RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.39360
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers),
en
(gemachtigde: mr. C.W.M. van Breda).
Procesverloop
Met het besluit van 13 augustus 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 5 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, [tolk] als tolk en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling door de rechtbank
1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 1993 en de nationaliteit “Burger van Congo” te hebben. Op 30 december 2023 heeft eiser een asielaanvraag ingediend. Hieraan legt hij ten grondslag dat hij te vrezen heeft vanwege het deelnemen aan een protest in 2019 in Cuba en het verrichten van politieke activiteiten voor de MCDDI tot 2016. Verder staat eiser op een lijst met studenten die moesten terugkeren. Tot slot heeft hij problemen gehad met de Ninja Groep.
2. Verweerder acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig. Verder wordt geloofwaardig geacht dat eiser politieke activiteiten heeft verricht voor de oppositiepartij MCDDI en heeft deelgenomen aan een demonstratie in Cuba in 2019. De vrees voor vervolging vanwege deze activiteiten en de deelname aan de demonstratie wordt echter niet aannemelijk geacht. Hierbij is van belang dat eiser zijn studie zonder problemen heeft kunnen afronden en gedurende zijn verblijf in Cuba geen moeilijkheden heeft ervaren. Het ligt niet voor de hand dat de Congolese autoriteiten eiser zouden blijven steunen, terwijl eiser gezocht zou worden vanwege de deelname aan de demonstratie of het verrichten van politieke activiteiten. Daarbij komt dat de overgelegde convocatie en het krantenartikel enkel in kopie zijn overgelegd en dat ze daarom niet op echtheid kunnen worden onderzocht. Ook bevatten deze documenten geen broninformatie of datum. Deze documenten maken het relaas daarom niet geloofwaardig. De brief van de vader van eiser is niet objectief en leidt om die reden ook niet tot een andere beoordeling. Daarbij komt dat de deelname aan de protesten niet politiek was ingegeven, maar betrekking had op het niet krijgen van leefgeld. Verweerder acht niet geloofwaardig dat eiser voorkomt op een lijst met studenten die moesten terugkeren. Eiser heeft niet onderbouwd met objectieve documenten dat hij op die lijst staat. Verder komen eisers verklaringen niet overeen met openbare bronnen en heeft hij zonder problemen zijn studie kunnen afronden. Dat de rector eiser zou hebben beschermd is niet aannemelijk. Ook zijn de verklaringen van eiser tegenstrijdig. Tot slot zijn de problemen met de Ninja-groep niet geloofwaardig geacht. Eiser heeft niet kunnen aantonen dat hij het doelwit was van de Ninja groepering of dat zijn grootouders door de Ninja-groep zijn gedood. Eiser heeft bovendien tegenstrijdig over de Ninja-groepen verklaard. De asielaanvraag is afgewezen als kennelijk ongegrond omdat eiser waarschijnlijk te kwader trouw zijn paspoort heeft vernietigd of zich daarvan heeft ontdaan. Hij heeft namelijk verklaard dat hij na het passeren van de douane in Cuba zijn paspoort heeft teruggegeven aan de ambassademedewerker.
3. Eiser kan zich niet vinden in het bestreden besluit en voert het volgende aan. Er zijn verklaringen van medestudenten overgelegd waaruit blijkt dat hij op de lijst staat. De stelling van verweerder dat er 142 studenten op de lijst staan, waarvan 138 zijn teruggekeerd is onjuist nu meerdere studenten asiel hebben aangevraagd in Nederland of Duitsland. Ter zitting vult eiser aan dat in ieder geval bekend is bij de Congolese autoriteiten. In het bestreden besluit wordt ook niet ingegaan op het overgelegde krantenartikel, terwijl verweerder ook kopieën moet betrekken in de beoordeling. Eiser heeft ook een convocatie gekregen waaruit blijkt dat hij zich moet melden. Hierop is door zijn vader gereageerd. Eiser is politiek tegenstander van het regime. Vanuit Cuba heeft eiser via sociale media zijn politieke activiteiten voortgezet. Ter zitting vult eiser aan dat hij nog steeds via sociale media politiek actief is en nog steeds lid is van de MCDDI. Ook zijn familie staat bekend als lid van de oppositie. Verweerder heeft nagelaten te toetsen aan IB 2024/10. Tot slot is de asielaanvraag ten onrechte afgedaan als kennelijk ongegrond, omdat eiser het paspoort heeft moeten teruggeven aan de ambassademedewerker. Eiser is wel met zijn eigen paspoort ingereisd.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Allereerst stelt de rechtbank vast dat er geen gronden zijn gericht tegen de overweging van verweerder dat de problemen door de Ninja-groepering niet geloofwaardig zijn. De rechtbank laat dit aspect dan ook buiten beoordeling.
5. Verweerder heeft niet ten onrechte niet geloofwaardig geacht dat eiser op een lijst staat met studenten die hadden moeten terugkeren. Hierbij is van belang dat dit niet met objectieve documenten is onderbouwd. De verklaringen van de medestudenten zijn hiervoor onvoldoende, nu dit geen objectieve bronnen zijn. De convocatie betreft een kopie en daarom heeft verweerder zich, mede ook gelet op de aard van het stuk, niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat dit niet kan bijdragen aan de geloofwaardigheid van het relaas. Daarbij komt dat de kopie van het krantenartikel geen datum of bronvermelding bevat. Gelet hierop kan de echtheid en de objectiviteit van de documenten niet worden vastgesteld. Ook de verklaring van eisers vader is geen objectief document. Verweerder heeft bovendien terecht tegengeworpen dat de verklaringen van eiser niet overeenkomen met openbare bronnen. Verweerder stelt zich daarom niet ten onrechte op het standpunt dat deze documenten niet kunnen bijdragen aan de geloofwaardigheid van het relaas. Verder heeft verweerder niet ten onrechte tegengeworpen dat eiser zijn studie zonder problemen heeft kunnen afronden. De stelling van eiser dat bij de Congolese autoriteiten bekend is wie hebben deelgenomen aan de demonstratie is niet onderbouwd en leidt daarom niet tot een ander oordeel.
6. Verweerder heeft niet ten onrechte de vrees voor vervolging vanwege de deelname aan de demonstratie en het verrichten van politieke activiteiten niet geloofwaardig geacht. Hierbij is niet ten onrechte overwogen dat eiser met steun van de Congolese regering de studie heeft kunnen financieren. Verweerder heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat het niet logisch is dat zij eiser zouden blijven steunen terwijl hij wordt gezocht vanwege de politieke activiteiten. Uit wat de rechtbank in rechtsoverweging 4 heeft overwogen volgt verder dat verweerder niet ten onrechte geen waarde heeft gehecht aan de overgelegde documenten en dat niet ten onrechte niet geloofwaardig is geacht dat eiser op een lijst staat met studenten die hadden moeten terugkeren. Verweerder heeft dan ook niet ten onrechte niet aannemelijk geacht dat eiser in de negatieve belangstelling staat van de Congolese autoriteiten. Dat familieleden bekend staan als leden van de oppositie maakt dit niet anders. De stelling dat niet is getoetst aan IB 2024/10 volgt de rechtbank niet, nu verweerder wel degelijk heeft onderzocht of de politieke activiteiten leiden tot een gegronde vrees voor vervolging.
7. Tot slot heeft verweerder de asielaanvraag niet ten onrechte afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b, eerste lid, onder d, van de Vw. Eiser heeft verklaard dat hij na het passeren van de douane in Cuba zijn paspoort heeft teruggegeven aan de ambassademedewerker. Eiser wist echter dat hij zonder paspoort niet mocht reizen. Gelet hierop heeft verweerder kunnen concluderen dat eiser zich waarschijnlijk te kwader trouw van een identiteits- of reisdocument heeft ontdaan.
Conclusie en gevolgen
8. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt om die reden geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is op 17 maart 2026 gedaan door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.