ECLI:NL:RBDHA:2026:5578

ECLI:NL:RBDHA:2026:5578

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 02-03-2026
Datum publicatie 17-03-2026
Zaaknummer NL23.32118
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

asiel, AA. Gegrond. Gestelde minderjarigheid. Leeftijdsschouwen niet inzichtelijk en concludent. Motiveringsgebrek met betrekking tot hantering leeftijd zoals geregistreerd in Bulgarije. Instandhouding rechtsgevolgen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [nummer], eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL23.32118

(gemachtigde: mr. T.M. van der Wal),

en

(gemachtigde: mr. F. Witteman).

Procesverloop

Eiser heeft op 20 juni 2022 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.

Op 26 september 2023 heeft eiser verweerder in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag.

Op 10 oktober 2023 heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag.

Bij besluit van 22 februari 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder het asielverzoek van eiser ingewilligd.

Eiser heeft beroepsgronden ingediend tegen het bestreden besluit.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 3 december 2025 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag

1. Eiser heeft op 10 oktober 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door verweerder op zijn asielaanvraag. Nu verweerder op 22 februari 2024 alsnog een besluit heeft genomen op de asielaanvraag, heeft eiser geen belang meer bij een beoordeling van zijn beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Daarom verklaart de rechtbank het beroep in zoverre niet-ontvankelijk.

De rechtbank overweegt dat verweerder niet binnen de voorgeschreven beslistermijn op de asielaanvraag heeft beslist, dat eiser na het verstrijken van de beslistermijn een ingebrekestelling heeft ingediend, dat eiser meer dan twee weken na de ingebrekestelling beroep heeft ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag en dat het bestreden besluit pas is genomen nadat eiser beroep tegen het niet tijdig beslissen had ingesteld. Dit betekent dat dit beroep niet zonder reden is ingesteld. De rechtbank ziet hierin aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten die eiser in verband met dit beroep heeft gemaakt. De rechtbank stelt deze kosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift tegen het niet tijdig beslissen, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 0,5, omdat de zaak in zoverre van licht gewicht is).

Beroep tegen het bestreden besluit

2. Op grond van artikel 6:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit mede betrekking op het alsnog genomen besluit, tenzij dit geheel aan het beroep tegemoet komt. In dit geval is verweerder met het bestreden besluit niet aan het beroep van eiser tegemoetgekomen. Het beroep richt zich daarom mede tegen het bestreden besluit.

(De totstandkoming van) het bestreden besluit

3. Eiser heeft in het kader van zijn asielaanvraag gesteld de Afghaanse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op 13 januari 2006. Hij heeft daarbij een identiteitskaart (taskera) en een vertaling daarvan overgelegd.

Bureau Documenten (BD) heeft de taskera en de vertaling onderzocht. De bevindingen van dat onderzoek zijn neergelegd in een Verklaring van onderzoek van 16 februari 2024. Daarin is ten aanzien van de taskera geconcludeerd dat het document mogelijk niet echt is, omdat de techniek van de basisgegevens afwijkt van het beschikbare vergelijkingsmateriaal. Niet kon worden vastgesteld of het document inhoudelijk juist is. Ten aanzien van de vertaling heeft BD geconcludeerd dat deze mogelijk niet bevoegd is opgemaakt en afgegeven en dat de legalisatie van het Afghaanse ministerie van Buitenlandse Zaken hoogstwaarschijnlijk niet bevoegd is opgemaakt en afgegeven. Dit vanwege onregelmatigheden in de opmaak en afgifte respectievelijk legalisatiekenmerken die afwijken van het beschikbare vergelijkingsmateriaal.

Medewerkers van de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) hebben op 22 juni 2022 een schouw verricht en op basis van lichamelijke kenmerken en eisers gedrag tijdens het verhoor geconcludeerd dat er twijfel bestaat over de opgegeven leeftijd van eiser. Op 9 juli 2022 heeft een tweede schouw plaatsgevonden tijdens het aanmeldgehoor bij de IND, waarbij de hoormedewerker op basis van lichamelijke kenmerken, het gedrag en de verklaringen van eiser heeft geconcludeerd dat eiser evident meerderjarig is.

Naar aanleiding van de uitkomst van de schouw heeft verweerder nader onderzoek verricht naar eisers leeftijd. Gelet op registraties in Eurodac, waaruit bleek dat eiser bekend is bij de Bulgaarse en de Oostenrijkse autoriteiten, was dat onderzoek gericht op deze twee landen. De Bulgaarse autoriteiten hebben op 1 september 2022 laten weten dat eiser daar staat geregistreerd als meerderjarige met de geboortedatum [geboortedatum] 2003 en dat de registratie tot stand is gekomen op basis van eigen verklaringen van eiser. Eiser heeft geen documenten overgelegd in Bulgarije en er heeft geen leeftijdsonderzoek plaatsgevonden. De Oostenrijkse autoriteiten hebben op 5 oktober 2022 aan verweerder bericht dat eiser daar is geregistreerd met de geboortedatum 1 januari 2003.

4. In het bestreden besluit heeft verweerder eiser een asielvergunning verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder is er in het besluit vanuit gegaan dat eiser meerderjarig is en dat hij geboren is op 15 april 2003. De conclusie over eisers leeftijd is gebaseerd op het resultaat van het nader onderzoek in Bulgarije en op het onderzoek van BD met betrekking tot de taskera. In het kader van het overnemen van de geboortedatum die in Bulgarije is geregistreerd, heeft verweerder nog verwezen naar het interstatelijk vertrouwensbeginsel en in dat verband naar de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 17 januari 2027 (ECLI:NL:RVS:2017:134) en 15 augustus 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:2219).

Het aanvullend beroepschrift

5. Eiser betoogt dat verweerder ten onrechte de geboortedatum 15 april 2003 heeft aangehouden. Eiser stelt minderjarig te zijn en geboren te zijn op 13 januari 2006. Volgens eiser heeft verweerder eisers leeftijd niet kunnen baseren op de leeftijdsschouw, de registratiegegevens van Bulgarije en het onderzoeksresultaat van BD van 16 februari 2024. De leeftijdsschouw door de AVIM en de IND is niet zorgvuldig geweest. Het is ook niet duidelijk welke lichamelijke kenmerken en welk gedrag van eiser tot welke conclusies hebben geleid. Daarbij ontbreekt een wetenschappelijke basis voor de schouw. Verweerder heeft de registratiegegevens uit Bulgarije en Oostenrijk niet aan eiser verstrekt. Ten aanzien van de registratie in Bulgarije voert eiser aan dat deze niet zorgvuldig tot stand is gekomen, omdat eiser daar geen documenten heeft overgelegd en er geen leeftijdsonderzoek heeft plaatsgevonden. Bij het overnemen van de registratie in Bulgarije is verweerder ook ten onrechte uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. In plaats daarvan had verweerder moeten motiveren welk gewicht hij aan de registratie toekent en waarom, en had verweerder bij eiser moeten informeren onder welke omstandigheden hij zijn verklaring in Bulgarije heeft afgelegd. Dit is allemaal niet gebeurd. Met betrekking tot het onderzoek van BD voert eiser aan dat hij door de late kennisneming van de Verklaring van onderzoek – pas bij het bestreden besluit – geen contra-expertise heeft kunnen laten verrichten. Verder acht hij de conclusie dat de taskera mogelijk vals is, niet toereikend gemotiveerd. Het rapport geeft geen inzicht in de reden voor deze conclusie en maakt ook niet duidelijk welk referentiemateriaal BD heeft gebruikt.

Beoordeling van het beroep

6. De rechtbank overweegt, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 20 augustus 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:3801) dat in het algemeen de leeftijdsschouw zorgvuldig is en het beleid van verweerder zoals dat in de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc) en in de (huidige) Werkinstructie 2025/1 is uitgewerkt, op een zorgvuldige wijze is vormgegeven en redelijk is. De leeftijdsschouw is een bruikbaar middel voor de vaststelling of er twijfel bestaat over de opgegeven leeftijd van een vreemdeling. Om tot een zorgvuldige schouw te komen in een individuele zaak, is het wel van belang dat de verslaglegging zorgvuldig gebeurt en dat alle observaties, vanaf de ontmoeting tot de afsluiting, in het verslag staan beschreven. Ook moeten de conclusies van de schouw in de verslaglegging worden verbonden aan de observaties tijdens het gehoor, bestaande uit de uiterlijke kenmerken, verklaringen en gedragingen van een vreemdeling. Alleen dan is een leeftijdsschouw voldoende zorgvuldig, inzichtelijk en concludent.

De rechtbank is van oordeel dat beide schouwen in deze zaak niet inzichtelijk en concludent zijn. In zowel de schouw van de AVIM als de schouw van de IND ontbreekt een verbinding tussen de observaties en de conclusies die de medewerkers daaruit trekken. De rechtbank kan uit de stukken niet opmaken hoe de lichamelijke kenmerken, het gedrag en de verklaringen van eiser hebben bijgedragen aan de conclusies dat twijfel bestaat over de opgegeven leeftijd respectievelijk dat eiser evident meerderjarig is. Hetgeen verweerder in het verweerschrift over de schouwen heeft opgemerkt, maakt een en ander niet alsnog duidelijk. Omdat de schouwen niet inzichtelijk en concludent zijn, heeft verweerder de schouwen niet mogen betrekken bij zijn standpunt dat twijfel bestaat over de leeftijd die eiser heeft opgegeven.

Dat neemt echter niet weg dat verweerder met het oog op zorgvuldige besluitvorming nader onderzoek mocht doen naar de leeftijd van eiser. Uit de uitspraak van de Afdeling van 9 oktober 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:3992) volgt dat verweerder daarbij moet uitgaan van de minderjarigheid van eiser en dat het aan hem is om het vermoeden van minderjarigheid te ontzenuwen.

Verweerder heeft nader onderzoek gedaan door navraag te doen bij de Bulgaarse en de Oostenrijkse autoriteiten. Dat de resultaten van het onderzoek in Bulgarije en Oostenrijk niet aan eiser zijn verstrekt, volgt de rechtbank niet. Deze informatie zit immers in het dossier, dat ook door eiser te raadplegen is. Naar aanleiding van het verrichte onderzoek is verweerder in het bestreden besluit uitgegaan van 15 april 2003 als geboortedatum van eiser, omdat hij met die geboortedatum in Bulgarije staat geregistreerd. De rechtbank is van oordeel dat de door verweerder in dit verband gegeven motivering in het besluit niet deugdelijk is. Verweerder heeft wat de Bulgaarse registratie betreft namelijk enkel verwezen naar het interstatelijk vertrouwensbeginsel, terwijl in de uitspraak van 9 oktober 2024 is geoordeeld dat verweerder zich niet kan beroepen op het interstatelijk vertrouwensbeginsel als hij bij de beoordeling van de leeftijd van een vreemdeling een leeftijdsregistratie in een andere EU-lidstaat betrekt. Verder heeft verweerder niet, zoals ook in die uitspraak is bepaald, gemotiveerd aangegeven welk gewicht hij aan de Bulgaarse registratie toekent en waarom, en waarop die registratie is gebaseerd. Evenmin heeft verweerder beoordeeld of de verklaringen van eiser over de totstandkoming van de registratie in Bulgarije plausibel zijn, wat in een geval als dit, waarin een registratie alleen op een eigen verklaring van een vreemdeling is gebaseerd, wel had gemoeten. Het bestreden besluit kent om deze redenen een motiveringsgebrek. De beroepsgrond slaagt.

Het gebrek geeft de rechtbank aanleiding om het beroep tegen het bestreden besluit gegrond te verklaren en het besluit te vernietigen. De rechtbank zal hierna beoordelen of de rechtsgevolgen van het te vernietigen besluit in stand gelaten kunnen worden.

In het verweerschrift heeft verweerder zijn standpunt dat van de registratie van Bulgarije kan worden uitgegaan, nader toegelicht. Verweerder heeft aangegeven dat de registratie van de geboortedatum in Bulgarije is gebaseerd op de eigen verklaring van eiser. Verweerder heeft erop gewezen dat eiser tijdens het nader gehoor is gevraagd naar de omstandigheden waaronder de registratie in Bulgarije tot stand is gekomen. Verweerder acht de verklaring van eiser, te weten dat de Bulgaarse autoriteiten hebben verzonnen dat hij die geboortedatum heeft opgegeven, niet plausibel. Bij het beoordelen van eisers leeftijd hecht verweerder verder veel waarde aan de conclusie van BD dat de door eiser overgelegde taskera mogelijk niet echt is. Verweerder ziet daarom geen aanleiding om uit te gaan van de geboortedatum die op de taskera staat vermeld. Verder heeft verweerder in de leeftijdsbeoordeling betrokken dat eiser in het gehoor bij de IND wisselende en vage verklaringen heeft gegeven over zijn leeftijd. Tot slot is meegewogen dat eiser ook in Oostenrijk is geregistreerd als meerderjarige, namelijk met de geboortedatum 1 januari 2003. In aanvulling op het verweerschrift heeft verweerder nog een vergewisbrief van het Team Onderzoek en Expertise Land en Taal (TOELT), gedateerd 20 februari 2024, overgelegd, waarin is vermeld dat na inzage in de onderliggende stukken bij de Verklaring van onderzoek van BD, wordt geconcludeerd dat de Verklaring van onderzoek inhoudelijk inzichtelijk is.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder met de toelichting in het verweerschrift alsnog deugdelijk heeft gemotiveerd waarom de registratie van de geboortedatum in Bulgarije is gevolgd. Verweerder heeft de door eiser gegeven verklaring voor de afwijkende registratie in Bulgarije niet plausibel kunnen vinden. Verweerder heeft ook veel gewicht mogen toekennen aan de conclusie van BD dat de door eiser overgelegde taskera mogelijk niet echt is. Een advies van BD wordt aangemerkt als een deskundigenadvies. Verweerder mag op het advies van een deskundige afgaan, nadat hij is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Verweerder heeft aan zijn vergewisplicht voldaan en daartoe een vergewisbrief van TOELT overgelegd. Eiser heeft hier verder geen opmerkingen over gemaakt. Dat het aan verweerder te wijten is dat eiser geen contra-expertise heeft kunnen laten verrichten, volgt de rechtbank niet, nu sinds het bestreden besluit geruime tijd is verstreken. De rechtbank is ook niet gebleken dat eiser, na een aan verweerder gestuurde brief op 11 maart 2025, nog inspanningen heeft verricht om een contra-expertise te verrichten. De rechtbank overweegt voorts dat verweerder ook aan de omstandigheid dat eiser in Oostenrijk is geregistreerd met het geboortejaar 2003, gewicht heeft kunnen toekennen. Alle feiten en omstandigheden in samenhang bekeken heeft verweerder thans het vermoeden van minderjarigheid wel ontzenuwd. Verweerder mag dus aannemen dat eiser is geboren op 15 april 2003 en dus meerderjarig is.

De rechtbank ziet gelet op het voorgaande aanleiding om op grond van artikel 8:72, derde lid, van de Awb te bepalen dat de rechtsgevolgen van het te vernietigen besluit geheel in stand blijven.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk. Het beroep tegen het bestreden besluit is gegrond. Het bestreden besluit is in strijd met artikel 3:46 van de Awb en wordt vernietigd. De rechtbank bepaalt evenwel dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven.

8. Eiser heeft recht op vergoeding van de gemaakte proceskosten in verband met het gegronde beroep tegen het bestreden besluit. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het aanvullend beroepschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1). Samen met de in overweging 1.1 toegekende proceskostenvergoeding vanwege het terecht ingestelde beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag, komt de totale door verweerder te betalen proceskostenvergoeding neer op een bedrag van € 1.401,-

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag niet-ontvankelijk;

- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.401,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E. Bos, rechter, in aanwezigheid van mr. F. Horst - van Dee, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C.E. Bos

Griffier

  • mr. F. Horst - van Dee

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?