Beslissing van 16 maart 2026
Beslissing van de rechtbank Den Haag, rechtdoende in strafzaken, op de vordering van de officier van justitie van 20 januari 2026 om de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar te verlengen, in de zaak van:
[terbeschikkinggestelde], (hierna: de terbeschikkinggestelde)
geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats] ([geboorteland]),
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres
[adres], [postcode] [woonplaats],
die bij vonnis van deze rechtbank van 16 februari 2021 ter beschikking is gesteld met
voorwaarden. Deze maatregel is, met wijziging van de voorwaarden, voor het laatst bij beslissing van deze rechtbank van 15 april 2025 met één jaar verlengd.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken die zijn vermeld in de bijlage.
De procedure
De rechtbank heeft de vordering op 2 maart 2026 ter terechtzitting behandeld.
De terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. A.J. Sprey, is gehoord. Tevens is de officier van justitie mr. D.F.R. de Vrught gehoord.
Daarnaast is [naam 1], reclasseringswerker bij GGZ Fivoor (hierna: de reclassering), als deskundige gehoord.
Het advies van de psychiater
De psychiater adviseert tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling.
Bij de terbeschikkinggestelde is sprake van een matig ernstige verstandelijke beperking, een impulscontrolestoornis, cannabisgebruik (in langdurige gedwongen remissie), en
van antisociale en paranoïde trekken in zijn persoonlijkheid.
De psychiater schat het huidige recidiverisico van een agressie-incident in als matig tot hoog, aangezien er in de afgelopen periode sprake is van een verslechtering in het gedrag van de terbeschikkinggestelde. Het is van belang dat de terbeschikkinggestelde opnieuw passend werk of een andere dagbesteding vindt en dat hij meer duidelijkheid krijgt over het vervolgtraject van zijn behandeling. Er moet eerst worden toegewerkt naar stabiliteit om het traject naar resocialisatie te kunnen voortzetten. Aangezien de laatste verlenging van de maatregel slechts voor één jaar plaatsvond, is een verlenging met één jaar volgens de psychiater logisch. Tegelijkertijd ziet de psychiater dat het voorgestelde traject langer in beslag zal nemen dan één jaar. Een verlenging voor de duur van twee jaren zou daarom ook kunnen, omdat het dan bijdraagt aan meer stabiliteit en rust voor alle betrokken partijen.
Het advies van de reclassering
De reclassering adviseert tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met
twee jaar.
Een verlenging van de tbs maatregel met voorwaarden is noodzakelijk om de verdere resocialisatie in goede banen te leiden en om het recidiverisico, dat wordt ingeschat als gemiddeld, te verlagen. De diagnostiek is ten opzichte van vorig jaar niet veranderd. Het ontbreekt de terbeschikkinggestelde aan probleeminzicht en hij is geneigd zichzelf te overschatten. Er is sprake van communicatieve en sociale beperkingen. Hij heeft moeite met het begrijpen van signalen uit zijn omgeving en het ontbreekt hem aan empathisch vermogen. De terbeschikkinggestelde overziet situaties vaak niet en is beïnvloedbaar. Er is sprake van impulscontroleproblematiek. Frustratie en spanning ontstaan gemakkelijk waarbij hij toenemend moeite heeft zijn gedrag te controleren. In het afgelopen jaar heeft de terbeschikkinggestelde goede stappen gezet. Er is meer stabiliteit op de verschillende levensgebieden gekomen. Sinds het gebruik van medicatie (olanzapine) is er minder sprake van impulsieve en/of agressieve gedragingen, maar de stabiliteit is nog niet consistent. Vanaf juli 2025 werden in toenemende mate weer meerdere negatieve signalen gezien. Vanaf september 2025 was de terbeschikkinggestelde weer stabiel en rustig aanwezig. Hij hield zich aan afspraken en voorwaarden. Er werd geen verhoging van het risico meer waargenomen.
De terbeschikkinggestelde heeft de wens geuit om te zijner tijd een stap naar meer zelfstandigheid te maken. Hij is aangemeld bij het plaatsingsbureau van Middin om te onderzoeken welke mogelijkheden er op dit gebied zijn binnen de organisatie (bijvoorbeeld zelfstandig beschermd wonen). Voordat hij ergens aangemeld kan worden moet eerst duidelijkheid zijn of de terbeschikkinggestelde een indicatie 'Wet Langdurige Zorg Verstandelijk Gehandicapten (WLZ VG)' zal krijgen.
De deskundige [naam 1] heeft in aanvulling op het advies ter terechtzitting naar voren gebracht dat de wens van de terbeschikkinggestelde om te verhuizen er nog steeds is, maar dat hij accepteert dat het niet zo snel zal gaan als hij zou willen. Er is sinds het uitbrengen van het rapport weer meer stabiliteit gekomen. De terbeschikkinggestelde heeft geen agressief gedrag meer vertoond en er hebben zich geen incidenten meer voorgedaan. Op dit moment wordt onderzocht of een WLZ-indicatie kan worden afgegeven en de reclassering acht dit in de toekomst ook het meest passend. De reclassering heeft met het FACT (Flexible Assertive Community Treatment)-team de mogelijkheden van een zorgmachtiging besproken, maar de terbeschikkinggestelde komt hier, gelet op de verstandelijke beperking, niet voor in aanmerking. Het FACT-team heeft ook aangegeven dat zij het op dit moment te vroeg vinden om de mogelijkheden van de Wet zorg en dwang te onderzoeken.
Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
De raadsman heeft ter terechtzitting primair verzocht om de zaak aan te houden in afwachting van de uitkomst van de WLZ-aanvraag en om te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg of de Wet zorg en dwang gerichte zorg aan de terbeschikkinggestelde te bieden. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de verlenging van de maatregel te beperken tot de duur van één jaar.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de schriftelijke vordering tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling met twee jaar.
Het oordeel van de rechtbank
Stoornis en herhalingsgevaar
Op grond van de adviezen stelt de rechtbank vast dat de stoornissen van de
terbeschikkinggestelde nog steeds aanwezig zijn. Daarnaast komt uit de adviezen naar voren
dat de kans op herhaling van gewelddadig gedrag bij onmiddellijke beëindiging van de maatregel matig tot groot is.
Verlenging
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan
wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel eist en dat de
termijn van de terbeschikkingstelling moet worden verlengd. De rechtbank ziet geen aanknopingspunten om de zaak aan te houden om de uitkomst van de WLZ-aanvraag af te wachten of de mogelijkheden binnen het civiele kader te onderzoeken, gelet op wat de deskundige hierover ter terechtzitting naar voren heeft gebracht.
De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de maatregel met één of twee jaar verlengd moet worden. Als uitgangspunt geldt dat de maatregel met twee jaar verlengd moet worden, wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling van de terbeschikkinggestelde
meer tijd in beslag zal nemen dan één jaar. De rechtbank ziet echter omstandigheden die
aanleiding geven om van dit uitgangspunt af te wijken en overweegt daartoe als volgt.
De psychiater heeft in het rapport geconcludeerd dat verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar logisch is. Voorts blijkt uit de toelichting van de deskundige ter terechtzitting dat de terbeschikkinggestelde sinds de datum van het uitbrengen van het rapport verder is gestabiliseerd en dat de vervolgplek voor de terbeschikkinggestelde afhankelijk is van het al dan niet verkrijgen van een WLZ-indicatie. Hierin ziet de rechtbank aanleiding om de termijn van de terbeschikkingstelling te verlengen met één jaar, zodat te zijner tijd de stand van zaken kan worden bezien.
Beslissing
De rechtbank:
wijst af het verzoek tot aanhouding;
verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar.
Aldus beslist te Den Haag door:
mr. P.C. Goilo-Kam, voorzitter,
mr. F.X. Cozijn, rechter,
mr. J. Herfkens, rechter,
in tegenwoordigheid van V. Grampon, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2026.
Bijlage
De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
- het vonnis van de rechtbank Den Haag van 16 februari 2021, waarbij de
terbeschikkingstelling met voorwaarden werd gelast;
- de beslissing van de rechtbank Den Haag van 15 april 2025, waarbij de
terbeschikkingstelling laatstelijk met één jaar is verlengd;