ECLI:NL:RBDHA:2026:5292

ECLI:NL:RBDHA:2026:5292

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 13-03-2026
Datum publicatie 13-03-2026
Zaaknummer 09/289051-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Geweld op het voetbalveld. De verdachte heeft zich als speler schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging en mishandeling van de keeper van de tegenstander. De rechtbank legt een taakstraf van 180 uur op. De vordering benadeelde partij van een speler die door een ander dan de verdachte zwaar is mishandeld, wordt niet-ontvankelijk verklaard, omdat zijn schade geen rechtstreeks verband houdt met de bewezenverklaarde feiten.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer: 09/289051-24

Datum uitspraak: 13 maart 2026

Tegenspraak

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),

verblijfadres: [adres] , [postcode] [woonplaats] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 5 december 2025 (regie) en

27 februari 2026 (inhoudelijke behandeling).

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. A.C.M. Beneken genaamd Kolmer en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. H.W. van Eeuwijk naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging op de terechtzitting van

27 februari 2026 - ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 10 februari 2024 te Delft, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, aan [aangever] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een of meer gebroken en/of verbrijzelde kaken, heeft toegebracht, door die [aangever]

- te slaan tegen het gezicht, althans tegen het lichaam, en/of

- te schoppen tegen de borstkas en/of het hoofd, althans tegen het lichaam;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 10 februari 2024 te Delft, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [aangever] heeft mishandeld door die [aangever]

- te slaan tegen het gezicht, althans tegen het lichaam, en/of

- te schoppen tegen de borstkas en/of het hoofd, althans tegen het lichaam

terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een of meer gebroken en/of verbrijzelde

kaken, ten gevolge heeft gehad;

en/of

hij op of omstreeks 10 februari 2024 te Delft, openlijk, te weten op een voetbalveld van [voetbalclub 1] , in elk geval op of aan de openbare en/of een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging, geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [aangever] , door die [aangever]

- te slaan tegen het gezicht, althans tegen het lichaam, en/of

- te schoppen tegen de benen, en/of het bovenlijf en/of het hoofd, althans tegen het lichaam.

3. De bewijsbeslissing

Inleiding

Op zaterdag 10 februari 2024 vond in Delft een voetbalwedstrijd plaats tussen twee teams van de voetbalverenigingen [voetbalclub 1] en [voetbalclub 2] . Tijdens de wedstrijd was sprake van gewelddadig gedrag door (reserve)spelers en supporters van [voetbalclub 2] tegen twee spelers van [voetbalclub 1] , [aangever] en [getuige] . [getuige] heeft een van zijn kaken gebroken, [aangever] beide kaken.

De verdachte wordt verweten bij het tegen [aangever] gepleegde geweld betrokken te zijn geweest. Dit is hem primair ten laste gelegd als zware mishandeling. Subsidiair eerste cumulatief/alternatief is dit hem ten laste gelegd als mishandeling, zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebbend en subsidiair tweede cumulatief/alternatief is dit ten laste gelegd als openlijke geweldpleging.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het primair tenlastegelegde, tot bewezenverklaring van het subsidiair eerste cumulatief/alternatief tenlastegelegde, met vrijspraak van de strafverzwarende omstandigheid dat het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad, en tot bewezenverklaring van het subsidiair tweede cumulatief/ alternatief ten laste gelegde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft namens de verdachte vrijspraak van het tenlastegelegde bepleit.

Vrijspraak

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. Ten eerste kan niet worden vastgesteld dat de verdachte het slachtoffer heeft geslagen. Ten tweede kan niet worden vastgesteld dat de gebroken en/of verbrijzelde kaken van het slachtoffer het gevolg zijn geweest van de schoppen die de verdachte heeft gegeven. Evenmin kan worden vastgesteld dat de verdachte als medepleger van het feitelijk door een ander of anderen gepleegde geweld aan het slachtoffer [aangever] het genoemde kaakletsel heeft toegebracht. In het vonnis van vandaag in de zaak tegen de medeverdachte [medeverdachte] (parketnummer 09/288940) komt de rechtbank tot het oordeel dat [medeverdachte] feitelijk de kaken van [aangever] heeft gebroken. Er was sprake van exceptioneel gewelddadig handelen door deze medeverdachte, waarvan op basis van het dossier niet kan worden aangenomen dat de verdachte [verdachte] daar ook opzet op had. De rechtbank zal de verdachte dan ook vrijspreken van de primair ten laste gelegde zware mishandeling.

Gebruikte bewijsmiddelen

De rechtbank heeft hierna opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.

Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2024048206, van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 171).

1. Het proces-verbaal van aangifte door [aangever] , opgemaakt op 14 februari 2024, voor zover inhoudende (p. 37 e.v.):

Ik ben lid van [voetbalclub 1] te Delft. Op 10 februari 2024 moest ik een thuiswedstrijd voetballen tegen [voetbalclub 2] als keeper. Ik zag en voelde dat ik door een speler van [voetbalclub 2] werd geschopt. Ik voelde dat ik hard werd geraakt door de speler op mijn rechter scheenbeen. Ik voelde dat de speler mij met veel kracht schopte. Ik zag en voelde dat ik door een speler van [voetbalclub 2] werd geschopt. Ik lag op de grond. Ik voelde dat ik meerdere klappen en schoppen kreeg op mijn hoofd en borstkas.

2. Het proces-verbaal van verhoor van [getuige] , getuige, op 28 januari 2026 opgemaakt en ondertekend door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank en de griffier, voor zover inhoudende:

Ik zag dat mijn keeper op de grond lag en dat meerdere spelers en toeschouwers van [voetbalclub 2] hem aan het schoppen waren. Ik weet niet precies wie er allemaal om [aangever] heen stonden, maar ik weet nog dat ik [verdachte] een duw heb gegeven. Ik heb hem specifiek voor me, omdat ik hem zag schoppen en hem wegduwde terwijl ik riep: “Stop, hij ligt al op de grond”.

3. De verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 27 februari 2026, voor zover inhoudende:

Op 10 februari 2024 speelde ik als speler van [voetbalclub 2] een wedstrijd tegen [voetbalclub 1] in Delft. Op een gegeven moment ontstond een conflict, waarbij ook mensen van de tribune op het veld kwamen. Ik ging ook rennen richting de groep. Iemand sloeg de keeper van [voetbalclub 1] en hij viel op de grond.

Bewijsoverwegingen

De rechtbank stelt op grond van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting de navolgende feiten en omstandigheden vast.

De verdachte speelde op 10 februari 2014 een voetbalwedstrijd in Delft als speler van [voetbalclub 2] . Op een gegeven moment werd een speler van [voetbalclub 1] door zowel (reserve-) spelers als supporters van [voetbalclub 2] achtervolgd over het veld. Toen slachtoffer [aangever] tussenbeide wilde komen om zijn teamgenoot te helpen, werd hij tegen de grond gewerkt en is hij door een groep mensen geschopt en geslagen, onder wie de verdachte.

Medeplegen mishandeling

De rechtbank merkt het door de verdachte en anderen toegepaste geweld aan als een aaneengesloten samenstel van handelingen die in dezelfde vechtpartij zijn verricht. De rechtbank is van oordeel dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking, die in de kern heeft bestaan uit een gezamenlijke uitvoering en dat ieder van hen een voldoende significante bijdrage heeft geleverd aan het tegen de aangever gepleegde geweld. Het medeplegen is dan ook bewezen.

Mishandeling, vrijspraak strafverzwarende omstandigheid

Van het onderdeel ‘terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten een of meer gebroken en/of verbrijzelde kaken, ten gevolge heeft gehad’ zal de rechtbank de verdachte vrijspreken, nu niet vastgesteld kan worden dat dit letsel het gevolg is geweest van het door de verdachte of zijn medeplegers gepleegde geweld.

Openlijke geweldpleging

De verdachte heeft door het slachtoffer te schoppen een significante en wezenlijke bijdrage geleverd aan een kluwen van geweldshandelingen. Gelet op het voorgaande komt de rechtbank ook tot een bewezenverklaring van de subsidiair tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde openlijke geweldpleging.

De bewezenverklaring

De rechtbank is met betrekking tot het subsidiair ten laste gelegde feit van oordeel dat dit feit wettig en overtuigend is bewezen.

De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:

ten aanzien van subsidiair eerste cumulatief/alternatief:

hij op 10 februari 2024 te Delft, tezamen en in vereniging met anderen, [aangever] heeft mishandeld door die [aangever] te schoppen tegen de borstkas en het hoofd;

en

ten aanzien van subsidiair tweede cumulatief/alternatief:

hij op 10 februari 2024 te Delft, openlijk, te weten op een voetbalveld, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [aangever] , door die [aangever] te schoppen tegen de benen, het bovenlijf en het hoofd.

4. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 180 uren.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de redelijke termijn is overschreden en dat een taakstraf van 180 uren aan de hoge kant is.

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken.

De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Ernst van het feit

Tijdens een voetbalwedstrijd tussen de verenigingen [voetbalclub 1] en [voetbalclub 2] zijn (reserve)spelers en supporters achter een speler van [voetbalclub 1] aangegaan die zich provocerend zou hebben gedragen. Het slachtoffer, dat de boel probeerde te sussen, is door hen geslagen en geschopt. De verdachte, die voor [voetbalclub 2] speelde, heeft daar ook een bijdrage aan geleverd door het slachtoffer te schoppen. Hij heeft inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer en heeft door het plegen van dergelijk geweld tijdens een sportwedstrijd waarbij toeschouwers – ook kinderen – aanwezig zijn gevoelens van onrust en onveiligheid veroorzaakt.

Strafblad

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 7 november 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld wegens strafbare feiten.

Persoon van de verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van een reclasseringsadvies over de verdachte van

19 februari 2026. De reclassering concludeert dat sprake is van stabiliteit in de levensomstandigheden en acht het recidiverisico laag. De reclassering adviseert bij veroordeling van de verdachte een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen. Interventies of toezicht acht de reclassering niet nodig.

Redelijke termijn

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van overschrijding van de redelijke termijn.

In deze zaak is de redelijke termijn aangevangen op 16 september 2024, de dag waarop de verdachte is aangehouden en als verdachte is gehoord. De termijn eindigt met het wijzen van dit vonnis op 13 maart 2026, anderhalf jaar later. Hieruit volgt dat de termijn van twee jaar waarbinnen door de rechtbank moet zijn beslist niet is overschreden.

Straf

De rechtbank acht, alles afwegende, de door de officier van justitie gevorderde taakstraf van 180 uren duur passend en geboden.

7. De vorderingen van de benadeelde partijen

[aangever] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 10.260,00, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit € 885,00 aan materiële schade en € 9.375,00 aan immateriële schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering omdat niet kan worden bewezen dat de verdachte verantwoordelijk is voor de harde klap die heeft geleid tot de gebroken kaken.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien

aan de benadeelde partij niet rechtstreeks schade is toegebracht door het bewezenverklaarde. De rechtbank overweegt hiertoe dat het verzoek om schadevergoeding in zijn volledigheid betrekking heeft op het door de benadeelde partij opgelopen kaakletsel, terwijl niet bewezen is verklaard dat dit letsel het gevolg is van het handelen van de verdachte.

Dit brengt mee dat de benadeelde partij moet worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil.

[getuige] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 10.093,09, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit € 718,09 aan materiële schade en € 9.375,00 aan immateriële schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering, omdat de schade geen rechtstreeks gevolg is van het handelen van de verdachte.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering omdat het geweld jegens [getuige] niet is opgenomen in de tenlastelegging van de verdachte en derhalve door het handelen van de verdachte aan de benadeelde partij geen rechtstreekse schade is toegebracht.

Het oordeel van de rechtbank

Een benadeelde partij kan in het strafproces vergoeding vorderen van de schade die zij door een strafbaar feit heeft geleden als voldoende verband bestaat tussen het bewezenverklaarde handelen van de verdachte en de door de benadeelde partij geleden schade (vgl. HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793).

Volgens de advocaat van de benadeelde partij is zowel de verdachte als medeverdachte [medeverdachte] hoofdelijk aansprakelijk jegens [getuige] op grond van artikel 6:102 BW en 6:162 en/of 6:166 van het Burgerlijk Wetboek. Dat aan de verdachte niet mishandeling van of openlijke geweldpleging jegens [getuige] ten laste is gelegd, staat er volgens de advocaat niet aan in de weg dat hij wegens groepsaansprakelijkheid kan worden aangesproken voor de door [getuige] geleden schade. De advocaat van de benadeelde partij heeft hiervoor mede verwezen naar het arrest van de Hoge Raad in de zogenaamde Mallorca-zaak. (HR 8 juli 2025, ECLI:NL:HR:2025:1055).

De rechtbank volgt de advocaat niet in haar vergelijking met de Mallorca-mishandelingszaak. In die zaak werd het slachtoffer wel genoemd in de tenlastelegging van de verdachte in die zaak. In de onderhavige zaak is dat niet het geval. Aan de verdachte is enkel mishandeling en openlijke geweldpleging jegens [aangever] ten laste gelegd. De rechtbank ziet tussen het bewezenverklaarde (de mishandeling en openlijke geweldpleging jegens [aangever] ) en de schade van [getuige] onvoldoende verband. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is, nu de gestelde schade geen rechtstreekse schade is als bedoeld in artikel 361, tweede lid, onder b, van het Wetboek van Strafvordering.

Dit brengt mee dat de benadeelde partij moet worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil.

8. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 9, 22c, 22d, 47, 55, 141 en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

9. De beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan, zoals hierboven onder 3.7 bewezen is verklaard;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde:

eendaadse samenloop van

medeplegen van mishandeling

en

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;

verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

een taakstraf voor de tijd van 180 (HONDERDTACHTIG) UREN;

beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van 90 (NEGENTIG) DAGEN;

bepaalt dat de benadeelde partijen [aangever] en [getuige] niet-ontvankelijk zijn in de vorderingen tot schadevergoeding;

veroordeelt de benadeelde partijen in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vorderingen gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door

mr. H.P.M. Meskers, voorzitter,

mr. J. Schaaf, rechter,

mr. S. Pereth, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. H.A.F. Tromp, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 13 maart 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. H.P.M. Meskers
  • mr. J. Schaaf
  • mr. S. Pereth

Griffier

  • mr. H.A.F. Tromp

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?