RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.7378
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. J.M. Bell),
en
Procesverloop
In het besluit van 9 februari 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) buiten zitting uitspraak.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:81, vierde lid, van de Awb in samenhang met artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb bevat het verzoekschrift de gronden van het verzoek. Indien hier niet aan is voldaan kan het verzoek niet-ontvankelijk worden verklaard, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn. Dit volgt uit artikel 8:81, vierde lid, van de Awb in samenhang met artikel 6:6 van de Awb.
2. Verzoeker heeft geen gronden van het verzoek vermeld in het verzoekschrift van 10 februari 2026. De rechtbank heeft eiser om deze reden bij bericht van 12 februari 2026 verzocht om de gronden alsnog binnen vijf werkdagen (dus uiterlijk op 19 februari 2026) in te dienen. Daarbij is aan verzoeker medegedeeld dat het verzoek anders niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Er zijn geen gronden ingediend.
3. De voorzieningenrechter is van oordeel dat niet is gebleken dat het verzuim verschoonbaar is. Uit de berichtgeving van 12 februari 2026 volgt dat de termijn vijf werkdagen is. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 16 maart 2026 door mr. M.L. Weerkamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.