RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser en [eiseres] , eiseres
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.19118 en NL25.19119
V-nummers: [V-nummer 1] en [V-nummer 2] (gemachtigde: mr. S. Thelosen),
hierna tezamen: eisers
en
(gemachtigde: mr. L. Hartog).
Procesverloop
Bij besluiten van 18 april 2025 heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond (het bestreden besluit 1). De asielaanvraag van eiseres is afgewezen als niet-ontvankelijk en de asielaanvraag van hun minderjarige kind is, onder verwijzing naar de aanvraag van eiser, afgewezen als ongegrond (het bestreden besluit 2).
Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld.
Verweerder heeft in beide zaken op 12 februari 2026 een verweerschrift ingediend. In de zaak van eiseres heeft verweerder in het verweerschrift zijn standpunt gewijzigd.
De rechtbank heeft de beroepen op 13 februari 2026 gezamenlijk op zitting behandeld in Breda. Eisers hebben zich laten vertegenwoordigen door mr. F.S. Fahad, als waarnemer van hun gemachtigde. Als tolk is verschenen dhr. [naam] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
OverwegingenAsielrelazen
1. Eiser is geboren op [datum 1] 1984 en heeft de Turkse nationaliteit. Ook stelt eiser de Iraanse nationaliteit te hebben. Eiseres stelt te zijn geboren op [datum 2] 1984 en stelt de Iraanse nationaliteit te hebben. Eisers hebben op 26 juli 2023 asielaanvragen ingediend. Eiser heeft hieraan de problemen van eiseres met haar ex-partner ten grondslag gelegd. Eiser is door deze problemen eenmalig het slachtoffer geworden van bedreiging en mishandeling in 2022. Eiser verklaart dat dit in opdracht van de ex-partner van eiseres is geweest. Eisers hebben acht of negen maanden na dit incident Turkije verlaten. Eiseres heeft verklaard te zijn uitgehuwelijkt aan haar ex-partner in Iran. Ondanks dat hij van haar wilde scheiden, mocht eiseres hem niet verlaten. Na een ruzie heeft hij eiseres in 2013 geprobeerd te wurgen, waarna zij besloot te vluchten en later naar Turkije is gevlucht. Hier is zij in 2017 getrouwd met eiser. Eiser is in 2022 mishandeld. Uit angst voor de ex-partner en ex-schoonvader van eiseres, heeft het gezin Turkije verlaten.
Het bestreden besluit 1 (NL25.19118)
2. Bij het bestreden besluit 1 heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond. Eisers identiteit, nationaliteit en herkomst volgt verweerder. De mishandeling door twee personen in 2022 wordt ook geloofwaardig geacht. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer vreest om te worden mishandeld of gedood door de ex-partner van eiseres. Ook heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat de Turkse autoriteiten hem niet kunnen of willen beschermen en helpen.
3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit 1 en voert daartoe het volgende aan. Verweerder gaat ten onrechte voorbij aan het toetsingskader zoals deze volgt uit de Definitierichtlijn. Nu geloofwaardig is geacht dat eiser eerder is mishandeld, is vastgesteld dat hij eerder is blootgesteld aan ernstige schade. Het ligt op de weg van verweerder om aan te voeren waarom de ernstige schade zich niet opnieuw zal voordoen. Verweerder volgt ten onrechte niet dat eiser ondergedoken heeft gezeten, omdat hij bleef werken en merkt ten onrechte de periode sinds het incident in 2022 tot aan het vertrek uit Turkije aan als probleemloos. Verweerder stelt ten onrechte dat het verblijf in Istanbul na het incident in 2022 afbreuk doet aan de geloofwaardigheid en miskent hiermee dat verhuizen naar een voor de mishandelaars onbekend adres in Istanbul de kans op nieuwe mishandelingen aanzienlijk verlaagt. Verweerder gaat er ten onrechte van uit dat eiseres veilig kan terugkeren naar Turkije.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Verweerder heeft zich voldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat niet is gebleken dat eiser een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer naar Turkije. Hierbij heeft verweerder kunnen meewegen dat eiser vanaf 2012 tot aan zijn vertrek uit Turkije in 2023 slechts één keer een probleem heeft ondervonden, terwijl hij sinds 2015 met eiseres samen is en sinds [datum 3] 2017 met eiseres is getrouwd. Ook heeft verweerder terecht tegengeworpen dat eiser en zijn gezin na het incident in 2022 nog acht tot negen maanden in Turkije hebben verbleven en dat hij in de periode waarin hij verklaart ondergedoken te hebben gezeten, nog steeds naar zijn werk bleef gaan en in dezelfde stad verbleef waar het incident heeft plaatsgevonden. In dit kader heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat eisers voortgezette verblijf in Istanbul na het incident in 2022 afbreuk doet aan zijn geloofwaardigheid. Verder overweegt de rechtbank dat eiser met zijn standpunt, dat verhuizing naar een voor de mishandelaars onbekend adres in Istanbul de kans op nieuwe mishandeling aanzienlijk verlaagt, niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij nog een reëel risico loopt op ernstige schade.
5. Eisers beroepsgronden slagen niet. Het beroep van eiser tegen het bestreden besluit 1 is ongegrond.
Het bestreden besluit 2 (NL25.19119)
6. Bij het bestreden besluit 2 heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres afgewezen als niet-ontvankelijk, omdat Turkije voor haar als veilig derde land wordt aangenomen. Verweerder stelt dat eiseres een band heeft met Turkije en dat het aannemelijk is dat zij opnieuw tot Turkije zal worden toegelaten. Verweerder volgt niet dat eiseres geen bescherming kan inroepen van de Turkse autoriteiten. Voor de minderjarige dochter van eiseres wordt de aanvraag in het besluit van eiseres afgewezen als ongegrond.
7. Eiseres voert hiertegen het volgende aan. Verweerder heeft nagelaten om aannemelijk te maken dat Turkije zijn mensenrechtenverplichtingen naleeft. Daarbij heeft verweerder niet onderzocht dan wel onderbouwd of Turkije voor eiseres een veilig derde land is en of zij volgens de in artikel 3.106a, eerste lid, van de Vb vermelde beginselen wordt behandeld. Verweerder stelt ten onrechte dat het aannemelijk is dat eiseres opnieuw tot Turkije zal worden toegelaten. Het informatiebericht Turkije stelt dat Turkije in het algemeen niet als veilig derde land kan worden tegengeworpen en asielaanvragen niet op deze grond niet-ontvankelijk kunnen worden verklaard. Daarbij is in zijn algemeenheid niet aannemelijk dat afgewezen asielzoekers uit derde landen zullen worden (weder)toegelaten tot Turkije. Verweerder legt ten onrechte de bewijslast voor een terugkeer naar Turkije als veilig derde land bij eiseres, zonder nader te motiveren welke documenten van haar kunnen worden verlangd. Verweerder heeft ten onrechte de risico’s voor eiseres bij terugkeer naar Iran niet beoordeeld en daarmee onzorgvuldig en ondeugdelijk gemotiveerd dat het aannemelijk is dat zij de Turkse nationaliteit kan verkrijgen. Verweerder gaat er in het bestreden besluit aan voorbij dat zij als huwelijkspartner van een Turkse onderdaan bij langdurig verblijf een aanvraag moet indienen in Iran, terwijl zij in het nader gehoor heeft verklaard afvallig te zijn en in het verleden is gearresteerd door de moraalpolitie. Verweerder stelt ten onrechte dat niet is gebleken dat eiseres ooit hulp heeft ingeroepen van de Turkse autoriteiten en dat zij hulp kan inroepen van deze autoriteiten voor haar bedreigingen van eerwraak en gender-gerelateerd geweld, wat kan leiden tot femicide. De rechtbank oordeelt als volgt. Juridisch kader
8. Op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw. kan een asielaanvraag niet-ontvankelijk worden verklaard indien een derde land als veilig derde land kan worden aangemerkt voor een vreemdeling. Het is daarbij van belang of een vreemdeling een zodanige band heeft met dat land, dat kan worden verlangd dat zij zich daarheen begeeft dan wel dat aannemelijk is dat zij tot dat land zal worden toegelaten en aldaar kan verblijven. Uit jurisprudentie van de Afdeling volgt dat verweerder eerst middels zorgvuldig onderzoek deugdelijk moet motiveren dat een vreemdeling in het derde land volgens de in artikel 3.106a van het Vb genoemde beginselen wordt behandeld. Vervolgens kan verweerder een land slechts als veilig derde land aanmerken indien die vreemdeling een zodanige band heeft met dat land, dat het voor haar redelijk zou zijn om daar naartoe te gaan. Bij de beoordeling van een dergelijke band worden alle feiten en omstandigheden betrokken, waaronder de aard, duur en omstandigheden van een eerder verblijf. Verweerder neemt in ieder geval een band aan indien een vreemdeling eerder in het derde land heeft verbleven. Verder kan een derde land slechts worden tegengeworpen als veilig derde land indien de vreemdeling wordt toegelaten tot dat land en dient het land in het algemeen en specifiek veilig te zijn. verweerders beoordeling dient te zijn gestoeld op een reeks informatiebronnen, waaronder in het bijzonder informatie uit andere lidstaten.
9. Uit het informatiebericht Turkije volgt dat Turkije in algemene zin niet als een veilig derde land kan worden aangemerkt. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 28 februari 2025 bevestigd dat een algemene beoordeling in de landeninformatie niet uitsluit dat een land in een individueel geval toch als een veilig derde land kan gelden. In dat geval zijn de persoonlijke omstandigheden van de vreemdeling en de feitelijke toegang tot verblijf en bescherming in het derde land doorslaggevend. Turkije als veilig derde land voor eiseres
10. De rechtbank stelt allereerst vast dat de band van eiseres met Turkije niet in geschil is. De beroepsgrond van eiseres dat het bestreden besluit 2 onvoldoende is gemotiveerd slaagt. Verweerder heeft in het verweerschrift en ter zitting erkend dat het bestreden besluit een motiveringsgebrek bevat ten aanzien van de algemene mensenrechtensituatie in Turkije. Het beroep tegen het bestreden besluit 2 is wegens het geconstateerde motiveringsgebrek gegrond. Het bestreden besluit 2 wordt daarom vernietigd. Hierna wordt beoordeeld of de rechtsgevolgen van dit besluit in stand kunnen blijven, waarbij de motivering in het verweerschrift wordt beoordeeld.
11. Verweerder heeft zich in het verweerschrift en ter zitting voldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat Turkije zijn verdragsverplichtingen ten aanzien van eiseres nakomt. Hierbij heeft verweerder kunnen meewegen dat Turkije lid is van verschillende mensenrechtenverdragen en dat in Turkije de mogelijkheid bestaat om bescherming van de autoriteiten in te roepen middels een asielprocedure, dan wel indien mensenrechten worden geschonden. Voor zover eiseres ter zitting betwist dat Turkije de verdragsverplichtingen nakomt ondanks dat zij aangesloten zijn bij verschillende mensenrechtenverdragen, is onvoldoende gemotiveerd dat Turkije voor eiseres persoonlijk de verdragsverplichtingen niet zal nakomen. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat eiseres zich tot de Turkse autoriteiten kan wenden voor bescherming. Niet is gebleken dat de Turkse autoriteiten geen hulp kunnen, dan wel willen, bieden aan eiseres. Voor zover eiseres stelt dat zij één keer eerder de hulp van de Turkse autoriteiten heeft verzocht, overweegt de rechtbank dat eiseres hierover heeft verklaard dat de Turkse autoriteiten de daders niet konden achterhalen. Niet is daarom gebleken dat het bij voorbaat zinloos is voor eiseres om zich tot de Turkse autoriteiten te wenden.
11. Verweerder heeft in het bestreden besluit en in het verweerschrift voldoende gemotiveerd dat het aannemelijk is dat eiseres opnieuw tot Turkije zal worden toegelaten. Hierbij heeft verweerder kunnen meewegen dat eiseres, als echtgenote van een Turkse onderdaan en moeder van een Turks kind, in een andere positie verkeerd dan overige vreemdelingen die toegangsproblemen ondervinden bij terugkeer naar Turkije. Niet is gebleken dat eiseres gelet op deze omstandigheden toegangsproblemen zal ondervinden. Verder heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat eiseres als echtgenote van een Turkse onderdaan de Turkse nationaliteit dan wel een Turkse verblijfsvergunning kan verkrijgen. Verweerder heeft in dat kader aan eiseres kunnen tegenwerpen dat van die inspanning niet is gebleken. Ter zitting stelt eiseres dat zij wel heeft gebeld met het Turkse consulaat. Verweerder heeft hierover ter zitting terecht overwogen dat dit onvoldoende is om te voldoen aan de inspanningsverplichting die van eiseres mag worden verwacht. De stelling dat eiseres geen ‘legal stay’ heeft in Turkije en dat zij derhalve genoodzaakt is om in Iran een aanvraag voor een visum langdurig verblijf in Turkije in te dienen, is niet nader onderbouwd. Verweerder heeft in dit kader terecht overwogen dat niet van eiseres wordt verwacht dat zij moet terugkeren naar Iran, maar dat tevens niet is gebleken dat zij niet via het Turkse consulaat in Nederland, dan wel in Turkije zelf, verblijfsdocumenten kan verkrijgen. Voor zover het noodzakelijk zou zijn voor eiseres om de Iraanse ambassade te bezoeken voor het verkrijgen van identificerende documenten, heeft verweerder kunnen overwegen dat niet is gebleken dat dit voor eiseres bij voorbaat niet mogelijk of gevaarlijk zou zijn. Verweerder heeft in dit kader kunnen meewegen dat eiseres eerder probleemloos naar Iran is gereisd voor het verkrijgen van een huwelijksakte en dat niet is gebleken dat sprake is van een actieve vervolging van eiseres gelet op haar eerdere interactie met de moraalpolitie in Iran. De rechtbank stelt vast dat eiseres dit onvoldoende gemotiveerd heeft betwist.
13. Gelet op het in rechtsoverweging 10 geconstateerde motiveringsgebrek is het beroep tegen het bestreden besluit 2 gegrond. De rechtbank vernietigt daarom dit bestreden besluit. Zij ziet alleen geen aanleiding om verweerder op te dragen een nieuw besluit te nemen en zal de rechtsgevolgen van het bestreden besluit 2 in stand laten. Ter zitting is door verweerder het motiveringsgebrek erkend. Daarbij is door eiseres een punt van orde gemaakt over het moment waarop het verweerschrift aan het dossier is toegevoegd. Eiseres heeft echter verklaard te willen reageren op alles wat in het verweerschrift is besproken en heeft daartoe – na een mondelinge toelichting van verweerder ter zitting – de gelegenheid gekregen. De gemachtigde heeft tijdens de zitting aangegeven dat hij afdoende op de standpunten van verweerder heeft kunnen reageren. Verweerder heeft in het verweerschrift, met toepassing van de in 3.106a, eerste lid, van de Vb vermelde beginselen, gemotiveerd dat Turkije de verdragsverplichtingen ten aanzien van eiseres nakomt. Daarbij heeft verweerder ook de individuele omstandigheden van eiseres betrokken bij de beoordeling. Dat betekent dat eiseres weliswaar gedeeltelijk gelijk krijgt, maar dat de afwijzing van haar asielaanvraag als kennelijk ongegrond in stand blijft en de rechtbank verweerder niet zal opdragen om een nieuw besluit te nemen.
13. Omdat het bestreden besluit een motiveringsgebrek bevat, is het beroep in zoverre terecht ingediend en bestaat er aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op €1868,00, bestaande uit één punt voor het indienen van het beroepschrift en één punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van €934 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1 (gemiddeld).
Beslissing
De rechtbank:
Deze uitspraak is gedaan op 13 maart 2026 door mr. M.J. Paffen, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.