ECLI:NL:RBDHA:2026:5439

ECLI:NL:RBDHA:2026:5439

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 13-02-2026
Datum publicatie 16-03-2026
Zaaknummer C/09/696446 / JE RK 25-2160
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Verlenging ondertoezichtstelling (artikel 1:260 BW) en verlenging machting tot uithuisplaatsing (artikel 1:265c lid 2 BW)

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht

Zaaknummer: C/09/696446 / JE RK 25-2160

Datum uitspraak: 13 februari 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,

over

[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [de minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

[de grootmoeder] ,

hierna te noemen: de grootmoeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 19 december 2025.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 13 februari 2026. Daarbij was aanwezig:

- [naam] , namens de gecertificeerde instelling.

De moeder heeft zich in een e-mailbericht van 11 februari 2026 afgemeld voor de zitting.

De grootmoeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat zij wel juist is opgeroepen.

De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar zijn mening gevraagd. De moeder heeft namens [de minderjarige] een e-mailbericht gestuurd. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De feiten

Bij beschikking van 2 februari 2011 is de grootmoeder benoemd tot voogd van [de minderjarige] .

[de minderjarige] verblijft, met een machtiging tot uithuisplaatsing, bij de moeder.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 18 februari 2025 [de minderjarige] onder toezicht gesteld en een machtiging verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de moeder tot 18 februari 2026.

3. Het verzoek

De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] bij de moeder zonder gezag te verlengen voor de duur van zes maanden. De gecertificeerde instelling verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. De afgelopen periode is binnen het gezin gestart met de analysefase en er begint een duidelijk beeld te ontstaan van wat er speelt in het systeem. [de minderjarige] heeft hulp nodig bij het vinden van een nuttige dagbesteding. Ook moet psychologisch onderzoek worden gedaan om te onderzoeken wat de redenen zijn achter het schoolverzuim, de sombere gedachten en het gedrag van [de minderjarige] . De gecertificeerde instelling heeft [de minderjarige] aangemeld voor dagbesteding bij Bazalt en op 23 februari 2026 staat een intakegesprek gepland. Bij Bazalt start [de minderjarige] met drie keer in de week gedurende anderhalf uur onderwijs. [de minderjarige] zal eerst een-op-een onderwijs krijgen, wat langzaam zal worden uitbereid. Het is de bedoeling dat [de minderjarige] na een periode van vijf maanden kan doorstromen naar regulier onderwijs of cluster vier onderwijs. Het gezin is daarnaast aangemeld bij YOEP. Tot gestart kan worden bij YOEP krijgt [de minderjarige] in de tussenliggende periode een coach om hem te helpen. Het is daarnaast noodzakelijk dat de moeder opvoedondersteuning krijgt voor het versterken van haar ouderrol. Het is van belang dat zij regels en grenzen kan aangeven en zij [de minderjarige] kan stimuleren zodat hij een structuur en dagbesteding kan volhouden. Een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing is noodzakelijk, omdat [de minderjarige] bij de moeder woont en hij onder voogdij van de grootmoeder staat.

4. Het standpunt

De moeder geeft in het e-mailbericht van 11 februari 2026 aan in te stemmen met het verzochte.

5. De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding.

De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. [de minderjarige] wordt nog altijd ernstig in zijn ontwikkeling bedreigd. Hij volgt al geruime tijd geen onderwijs en heeft geen dagbesteding. Daarnaast zijn er zorgen over het zelfbepalende en vermijdende gedrag wat hij laat zien. Het is daarom noodzakelijk dat er een psychologisch onderzoek wordt gedaan bij [de minderjarige] zodat duidelijk wordt wat de reden is van zijn schoolverzuim en zorgelijke gedrag. Ook is het van belang dat het gezin kan starten met de hulpverlening vanuit YOEP en dat [de minderjarige] gaat starten bij Bazalt. De betrokkenheid van een jeugdbeschermer is de komende zes maanden hierbij nog noodzakelijk. De moeder heeft namelijk ondersteuning nodig bij de zorg- en opvoedtaken van [de minderjarige] en het stellen van regels en grenzen. De kinderrechter benadrukt daarbij dat een ondertoezichtstelling gericht is op een ouder met gezag en dat bij de uitvoering van deze ondertoezichtstelling de doelen gericht zijn op het ondersteunen van de moeder zonder gezag. De kinderrechter wijst de gecertificeerde instelling erop dat tijdens de vorige zitting een jaar eerder al afgesproken was dat zij de moeder zou ondersteunen bij het aanvragen van het gezag en gaat ervan uit dat dit nu spoedig zal gebeuren. Doordat de moeder niet belast is met het gezag en [de minderjarige] gedurende de ondertoezichtstelling bij haar verblijft is een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing ook noodzakelijk.

Gelet op het voornoemde zal de kinderrechter de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van zes maanden verlengen.

De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 18 augustus 2026;

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] bij de moeder zonder gezag tot 18 augustus 2026;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2026 door mr. C.M. Koole, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.M. Kroon als griffier, en op schrift gesteld op 23 februari 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. I.M. Kroon als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand