ECLI:NL:RBDHA:2026:5270

ECLI:NL:RBDHA:2026:5270

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 12-03-2026
Datum publicatie 13-03-2026
Zaaknummer NL25.21914
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Utrecht

Samenvatting

De minister heeft een beslissing genomen op de aanvraag van verzoeker. Tegen deze beslissing heeft verzoeker bezwaar ingediend bij de minister. Hangende de beslissing op dat bezwaar heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De minister heeft een beslissing op het bezwaar van verzoeker genomen. Verzoeker heeft geen beroep ingesteld tegen deze beslissing. Ontbreken van connexiteit. Dictum: Niet-ontvankelijk

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

uitspraak

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.21914

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker, V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. A. Orhan),

en

Procesverloop

De minister heeft op 6 mei 2025 een beslissing genomen op de aanvraag van verzoeker. Tegen deze beslissing heeft verzoeker bezwaar ingediend bij de minister. Hangende de beslissing op dat bezwaar heeft verzoeker de voorzieningenrechter op 12 mei 2025 verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Op 22 januari 2026 heeft de minister een beslissing op het bezwaar van verzoeker genomen. Verzoeker heeft geen beroep ingesteld tegen deze beslissing.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het verzoek om een voorlopige voorziening is namelijk kennelijk niet-ontvankelijk, waardoor de voorzieningenrechter de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Indien een belanghebbende hangende de beslissing op een bezwaar een verzoek om een voorlopige voorziening heeft ingediend en nadien heeft hij beroep ingesteld tegen de beslissing op dat bezwaar, dan wordt het reeds ingediende verzoek om een voorlopige voorziening gelijkgesteld met een verzoek dat wordt gedaan hangende het ingediende beroep bij de rechtbank.1 Het verzoek om een voorlopige voorziening is zo connex aan het beroep.

3. De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker geen beroep heeft ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van 22 januari 2026. Er is aldus niet voldaan aan het connexiteitsvereiste. Dit maakt dat het verzoek om een voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk is. De voorzieningenrechter zal het verzoek om een voorlopige voorziening daarom niet inhoudelijk behandelen. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

1. Op grond van artikel 8:81, vijfde lid, van de Awb.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf,voorzieningenrechter, in aanwezigheid van

M.H.G.P. Tober, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

12 maart 2026

Documentcode: [Documentcode]

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?