RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.46068
(gemachtigde: mr. Z.M. Alaca),
en
(gemachtigde: mr. C.W.M. van Breda).
Procesverloop
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 4 september 2022.
Bij besluit van 11 februari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de verlengde asielprocedure afgewezen als ongegrond.
Op grond van artikel 6:20, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht heeft het beroep mede betrekking op het bestreden besluit.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 19 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, tolk [tolk] en de gemachtigde van verweerder.
Overwegingen
Beroep tegen het niet-tijdig beslissen
1. Bij het bestreden besluit heeft verweerder alsnog op de asielaanvraag van eiser beslist. Eiser heeft daarom geen belang meer bij een beoordeling van zijn beroep voor zover dat is gericht tegen het niet-tijdig nemen van een besluit. Het beroep is in zoverre niet-ontvankelijk. Omdat duidelijk is dat verweerder te lang heeft gedaan over het nemen van een besluit op de asielaanvraag, krijgt eiser wel een proceskostenvergoeding.
Beroep tegen het besluit van 11 februari 2025
2. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 2002 en de Afghaanse nationaliteit te hebben.
3. Aan zijn asielaanvraag heeft eiser het volgende ten grondslag gelegd. Eiser kreeg op een madrassa les van een imam die leerlingen aanmoedigde om zich aan te sluiten bij de Taliban. Eiser heeft dit aan zijn vader verteld, waarna hij samen met zijn vader een klacht heeft ingediend bij de autoriteiten. De imam is vervolgens gearresteerd en gevangengezet. Eiser en zijn broer zijn daarna beschoten door de Taliban. De broer van eiser is hierbij overleden. Omdat de Taliban op zoek zijn naar eiser, is eiser vertrokken uit Afghanistan.
4. Verweerder heeft de nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig geacht, maar zijn identiteit niet. De problemen met de Taliban heeft verweerder evenmin geloofwaardig geacht.
5. Eiser voert in beroep aan dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen en onvoldoende is gemotiveerd: Ten onrechte heeft verweerder de identiteit van eiser niet geloofwaardig geacht. De door eiser overgelegde tazkera is echt bevonden door Bureau Documenten. Het uitgevoerde leeftijdsonderzoek geeft slechts en indicatie van eisers leeftijd. Het enkele feit dat de verweerder twijfels heeft over de opmaak of de afgifte van de tazkera, zonder concreet bewijs van vervalsing, vormt onvoldoende grond om de identiteit en leeftijd van eiser in twijfel te trekken. Ook heeft verweerder ten onrechte overwogen dat de verklaringen van eiser over wanneer hij de tazkera heeft verkregen niet stroken met de afgiftedatum van de tazkera. Eiser wijst erop dat de datum van afgifte van het document niet van belang is voor de beoordeling van de geldigheid door de Afghaanse autoriteiten. Daarnaast heeft verweerder ten onrechte geen rekening gehouden met eisers verklaring waarom hij de tazkera niet tijdens het nader gehoor heeft overgelegd; zijn naam staat hierop namelijk onjuist geschreven en eiser was bang dat hij daardoor problemen zou krijgen met verweerder. Dat de tazkera is afgegeven aan de vader van eiser, betekent niet dat eiser geen problemen kan ondervinden met de Taliban. Mogelijk had de Taliban in december 2021 nog geen volledige controle over alle administratieve processen. De tazkera heeft eiser voorts niet meegenomen uit Afghanistan omdat zijn smokkelaar had aangegeven dat het een lange en gevaarlijke reis was naar Europa. Verder heeft eiser wel degelijk een verschoonbare reden gegeven voor het feit dat hij met onbekende bestemming is vertrokken. Het is voor eiser niet duidelijk op grond waarvan verweerder van mening is dat eiser, onder een alias, een asielaanvraag heeft ingediend in Frankrijk. Over de problemen met de Taliban heeft verweerder ten onrechte overwogen dat eiser daarover niet samenhangend en aannemelijk heeft verklaard. Eiser heeft niet tegenstrijdig verklaard over de aanleiding van de problemen; de verklaringen van eiser hangen met elkaar samen. Dat de vader van eiser niet gedood is bij ontmoeting met de Taliban is omdat zij anders eiser niet meer zouden kunnen oppakken.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Identiteit
6. Verweerder heeft niet ten onrechte eisers gestelde identiteit als niet geloofwaardig beoordeeld. De inhoud van de door eiser overgelegde en door Bureau Documenten als echt beoordeelde tazkera heeft verweerder als niet betrouwbaar kunnen aanmerken. Daarbij heeft verweerder niet ten onrechte geconcludeerd dat eiser over dit document ongeloofwaardige verklaringen heeft afgelegd. Verweerder wijst er terecht op dat de tazkera, die volgens de verklaringen van eiser is afgegeven als vervanging van een zoekgeraakte tazkera, is verkregen op 6 december 2021, terwijl eiser heeft verklaard dat hij in maart 2022 naar Frankrijk is vertrokken om daar de originele tazkera op te halen en dat toen bleek dat deze was zoekgeraakt. Verweerder wijst er verder op dat uit zowel de verklaringen van eiser als uit openbare bronnen volgt dat de aanvraag van een nieuwe tazkera in persoon moet worden gedaan. Verder heeft verweerder niet hoeven volgen dat eiser naar Frankrijk is gegaan om de tazkera op te halen. Uit de in het dossier aanwezige Eurodac-registratie van eiser blijkt namelijk dat eiser eenmaal in Frankrijk daar een asielaanvraag heeft ingediend. Uit het terugnameverzoek van Frankrijk blijkt dat eiser hierbij gebruik heeft gemaakt van een alias. Verweerder heeft terecht overwogen dat dit handelen van eiser haaks staat op de voor eiser vertrek naar Frankrijk opgegeven reden.
7. Ook heeft verweerder kunnen tegenwerpen dat eiser de tazkera verwijtbaar heeft achtergehouden. De hiervoor opgegeven reden - dat eisers naam verkeerd staat gespeld op het document - heeft verweerder niet hoeven volgen. Dat eisers vader zijn naam verkeerd heeft doorgegeven bij het aanvragen van de tazkera heeft verweerder ongerijmd kunnen vinden.
8. Daarnaast heeft verweerder van belang kunnen achten dat de op de tazkera vermelde geboortedatum niet is te verenigen met de uitkomst van het medisch leeftijdsonderzoek dat eiser in januari 2022 minstens 20 jaar oud was. Verder heeft verweerder niet ten onrechte overwogen dat het gelet op de gestelde problemen niet valt in te zien dat de Taliban nog een tazkera aan eisers vader zouden meegeven. Eisers suggestie dat de Taliban op dat moment mogelijk nog niet de controle hadden over alle administratieve processen berust slechts op een niet onderbouwde aanname en is daarmee een onvoldoende verklaring.
9. Verweerder heeft gelet hierop kunnen overwegen dat eiser in hoofdlijnen niet geloofwaardig is.
Problemen met de Taliban
10. De problemen met de Taliban heeft verweerder niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. Verweerder heeft daarover terecht overwogen dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard. Zo heeft eiser enerzijds verklaard dat zijn problemen met de Taliban zijn ontstaan omdat hij niet meer naar de madrassa ging en anderzijds dat de problemen ontstonden nadat de imam was opgepakt naar aanleiding van een klacht van eisers vader. Verweerder heeft eiser niet hoeven volgen in zijn visie dat van een tegenstrijdigheid geen sprake is omdat de beide opgegeven redenen met elkaar samenhangen. Ook heeft verweerder het onlogisch kunnen vinden dat de vader van eiser bij de confrontatie met de Taliban niet is gevangengenomen of gedood, terwijl uit eisers verklaringen volgt dat de klacht van eisers vader over de imam de reden is voor de gestelde problemen met de Taliban . Daarbij heeft verweerder nog gewezen op informatie uit het algemeen ambtsbericht Afghanistan van 2020 over de werkwijze van de Taliban.
Conclusie
11. Het beroep gericht tegen het bestreden besluit is ongegrond.
12. Zoals onder 5 is overwogen, wordt verweerder veroordeeld in de door eiser gemaakte proceskosten die hij redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met het beroep tegen het niet-tijdig beslissen op de asielaanvraag. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 467 (1 punt voor het indienen van het beroep tegen het niet-tijdig beslissen, met een waarde van € 934 per punt en een wegingsfactor 0,5).
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk, voor zover het is gericht tegen het niet tijdig nemen
van een besluit;
- verklaart het beroep ongegrond, voor zover het is gericht tegen het bestreden besluit;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 467.
Deze uitspraak is gedaan op 17 maart 2026 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.