Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Beschikking op het op 1 november 2023 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende te [woonplaats 1] , gemeente [gemeente] ,
advocaat: mr. N.S. van der Vliet te Rotterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,
wonende te [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. C. van der Zalm te 's-Gravenhage.
Procedure
Bij beschikking van 3 januari 2024 van deze rechtbank:
Bij beschikking van 15 mei 2024 van deze rechtbank:
1 oktober 2024.
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
Beoordeling
De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikkingen is overwogen en beslist.
Uit de berichten en het rapport van de bijzondere curator is de rechtbank het volgende gebleken. Er is eind 2024 onder begeleiding van de bijzondere curator en de opa vaderszijde weer contact tussen de vader en [minderjarige] tot stand gekomen. Dat contact verliep goed, waardoor de omgang in onderling overleg tussen de ouders is uitgebreid met ook overnachtingen. De uitbreiding van de omgang bleek echter voor [minderjarige] te snel te gaan. Hij kreeg een terugslag met veel nachtmerries, angst en onrust. Het contact met de vader verliep goed, maar [minderjarige] bouwde steeds meer weerstand op tegen de vader. In juni 2025 is daarom de omgang tijdelijk gepauzeerd. De ouders zijn toen met de bijzondere curator op zoek gegaan naar een hulpverleningsinstantie die de omgang met professionals kon begeleiden. Er is in september 2025 een aanmelding gedaan bij het [instelling] voor begeleide omgang. Bij het intakegesprek heeft [minderjarige] aangegeven dat hij geen contact meer wil met zijn vader. In overleg met het [instelling] is besloten om geen begeleide omgang op te starten. Beide ouders hebben aangegeven dat zij respecteren wat [minderjarige] aangeeft. Het Sociaal Kernteam heeft aangegeven dat zij voorlopig nog blijven monitoren en beschikbaar blijven als [minderjarige] op een later moment aangeeft wel contact met de vader te willen.
De bijzondere curator adviseert om de procedure zonder zitting af te sluiten en daarbij geen zorgregeling vast te stellen. Beide ouders staan achter het advies van de bijzondere curator. De vader wil het liefst toewerken naar contactherstel, maar geeft [minderjarige] de rust en ruimte die hij nodig heeft in de hoop dat ooit de ruimte kan ontstaan om het contact op een later moment te herstellen. De vader geeft daarbij aan dat zijn deur voor [minderjarige] altijd open zal blijven staan.
De rechtbank betreurt het dat het niet is gelukt om het contact tussen [minderjarige] en de vader volledig te herstellen, maar prijst de ouders en [minderjarige] voor hun inzet en acceptatie van de situatie. De rechtbank acht het, gelet op dat wat de ouders en de bijzondere curator hebben aangegeven, in het belang van [minderjarige] dat er op dit moment geen zorgregeling met de vader wordt vastgesteld. De rechtbank zal daarom de nog openstaande verzoeken van de ouders afwijzen.
Beslissing
De rechtbank:
wijst af het verzoek van de moeder tot opschorting van de (tijdelijke) zorgregeling tussen de vader en de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats] , zoals opgenomen in het proces-verbaal van 11 mei 2023;
wijst af het verzoek van de vader om een dwangsom te verbinden aan de medewerking van de moeder aan herstelgesprekken tussen hem en [minderjarige] .
Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, kinderrechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 13 februari 2026.