[naam], verzoeker
V-nummer: [nummer],
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om de minister te veroordelen in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een verblijfsdocument EU/EER. Verzoeker heeft het beroep ingetrokken, omdat verweerder op 29 december 2025 alsnog een besluit heeft genomen.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
Beoordeling door de rechtbank
Onder welke voorwaarden kan een verzoek tot vergoeding van de proceskosten worden ingediend?
2. Verzoeker heeft zijn beroep tegen het niet tijdig beslissen ingetrokken, omdat de minister door het nemen van een besluit tegemoet is gekomen aan zijn verzoek. Verzoeker heeft daarbij gevraagd om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten.
3. Als niet is voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep tegen het niet tijdig nemen van het besluit, bestaat geen recht op een vergoeding van de proceskosten.
Moet de minister de proceskosten van verzoeker vergoeden?
4. De minister is weliswaar tegemoet gekomen aan het beroep van verzoeker, maar
toch bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het beroepschrift is niet ingediend door een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent en ook verder is niet gebleken van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk ongegrond af.
5. De minister moet het door de verzoeker betaalde griffierecht vergoeden.
Beslissing
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van A.W. Landman, griffier.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.