ECLI:NL:RBDHA:2026:5861

ECLI:NL:RBDHA:2026:5861

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 10-03-2026
Datum publicatie 19-03-2026
Zaaknummer C/09/697809 / JE RK 26-75
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Verlenging ondertoezichtstelling

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaaknummer: C/09/697809 / JE RK 26-75

Datum uitspraak: 10 maart 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van:

Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,

over:

[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2011 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat van de moeder: mr. N.M.H.M. den Dekker uit Den Haag,

en

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

geregistreerd als niet-ingezetene,

hierna gezamenlijk ook te noemen: de ouders.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 15 januari 2026, mee in de beoordeling.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder met haar advocaat;

- [naam] , namens de gecertificeerde instelling.

De vader is niet verschenen. De kinderrechter constateert dat de vader wel juist is opgeroepen.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft geen mening gegeven.

2. De feiten

[minderjarige] is erkend door de vader.

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] woont bij de ouders.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 13 maart 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 13 maart 2026.

3. Het verzoek

De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Aan het verzoek ligt het volgende ten grondslag. Hoewel de ouders in de afgelopen periode positieve stappen hebben gezet, zijn er nog steeds zorgen over [minderjarige] . De zorgen zijn gelegen in haar gedrag en schoolgang. [minderjarige] laat sterk zelfbepalend gedrag zien en weigert naar school te gaan, ondanks diverse pogingen tot het leveren van maatwerk. Ook zijn er zorgen over het sociale netwerk van [minderjarige] , dat een risico oplevert voor verdere justitiële betrokkenheid. Bovendien lukt het de ouders onvoldoende om [minderjarige] consequent te begrenzen. Er is gezinsondersteuning ingezet, maar deze bleek onvoldoende. De gecertificeerde instelling ziet systeemtherapie als een noodzakelijke volgende fase in de hulpverlening. De ouders staan inmiddels open voor deze vorm van therapie. Verder is [minderjarige] aangemeld bij het Centrum voor Onderwijs en Zorg, waar zij kan toewerken naar volledige deelname aan regulier onderwijs. Als voorwaarde geldt dat [minderjarige] een coach heeft. De gecertificeerde instelling is hiernaar op zoek. De vorige coach bleek niet passend voor [minderjarige] . Gelet op het voorgaande is een verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk.

4. Het standpunt

Door en namens de moeder is ingestemd met het verzochte. Het afgelopen jaar is er volgens de moeder niet veel veranderd in de schoolgang en de hulpverlening van [minderjarige] . De coach bleek geen match te zijn, omdat zij niet naar binnen durfde vanwege de hond. Verder geeft de moeder aan dat [minderjarige] niet bij het kindgesprek aanwezig was, omdat zij bij de rechter-commissaris moest zijn in verband met verdenking van mishandeling. De moeder heeft regels gesteld, zoals een avondklok en het inleveren van de telefoon, waardoor het thuis redelijk goed gaat.

De advocaat van de moeder benadrukt dat de moeder de zorgen over [minderjarige] begrijpt en deelt, maar zelf ook stappen heeft gezet. Het feit blijft dat [minderjarige] opnieuw in de problemen is gekomen en de hulpverlening beperkt is ingezet. De moeder hoopt dat de komende tijd veranderingen gaan plaatsvinden, mede door de inzet van het strafrechtelijk kader.

5. De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter overweegt hiertoe als volgt.

De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. De zorgen zijn met name gelegen in de schoolgang van [minderjarige] en haar politiecontacten. Het is positief dat de vader en de moeder allebei stappen hebben gezet. Het is jammer dat de hulpverlening vooralsnog niet van de grond is gekomen, juist nu de vader en de moeder bereid zijn om mee te werken. Ter zitting is gebleken dat dit met name komt door de wachtlijsten van hulpverleningsorganisaties. Het is van belang dat [minderjarige] zo snel mogelijk een passende coach krijgt toegewezen, zodat zij naar het Centrum voor Onderwijs en Zorg kan en vanuit hier kan werken aan een terugkeer naar school. [minderjarige] is inmiddels door de rechter-commissaris geschorst onder voorwaarden. Hoewel het zorgelijk is dat er een strafrechtelijke verdenking tegen [minderjarige] loopt, leidt dit mogelijk tot een omslagpunt bij [minderjarige] . De kinderrechter acht het van belang dat de hulpverlening die is opgestart in het gezin van [minderjarige] wordt voortgezet. De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 13 maart 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2026 door mr. N.B. Haverhoek, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. I.J.C. Eikelenboom als griffier, en op schrift gesteld op 16 maart 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. I.J.C. Eikelenboom als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand