ECLI:NL:RBDHA:2026:5279

ECLI:NL:RBDHA:2026:5279

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 13-03-2026
Datum publicatie 13-03-2026
Zaaknummer 26.10657
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Groningen

Samenvatting

Bewaring ex artikel 59 eerste lid sub a Vw

Uitspraak

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. S. Guman),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. V.R. Bloemberg).

Inleiding

1. De minister heeft op 25 februari 2026 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet ook worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep op 6 maart 2026 met behulp van telehoren op zitting behandeld. Eiser is op het detentiecentrum Rotterdam verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Op de rechtbank in Groningen is een tolk verschenen. De minister heeft zich op de rechtbank laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

2. In de maatregel van bewaring heeft de minister overwogen dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat het risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken en eiser de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. De minister heeft hieraan ten grondslag gelegd dat eiser:

(zware gronden) 3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;3b. zich in strijd met de Vreemdelingenwetgeving gedurende enige tijd aan het toezicht op vreemdelingen heeft onttrokken;3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;3i. heeft te kennen gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan de verplichting tot terugkeer.

(lichte gronden) 4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.

3. De minister heeft de gronden in de maatregel nader gemotiveerd. Verder heeft de minister overwogen dat een minder dwingende maatregel (lichter middel) niet doeltreffend kon worden toegepast.

4. Hierna beoordeelt de rechtbank het beroep tegen de maatregel van bewaring. Daarbij bespreekt zij de beroepsgronden en toetst zij de rechtmatigheid van de bewaring ambtshalve.

Voortraject

5. De rechtbank stelt vast dat eiser de procedure voorafgaand aan de inbewaringstelling niet heeft bestreden. De bewaring is niet op die grond onrechtmatig.

Grondslag

6. Eiser voert aan dat in de maatregel ten onrechte is overwogen dat hij illegaal in Nederland is. Op grond van het Unierecht heeft hij als Poolse onderdaan het recht om in Nederland te verblijven en te werken. Nadat zijn verblijfsrecht is ingetrokken op 9 september 2024 heeft hij Nederland meer dan drie maanden verlaten en de banden met Nederland effectief verbroken. Ter zitting heeft eiser aangegeven in oktober 2024 te zijn vertrokken naar Polen. Hiermee heeft hij voldaan aan zijn vertrekplicht, waardoor het besluit niet meer van kracht is en eiser nu opnieuw rechtmatig verblijf heeft in Nederland.

Bij besluit van 10 september 2024 is het rechtmatig verblijf van eiser op grond van het Unierecht ingetrokken. Uit het dossier volgt dat eiser deze beschikking op 1 oktober 2024 in persoon heeft ontvangen. De stelling van eiser dat hij na Nederland te hebben verlaten in oktober 2024 opnieuw rechtmatig verblijf heeft gekregen op grond van het Unierecht wordt door de rechtbank niet gevolgd. Hoewel het tijdsverloop - daargelaten of eiser daadwerkelijk de gestelde drie maanden in Polen heeft verbleven - relevant is bij de beoordeling of eiser zijn verblijf in Nederland daadwerkelijk en effectief heeft beëindigd, is het niet doorslaggevend. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake was van een materiële wijziging van de omstandigheden als bedoeld in het arrest F.S. Zo heeft hij in het geheel niet nader onderbouwd dat hij het centrum van zijn persoonlijke, professionele of familiebelangen naar Polen (of een andere lidstaat) heeft overgebracht. Dat eiser inmiddels drukdoende was om arbeid te vinden in Nederland, volgt de rechtbank niet. Eiser heeft dit namelijk niet nader onderbouwd. Gelet hierop en omdat de periode van verblijf van eiser buiten Nederland relatief kort is, heeft de minister mogen aannemen dat eiser zijn verblijf niet daadwerkelijk en effectief heeft beëindigd.

Gronden

7. Eiser voert over zware grond 3a aan dat hij als EU-burger zonder verblijfsrecht in Nederland mag verblijven. Over zware grond 3b voert eiser aan dat eiser als Unieburger niet onder het toezicht op vreemdeling valt. Daarnaast stelt eiser over zware grond 3c dat hij wel heeft voldaan aan zijn vertrekplicht door in oktober 2024 Nederland te verlaten. Verder voert eiser over zware grond 3i aan dat hij bereid is om te vertrekken als dat moet. Over lichte grond 4a stelt eiser dat deze verplichtingen voor hem als Unieburger niet gelden. Lichte grond 4c kan hem ook niet worden tegengeworpen, omdat hij een verblijfplaats had bij AMOK in Amsterdam. Tot slot voert eiser over lichte grond 4d aan dat hij bezig was om te solliciteren en geld te gaan verdienen.

De rechtbank is van oordeel dat de zware en lichte gronden 3a, 3b, 3c, 3i, 4a, 4c en 4d in samenhang gezien en gelet op de motivering in de maatregel, voldoende zijn om de maatregel van bewaring te kunnen dragen. Ook bestaat voldoende grond voor het standpunt van de minister dat er een risico op onttrekking bestaat.

Het is feitelijk juist dat eiser niet op de voorgeschreven wijze Nederland is binnengekomen (3a). Eiser heeft sinds 1 oktober 2024 geen rechtmatig verblijf meer en heeft in Nederland pas een paspoort aangevraagd. Hij is dan ook niet op de voorgeschreven wijze Nederland binnengekomen. Ook is het feitelijk juist dat eiser geen melding heeft gemaakt van zijn illegaal verblijf bij de korpschef, waardoor hij zich aan het toezicht heeft onttrokken (3b). Eiser heeft daarnaast niet binnen de termijn voldaan aan zijn vertrekplicht (3c). Het is ook feitelijk juist dat eiser te kennen heeft gegeven dat hij niet wil terugkeren naar Polen (3i). Daarnaast heeft eiser niet voldaan aan de verplichtingen uit hoofdstuk 4 van het Vb (4a), omdat hij zich niet heeft gemeld bij de korpschef zoals bedoeld in artikel 4.39 Vb. Eiser heeft geen rechtmatig verblijf, waardoor de verplichtingen uit dit hoofdstuk op hem van toepassing zijn. Ook heeft hij geen vaste woon- of verblijfplaats (4c) en onvoldoende middelen van bestaan (4d). Eiser leeft een zwervend bestaan en verblijft in de daklozenopvang, maar staat niet ingeschreven op een adres in de BRP. Zijn middelen van bestaan zijn onvoldoende om te voorzien in zijn levensonderhoud en de reis naar Polen te bekostigen. Eiser heeft daarnaast verder niet onderbouwd dat hij bezig was met solliciteren.

Lichter middel

8. Eiser stelt zich op het standpunt dat er een lichter middel had moeten worden toegepast omdat hij heeft aangegeven binnen tien dagen werk te vinden. Er had kunnen worden volstaan met een meldplicht.

Gelet op de gronden die aan de maatregel ten grondslag zijn gelegd en de verklaringen van eiser, is de minister er terecht vanuit gegaan dat eiser niet uit eigen beweging gevolg zal geven aan de op hem rustende vertrekplicht. Een lichter middel volstaat niet om de uitzetting van eiser te verzekeren. Dat hij binnen tien dagen werk kan vinden, is door eiser niet onderbouwd. Los daarvan leidt het ook niet tot de conclusie dat een lichter middel opgelegd had moeten worden.

Eiser heeft aangegeven dat hij last heeft van een kromme vinger, die soms pijn doet bij inspanning. Door de minister is eiser erop gewezen dat alle medische faciliteiten in het detentiecentrum Rotterdam aanwezig zijn. De medische zorgverlening binnen de detentie- en uitzetcentra in Nederland is gelijkwaardig aan de gezondheidszorg in de vrije maatschappij. Daarnaast overweegt de rechtbank dat eiser geen andere persoonlijke omstandigheden kenbaar heeft gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat de minister terecht geen aanleiding heeft gezien om aan eiser een lichter middel op te leggen.

Voortvarendheid en zicht op uitzetting

9. Op de zesde dag van de inbewaringstelling, namelijk op 2 maart 2026, is er met eiser een vertrekgesprek gevoerd. De rechtbank vindt deze gang van zaken voldoende voortvarend.

De inbewaringstelling is in strijd met artikel 59, van de Vw en het Unierecht indien zicht op uitzetting ontbreekt. Voor dat oordeel ziet de rechtbank geen aanleiding. De rechtbank stelt hierbij voorop dat zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Polen in het algemeen niet ontbreekt. Daar komt bij dat de minister op de zitting heeft aangegeven dat een aanvraag naar de Poolse autoriteiten is verzonden voor overname van eiser.

Conclusie en gevolgen

11. De rechtbank ziet ook ambtshalve geen aanleiding voor het oordeel dat de maatregel onrechtmatig is.

12. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A. Postma, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. V.A.G. van Dijk

Griffier

  • mr. M.A. Postma

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?