ECLI:NL:RBDHA:2026:5665

ECLI:NL:RBDHA:2026:5665

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 02-03-2026
Datum publicatie 17-03-2026
Zaaknummer NL25.14742 en NL23.38097
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Beroep ongegrond. Geen vrijstelling mvv o.g.v. Turks associatierecht. Belangenafweging in kader van 8 EVRM is navolgbaar, alle feiten en omstandigheden zijn betrokken.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Samenvatting

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

zaaknummers: NL25.14742 (beroep) en NL23.38097 (voorlopige voorziening)

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. V. Karapetjan),

en

(gemachtigde: mr. F.E. Mahler).

Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Eiseres is het niet eens met de afwijzing. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder de aanvraag van eiseres voor een verblijfsvergunning regulier bepaalde tijd mocht afwijzen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

Eiseres is geboren op [geboortedag 1] 1962 en heeft de Turkse nationaliteit. Eiseres heeft sinds 2008 de ziekte van Parkinson. Eiseres’ dochter (referente) is [persoon] . Referente is geboren op [geboortedag 2] 1988 en heeft ook de Turkse nationaliteit. Referente heeft een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd onder de beperking ‘Arbeid als kennismigrant’. Zij werkt in Nederland als tandarts. Toen referente naar Nederland kwam om te werken als kennismigrant, is eiseres met haar meegereisd op grond van een visum kort verblijf. Eiseres is vervolgens in Nederland gebleven.

Eiseres heeft op 14 juni 2023 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning, met als doel verblijf als familie- of gezinslid bij referente.

Met het primaire besluit van 7 november 2023 heeft verweerder deze aanvraag afgewezen. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit en een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening. Op 12 augustus 2024 heeft een hoorzitting plaatsgevonden.

Met het bestreden besluit van 28 februari 2025 heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard en is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Volgens verweerder is uitzetting niet in strijd met het Associatierecht EEG-Turkije in de zin van artikel 3.71, tweede lid, aanhef en onder e van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb). Eiseres komt ook niet op grond van de standstill-bepaling in aanmerking voor een verblijfsvergunning op grond van het voormalig ouderenbeleid. Verweerder heeft verder gesteld dat uitzetting niet in strijd is met artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Verweerder heeft – kort samengevat – gesteld dat het belang van de Nederlandse overheid zwaarder weegt dan het persoonlijke belang van eiseres. Het feit dat de Nederlandse overheid aan referente een verblijfsvergunning als kennismigrant heeft verleend, brengt op zichzelf geen verplichting voor de Nederlandse overheid om eiseres ook een verblijfsvergunning te verlenen. Verweerder ziet ook geen subjectieve belemmeringen voor eiseres en referente om het gezinsleven in Turkije uit te oefenen. Het is de eigen keuze van referente om het familieleven in Turkije voort te zetten en het was de eigen keuze van eiseres om familieleven uit te oefenen met referente, zonder dat zij in Nederland mocht verblijven op grond van een verblijfsvergunning.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Omdat het bestreden besluit is genomen tijdens het verzoek om een voorlopige voorziening hangende bezwaar, is het verzoek ‘omgeklapt’ naar een voorlopige voorziening hangende beroep. Verweerder heeft gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 2 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiseres, referente, de gemachtigde van eiseres, M. Sivridag (als tolk in de Turkse taal) en de gemachtigde van verweerder deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt of verweerder de aanvraag van eiseres om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd terecht heeft afgewezen.

Toetsingskader Associatierecht EEG-Turkije

In artikel 3.71, tweede lid, aanhef en onder e, van het Vb staat dat op grond van artikel 17, eerste lid, onder g, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw), van het vereiste van een geldige mvv is vrijgesteld, de vreemdeling die in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van Besluit 1/80 of wiens uitzetting in strijd is met het Turkse Associatierecht. Met het Wijzigingsbesluit 23 september 2022 heeft verweerder het beleid hierover aangepast. In paragraaf B1/4.1.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc) staat na deze aanpassing:

‘Een vreemdeling is vrijgesteld van het MVV-vereiste, als artikel 3.71, tweede lid, onder e van het Vb van toepassing is. De IND neemt aan dat uitzetting in strijd is met het Associatierecht in de zin van artikel 3.71, tweede lid, aanhef en onder e, Vb als de vreemdeling voldoet aan alle volgende voorwaarden:

de vreemdeling of de hoofdpersoon valt onder het toepassingsbereik van Besluit 1/80 of het Aanvullend Protocol;

de vreemdeling heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd zonder mvv ingediend;

de vreemdeling voldoet aan alle overige geldende voorwaarden voor het verlenen van de verblijfsvergunning; en

er is sprake van bijzondere, individuele omstandigheden die tot de conclusie leiden dat het stellen van het mvv-vereiste onevenredig is.

De bijzondere, individuele omstandigheden moeten het uitoefenen van het vrij verkeer van werknemers of de vrijheid van vestiging belemmeren. Hiervan kan sprake zijn als bij een aanvraag om verblijf als gezinslid bij een Turkse hoofdpersoon die tot de legale Nederlandse arbeidsmarkt behoort, die Turkse hoofdpersoon door de bijzondere, individuele omstandigheden genoodzaakt wordt om te kiezen tussen het uitoefenen van de economische activiteit in Nederland en het gezinsleven in Turkije.’

Eiseres voert aan dat verweerder een verkeerd toetsingskader heeft gehanteerd. Verweerder heeft namelijk direct getoetst of eiseres op grond van het Associatierecht EEG-Turkije in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning, maar verweerder had eerst moeten toetsen of zij in aanmerking komt voor een mvv-vrijstelling op grond van het Associatierecht en vervolgens pas moeten toetsen of zij in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning. Volgens eiseres gaan de ‘overige geldende voorwaarden voor het verlenen van de verblijfsvergunning’ in de derde voorwaarde niet om de inhoudelijke beoordeling van artikel 8 van het EVRM, maar om de materiele vereisten, zoals het aantonen van identiteit of het zijn van een gevaar voor de openbare orde. Binnen dit vereiste kan niet ook nog eens kan worden beoordeeld of wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 8 van het EVRM. Een mvv-vrijstelling wordt dan zinledig, nu een mvv-vrijstelling dan alleen kan worden verleend als een mvv-vrijstelling niet nodig is. Volgens eiseres voldoet zij aan de voorwaarden en komt zij in aanmerking voor een mvv-vrijstelling.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder op juiste wijze heeft getoetst aan de vrijstelling van het mvv-vereiste op grond van het Turkse associatierecht. De rechtbank wijst in dit verband allereerst op de uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats van 7 november 2024, waarin het tegenwerpen van het mvv-vereiste aan Turkse onderdanen inhoudelijk is beoordeeld. De rechtbank neemt de rechtsoverwegingen die zien op het mvv-vereiste over. De rechtbank volgt eiseres verder niet in haar standpunt dat de ‘overige geldende voorwaarden voor het verlenen van de verblijfsvergunning’ in de derde voorwaarde niet gaan om de inhoudelijke beoordeling van artikel 8 van het EVRM, maar om de materiele vereisten. Dit blijkt niet uit de wet en eiseres heeft ook verder niet onderbouwd waaruit dit zou blijken. Nu eiseres heeft verzocht om een verblijfsvergunning zonder mvv op grond van artikel 8 van het EVRM, heeft verweerder terecht eerst getoetst of zij in aanmerking komt voor deze verblijfsvergunning. Verweerder heeft vastgesteld dat eiseres niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 8 van het EVRM, omdat de belangenafweging in dit kader in haar nadeel is uitgevallen. Eiseres voldoet daarmee niet aan de derde voorwaarde van artikel 3.71, tweede lid, onder e.

Belangenafweging van artikel 8 van het EVRM

Eiseres voert aan dat de belangenafweging van artikel 8 van het EVRM gebrekkig is en dat verweerder niet alle belangen heeft betrokken. Zo heeft verweerder niet betrokken dat het feit dat referente kennismigrant is impliceert dat zij noodzakelijk en wenselijk is voor het economisch belang van Nederland, dat referente genoeg inkomen heeft en dat er een subjectieve belemmering is omdat het verblijfsrecht van referente zinledig wordt als zij naar Turkije moet gaan. Verweerder heeft ook niet betrokken dat eiseres geen beroep doet op het Nederlandse zorgstelsel omdat de zorg voor eiseres wordt verleend door een psychiater in Turkije en dat eiseres niet naar de Turkse instellingen kan omdat zij afhankelijk is van haar dochter. Op de zitting heeft referente aangevoerd dat verweerder ook onvoldoende heeft betrokken dat zij een omzet heeft gedraaid van € 170.000,- binnen vijf maanden en dat zij daardoor veel belasting heeft afgedragen.

De rechtbank stelt voorop dat tussen partijen niet in geschil is dat tussen eiseres en referente sprake is van familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM. In geschil is wel of verweerder de belangenafweging in het nadeel van eiseres mocht laten uitvallen. Wanneer een belangenafweging is gemaakt in het kader van artikel 8 van het EVRM, dient de rechtbank eerst te toetsen of verweerder alle relevante feiten en omstandigheden in zijn belangenafweging heeft betrokken. Indien dit het geval is, dient de rechtbank te toetsen of verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat die afweging heeft geresulteerd in een ‘fair balance’ tussen het belang bij de uitoefening van het familie- en gezinsleven van een vreemdeling in Nederland en het Nederlands algemeen belang. De vraag of alle feiten en omstandigheden zijn betrokken, moet de rechtbank zonder terughoudendheid (vol) toetsen. De uitkomst van de gemaakte belangenafweging dient de rechtbank enigszins terughoudend te toetsen. Dat betekent onder meer dat de rechtbank het gewicht dat verweerder aan de verschillende belangen heeft toegekend, enigszins terughoudend moet toetsen.

De rechtbank is van oordeel dat uit het bestreden besluit volgt dat verweerder alle relevante feiten en omstandigheden kenbaar in de belangenafweging heeft betrokken. Uit het bestreden besluit volgt dat verweerder in de belangenafweging heeft meegenomen dat eiseres kennismigrant is, dat zij voldoende inkomen heeft, dat er voor eiseres een subjectieve belemmering is om het gezinsleven in Turkije uit te oefenen, dat eiseres onder behandeling is van een psychiater in Turkije en dat eiseres niemand anders vertrouwt dan referente. Verweerder heeft het bedrag van € 170.000,- niet uitdrukkelijk meegenomen in de belangenafweging. Eiseres heeft echter pas één dag voor de zitting een overzicht overgelegd waaruit dit bedrag blijkt en heeft dit verder pas op de zitting toegelicht. Naar het oordeel van de rechtbank kan verweerder niet worden tegengeworpen dat dit niet expliciet is betrokken in de belangenafweging. De rechtbank vindt bovendien dat dit voldoende samenhangt met het feit dat eiseres kennismigrant is en dat zij voldoende inkomen heeft, en dat heeft verweerder wel kenbaar betrokken in de belangenafweging. Op de zitting heeft eiseres er verder op gewezen dat verweerder in de belangenafweging niet heeft betrokken dat er geen druk op de woningmarkt wordt gelegd, omdat eiseres en referente samenwonen in één huis. De rechtbank volgt eiseres hierin niet. Verweerder heeft in het kader van de belangenafweging niet aan eiseres tegengeworpen dat haar komst naar Nederland bijdraagt aan druk op de Nederlandse woningmarkt. Uit de besluitvorming volgt dat verweerder in eiseres’ voordeel heeft gewogen dat van referente wordt verwacht dat zij een eigen inkomen heeft om de kosten van het levensonderhoud van haarzelf en eiseres te kunnen betalen, daarin begrepen de kosten voor onderdak. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat verweerder (de kosten van) het onderdak van eiseres voldoende in de belangenafweging heeft betrokken.

Eiseres voert verder aan dat verweerder in haar voordeel had moeten meewegen dat zij geen beroep wil doen op de Nederlandse gezondheidszorg. Er wordt voldoende tegenwicht geboden door het hoge inkomen van referente en de omzet die referente draait. Verweerder had dit in ieder geval niet zwaar in haar nadeel mogen laten wegen. De rechtbank overweegt hiertoe allereerst dat uit de besluitvorming volgt dat verweerder het beroep van eiseres op het zorgstelsel niet zwaar in haar nadeel heeft gewogen. Dit is in overeenstemming met de uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank en deze zittingsplaats van 19 juni 2024, waarin is geoordeeld dat aan het beroep op het zorgstelsel geen zwaar gewicht toegekend mag worden, omdat dit een omstandigheid is waar een vreemdeling niets aan kan doen. De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder het beroep van eiseres op het zorgstelsel terecht in haar nadeel heeft gewogen. Verweerder heeft daartoe terecht gesteld dat niet valt uit te sluiten dat eiseres in de toekomst een beroep zal doen op de gezondheidszorg. Dit te meer nu zij kampt met diverse medische klachten, zoals de ziekte van Parkinson en een depressie. Daarbij is gebleken dat eiseres zich al eerder heeft aangemeld bij de huisarts, fysiotherapiebehandelingen heeft gekregen en medicatie bij de apotheek heeft gehaald. Bij het verkrijgen van haar verblijfsvergunning zou zij ook een zorgverzekering moeten afsluiten, waardoor eenieder in Nederland zou meebetalen aan de medische zorg die zij in de toekomst waarschijnlijk nog nodig heeft.

De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder terecht in het nadeel van eiseres heeft gewogen dat zij familieleven in Nederland is gaan uitoefenen zonder dat zij hier rechtmatig mocht verblijven. Daarmee heeft zij de Nederlandse overheid voor een voldongen feit gesteld. Eiseres had er rekening mee kunnen houden dat zij op een bepaald moment terug zou moeten keren naar Turkije. De gevolgen van deze keuze komen voor eiseres’ en referentes eigen rekening en risico.

De rechtbank concludeert dat verweerder alle feiten en omstandigheden heeft betrokken in de belangenafweging en dat hij de belangen op navolgbare wijze in de belangenafweging heeft betrokken.

Onredelijk hard

Eiseres voert aan dat het besluit voor haar onredelijk hard is. Het is voor haar praktisch onmogelijk om alleen in Turkije te verblijven. Zij heeft haar dochter nodig.

De rechtbank is van oordeel dat de afwijzing van de aanvraag niet onredelijk hard is. Er zijn geen omstandigheden naar voren gebracht die op zichzelf voldoende aanleiding geven om de hardheidsclausule toe te passen. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat het niet onredelijk hard is om van eiseres te vragen om een mvv in Turkije aan te vragen. Niet is gebleken dat eiseres voor deze periode in Turkije niet de nodige medische zorg kan ontvangen of dat referente niet voor deze periode met eiseres mee kan naar Turkije. Verweerder heeft ook hier terecht meegenomen dat het voor eiseres’ en referentes eigen rekening en risico komt dat zij naar Nederland zijn gekomen zonder dat eiseres beschikte over een mvv en dat zij pas in Nederland een verblijfsvergunning heeft aangevraagd.

Schending evenredigheidsbeginsel

Eiseres voert aan dat sprake is van schending van het evenredigheidsbeginsel. Volgens eiseres zijn de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig tot het beoogde doel. Het besluit is ook onredelijk bezwarend: door het besluit zal referente haar baan verliezen.

De rechtbank volgt eiseres niet in dit standpunt. Uit het bestreden besluit volgt dat verweerder de nadelige gevolgen heeft meegenomen en gemotiveerd waarom hij, ondanks die omstandigheden, toch tot het bestreden besluit is gekomen. De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden gezegd dat de voor eiseres nadelige gevolgen onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.

Conclusie en gevolgen

Het beroep is ongegrond. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd terecht afgewezen. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Omdat de rechtbank nu beslist op het beroep, is er voor het treffen van een voorlopige voorziening geen reden meer. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening daarom af.

Beslissing

De rechtbank, in de zaak geregistreerd onder zaaknummer NL25.14742:

- verklaart het beroep ongegrond.

De voorzieningenrechter, in de zaak geregistreerd onder zaaknummer NL23.38097:

- wijst het verzoek af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.L.C.M. Ficq, rechter, in aanwezigheid van mr.I.G.A. Karregat, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. P.L.C.M. Ficq

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?