ECLI:NL:RBDHA:2026:5700

ECLI:NL:RBDHA:2026:5700

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 04-03-2026
Datum publicatie 17-03-2026
Zaaknummer NL25.52316
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Asiel Colombia. Problemen met bende niet geloofwaardig geacht. De rechtbank is van oordeel dat de minister de tegenwerpingen dat eiseres summier en ongerijmd heeft verklaard, dat de overgelegde documenten niet onderbouwen dat haar vader is vermoord door een bende, en dat zij haar aanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend, niet deugdelijk heeft gemotiveerd. Het standpunt van de minister dat eiseres de relatie met haar partner in Nederland niet aannemelijk heeft gemaakt, is onzorgvuldig voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd. Beroep gegrond.

Uitspraak

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] ,

geboren op [geboortedag] 2002, van Colombiaanse nationaliteit, eiseres

(gemachtigde: mr. J.G. Wiebes),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. Y.M. van der Lei).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag.

De minister heeft met het bestreden besluit van 21 oktober 2025 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.

De rechtbank heeft het beroep op 24 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de minister.

Totstandkoming van het besluit

Asielrelaas

2. Eiseres heeft aan haar asielrelaas het volgende ten grondslag gelegd. Haar vader is in 2004 vermoord door een bende. Haar moeder runde een schoonheidssalon. Zij werd tijdens haar werk vanaf 2008 lastiggevallen door de bende [naam 1] die stelde een schuld te willen vereffenen van haar vader. Eiseres weet niet precies wat haar vader heeft gedaan. Haar moeder betaalde uit veiligheid maandelijks geld aan de bende. Op een gegeven moment ontstonden er betalingsachterstanden. Er werd gedreigd dat als de moeder van eiseres niet zou betalen, eiseres om het leven zou worden gebracht. Rond die tijd vonden er twee doelgerichte aanvallen op eiseres plaats. Ten eerste is eiseres in 2021, toen zij onderweg was naar de supermarkt, aangevallen door twee mannen. Ten tweede is eiseres medio augustus 2021 toen zij met haar moeder reisde met het openbaar vervoer, achternagezeten door een man met een injectiespuit. Verder merkte eiseres tussen beide incidenten vaak dat zij werd gevolgd.

Het bestreden besluit

Het asielrelaas bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

identiteit, nationaliteit en herkomst; en

de geweldsincidenten en de persoonlijke problemen met een bende in Colombia.

De minister acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig. Dat eiseres geweldsincidenten heeft meegemaakt acht de minister ook geloofwaardig. Dat eiseres persoonlijke problemen heeft met een bende in Colombia acht de minister niet geloofwaardig. De verklaringen over de persoonlijke problemen vormen volgens de minister geen samenhangend en aannemelijk geheel. De minister werpt eiseres daarbij tegen:

1) dat haar verklaringen over de geweldsincidenten te summier zijn om te onderbouwen dat deze problemen voortkomen uit persoonlijke omstandigheden;

2) dat eiseres ongerijmd verklaart over de periode van de afpersing en de problemen die zij zelf heeft meegemaakt;

3) dat eiseres summier verklaart over welke bende haar achterna zou zitten;

4) dat de documenten van eiseres haar verklaringen over haar vader niet onderbouwen;

5) dat eiseres haar asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend en dat zij hiervoor geen goede verklaring heeft.

De minister concludeert dat eiseres geen vluchteling is zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag. Ook loopt zij bij terugkeer geen reëel risico op ernstige schade. Hiertoe overweegt de minister dat eiseres meermaals is teruggegaan naar Colombia.

De minister wijst de aanvraag af als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, onder h, van de Vw, omdat eiseres niet onmiddellijk asiel heeft aangevraagd toen dat mogelijk was. Ook stelt de minister eiseres niet in het bezit van een verblijfvergunning regulier. De minister acht de relatie van eiseres met haar partner [persoon] , die een verblijfsvergunning asiel in Nederland heeft, niet aannemelijk. De minister vaardigt een terugkeerbesluit uit met een vertrektermijn van vier weken.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.

4. Naar het oordeel van de rechtbank is het beroep gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Had de minister de beantwoording van de prejudiciële vragen over werkinstructie 2024/6 moeten afwachten?

5. Eiseres kan zich niet verenigen met het bestreden besluit. Zij voert ten eerste aan dat de minister de beantwoording van de prejudiciële vragen die deze rechtbank, zittingsplaats Roermond, in de verwijzingsuitspraak van 7 januari 2025 heeft gesteld over de nieuwe geloofwaardigheidsbeoordeling die is neergelegd in werkinstructie 2024/6, had moeten afwachten, voordat hij een besluit nam op de asielaanvraag van eiseres.

6. De rechtbank is van oordeel dat de minister de beantwoording van de prejudiciële vragen niet hoefde af te wachten. De rechtbank verwijst daartoe naar de uitspraak van 24 november 2025 van de meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats. In deze uitspraak overweegt de rechtbank dat zij geen aanleiding ziet voor het oordeel dat het voordeel van de twijfel door de minister in zijn algemeenheid op een onjuiste wijze wordt toegepast. Gelet op de stellige en directieve formulering in de nieuwe werkinstructie, zijn er situaties denkbaar waarin de toepassing ervan in strijd is met artikel 4 van de Kwalificatierichtlijn. Dit betekent echter niet dat de toepassing van de werkinstructie in iedere asielzaak zonder meer leidt tot een met het Unierecht strijdige geloofwaardigheidsbeoordeling. De rechtbank dient dit per individuele zaak te beoordelen. Er bestaat geen aanleiding voor het afwachten van de antwoorden op de prejudiciële vragen.

De beroepsgrond slaagt niet.

Heeft de minister eiseres mogen tegenwerpen dat zij summier en ongerijmd heeft verklaard over haar problemen met een bende in Colombia?

7. Eiseres voert aan dat de minister haar ten onrechte heeft tegengeworpen dat zij summier en ongerijmd heeft verklaard over haar problemen met de bende [naam 1] . Zij heeft haar problemen helder uitgelegd. De minister heeft ten onrechte niet doorgevraagd. Ook heeft de minister niet uitgelegd wat eiseres nog meer had moeten verklaren over de problemen.

8. De minister heeft op de zitting de tegenwerpingen in het bestreden besluit gehandhaafd. Het is volgens de minister aan eiseres om haar asielrelaas aannemelijk te maken. De minister heeft haar daartoe voldoende in de gelegenheid gesteld. Mede gelet op het referentiekader van eiseres, mocht van haar meer verwacht worden.

9. De rechtbank is van oordeel dat de minister de tegenwerpingen niet deugdelijk heeft gemotiveerd. De rechtbank overweegt dat eiseres heeft verklaard dat haar moeder sinds 2008 werd afgeperst door een bende. De bende is talloze keren langsgekomen om haar geld te laten betalen. De moeder heeft dat jarenlang gedaan. In 2021 kon de moeder van eiseres niet langer betalen. De bende heeft toen gedreigd dat zij eiseres iets zouden aandoen. In die periode zijn er twee doelgerichte aanvallen op eiseres geweest. De rechtbank begrijpt zonder nadere motivering niet waarom dit te summier is om te onderbouwen dat deze aanvallen voortkomen uit de problemen met de bende. De rechtbank ziet ook niet in waarom het ongerijmd is dat de aanvallen pas in 2021 begonnen. Eiseres heeft duidelijk verklaard dat haar moeder eerst toen niet langer kon betalen. De minister heeft dit niet deugdelijk gemotiveerd.

De stelling van de minister dat eiseres niet concreet genoeg heeft verklaard, omdat zij heeft gezegd dat zij ‘op een dag’ werd aangevallen en dat het aantal keren dat de bende langskwam ‘ontelbaar’ is, volgt de rechtbank niet. De minister heeft tijdens het nader gehoor geen enkele keer aan eiseres gevraagd om concreter te verklaren over de aanvallen en de problemen met de bende. Eiseres kon dus niet weten dat het voor de minister van belang was dat zij concreter verklaarde. De minister heeft eiseres dit dan ook niet mogen tegenwerpen. Temeer omdat de minister niet heeft kunnen uitleggen wat eiseres dan nog meer had moeten verklaren. Bovendien heeft eiseres in de correcties en aanvullingen gespecificeerd wanneer de aanvallen plaatsvonden. De minister heeft deze aanvulling ten onrechte niet betrokken in de beoordeling.

Verder is de rechtbank van oordeel dat de minister ten onrechte heeft tegengeworpen dat eiseres niet heeft onderbouwd waarom enkel de naam van de bende al grote angst inboezemde. Het is algemeen bekend dat deze bende in Colombia opereert met geweld. Ook is niet in geschil dat deze bende gelinkt is aan [naam 2] . Eiseres heeft verklaard dat de bende haar moeder jarenlang afperste en bedreigde toen haar moeder niet langer kon betalen. De rechtbank ziet niet in waarom eiseres meer had moeten verklaren over waarom enkel de naam van de bende al grote angst inboezemde. Het standpunt van de minister is niet deugdelijk gemotiveerd.

De beroepsgrond slaagt.

Heeft de minister eiseres mogen tegenwerpen dat de overgelegde documenten niet onderbouwen dat haar vader is vermoord door een bende?

10. Eiseres legt in beroep een vertaling over van het document dat ziet op de integrale zorg en schadeloosstelling van haar moeder als slachtoffer. In de zienswijze heeft eiseres aangevoerd dat uit het overgelegde krantenartikel blijkt dat haar vader actief was als

geldschieter. Voorts blijkt dat hij door geweld om het leven is gebracht. Hoewel hierin niet expliciet de [naam 1] wordt genoemd, dient deze informatie natuurlijk wel te worden bezien binnen de context van het asielrelaas van eiseres.

11. De minister heeft op de zitting het standpunt gehandhaafd dat uit de overgelegde documenten niet blijkt dat de vader van eiseres is vermoord door een bende. De minister heeft daarbij bevestigd dat in het bestreden besluit niet is gereageerd op wat eiseres in de zienswijze heeft aangevoerd.

12. De rechtbank overweegt dat in het document dat eiseres in beroep heeft overgelegd, de moord op de vader van eiseres wordt beschreven. Het document stelt vast dat de moord deel uitmaakt van het binnenlands gewapend conflict en een typische modus operandi was van de gewapende actoren (oftewel: bendes) die het genoemde gebied waren binnengevallen. De rechtbank constateert dat de minister hier in het bestreden besluit en op zitting niet nader op in is gegaan. Het standpunt van de minister dat de overgelegde documenten niet onderbouwen dat de vader van eiseres is vermoord door een bende, is dan ook niet deugdelijk gemotiveerd.

De beroepsgrond slaagt.

Heeft de minister mogen tegenwerpen dat eiseres haar aanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend?

13. Eiseres voert aan dat de minister ten onrechte heeft tegengeworpen dat zij haar asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend. Eiseres is kort nadat zij wist dat zij asiel in Nederland kon aanvragen, op 7 maart 2024 Nederland ingereisd. Op dezelfde dag heeft zij zich gemeld in Ter Apel . Dat zij daarvoor in de vrije termijn rechtmatig in België verbleef zonder asiel aan te vragen, en op 25 februari 2024 al een dag in Amsterdam was, maakt dit niet anders. Zij wist toen namelijk nog niet dat zij asiel kon aanvragen.

14. De minister heeft op de zitting het standpunt in het bestreden besluit gehandhaafd. De minister gaat uit van de datum van 25 februari 2024. Eiseres heeft dus niet binnen 48 uur asiel aangevraagd. De enkele stelling dat zij geen kennis had van de asielprocedure acht de minister niet verschoonbaar. De minister acht het ook bevreemdend dat eiseres niet direct in Spanje of België asiel heeft aangevraagd nadat zij haar land was ontvlucht.

15. De rechtbank constateert dat eiseres visumvrij Spanje is binnengekomen en dat zij vervolgens iets langer dan een maand rechtmatig in België verbleef. De rechtbank ziet niet in waarom in die situatie het niet direct aanvragen van asiel in het kader van de geloofwaardigheid kan worden tegengeworpen. Het standpunt van de minister is niet deugdelijk gemotiveerd.

De beroepsgrond slaagt.

Is het standpunt van de minister dat eiseres de relatie met haar partner niet aannemelijk heeft gemaakt, zorgvuldig voorbereid en deugdelijk gemotiveerd?

16. Eiseres voert aan dat de minister haar ten onrechte niet in het bezit heeft gesteld van een verblijfsvergunning regulier. Eiseres heeft de relatie met haar partner wel degelijk aannemelijk gemaakt, althans de minister heeft haar hiertoe onvoldoende in de gelegenheid gesteld. Eiseres overlegt in beroep twintig foto’s met haar partner voorzien van verschillende data, en correspondentie met de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Almelo over de documenten die zij en haar partner moesten aanleveren in verband met hun voorgenomen huwelijk.

17. De minister heeft zich op de zitting op het standpunt gesteld dat eiseres de relatie nog steeds niet aannemelijk heeft gemaakt. Foto’s zijn momentopnames. De intentie om te trouwen is ook niet genoeg voor de minister om de relatie aannemelijk te maken. Eiseres is voldoende in de gelegenheid gesteld om de relatie te onderbouwen.

18. De rechtbank is van oordeel dat dit standpunt van de minister onzorgvuldig is voorbereid en ondeugdelijk is gemotiveerd. De rechtbank wijst op het volgende.

Ten eerste heeft de minister eiseres tijdens het nader gehoor ten onrechte bijna niet in de gelegenheid gesteld om de relatie te onderbouwen. De minister heeft tijdens het nader gehoor zeer weinig vragen gesteld over de relatie. De minister heeft daarmee bij de voorbereiding van het besluit ten onrechte niet de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen vergaard.

Ten tweede is de rechtbank van oordeel dat de minister eiseres te weinig tijd heeft gegeven om de relatie te onderbouwen. In het voornemen van 16 oktober 2025 heeft de minister voor het eerst gesteld dat de relatie niet geloofwaardig wordt geacht, waarbij niet is tegengeworpen dat eiseres de relatie onvoldoende had onderbouwd, maar enkel dat zij hierover niet consistent had verklaard. Eiseres heeft vervolgens op 20 oktober 2025 de zienswijze ingediend. Daarin stelt zij dat zij op dat moment nader bewijsmateriaal met betrekking tot haar relatie aan het verzamelen was. Eiseres heeft daarbij aangegeven dat de stukken zo spoedig mogelijk zouden worden nagezonden. Ook heeft eiseres daarbij verzocht om aanvullend te worden gehoord over de relatie. De volgende dag, op 21 oktober 2025, heeft de minister het besluit genomen, waarin wordt gesteld dat eiseres nog geen bewijsmateriaal met betrekking tot de relatie heeft overgelegd en dat zij hiervoor alle tijd heeft gehad. De rechtbank is van oordeel dat de minister eiseres hiermee onvoldoende gelegenheid heeft gegeven om haar relatie te onderbouwen.

Ten derde overweegt de rechtbank dat de minister niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom de stukken die eiseres in beroep heeft overgelegd, onvoldoende zijn om de relatie te onderbouwen. De rechtbank ziet niet in waarom de correspondentie met de gemeente Almelo over het voornemen tot huwelijk de relatie niet onderbouwt. De minister heeft dit niet uitgelegd. Ook begrijpt de rechtbank niet waarom de minister vindt dat de overgelegde foto’s de relatie niet onderbouwen. De rechtbank overweegt daarbij dat de wijze waarop eiseres en haar partner elkaar op de foto’s vasthouden dan wel naar elkaar kijken, passen in een plaatje van twee mensen die elkaar in de liefde hebben gevonden. De minister heeft dit niet onderkend.

Tot slot is de rechtbank van oordeel dat de minister ten onrechte heeft tegengeworpen dat eiseres niet consistent heeft verklaard over hoe zij haar partner heeft leren kennen. Eiseres heeft tijdens het aanmeldgehoor verklaard dat zij verliefd was geworden op een jongen. In de correcties en aanvullingen op het aanmeldgehoor heeft zij aangegeven dat zij tijdens het aanmeldgehoor uitdrukkelijk heeft aangegeven dat zij wel een vriend heeft. De minister heeft dus niet kunnen tegenwerpen dat eiseres tijdens het aanmeldgehoor niet heeft verklaard dat zij een partner heeft. Ook heeft eiseres niet inconsistent verklaard over waar zij haar partner heeft ontmoet. Eiseres heeft tijdens het aanmeldgehoor verklaard: ‘tijdens mijn verblijf in Antwerpen ontmoette ik een jongen op wie ik verliefd ben geworden.’ Eiseres heeft dus niet verklaard dat zij haar partner in Antwerpen heeft leren kennen. Tijdens het nader gehoor heeft zij verklaard dat zij haar partner in Amsterdam heeft leren kennen. De twee verklaringen sluiten elkaar dus niet uit. De minister heeft dit niet onderkend.

De beroepsgrond slaagt.

Conclusie en gevolgen

19. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiseres gelijk krijgt. De overige beroepsgronden behoeven geen bespreking. Het besluit is onzorgvuldig voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd, in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit.

20. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten of zelf een beslissing te nemen. Ook draagt de rechtbank niet aan de minister op om het gebrek te herstellen met een betere motivering of een ander besluit (een zogenoemde bestuurlijke lus). Naar het oordeel van de rechtbank is dit geen doelmatige en efficiënte manier om de zaak af te doen.

21. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat de minister een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak.

22. De rechtbank veroordeelt de minister in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.H.G. Odink, rechter, in aanwezigheid van mr. C.S. Carella, griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R.H.G. Odink

Griffier

  • mr. C.S. Carella

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?