[eiser] , eiser
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. A. Habib-Portier),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. L. Neuhaus).
Overwegingen
1. Gebleken is dat de uitspraak van de rechtbank van 30 maart 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:4709, een kennelijke fout bevat, en dat het rectificatieverzoek van verweerder van 6 juni 2023 is blijven liggen. Omdat uit het laatst bekende dossierstuk blijkt dat deze uitspraak deels niet is uitgevoerd, wordt nu als volgt overwogen.
2. Gelet op de overwegingen van de uitspraak van 30 maart 2023 is daarin in het dictum evident ten onrechte een regel over bestuurlijke dwangsommen aangekruist. De rechtbank verwijst hierbij ook naar de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen IND zoals die gold ten tijde van de uitspraak van 30 maart 2023. Dit wordt op hierna te melden wijze hersteld.
Beslissing
De rechtbank bepaalt dat de volgende regel uit het dictum (Beslissing) van de uitspraak van 30 maart 2023 wordt verwijderd:
☒ stelt de door verweerder verbeurde dwangsom vast op € 1.442;
Deze uitspraak is gedaan op 16 maart 2026 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.