht had moeten toekennen aan de intentie en betrouwbaarheid van haarzelf en referent.

11. De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of de minister de aanvraag voor een visum kort verblijf mocht weigeren, met als reden dat eiseres onvoldoende aannemelijk zou hebben gemaakt dat zij tijdig (vóór het aflopen van het visum) het Schengengebied zal verlaten. De rechtbank overweegt dat de minister in dit geval aan eiseres kon tegenwerpen dat zij een geringe sociale band heeft met Marokko. Zij is 38 jaar, heeft geen kinderen en haar echtgenoot bevindt zich in Nederland. Eiseres haar ouders en broers en zussen wonen weliswaar in Marokko, maar er is niet gebleken dat zij zorg voor hen draagt of hen onderhoudt. Ook is niet gebleken dat eiseres in Marokko zwaarwegende maatschappelijke verplichtingen heeft. Hier staat tegenover dat eiseres wel (enige) binding met Nederland heeft, omdat haar echtgenoot hier verblijft. Een huwelijk is wellicht niet in alle gevallen een doorslaggevend aspect, maar kan wel worden meegewogen voor een sociale band met een bepaald land. Als het gaat over de economische binding van eiseres met Marokko dan is van belang dat eiseres zelf heeft aangegeven dat zij werkloos is. Indien referent haar financieel ondersteunt dan maakt dit de situatie niet anders, hij kan haar ook bij een verblijf in Nederland financieel ondersteunen. Al met al heeft de minister kunnen vaststellen dat eiseres onvoldoende sociale- en economische binding heeft met Marokko. Eiseres heeft dit ook niet of nauwelijks weersproken en geen stukken overgelegd die bijvoorbeeld een economische band wel zouden kunnen ondersteunen. Verder is de minister wel ingegaan op de beweerde intentie van referent om over enkele jaren in Marokko te gaan wonen, maar hij mocht hieraan een beperkt gewicht geven omdat het gaat om een onzekere toekomstige gebeurtenis. De beroepsgronden slagen niet.

Conclusie en gevolgen

12. Het beroep is ongegrond.

13. Bij deze uitkomst is er geen aanleiding voor een vergoeding van het griffierecht of veroordeling in de proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, rechter, in aanwezigheid van mr. S. van den Broek, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. P. Lenstra

Griffier

  • mr. S. van den Broek

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand