ECLI:NL:RBDHA:2026:5510

ECLI:NL:RBDHA:2026:5510

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 18-03-2026
Datum publicatie 17-03-2026
Zaaknummer 09/331394-21 (ontneming)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Vordering tot ontneming afgewezen. De rechtbank kan op grond van de in het ontnemingsrapport aanwezige onderliggende bewijsmiddelen in de strafzaak, met name de SkyECC-berichten, de gevolgtrekking en de feiten en omstandigheden die door de politie zijn aangevoerd, niet in voldoende mate aanvaarden. De rechtbank is van oordeel dat de SkyECC-berichten die in het ontnemingsrapport vermeld zijn voor meerderlei uitleg vatbaar zijn. De door de verdediging voorgestane uitleg van de berichten is verdedigbaar en wordt niet uitgesloten door andere berichten of overige bewijsmiddelen in het dossier. Daarom kan niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer: 09/331394-21 (ontneming)

Datum uitspraak: 18 maart 2026

Vonnis ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht

De rechtbank Den Haag heeft op de vordering van het openbaar ministerie en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak ten aanzien van de veroordeelde:

[veroordeelde] ,

geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] ([geboorteland]),

op dit moment gedetineerd in de penitentiaire inrichting [plaats], [locatie].

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 11 oktober 2023, 15 en 21 december 2023, 14 maart 2024, 5 juni 2024, 17 juli 2024 (alle pro forma/regie) en 4 maart 2026 (inhoudelijk).

De rechtbank heeft kennisgenomen van het standpunt dat de officier van justitie mr. L.E. van der Leeuw op de terechtzitting heeft ingenomen en van hetgeen door de veroordeelde en zijn raadsman mr. R.D.A. van Boom op de terechtzitting naar voren is gebracht.

2. De inhoud van de vordering

De inleidende schriftelijke vordering van het openbaar ministerie strekt ertoe dat de rechtbank het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel zal schatten en vaststellen op een bedrag van € 144.000,- en aan de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de staat van dat bedrag.

3. Beoordeling van de vordering

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij de vordering gepersisteerd en zich bij haar berekening gebaseerd op het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel.

De conclusie van dit rapport is dat het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel € 144.000,- bedraagt.

Standpunt van de verdediging

De raadsman van de veroordeelde heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen, omdat op grond van de chatberichten niet buiten redelijke twijfel vastgesteld kan worden dat de veroordeelde daadwerkelijk wederrechtelijk voordeel heeft verkregen.

Het oordeel van de rechtbank

Algemeen beoordelingskader

Op grond van artikel 511f van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) kan de schatting van het op geld waardeerbare wederrechtelijk verkregen voordeel slechts worden ontleend aan wettige bewijsmiddelen. Volgens artikel 511e lid 1 Sv is op de uitspraak op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel artikel 359 lid 3 Sv van overeenkomstige toepassing. Dat betekent dat die uitspraak met voldoende nauwkeurigheid de bewijsmiddelen moet vermelden waaraan de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel is ontleend met weergave van de inhoud daarvan, voor zover die de voor die schatting redengevende feiten en omstandigheden bevatten. (Vgl. HR 26 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BV9087.)

Als wettig bewijsmiddel zal vaak een (in het kader van een strafrechtelijk financieel onderzoek opgesteld) financieel rapport bij de stukken zijn gevoegd met een beredeneerde, al dan niet door de methode van vermogensvergelijking of een (eenvoudige) kasopstelling verkregen, begroting van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden geschat. Zo'n rapport is meestal zo ingericht dat daarin onder verwijzing naar of samenvatting van aan de inhoud van andere wettige bewijsmiddelen ontleende gegevens gevolgtrekkingen worden gemaakt over de verschillende posten die door de opsteller(s) van het rapport aan het totale wederrechtelijk verkregen voordeel ten grondslag worden gelegd. In beginsel staat geen rechtsregel eraan in de weg om de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel uitsluitend op de inhoud van een financieel rapport als zojuist bedoeld te doen berusten.

Als en voor zover een in het financieel rapport gemaakte gevolgtrekking is ontleend aan de inhoud van een of meer wettige, voldoende nauwkeurig in dat rapport aangeduide bewijsmiddelen en die gevolgtrekking - volgens vaststelling door de rechter - door of namens de betrokkene niet of onvoldoende gemotiveerd is betwist, kan de rechter bij de opgave van de bewijsmiddelen waaraan de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel is ontleend, volstaan met de vermelding van (het onderdeel van) het financieel rapport als bewijsmiddel waaraan de schatting (in zoverre) is ontleend en het weergeven van die gevolgtrekking uit het rapport.

Als door of namens de betrokkene zo'n gevolgtrekking wel voldoende gemotiveerd is betwist, moeten aan de motivering van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel nadere eisen te worden gesteld. In dat geval zal de rechter in zijn overwegingen met betrekking tot die schatting moeten motiveren op grond waarvan hij ondanks wat door of namens de betrokkene tegen die gevolgtrekking en de onderliggende feiten en omstandigheden is aangevoerd, die gevolgtrekking aanvaardt. Als de rechter de aan het financieel rapport of aan andere wettige bewijsmiddelen ontleende feiten en omstandigheden, die hij bij zijn oordeel betrekt en die redengevend zijn voor de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel, in de overwegingen (samengevat) weergeeft onder nauwkeurige vermelding van de vindplaatsen daarvan, is aan de uit artikel 359 lid 3 Sv voortvloeiende verplichting voldaan.

Geen rechtsregel staat eraan in de weg dat de rechter in de ontnemingszaak aan de bewezenverklaring die is opgenomen in de uitspraak in de strafzaak, gegevens ontleent die redengevend zijn voor de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechter in de ontnemingszaak is in zo'n geval niet gehouden om de bewijsmiddelen die betrekking hebben op die bewezenverklaring, ook in de uitspraak in de ontnemingszaak op te nemen. Dat is alleen anders als het opnemen van die bewijsmiddelen in het concrete geval noodzakelijk is voor de begrijpelijkheid van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel, of als met het opnemen van die bewijsmiddelen de redenen kunnen worden opgegeven die in het bijzonder hebben geleid tot het afwijken van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over de schatting van het voordeel.

Deze zaak

De officier van justitie heeft haar vordering tot ontneming gebaseerd op het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 15 juni 2023. Volgens de politie blijkt uit de hierin aangehaalde SkyECC-berichten dat de veroordeelde en een ander persoon op enig moment samen eigenaar zijn geweest van een partij cocaïne van 96 kilogram. De veroordeelde had daarom de beschikking over een hoeveelheid van 48 kilogram cocaïne. Uit de SkyECC-berichten blijkt volgens de politie voorts dat deze partij cocaïne is verkocht met € 3.000,- winst per kilogram. Het is daarom aannemelijk dat de veroordeelde 48 kilogram cocaïne x € 3.000,- = € 144.000,- wederrechtelijk voordeel heeft verkregen.

De raadsman van de veroordeelde heeft tegen deze berekening gemotiveerd verweer gevoerd. De raadsman heeft onder meer aangevoerd – zakelijk weergegeven – dat uit de aangehaalde SkyECC-berichten niet kan worden afgeleid dat de 96 kilogram cocaïne (mede) aan de veroordeelde in eigendom toebehoorde. Volgens hem kan op basis van de SkyECC-berichten evenmin met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat daadwerkelijk een transactie heeft plaatsgevonden met die voorraad cocaïne, noch dat de in de SkyECC-berichten genoemde winstmarge van € 3.000,- de winstmarge is van de veroordeelde en zijn partner bij die transactie. Volgens de verdediging valt in de berichten te lezen dat deze winstmarge de winstmarge is van de afnemer/doorverkoper van de partij cocaïne in [land] ([bijnaam]).

De rechtbank kan op grond van de in het ontnemingsrapport aanwezige onderliggende bewijsmiddelen in de strafzaak, met name de SkyECC-berichten, de gevolgtrekking en de feiten en omstandigheden die door de politie zijn aangevoerd, niet in voldoende mate aanvaarden. De rechtbank is van oordeel dat de SkyECC-berichten die in het ontnemingsrapport vermeld zijn voor meerderlei uitleg vatbaar zijn. De door de verdediging voorgestane uitleg van de berichten is verdedigbaar en wordt niet uitgesloten door andere berichten of overige bewijsmiddelen in het dossier. Daarom kan niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat de 96 kilogram cocaïne die in de SkyECC-berichten wordt genoemd, daadwerkelijk mede aan de veroordeelde toebehoorde. Evenmin kan buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat deze cocaïne door de veroordeelde is verkocht met € 3.000,- winst per kilogram en dat de veroordeelde met de verkoop van deze partij cocaïne € 144.000,- heeft verdiend. Nu slechts deze transactie ten grondslag ligt aan het ontnemingsrapport, kan dan voor het overige niet vastgesteld worden of en in hoeverre de veroordeelde op grond van andere SkyECC-berichten wel wederrechtelijk voordeel heeft verkregen.

Conclusie

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de vordering tot ontneming moet worden afgewezen.

4. De beslissing

De rechtbank wijst af de vordering van het openbaar ministerie ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.L. Harmsen, voorzitter,

mr. C.A.W. Zijlstra, rechter,

mr. S.S. Buisman, rechter,

in tegenwoordigheid van W.H. Ng, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 18 maart 2026.

Mr. Buisman is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M.L. Harmsen
  • mr. C.A.W. Zijlstra
  • mr. S.S. Buisman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?