ECLI:NL:RBDHA:2026:5760

ECLI:NL:RBDHA:2026:5760

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 18-03-2026
Datum publicatie 18-03-2026
Zaaknummer NL23.39964 tussenuitspraak
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Roermond

Samenvatting

Tussenuitspraak asiel /Gambia / seksuele geaardheid / Een seksuele geaardheid kan niet worden onderbouwd met documenten of andere objectieve gegevens. De vreemdeling kan zijn geaardheid alleen aannemelijk maken met zijn eigen verklaringen en aangevuld met verklaringen van derden. Het aannemelijk kunnen maken van een seksuele geaardheid is tevens in sterke mate afhankelijk van de diepte waarmee een vreemdeling zijn geaardheid en gevoelens ervaart en van de capaciteit om deze gevoelens in woorden uit te drukken ten overstaan van een derde in een formele hoorsetting. Indien, los van deze complicerende factoren, ook nog eens sprake is van medische beperkingen ‘horen en beslissen’ en dus van medische beperkingen om adequaat te kunnen verklaren, is het noodzakelijk om grondig na te gaan wat het referentiekader van de betreffende vreemdeling is. De rechtbank ziet in de onderhavige procedure aanleiding om de onderliggende stukken van de drie uitgebrachte MediFirst-adviezen op te vragen. De rechtbank niet eerder in adviezen van MediFirst gelezen dat er intercollegiaal overleg heeft plaatsgevonden. Ook heeft de rechtbank niet eerder gezien dat de MediFirst-arts op basis van eigen observaties aanzienlijke medische beperkingen vaststelt. De rechtbank overweegt dat met name de korte duur van het gesprek met eiser in het derde advies de vraag oproept welke observaties de arts dan heeft verricht als op grond van de verklaringen en/of gedragingen van eiser in deze korte tijdspanne zulke aanzienlijke beperkingen worden vastgesteld. De rechtbank zal daarom verweerder opdragen om de onderliggende stukken op te vragen en aan het dossier toe te voegen zodat beide partijen en de rechtbank hiervan kennis kunnen nemen. Iedere verdere beslissing wordt nu aangehouden, maar de rechtbank heeft reeds aangegeven dat mogelijk nader onderzoek naar de verstandelijke vermogens en begaafdheid van eiser is geïndiceerd.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser],

Zittingsplaats Roermond

Bestuursrecht

zaaknummer: NL23.39964 T

geboren op [geboortedatum] 1994, Gambiaanse nationaliteit,

V-nummer: [V-nummer],

eiser,

(gemachtigde: mr. E.W.M. ter Meulen-Mouwen),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,

(gemachtigde: mr. B.E.M. Goossens).

Procesverloop

Eiser heeft op 10 oktober 2021 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.

Op 11 december 2020 is een fictief claimakkoord met de Italiaanse autoriteiten tot stand gekomen. Verweerder heeft op 12 januari 2021 een overdrachtsbesluit genomen. De rechtbank, zittingsplaats Groningen, heeft het beroep van eiser tegen dit overdrachtsbesluit ongegrond verklaard in haar uitspraak van 17 maart 2021 (ECLI:NL:RBNNE:2021:1079, niet gepubliceerd). Op 28 mei 2021 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank, zittingsplaats Rotterdam, het verzoek om een voorlopige voorziening hangende het bezwaar tegen de feitelijke overdracht die op 1 juni 2021 was gepland, afgewezen (ECLI:NL:RBROT:2021:5040, niet gepubliceerd). Deze overdracht heeft desondanks niet plaatsgevonden. Op 28 september 2021 heeft verweerder eiser medegedeeld dat zijn asielaanvraag van 10 oktober 2021 in de nationale procedure zal worden behandeld.

Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser van 10 oktober 2021 in zijn besluit van 28 november 2023 in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond. Dit besluit omvat een terugkeerbesluit waarin verweerder Gambia als land van terugkeer heeft benoemd en een vertrektermijn van vier weken heeft bepaald en waarin verweerder heeft medegedeeld dat het terugkeerbesluit wordt gesignaleerd in het Schengen Informatie Systeem.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Aan dit beroep is schorsende werking toegekend, waardoor eiser de (eind)uitspraak op het beroep in Nederland mag afwachten. In de onderhavige procedure beoordeelt de rechtbank dit beroep tegen het besluit van 28 november 2023.

Verweerder heeft een verweerschrift uitgebracht.

De rechtbank heeft het beroep op 13 maart 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

De rechtbank heeft na afloop van de behandeling van het beroep aan partijen medegedeeld een tussenuitspraak te zullen doen en heeft de redenen hiervoor toegelicht.

Overwegingen

1. Eiser verzoekt om internationale bescherming. Eiser legt hieraan ten grondslag dat hij een homoseksuele geaardheid heeft en daardoor problemen in Gambia heeft ondervonden. Hij vreest dat indien hij moet terugkeren naar Gambia hij wederom problemen zal krijgen en daardoor in een met artikel 3 EVRM-strijdige situatie terecht zal komen.

2. Eiser heeft geen identiteitsdocumenten overgelegd. Verweerder acht de verklaringen die eiser heeft afgelegd over zijn identiteit, nationaliteit en herkomst desondanks geloofwaardig. Verweerder acht de gestelde homoseksuele geaardheid en de gestelde daardoor ondervonden problemen niet geloofwaardig. Verweerder heeft de volgende tien tegenwerpingen benoemd:

- U verklaart oppervlakkig over hoe u zich bewust werd van uw homoseksuele gerichtheid.

- U verklaart wisselend over hoe u de reacties van anderen op uw seksuele gerichtheid heeft ervaren.

- U maakt niet inzichtelijk wat uw homoseksualiteit voor invloed had op uw geloof.

- U verklaart summier over [XXX] en uw gevoelens voor hem.

- U verklaart wisselend over hoe de omgeving wist dat u een relatie had met [XXX].

- Het is vreemd dat u niet wist wat homoseksualiteit is.

- De wijze waarop u [XXX] ontmoet en in vertrouwen neemt is vreemd.

- Uw verklaring dat u zich niet durfde te uiten en vervolgens iemand op straat aanspreekt is ongerijmd.

- U verklaart tegenstrijdig over het lidmaatschap van Cocktail en Rainbow.

- U hebt enige kennis van de positie van homoseksuelen in Gambia.

3. Eiser stelt zich in beroep op het standpunt dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn referentiekader. Eiser wijst in dit verband op de medische beperkingen die door MediFirst zijn vastgesteld. Ook heeft eiser uitgelegd dat de omstandigheid dat eiser analfabeet is gevolgen heeft voor zijn sociale zelfredzaamheid. Eiser heeft problemen met conceptuele vaardigheden zoals lezen, rekenen, begrippen, tijd, afstanden en geld. Het inlassen van een pauze tijdens het gehoor doet geen recht aan de vastgestelde beperkingen. Het feit dat eiser zegt dat het goed met hem gaat, impliceert niet dat eiser geen geheugenproblemen en geen concentratieproblemen heeft. Het hebben van geheugenproblemen en het hebben van concentratieproblemen heeft geen invloed op het welbevinden van eiser waarnaar door verweerder wordt gevraagd. Het feit dat eiser aangeeft dat hij de tolk goed heeft begrepen, heeft evenmin enige relevantie voor de beperkingen vastgesteld in het medisch advies. Het is niet meer dan normaal dat er een tolk wordt ingeschakeld die de taal van eiser beheerst zodanig dat eiser en de tolk kunnen communiceren. Voorts wordt gesteld dat client dient aan te geven als hij een vraag niet begrijpt. Dat is inderdaad een probleem bij iemand die zoals eiser analfabeet is. Eiser begrijpt een vraag letterlijk, zonder de context te begrijpen waarin de vraag wordt gesteld, waardoor een adequaat antwoord niet altijd gegeven kan worden en waardoor eventuele inconsistenties kunnen optreden in het gehoor. Het is nu net de taak van de gehoormedewerker dit te onderkennen en hierop alert te zijn en zo nodig de vraagstelling aan te passen. Het feit dat eiser concentratieproblemen en geheugenproblemen heeft brengt mee dat hij bepaalde dingen wel kan herinneren en andere dingen niet kan herinneren. Het feit dat eiser sommige gebeurtenissen wel kan duiden en andere gebeurtenissen niet, betekent niet dat hij alle gebeurtenissen in de tijd dient te kunnen duiden met name niet wanneer dit zeer lang geleden is, zoals verweerder stelt. Dat is nu net de beperking. Met betrekking tot het fysieke aanvallen geldt wederom het referentiekader van eiser. Eiser neemt iedere vraag letterlijk, kan deze niet in een context plaatsen, en kan daardoor het

belang van de vragen niet inzien. Eiser verstaat letterlijk wat er gezegd wordt en geeft

letterlijk daarop een antwoord. De beschikking is onvoldoende zorgvuldig tot stand gekomen en kan niet leiden tot een afwijzing van de asielaanvraag van eiser, aldus eiser.

4. De rechtbank zal een tussenuitspraak doen en motiveert dit als volgt.

5. De rechtbank heeft ter zitting besproken dat indien een vreemdeling zijn seksuele geaardheid aan zijn asielaanvraag ten grondslag legt, doorgaans reeds hierom sprake is van een complexe procedure. Een seksuele geaardheid kan niet worden onderbouwd met documenten of andere objectieve gegevens. De vreemdeling kan zijn geaardheid alleen aannemelijk maken met zijn eigen verklaringen en aangevuld met verklaringen van derden, zoals een partner of andere bekenden. Aangezien aan verklaringen van derden, die veelal door verweerder als ‘niet objectief’ worden beschouwd en daarom weinig bewijswaarde zouden hebben, is het belangrijkste bewijsmiddel in een dergelijke procedure de eigen verklaringen van de vreemdeling. Daargelaten dat er weinig ondersteunend bewijs voorhanden zal zijn om een seksuele geaardheid aannemelijk te maken, is het aannemelijk kunnen maken van een seksuele geaardheid tevens in sterke mate afhankelijk van de diepte waarmee een vreemdeling zijn geaardheid en gevoelens ervaart en van de capaciteit om deze gevoelens in woorden uit te drukken ten overstaan van een derde in een formele hoorsetting. Indien, los van deze complicerende factoren, ook nog eens sprake is van medische beperkingen ‘horen en beslissen’ en dus van medische beperkingen om adequaat te kunnen verklaren, is het noodzakelijk om grondig na te gaan welk referentiekader de betreffende vreemdeling heeft. De rechtbank bedoelt met ‘referentiekader’ alle feiten en omstandigheden die betrekking hebben op de vreemdeling en die in enige mate relevant kunnen zijn voor het begrijpen van de vragen in de gehoren en de relevantie hiervan en de wijze waarop deze vragen -kunnen- worden beantwoord. Het referentiekader heeft -onder meer maar niet uitsluitend- betrekking op de culturele achtergrond, de sociale omgeving waarin de vreemdeling is opgegroeid en afkomstig uit is, de leeftijd, eerdere levenservaring, het mogelijk hebben ondergaan van trauma’s, de mate van geletterdheid, de mate van begaafdheid en de aanwezigheid van medische en psychische factoren die het vermogen om adequaat te kunnen verklaren kunnen regarderen.

6. Het beoordelen van een seksuele geaardheid zal voor verweerder ook zeer complex zijn. Het vergelijken met wat andere vreemdelingen in hun procedures hebben verklaard is niet mogelijk omdat niet van iedere vreemdeling een vergelijkbare diepgang in hun gevoelsleven en vergelijkbaar vermogen om te kunnen verklaren kan worden aangenomen, daargelaten dat de culturele achtergrond een aanzienlijke rol zal spelen in met name asielmotieven die verband houden met een seksuele geaardheid en/of het zijn onderworpen aan seksueel geweld.

7. Net zoals het eenvoudiger zal zijn om te kunnen verklaren over feiten in plaats van over gevoelens, zal ook het beoordelen van de geloofwaardigheid verklaringen die zien op feiten in plaats van op gevoelens eenvoudiger zijn. Verweerder zal, indien hij op zoek is naar objectieve gegevens, weinig houvast hebben bij het beoordelen van de geloofwaardigheid van verklaringen die worden afgelegd om een seksuele geaardheid aannemelijk te maken. Weliswaar moeten de verklaringen van een vreemdeling over zijn asielrelaas altijd worden beoordeeld tegen de achtergrond van het land van herkomst. Dit biedt verweerder echter ook niet veel ondersteuning bij zijn beoordeling. Vreemdelingen die hun seksuele geaardheid aan hun asielaanvraag ten grondslag leggen, zijn immers doorgaans afkomstig uit herkomstlanden waar een niet heteroseksuele geaardheid tot vervolging of een reëel risico op ernstige schade leidt.

8. Tegelijkertijd heeft te gelden dat verweerder niet zonder meer hoeft uit te gaan van de geloofwaardigheid van de verklaringen die worden afgelegd om een seksuele geaardheid aannemelijk te maken.

9. Het vaststellen van het referentiekader van een vreemdeling is in elke procedure, behoudens in die procedures waarin onmiddellijk een inwilliging kan volgen, belangrijk. In procedures waarin een seksuele geaardheid en reeds ondervonden en/of te vrezen problemen aan de asielaanvraag ten grondslag ligt is het des te meer noodzakelijk om de grote zorgvuldigheid te betrachten bij het vaststellen van het referentiekader van de vreemdeling. Pas indien duidelijk is wat deze achtergrond van de betreffende vreemdeling is, kan verweerder pas beoordelen wat hij van de vreemdeling kan en mag verwachten om zijn asielrelaas aannemelijk te maken. Verweerder dient namelijk niet alleen bij het horen, maar ook bij het beslissen na te gaan waartoe een vreemdeling in staat kan worden geacht en dus in wezen na te gaan welke bewijsdrempel moet worden aangelegd. De rechtbank bedoelt hiermee niet dat indien de vreemdeling zijn relaas niet aannemelijk kan maken, verweerder het relaas toch maar geloofwaardig moet achten. De rechtbank bedoelt hiermee dat verweerder maatwerk moet leveren in zijn gehoor en in zijn beoordeling van de asielaanvraag. De rechtbank kan pas beoordelen of het besluit rechtmatig is, als kenbaar is welk referentiekader verweerder heeft bepaald en op welke wijze verweerder met dit referentiekader rekening heeft gehouden tijdens het horen en bij het beoordelen van de geloofwaardigheid van de verklaringen. De rechtbank realiseert zich terdege dat het bepalen van een referentiekader en het hiermee kenbaar rekening houden complex is. Dit ontslaat verweerder evenwel niet van deze verplichting.

10. Een van de aspecten van het vaststellen van het referentiekader van een vreemdeling is het nagaan of sprake is van medische beperkingen. Aangezien dit onderzoek medische expertise vereist, dient verweerder hiervoor een deskundige in te schakelen. In de onderhavige procedure heeft verweerder MediFirst om advies gevraagd.

11. In de onderhavige procedure heeft MediFirst driemaal een zogenoemd ‘advies horen en beslissen’ uitgebracht.

In het advies dat is opgesteld op 6 april 2022 is onder meer het navolgende vermeld:

(…)

Er werd geen medische informatie opgevraagd omdat er vanuit het eigen onderzoek voldoende informatie is verkregen om een advies uit te brengen.

(…)

Horen of niet horen: Niet horen

1.a.lndien uit uw onderzoek blijkt dat (nog) niet kan worden gehoord; op grond van welke beperkingen komt u tot dit oordeel

Betrokkene is niet in staat om op een heldere en adequate wijze antwoord te kunnen geven op de gestelde vragen.

1.b.Kunt u uitspraken doen over de te nemen maatregelen en een termijn aangeven waarop wel gehoord kan worden (oftewel de duur van de beperking) ? Na verloop van een eventueel genoemde termijn, zal een nieuw medisch advies worden aangevraagd door de IND.

Gesprek beëindigd, uitnodigen over 1 week bij arts van medi-first.

(…)

In het advies dat is opgesteld op 25 juli 2022 is onder meer het navolgende vermeld:

(…)

1.a.lndien uit uw onderzoek blijkt dat (nog) niet kan worden gehoord; op grond van welke beperkingen komt u tot dit oordeel

Betrokkene heeft psychische klachten en is niet in staat om adequaat antwoord te geven op de vragen. Betrokkene verzoekt om een tolk Gambiaans Madinka, deze was helaas niet beschikbaar. Hierdoor kan betrokkene (nog) niet worden gehoord.

1.b.Kunt u uitspraken doen over de te nemen maatregelen en een termijn aangeven waarop wel gehoord kan worden (oftewel de duur van de beperking) ? Na verloop van een eventueel genoemde termijn, zal een nieuw medisch advies worden aangevraagd door de IND.

Graag betrokkene opnieuw uitnodigen bij medifirst over 2 maanden.

Medische informatie werd opgevraagd, is echter niet beschikbaar.

(…)

3e. Overige relevante opmerkingen al dan niet met betrekking tot de gezondheidssituatie van betrokkene en niet zijnde een beperking (bijvoorbeeld eventuele adviezen dan wel verwijzingen)

Betrokkene is analfabeet.

Betrokkene werd geadviseerd om naar GZA te gaan. Betrokkene lijkt beperking te hebben op gebied van sociale vaardigheden i.v.m. hulp zoeken voor gezondheids- en andere problemen. Betrokkene beschikt niet over een gsm.

Het was niet mogelijk om een geschikte Gambiaans Mandinka tolk te vinden.

Betrokkene heeft moeite met het adequaat antwoord geven op de vragen. Onduidelijk blijft in welke mate dit komt door het taalprobleem of door de psychische klachten en cognitieve vaardigheden van betrokkene.

(…)

In het advies dat is opgesteld op 17 november 2022 is onder meer het navolgende vermeld:

(…)

Tijdstip start gesprek 13:35

Tijdstip einde gesprek 14:05

Aanwezigheid andere persoon nee

Er werd geen medische informatie opgevraagd omdat er vanuit het eigen onderzoek voldoende informatie is verkregen om een advies uit te brengen.

Spreekuurcontact door arts 16-11-2022

lntercollegiaal overleg 17-11-2022

(…)

Horen of niet horen: Wel horen

2a. Zijn er medische klachten gebleken tijdens het onderzoek?

Ja

2b. Gegeven de medische klachten die tijdens het onderzoek zijn gebleken, zijn de volgende beperkingen aanwezig en wordt het volgende advies aan de IND meegegeven

- Er is sprake van beperkingen die relevant zijn voor het horen en/of beslissen, te weten dat betrokkene heeft aangegeven dat hij klachten heeft aan het bewegingsapparaat waardoor langdurig zitten pijnklachten doet verergeren. Gelieve, indien nodig, betrokkene in de gelegenheid stellen om even te staan of te lopen in de gespreksruimte.

- Bij betrokkene geobserveerd dat hij een wisselende concentratie kan ervaren. Betrokkene korte en gerichte vragen stellen en deze vragen herhalen, verduidelijken of de vragen anders stellen.

- Bij betrokkene geobserveerd dat hij moeite heeft om de exacte datum bij de gebeurtenissen te plaatsen, weet deze wel ongeveer te benoemen, maar kan last hebben van een mogelijke blokkade. Betrokkene meer tijd geven om deze gegevens te achter halen of bij benadering uitvragen.

-Door de opbouw van spanningen mogelijk geheugenproblemen en concentratie stoornissen plaats vinden, met name de exacte datum bij gebeurtenissen te plaatsen, betrokkene geeft aan deze bij benadering wel te weten of te kunnen achterhalen.

(…)

3e. Overige relevante opmerkingen al dan niet met betrekking tot de gezondheidssituatie van betrokkene en niet zijnde een beperking (bijvoorbeeld eventuele adviezen dan wel verwijzingen).

Betrokkene is analfabeet.

12. De rechtbank heeft ter zitting besproken dat MediFirst een medisch advies “horen en beslissen” uitbrengt en dat verweerder dus niet alleen in zijn gehoor rekening moet houden met de vastgestelde beperkingen, maar ook in zijn besluit moet motiveren op welke wijze hij bij de beoordeling van de beschermingsbehoefte rekening met deze beperkingen heeft gehouden. Het volstaat niet om te benoemen wat het referentiekader is, omdat de rechtbank daaruit niet kan afleiden hoeveel gewicht verweerder aan dit referentiekader en dus ook aan de medische beperkingen heeft toegekend.

13. Uit de gehoorverslagen blijkt dat de hoormedewerker veel inspanningen heeft geleverd om eiser zorgvuldig en met inachtneming van de adviezen van Medifirst te horen. Het zorgvuldig horen heft de vastgestelde beperkingen echter niet op. Eiser heeft hier terecht op gewezen. De rechtbank zal, net als verweerder, dus goed moeten doorgronden op welke wijze en in welke mate de medische beperkingen het vermogen van eiser regarderen om vragen in de gehoren te begrijpen en te beantwoorden en om uit te leggen wie hij is en waarom hij bescherming nodig heeft. De rechtbank ziet in de onderhavige procedure aanleiding om de onderliggende stukken van de drie MediFirst-adviezen op te vragen. Zoals toegelicht ter zitting heeft de rechtbank niet eerder in adviezen van MediFirst gelezen dat er intercollegiaal overleg heeft plaatsgevonden. Ook heeft de rechtbank niet eerder gezien dat de MediFirst-arts op basis van eigen observaties aanzienlijke medische beperkingen vaststelt. De rechtbank wijst er op dat het advies dat is uitgebracht op 17 november 2022 melding maakt van dergelijke observaties, terwijl het gesprek met eiser 30 minuten heeft geduurd. De rechtbank overweegt dat met name de korte duur van het gesprek met eiser de vraag oproept welke observaties de arts dan heeft verricht als op grond van de verklaringen en/of gedragingen van eiser in deze korte tijdspanne zulke aanzienlijke beperkingen worden vastgesteld. De rechtbank zal daarom verweerder opdragen om de onderliggende stukken op te vragen en aan het dossier toe te voegen zodat beide partijen en de rechtbank hiervan kennis kunnen nemen.

14. De rechtbank overweegt verder dat uit de gehoorverslagen blijkt dat de hoormedewerker veelvuldig vragen nader heeft moeten verduidelijken en begrippen heeft moeten uitleggen en dat eiser ook zelf frequent heeft aangegeven dat hij vragen niet begrijpt of woorden niet kent of begrijpt. De rechtbank heeft tevens aangegeven dat uit de (korte en ‘staccato’) antwoorden die eiser geeft de vraag rijst of nader onderzoek is geïndiceerd naar bijvoorbeeld de verstandelijke vermogens en begaafdheid van eiser. De rechtbank heeft dit ook met eiser besproken en daarbij uitdrukkelijk aan eiser uitgelegd dat dit niet kwetsend is bedoeld en zeker geen ‘waardeoordeel’ impliceert, maar dat de rechtbank het noodzakelijk acht omdat de rechtbank zonder deze informatie mogelijk zelf niet goed genoeg in staat is om te beoordelen of de tegenwerpingen van verweerder terecht zijn of dat de conclusie moet zijn dat eiser zijn relaas wel aannemelijk heeft gemaakt met zijn verklaringen en steunbewijs. Eiser heeft aangegeven dat indien de rechtbank nader medisch- en/of ander onderzoek noodzakelijk acht, hij hieraan zal meewerken.

15. De rechtbank zal in deze fase van de procedure volstaan met het opvragen van de onderliggende stukken van de MediFirst-adviezen. Na ontvangst hiervan zal de rechtbank partijen over de verdere voortgang van de procedure. Omdat de rechtbank het noodzakelijk acht om zich verder te vergewissen van het referentiekader van eiser, is het niet zinnig om reeds nu de geloofwaardigheidsbeoordeling te bespreken. Iedere verdere beslissing wordt dan ook aangehouden.

Beslissing

De rechtbank:

-draagt verweerder op om de onderliggende stukken van alle in deze procedure opgestelde medische adviezen ‘horen en beslissen’ op te vragen en aan het dossier toe te voegen;

-zal partijen na ontvangst van de stukken informeren over de verdere voortgang van de procedure;

-houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S. van Lokven, rechter, in aanwezigheid van

mr. F.A.E. van de Venne, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 18 maart 2026.

Rechtsmiddel

Tegen deze tussenuitspraak staat geen rechtsmiddel open maar kan tegelijkertijd met het hoger beroep tegen de einduitspraak, hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S. van Lokven

Griffier

  • mr. F.A.E. van de Venne

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?