Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats 's-Gravenhage Rolnummer: 12048969 RL EXPL 26-404
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eisende partij]
wonende t, eisende partij,
gemachtigde: mr. V.G. Baran, tegen
De Staat der Nederlanden (Ministerie van Justitie en Veiligheid)
Zetelende te 's-Gravenhage, gedaagde partij.
Procedure
de concept dagvaarding van 9 januari 2026.
Rechtsoverwegingen
De rechtbank Den Haag en de rechtbank Rotterdam zijn bij de zaak betrokken.
Gelet hierop zal de kantonrechter op de voet van het bepaalde in artikel 46b van de Wet op de Rechterlijke Organisatie in samenhang met het toepasselijke zaaksverdelingsreglement van deze rechtbank deze zaak ter verdere afdoening verwijzen naar (het team kanton van) de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem. Over het verdere verloop van de procedure worden partijen op de hoogte gehouden door de griffier van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem.
Beslissing
De kantonrechter:
Verwijst deze zaak op voet van het bepaalde in artikel 46b van de Wet op de Rechterlijke Organisatie in samenhang met het toepasselijke zaakverdelingsreglement van deze rechtbank ter verdere afdoening naar de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem (team kanton):
verstaat dat de griffier van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem partijen in kennis stelt van het verdere verloop van de procedure.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.C. Sluymer, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2026.
PTV