ECLI:NL:RBDHA:2026:5752

ECLI:NL:RBDHA:2026:5752

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 05-03-2026
Datum publicatie 18-03-2026
Zaaknummer NL25.47811 en NL25.53458
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

AA, Turkije, PKK/HDP, beroep tegen niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk omdat er inmiddels een besluit is genomen, beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag gegrond, verweerder heeft zich niet ondubbelzinnig uitgelaten over de geloofwaardigheid van de verklaringen over de problemen in Turkije, beoordeling van de vrees onvoldoende gemotiveerd.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[naam eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummers: NL25.47811 en NL25.53458

(gemachtigde: mr. M. Erik),

en

(gemachtigde: drs. J.D. Albarda).

Procesverloop

Eiser heeft op 21 juli 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (asielaanvraag) als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) ingediend.

Op 12 september 2025 heeft eiser verweerder in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag.

Eiser heeft op 1 oktober 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag. Dit beroep is geregistreerd onder zaaknummer NL25.47811.

Bij besluit van 31 oktober 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder alsnog beslist op de asielaanvraag van eiser en de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep staat geregistreerd onder zaaknummer NL25.53458.

De rechtbank heeft de beroepen op 25 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, A. Dogan als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Overwegingen

Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit (NL25.47811)

1. Nu verweerder op 31 oktober 2025 alsnog een besluit op de asielaanvraag van eiser heeft genomen, heeft eiser geen belang meer bij een beoordeling van zijn beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank zal het beroep van eiser gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit daarom niet-ontvankelijk verklaren.

Eiser krijgt wel een vergoeding voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. Hij stelt namelijk terecht dat verweerder niet tijdig op zijn aanvraag heeft beslist. Eiser heeft na het verstrijken van de beslistermijn een ingebrekestelling verstuurd en verweerder heeft niet binnen twee weken na ontvangst van die ingebrekestelling alsnog op de aanvraag beslist. Eiser heeft daarna beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het niet tijdig beslissen. Verweerder moet de proceskostenvergoeding betalen. Toegekend wordt € 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor van 0,5).

Het beroep tegen het bestreden besluit (NL25.53458)

Het asielrelaas

2. Eiser stelt dat hij de Turkse nationaliteit heeft, dat hij is geboren op [geboortedatum] 1973 en dat hij tot de Koerdische bevolkingsgroep behoort. Hij heeft verder aan zijn asielaanvraag – samengevat – het volgende ten grondslag gelegd. Eiser heeft deelgenomen aan Newroz-vieringen, demonstraties en protestmarges, georganiseerd door de HDP. Eiser is tijdens deze evenementen geslagen door Turkse militairen. Eiser heeft daarnaast, toen hij in de bergen woonde, de PKK geholpen door PKK-leden eten te geven, spullen op te halen en af en toe berichten door te geven. In 2021 is hij in een gevecht tussen de Koerdische strijders en de Turkse autoriteiten terechtgekomen. Zijn identiteitskaart is toen een maand in beslag genomen. Na dit incident zag eiser zich genoodzaakt zijn schapen te verkopen en zich in de stad te vestigen. Eiser werd in die tijd tot aan zijn vertrek uit Turkije door de Turkse autoriteiten in de gaten gehouden. Hij is meerdere keren door de politie gearresteerd, verhoord en mishandeld. Op 15 oktober 2022 is eiser met hulp van een smokkelaar vertrokken uit Turkije. Na zijn vertrek is de Turkse politie vier of vijf keer bij zijn vrouw thuis geweest om naar hem te vragen. De Turkse autoriteiten zijn ook een strafzaak tegen eiser gestart omdat hij hooi op een verkeerde plek zou hebben neergelegd. Eiser vermoedt echter dat de zaak verband houdt met zijn hulp aan PKK-leden. Hij heeft in het kader van deze strafzaak op verzoek van de Turkse autoriteiten een verklaring afgelegd bij de rechter-commissaris in Nederland. In Nederland is eiser lid van een Koerdische vereniging waarbij hij samenkomt met andere Koerden om te praten. Daarnaast is hij in Nederland naar een Koerdische Newroz-viering en een Koerdisch feest geweest. Eiser vreest bij terugkeer naar Turkije door de Turkse autoriteiten te worden vermoord.

Het bestreden besluit

3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:

1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;

2. Eiser heeft activiteiten verricht voor de PKK/HDP.

Verweerder heeft beide asielmotieven geloofwaardig geacht. Verweerder heeft echter niet aannemelijk geacht dat eiser bij terugkeer naar Turkije een gegronde vrees heeft voor vervolging of dat hij een reëel risico loopt op ernstige schade. Hoewel verweerder heeft aangenomen dat eiser is gediscrimineerd vanwege zijn Koerdische etniciteit, heeft verweerder niet aannemelijk geacht dat eiser hierdoor dusdanig werd beperkt in zijn bestaansmogelijkheden dat het voor hem onmogelijk was om op maatschappelijk en sociaal gebied te functioneren. Verweerder heeft verder aangenomen dat eiser een politieke overtuiging heeft, maar heeft niet aannemelijk geacht dat eiser om die reden een gegronde vrees heeft bij terugkeer naar Turkije. Volgens verweerder staat eiser namelijk niet in de negatieve belangstelling van de Turkse autoriteiten en is ook niet aannemelijk dat dit bij terugkeer wel zo zal zijn. Verweerder heeft de asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder h, van de Vw omdat eiser niet onmiddellijk asiel heeft aangevraagd toen dat mogelijk was en hij hier geen goede verklaring voor heeft gegeven.

Beoordeling door de rechtbank

Discriminatie

4. Eiser voert aan dat verweerder ondeugdelijk heeft gemotiveerd waarom de door eiser ervaren discriminatie niet de mate van zwaarwegendheid behaalt die vereist is. In dit kader stelt hij dat verweerder er in het besluit onvoldoende rekening mee heeft gehouden dat de discriminatie niet alleen verband hield met zijn Koerdische etniciteit maar ook nauw samenhing met zijn politieke activiteiten en overtuiging. Zo heeft verweerder ten onrechte niet betrokken dat eiser door de negatieve aandacht vanwege zijn politieke activiteiten zijn werk als schaapherder en zijn nomadenbestaan in de bergen heeft moeten opgeven.

Uit verweerders beleid in paragraaf C2/3.2.6. van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc) volgt dat discriminatie als daad van vervolging wordt aangemerkt als de vreemdeling vanwege de discriminatie zo ernstig wordt beperkt in zijn bestaansmogelijkheden dat hij onmogelijk op maatschappelijk en sociaal gebied kan functioneren.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat uit eisers verklaringen niet blijkt dat hij door de discriminatie in Turkije dusdanig werd beperkt in zijn bestaansmogelijkheden dat het voor hem onmogelijk was om op maatschappelijk en sociaal gebied te functioneren. Daarbij heeft verweerder er op kunnen wijzen dat eiser documenten kon aanvragen en verkrijgen, dat hij onderdak had en dat hij als schaapherder in zijn levensonderhoud kon voorzien. Ook heeft verweerder er op kunnen wijzen dat niet is gebleken dat eiser geen toegang had tot medische zorg. Verweerder heeft in het besluit ook betrokken dat eiser moeilijkheden heeft ondervonden in zijn werk als (zelfstandig) schaapherder. Dit laat echter onverlet, zoals verweerder in het verweerschrift terecht opmerkt, dat eiser in de periode dat hij in de stad woonde nog heeft kunnen werken als schaapherder voor anderen. De beroepsgrond slaagt niet.

Politieke overtuiging

5. Eiser voert aan dat verweerder ten onrechte en niet deugdelijk gemotiveerd het standpunt heeft ingenomen dat niet aannemelijk is dat eiser vanwege zijn politieke activiteiten en politieke overtuiging bij terugkeer te vrezen heeft voor vervolging. Daarbij wijst hij er op dat hij als politiek actieve Koerd tot een risicoprofiel behoort. Verder stelt hij dat omdat al zijn verklaringen geloofwaardig zijn geacht, dus ook zijn verklaringen over de door hem ondervonden problemen, niet kan worden gevolgd dat hij niet in de negatieve belangstelling van de Turkse autoriteiten staat. De geloofwaardig geachte problemen maken ook dat op verweerder een zwaardere motiveringsplicht rust. Eiser doet hierbij een beroep op artikel 4, vierde lid, van de Richtlijn 2011/95/EU en stelt dat verweerder dit aspect ten onrechte niet heeft betrokken in het besluit. De negatieve belangstelling van de Turkse autoriteiten voor eisers persoon blijkt volgens eiser ook uit het rechtshulpverzoek van de Turkse autoriteiten, op grond waarvan hij bij de rechter-commissaris in Nederland is verhoord als verdachte in een Turkse strafzaak. De inhoud van dit verhoor is bovendien belastend voor hem in die zin dat de Turkse autoriteiten daaruit kunnen opmaken dat eiser banden heeft met de PKK. Tot slot stelt eiser dat hem niet kan worden tegengeworpen dat hij Turkije legaal is uitgereisd, omdat deze omstandigheid niet hoeft te betekenen dat hij niet in de negatieve aandacht staat. Eiser verwijst hierbij naar informatie in het Algemeen ambtsbericht Turkije van februari 2025 (het ambtsbericht).

Het standpunt van verweerder dat de politieke overtuiging van eiser bij terugkeer niet leidt tot een gegronde vrees voor vervolging, is in het bestreden besluit als volgt gemotiveerd. Eiser behoort vanwege zijn betrokkenheid bij activiteiten van de HDP tot een risicoprofiel, zoals vermeld in C7/34.3.2 van de Vc. Dit laat echter onverlet dat het individualiseringsvereiste blijft gelden. Eiser heeft niet aangetoond dat hij problemen heeft ondervonden met de Turkse autoriteiten. Hij heeft ook niet met documenten onderbouwd dat de Turkse autoriteiten naar hem op zoek zijn of dat hij wordt vervolgd vanwege zijn politieke activiteiten. Eiser heeft niet met juridische documenten onderbouwd dat hij meermalen zou zijn aangehouden en ondervraagd door de politie. Op de zitting heeft verweerder hierover nog gesteld dat de gestelde arrestaties, verhoren en mishandeling daarmee niet geloofwaardig zijn geacht en dat evenmin geloofwaardig is bevonden dat de Turkse autoriteiten na eisers vertrek meerdere keren bij zijn vrouw thuis zijn geweest om naar hem te vragen. Wel is gevolgd dat bij een incident in de bergen in 2021 eisers identiteitskaart is ingenomen, maar eiser was per ongeluk in het betreffende gevecht terecht gekomen en het incident heeft verder geen verregaande consequenties voor eiser gehad. Dat eiser in Nederland is verhoord door de rechter-commissaris in verband met een Turkse strafzaak, maakt niet aannemelijk dat eiser wordt gezocht vanwege zijn politieke overtuiging. Eiser vermoedt slechts dat de desbetreffende strafzaak verband houdt met zijn politieke overtuiging, zonder dit vermoeden te onderbouwen. Uit de inhoud van eisers verklaring bij de rechter-commissaris kan ook niet worden opgemaakt dat hij banden heeft met de PKK, zo heeft verweerder op de zitting gesteld. Verder was de hulp die eiser aan de PKK-leden verleende slechts gering, nam eiser geen bijzondere rol in binnen de HDP en was de mishandeling van eiser tijdens demonstraties willekeurig, omdat het geweld tegen alle demonstranten was gericht. In Nederland speelt eiser ook geen bijzondere rol tijdens politieke bijeenkomsten. Tot slot is het legaal hebben kunnen uitreizen een indicatie dat er geen negatieve aandacht voor eiser bestaat vanwege zijn politieke overtuiging, gezien ook het tijdsverloop sinds het incident in de bergen en sinds eisers politieke activiteiten. Uit het ambtsbericht volgt namelijk dat in de meeste zaken met een politieke dimensie een uitreisverbod wordt opgelegd.

De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit niet deugdelijk is gemotiveerd. Dit wordt als volgt toegelicht.

Uit de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waaronder de uitspraak van 17 augustus 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:2333) en de uitspraak van 11 maart 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:755), volgt dat wanneer verweerder zich niet ondubbelzinnig heeft uitgelaten over de geloofwaardigheid van verklaringen van een vreemdeling, het ervoor moet worden gehouden dat verweerder van de geloofwaardigheid van die gestelde feiten en omstandigheden is uitgegaan.

Verweerder heeft de geloofwaardigheidsbeoordeling in het bestreden besluit beperkt tot eisers identiteit, nationaliteit en herkomst en de activiteiten die eiser voor de PKK en HDP heeft verricht. Eiser heeft daarnaast verklaard over problemen die hij in Turkije heeft ondervonden. Het gaat hierbij om het incident in de bergen in 2021 waarbij zijn identiteitskaart is ingenomen, de arrestaties, verhoren en mishandeling door de politie en de vier of vijf bezoeken van de politie aan eisers woning na zijn vertrek uit Turkije. Verweerder heeft zich in het bestreden besluit niet ondubbelzinnig uitgelaten over de geloofwaardigheid van deze problemen. Anders dan verweerder op de zitting heeft gesteld, kan in de overweging in het besluit dat eiser niet met juridische documenten heeft aangetoond dat hij meermalen is gearresteerd en ondervraagd door de politie, niet worden gelezen dat verweerder ondubbelzinnig deze problemen ongeloofwaardig heeft geacht. Hierbij speelt een rol dat deze overweging is opgenomen bij de beoordeling van de aannemelijkheid van de vrees. Gelet op het voorgaande moet het er daarom voor worden gehouden dat verweerder van de geloofwaardigheid van alle door eiser gestelde problemen is uitgegaan. De rechtbank gaat om deze reden voorbij aan verweerders standpunten ter zitting dat hij de arrestaties, verhoren en mishandeling door de politie, alsmede de huisbezoeken aan eisers woning, niet geloofwaardig acht. Nu moet worden aangenomen dat verweerder van de geloofwaardigheid van het incident in de bergen, de arrestaties, verhoren, mishandelingen en de huisbezoeken door de politie aan eisers woning is uitgegaan, brengt dit mee dat de tegenwerping in het bestreden besluit dat eiser niet heeft aangetoond dat hij problemen heeft ondervonden met de Turkse autoriteiten, naar het oordeel van de rechtbank niet deugdelijk is gemotiveerd. Verder kan de rechtbank bij deze stand van zaken niet goed inzien waarom het incident in de bergen in 2021 verder niet tot verregaande consequenties voor eiser zou hebben geleid. Eiser heeft immers verklaard dat de arrestaties, verhoren, mishandelingen en de huisbezoeken hebben plaatsgevonden in de jaren die volgden op dat incident. Tot slot kan, in het verlengde hiervan ook verweerders standpunt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de negatieve belangstelling staat van de Turkse autoriteiten, niet zonder meer worden gevolgd. De beroepsgrond slaagt.

Uit het voorgaande volgt dat verweerder niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat eiser bij terugkeer naar Turkije niet heeft te vrezen voor vervolging vanwege zijn politieke overtuiging.

Conclusie en gevolgen

Beslissing

6. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk. Het beroep tegen het bestreden besluit is vanwege het door de rechtbank geconstateerde gebrek gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit omdat het in strijd is met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank ziet geen mogelijkheid om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten, omdat het gebrek na het nemen van het bestreden besluit niet is hersteld. Evenmin kan de rechtbank zelf in de zaak voorzien. Het is aan verweerder om met inachtneming van deze uitspraak opnieuw een beslissing te nemen op eisers asielaanvraag. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van acht weken.

7. Omdat het beroep tegen het bestreden besluit gegrond is, krijgt eiser een vergoeding van zijn proceskosten in dat beroep. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift tegen het bestreden besluit en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1). Samen met de in rechtsoverweging 1.1 toegekende proceskostenvergoeding in het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag komt het totale door verweerder te betalen bedrag aan proceskosten neer op € 2.335,-.

De rechtbank:

- verklaart het beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag (NL25.47811) niet-ontvankelijk;

- verklaart het beroep gericht tegen het bestreden besluit (NL25.53458) gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit van 31 oktober 2025;

- draagt verweerder op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, met inachtneming van deze uitspraak;

- veroordeelt verweerder tot betaling van € 2.335,- aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E. Bos, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Duijf, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C.E. Bos

Griffier

  • mr. A. Duijf

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?