RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiser], V-nummer: [nummer 1], eiser, en [eiseres], V-nummer: [nummer 2], eiseres
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.23128 en NL25.23133
hierna tezamen te noemen: eisers
(gemachtigde: mr. J.E. Groenenberg),
en
Procesverloop
Bij besluiten van 16 mei 2025 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van eisers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (asielaanvragen) afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eisers hebben tegen de bestreden besluiten beroepen ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om voorlopige voorzieningen te treffen.
Verweerder heeft verweerschriften ingediend.
De rechtbank heeft de beroepen gelijktijdig, en tezamen met de verzoeken om voorlopige voorzieningen (met zaaknummers NL25.23129 en NL25.23134), op 30 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, de gemachtigde van eisers en [naam 1] als tolk.
Totstandkoming van de bestreden besluiten
De asielaanvragen
Eisers zijn moeder en zoon. Zij hebben beiden de Peruaanse nationaliteit. Eiseres is geboren op [geboortedatum 1] 1974. Eiser is geboren op [geboortedatum 2] 1999. Zij hebben op 16 april 2023 asiel aangevraagd in Nederland.
Eisers hebben aan hun asielaanvragen – samengevat – het volgende ten grondslag gelegd. Eiseres exploiteerde in hun woonplaats Trujillo (Peru) een salon aan huis. Op enig moment kreeg zij dreigtelefoontjes van de criminele bende Los Pulpos dat zij een geldbedrag moest betalen. Eiseres heeft dit niet gedaan. Vervolgens hebben er drie incidenten plaatsgevonden. Op 19 juli 2022 zijn eisers op straat in Lima onderschept door een motor, waarna een man hen met een vuurwapen bedreigde en zei dat zij 3500 Peruaanse sol moesten betalen. Op 5 december 2022 zijn eisers op straat in hun woonplaats Trujilo onderschept door een zwarte auto met geblindeerde ramen, waarna de bijrijder hen met een vuurwapen bedreigde en 3500 Peruaanse sol van hen eiste. Op 3 april 2023 is (de deur van) het huis van eisers beschoten. Er is toen een begrafenisboeket en een envelop met daarin een brief en vijf kogels achtergelaten. Na dit derde incident hebben eisers Peru, op 15 april 2023, verlaten en zijn zij naar Nederland gevlogen. Bij terugkeer naar Peru vrezen zij te worden vermoord door de bende Los Pulpos.
Om hun asielrelazen te onderbouwen hebben eisers bij hun aanvragen de volgende documenten overgelegd:
Origineel en echt bevonden paspoort van eiser;
Origineel en echt bevonden paspoort van eiseres;
Origineel en echt bevonden identiteitskaart van eiser;
Origineel en echt bevonden identiteitskaart van eiseres;
Kopie van aangifte bij de Peruaanse politie van het incident van 19 juli 2022;
Kopie van aangifte bij de Peruaanse politie van het incident van 5 december 2022;
Kopie van aangifte bij de Peruaanse politie van het incident van 3 april 2023.
De bestreden besluiten
De asielrelazen van eisers bevatten volgens verweerder de volgende relevante elementen:
Identiteit, nationaliteit en herkomst;
Afpersing en bedreiging door de criminele bende Los Pulpos.
Verweerder heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eisers geloofwaardig geacht. De afpersing en bedreiging door de criminele bende Los Pulpos heeft verweerder echter ongeloofwaardig geacht, omdat in dit verband niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder b en c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Het geloofwaardig geachte element levert volgens verweerder geen asielgrond op als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vw, omdat op grond daarvan niet aannemelijk is dat eisers een gegronde vrees voor vervolging hebben als bedoeld in het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen (Vluchtelingenverdrag) of bij terugkeer naar Peru een reëel risico lopen op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Hierom, en omdat eisers volgens verweerder kennelijk inconsequente en tegenstrijdige verklaringen hebben afgelegd, heeft verweerder de asielaanvragen van eisers afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31, eerste lid, in verbinding met artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw.
Daarnaast omvatten de bestreden besluiten een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van twee jaar.
Beoordeling door de rechtbank
3. De rechtbank toetst de bestreden besluiten aan de hand van de daartegen aangevoerde beroepsgronden.
Ondertekening van de besluiten
Eisers stellen zich allereerst op het standpunt dat de bestreden besluiten ten onrechte niet zijn ondertekend. Eisers verwijzen hierbij naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 6 november 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:4082), vragen die de Afdeling in een lopende zaak heeft gesteld over het niet-ondertekenen van asielbeschikkingen, en een uitspraak van de rechtbank Overijssel van 25 februari 2016 (ECLI:NL:RBOVE:2016:648).
De rechtbank stelt voorop dat uit de door eisers aangehaalde Afdelingsuitspraak van 6 november 2023 volgt dat een terugkeerbesluit kenbaar en toetsbaar moet zijn. Een vreemdeling moet kunnen controleren of een besluit door een bevoegd persoon is genomen. In de zaak waarover die Afdelingsuitspraak gaat, was dat niet mogelijk omdat de handtekening onder het terugkeerbesluit ontbrak. Deze zaak verschilt echter van de zaken van eisers. In de zaak die bij de Afdeling voorlag, ging het om een los terugkeerbesluit. Voor dergelijke besluiten heeft verweerder in zijn beleid een modelformulier ontwikkeld dat door de ambtenaar moet worden ingevuld én worden ondertekend. In de zaken van eisers gaat het echter om meeromvattende asielbeschikkingen in de zin van artikel 45 van de Vw. Dergelijke besluiten komen op een andere manier tot stand dan losse terugkeerbesluiten; ze worden namelijk opgesteld en goedgekeurd in het digitale verwerkingssysteem van de IND en vervolgens automatisch verstuurd. Een ondertekening ontbreekt weliswaar, maar de vreemdeling kan op een andere manier controleren of een meeromvattende asielbeschikking door een bevoegd persoon is genomen. Onderaan een dergelijk besluit staat namelijk de naam van de beslismedewerker die het besluit heeft genomen en in de colofon aan de zijkant is de afdeling vermeld waar de beslismedewerker werkzaam is. Aan de hand van een door verweerder te overleggen screenshot van het verwerkingssysteem, wat verweerder in de zaken van eisers bij zijn verweerschriften heeft gedaan, kan de vreemdeling controleren of de onderaan het besluit vermelde beslismedewerker het besluit in het systeem definitief heeft gemaakt en in het Mandaatbesluit IND Ministerie van Justitie en Veiligheid 2022 kan worden opgezocht of de medewerkers van de afdeling waar de beslismedewerker werkzaam is bevoegd zijn om besluiten te nemen. In de zaken van eisers is beide het geval. De rechtbank is gelet op het voorgaande dan ook van oordeel dat het ontbreken van een ondertekening geen gebrek oplevert. Het enkele feit dat de Afdeling vragen heeft gesteld in een soortgelijke zaak leidt niet tot een ander oordeel. De beroepsgrond slaagt niet.
Kennis beslismedewerker
Verweerder heeft volgens eisers ten onrechte nagelaten om, desgevraagd, informatie te verstrekken waaruit blijkt dat de beslismedewerker de nodige kennis heeft over het asiel- en vluchtelingenrecht. Volgens eisers handelt verweerder hiermee in strijd met artikel 10, derde lid, aanhef en onder c, van de Procedurerichtlijn. Eisers verzoeken de rechtbank hierover prejudiciële vragen te stellen.
Daargelaten de vraag of eisers een rechtstreeks beroep kunnen doen op artikel 10, derde lid, aanhef en onder c, van de Procedurerichtlijn, overweegt de rechtbank dat er in beginsel van wordt uitgegaan dat beslismedewerkers van de IND de nodige kennis hebben van het asiel- en vluchtelingenrecht. De rechtbank verwijst in dit verband ook naar de uitspraak van zittingsplaats Haarlem van 25 november 2024 (ECLI:NL:RBNHO:2024:12245). Uit die uitspraak volgt, zo heeft verweerder in die procedure uitgelegd, dat alle beslismedewerkers een traject volgen van opleidingen, cursussen en trainingen om hun werkzaamheden adequaat uit te kunnen oefenen. Eisers hebben geen concrete aanknopingspunten aangedragen die aanleiding geven om te veronderstellen dat de desbetreffende beslismedewerker dit traject niet heeft gevolgd, of anderszins niet over de nodige kennis beschikt om adequaat op asielaanvragen te beslissen. Bij gebreke van dergelijke concrete aanknopingspunten hoefde verweerder geen informatie met betrekking tot de opleiding en kennis van de desbetreffende beslismedewerker aan eisers te verstrekken. Gelet op het voorgaande bestaat er geen grond voor het oordeel dat niet is voldaan aan artikel 10, derde lid, aanhef en onder c, van de Procedurerichtlijn. De beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding hierover prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof).
Referentiekader en verwachtingen
Eisers stellen, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 26 april 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:1622) en Werkinstructie (WI) 2024/6, dat verweerder ten onrechte en in strijd met zijn eigen beleid het referentiekader van eisers niet in de bestreden besluiten heeft vermeld en betrokken. De bestreden besluiten zijn daarom onzorgvuldig tot stand gekomen, zo stellen eisers.
Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder niet verplicht om in elk besluit op een asielaanvraag het referentiekader van de vreemdeling expliciet en specifiek uiteen te zetten. Dat volgt ook niet uit de door eisers aangehaalde Afdelingsuitspraak van 26 april 2023 en WI 2024/6. Wat daaruit wel volgt, is dat verweerder kenbaar rekening moet houden met wat, gezien de persoonlijke omstandigheden, achtergrond en leeftijd, van de vreemdeling mag worden verwacht. Uit de bestreden besluiten blijkt naar het oordeel van de rechtbank voldoende duidelijk wat verweerder van eisers, die meerderjarig zijn en ten aanzien van wie op het eerste oog geen sprake is van in het oog springende persoonlijke omstandigheden, heeft verwacht, namelijk dat zij (tot op bepaalde hoogte) innerlijk en onderling consistent kunnen verklaren over hun asielmotief. Eisers hebben niet geconcretiseerd van welk referentiekader verweerder had moeten uitgaan, waarom dat van invloed is geweest op hun vermogen om consistent te verklaren en welke verwachtingen van verweerder ongerechtvaardigd zouden zijn en waarom. Gelet hierop bestaat er geen grond voor het oordeel dat verweerder bij de bestreden besluiten is uitgegaan van ongerechtvaardigde verwachtingen over wat eisers, gezien hun persoonlijke omstandigheden, achtergrond en leeftijd, kunnen verklaren. De beroepsgrond slaagt niet.
Bevestiging gehoorverslag en acceptatie correcties en aanvullingen
Volgens eisers heeft verweerder in strijd met artikel 17, derde lid, van de Procedurerichtlijn gehandeld door hen niet te vragen of de inhoud van het verslag van het nader gehoor een correcte afspiegeling van het onderhoud is. Ook vinden eisers dat niet van hen kan worden verwacht dat zij hun correcties en aanvullingen op de gehoren nader toelichten, omdat dit een verzwaring is van artikel 17, derde lid, van de Procedurerichtlijn. Eisers verzoeken de rechtbank hierover prejudiciële vragen te stellen.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder door het bieden van de mogelijkheid om correcties en aanvullingen in te dienen voldoet aan het bepaalde in artikel 17, derde lid, van de Procedurerichtlijn. Daarmee krijgt de vreemdeling namelijk, ná het ontvangen van het verslag van het gehoor, de mogelijkheid om schriftelijk opmerkingen te maken en/of opheldering te verschaffen over verkeerd vertaalde passages of misvattingen in het verslag van het gehoor. Door wel of geen correcties en aanvullingen in te dienen, geeft de vreemdeling meteen ook aan of, en op welke onderdelen, hij het verslag wel of niet bevestigt. Dat verweerder eisers geen afzonderlijk formulier heeft overhandigd met het verzoek om het verslag te bevestigen, leidt niet tot een ander oordeel. Ondertekening van een afzonderlijk formulier heeft namelijk, naast de correcties en aanvullingen, geen toegevoegde waarde. De rechtbank merkt in dit verband verder nog op dat uit artikel 17, vierde lid, van de Procedurerichtlijn volgt dat de weigering van de vreemdeling om de inhoud van het verslag te bevestigen, verweerder niet belet om een beslissing te nemen.
Verder overweegt de rechtbank dat uit vaste rechtspraak van de Afdeling, waaronder de uitspraken van 12 april 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1040) en 27 juli 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:2538), die zij onderschrijft, volgt dat verweerder van een vreemdeling een toelichting op de correcties en aanvullingen mag verlangen. Dit geldt des te meer als er sprake is van een wezenlijk verschil tussen een verklaring tijdens het gehoor en de correcties en aanvullingen daarop. Dit is naar het oordeel van de rechtbank niet in strijd met artikel 17, derde lid, van de Procedurerichtlijn, waarin wordt gesproken van ‘opmerkingen maken en opheldering verschaffen’, hetgeen openlaat dat van de vreemdeling een toelichting of uitleg mag worden verwacht. Als die toelichting ontbreekt dan wel ontoereikend is, hoeft verweerder aan die correcties en aanvullingen niet de door de vreemdeling gewenste waarde te hechten. De rechtbank wijst er in dit verband nog op dat de correcties en aanvullingen in beginsel niet zijn bedoeld om verklaringen achteraf aan te passen, te wijzigen of aan te vullen, maar om opmerkingen te maken en/of opheldering te verschaffen over verkeerd vertaalde passages of misvattingen in het verslag. De beroepsgrond slaagt gezien het voorgaande niet. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om hierover prejudiciële vragen te stellen aan het Hof.
Confrontatie met tegenstrijdige verklaringen
Verweerder heeft volgens eisers in strijd met artikel 16 van de Procedurerichtlijn gehandeld door hen voorafgaand aan het nemen van de bestreden besluiten niet te confronteren met mogelijke tegenstrijdigheden in hun verklaringen. Volgens eisers had verweerder een aanvullend gehoor moeten houden, te meer nu uit de correcties en aanvullingen blijkt dat er fouten in de verslagen van de gehoren staan. Eisers verwijzen hierbij naar een uitspraak van zittingsplaats Haarlem, van 3 augustus 2017 (NL17.4567), en de uitspraak van de Afdeling van 14 december 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:2959).
De rechtbank overweegt, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 22 januari 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:182), dat uit artikel 16 van de Procedurerichtlijn niet volgt dat verweerder de vreemdeling alleen tegenstrijdigheden mag tegenwerpen waarmee hij tijdens een gehoor is geconfronteerd. Verweerder heeft eisers in dit geval tijdens de nadere gehoren met meerdere tegenstrijdigheden geconfronteerd. In ieder geval zijn eisers tijdens de gehoren met de hierna te noemen tegenstrijdigheden geconfronteerd. Eisers hebben daarnaast met hun zienswijzen de gelegenheid gehad om te reageren op de tegenstrijdigheden die hen in de voornemens zijn tegengeworpen. Hiermee heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan artikel 16 van de Procedurerichtlijn. De beroepsgrond slaagt niet.
De geloofwaardigheidsbeoordeling van de problemen met de bende Los Pulpos
9. Eisers stellen zich op het standpunt dat verweerder ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht dat zij zijn afgeperst en bedreigd door de bende Los Pulpos. Alle tegenwerpingen die verweerder in dit kader aan eisers heeft gedaan, zijn door eisers bestreden.
Bewijswaarde aangiftes
De rechtbank stelt voorop dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eisers hun asielrelaas niet met objectieve documenten hebben onderbouwd (‘stap 2a’ in WI 2024/6). Eisers hebben weliswaar ter onderbouwing van hun asielrelaas kopieën van aangiftes bij de Peruaanse politie overgelegd, maar verweerder stelt terecht dat in deze aangiftes, nog daargelaten dat daarvan alleen kopieën zijn ingeleverd die niet op echtheid kunnen worden onderzocht, slechts staat opgetekend wat eisers tegenover de politie hebben verklaard. Er staan geen vaststellingen of bevestigingen van de Peruaanse politie in dat de door eisers aangegeven incidenten daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. Aan deze kopieën van aangiftes komt dan ook niet de bewijswaarde toe die eisers daaraan gehecht willen zien.
Nu eisers hun gestelde problemen met de bende Los Pulpos dus niet met objectieve documenten hebben onderbouwd, heeft verweerder de verklaringen van eisers hierover op geloofwaardigheid beoordeeld (‘stap 2b’ van WI 2024/6). Verweerder heeft deze verklaringen ongeloofwaardig geacht, omdat niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder b en c, van de Vw. De rechtbank gaat hierna eerst in op de voorwaarde van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, van de Vw. Uit die bepaling volgt dat de verklaringen van de vreemdeling samenhangend en aannemelijk moeten zijn.
Dreigtelefoontjes
11. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat eisers tijdens hun gehoren tegenstijdig hebben verklaard over de dreigtelefoontjes die zij ontvingen van de bende Los Pulpos. Zo heeft eiseres verklaard dat alleen zij dreigtelefoontjes heeft ontvangen (pagina 25 nader gehoor eiseres), terwijl eiser heeft verklaard dat zij beiden dreigtelefoontjes hebben ontvangen (pagina 14 nader gehoor eiser). Eiser heeft ook verklaard dat hij aan eiseres, zijn moeder, heeft verteld dat hij dreigtelefoontjes heeft ontvangen en is hier, na confrontatie met de andersluidende verklaringen van eiseres, bij gebleven (pagina 25 nader gehoor eiser). Eiseres heeft daarentegen verklaard dat eiser niet aan haar heeft verteld dat ook hij dreigtelefoontjes heeft ontvangen en is hier, na confrontatie met de andersluidende verklaringen van eiser, ook bij gebleven (pagina 25 nader gehoor eiseres). Verweerder heeft deze tegenstrijdige verklaringen niet ten onrechte aan eisers tegengeworpen, aangezien hij van eisers mag verwachten dat zij over dit soort onderdelen van hun asielrelaas consistent moeten kunnen verklaren. De correcties en aanvullingen die eiser op dit punt heeft gemaakt, en waarmee hij zijn verklaringen achteraf in overeenstemming met die van eiseres heeft gebracht, heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank niet ten onrechte niet gevolgd. Eiser heeft in de correcties en aanvullingen namelijk niet uitgelegd waarom hij zijn tijdens het nader gehoor over de dreigtelefoontjes gegeven verklaringen wil aanpassen en hoe het komt dat hij hierover niet juist zou hebben verklaard, terwijl verweerder een dergelijke uitleg wel van hem mocht verwachten (zie overweging 7.3).
De drie incidenten
Het eerste incident met de bende Los Pulpos heeft volgens de verklaringen van eisers plaatsgevonden in de hoofdstad Lima, gelegen op ongeveer 600 kilometer afstand van hun woonplaats Trujillo, waar zij waren om inkopen te doen. Dit, terwijl uit eisers verklaringen en de door hen overgelegde brief van VWN van 8 juli 2024 blijkt dat de bende Los Pulpos uit Trujillo komt en hoofdzakelijk daar actief is en opereert en dat eisers in Trujillo nooit eerder persoonlijk contact (enkel via de telefoon) hebben gehad met de bende Los Pulpos. Bij gebreke van een nadere uitleg van eisers waarom zij dermate belangrijk voor de bende Los Pulpos zouden zijn dat er voor die bende aanleiding bestond om buiten hun gebruikelijke gebied op te treden, heeft verweerder de gang van zaken rondom het eerste incident naar het oordeel van de rechtbank niet ten onrechte opmerkelijk gevonden.
Verweerder heeft zich naar het oordeel van de rechtbank verder terecht op het standpunt gesteld dat eisers tijdens hun gehoren tegenstrijdig hebben verklaard over het tweede incident met de bende Los Pulpos. Zo heeft eiseres hierover verklaard dat de bedreigers kwamen nadat zij (alleen) bij [naam 2] op bezoek was geweest en vervolgens daar, samen met eiser, op zoek was naar een taxi om weer naar huis te gaan (pagina’s 10-13 nader gehoor eiseres). Eiser heeft hierover verklaard dat de bedreigers kwamen toen zij samen vanaf huis lopend onderweg waren naar een markt om sap te drinken (pagina 9 nader gehoor eiser). Verder heeft eiser verklaard dat eiseres daarna nog (alleen) naar [naam 2] is gegaan (pagina’s 17 en 18 nader gehoor eiser). Eisers zijn, na confrontatie met de andersluidende verklaringen van de ander, bij hun eigen verklaringen gebleven (pagina 12 nader gehoor eiseres; pagina 12 nader gehoor eiser). Verweerder heeft deze tegenstrijdige verklaringen over het moment en de plaats van het tweede incident, om dezelfde reden als vermeld onder 11 niet ten onrechte aan eisers tegengeworpen. De correcties en aanvullingen die eisers op dit punt hebben gemaakt, en waarmee zij hun verklaringen achteraf in overeenstemming met elkaar hebben gebracht, heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank niet ten onrechte niet gevolgd. Eisers hebben in de correcties en aanvullingen namelijk niet bevredigend uitgelegd waarom zij hun tijdens hun gehoren gegeven verklaringen over het tweede incident willen aanpassen en hoe het komt dat zij hierover niet juist verklaard zouden hebben, terwijl verweerder een dergelijke uitleg wel van hen mocht verwachten (zie overweging 7.3). De in de correcties en aanvullingen van eiser gegeven toelichting dat eiser door het incident in shock was waardoor hij zich niet alles meer goed heeft kunnen herinneren, heeft verweerder ontoereikend kunnen vinden, nu eiser niet tijdens het nader gehoor, en ook niet tijdens het gesprek met de arts van Medifirst, heeft gezegd dat hij door shock vergeetachtig is en dit ook niet met medische stukken heeft ondersteund. Voor zover eisers stellen dat er sprake is van vertaalfouten door de tolk of van verkeerd noteren door de gehoormedewerker, heeft verweerder dit evenmin hoeven te volgen, nu eisers geconfronteerd zijn met hun onderling tegenstrijdige verklaringen op dit punt, maar bij hun verklaringen zijn gebleven, wat betekent dat zij de desbetreffende verklaringen niet één maar twee keer hebben gegeven.
Ook over het derde incident stelt verweerder terecht dat eisers onderling tegenstrijdige verklaringen hebben gegeven. Zo heeft eiser verklaard dat de bende een boeket van bloemen in steekschuim bij hun woning heeft achtergelaten en een brief waarin stond dat eiseres, zijn moeder, wist wat ze moest doen (pagina 23 en 24 nader gehoor eiser). Eiseres heeft hierover verklaard dat er een ronde bloemenkrans met daarop de initialen van eiser, haar zoon, is achtergelaten en ook een geschreven brief met daarop de initialen van eiser (pagina 13 nader gehoor eiseres). Eiser heeft, na confrontatie met de andersluidende verklaringen van eiseres, herhaald dat het ging om een rechtopstaand bloemenstuk met ‘dat groene spul’ als voetstuk en verklaard dat er op de bloemen geen kaartje was met zijn initialen erop (pagina 26 nader gehoor eiser). Eiseres is, na confrontatie met de andersluidende verklaring van eiser, erbij gebleven dat op het bloemstuk wel de initialen van haar zoon stonden (pagina 26 nader gehoor eiseres). Verweerder heeft deze tegenstrijdige verklaringen over wat de bende Los Pulpos precies voor hun deur heeft achtergelaten, om dezelfde reden als vermeld onder 11 niet ten onrechte aan eisers tegengeworpen. De correcties en aanvullingen die eisers op dit punt hebben gemaakt, en waarmee zij hun verklaringen achteraf in overeenstemming met elkaar hebben gebracht, heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank niet ten onrechte niet gevolgd, nu een uitleg bij die correcties en aanvullingen ontbreekt, terwijl verweerder die wel van eisers mocht verlangen (zie 7.3).
Vertrek uit Peru
13. Verweerder heeft zich naar het oordeel van de rechtbank verder niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eisers vaag en wisselend hebben verklaard over waarom zij niet eerder uit Peru zijn vertrokken. Eiseres heeft verklaard dat zij veel dreigtelefoontjes heeft ontvangen, dat zij na het eerste incident op 19 juli 2022 meteen haar zaak heeft gesloten en al haar spullen heeft verkocht en nauwelijks meer naar buiten ging. Dit duidt op een ernstige situatie. Eisers zijn echter pas veel later, in maart 2023, uit Peru vertrokken. Eiseres heeft in reactie op vragen over waarom zij niet al eerder, bijvoorbeeld na het tweede incident van 5 december 2022, zijn vertrokken de volgende, wisselende verklaringen gegeven: zij had geen paspoort (pagina 11 nader gehoor eiseres), zij hadden geen geld (pagina 12 nader gehoor eiseres), de vader van eiser was op reis en zij konden pas vertrekken nadat hij terug was (pagina 19 nader gehoor eiseres), de rekeningen van water en licht zouden oplopen als zij zouden vertrekken en zij moest nog papieren regelen (pagina 19 nader gehoor eiseres). Eiser heeft op vergelijkbare vragen geantwoord dat zij niet eerder zijn vertrokken omdat zij nog vertrouwen hadden in de Peruaanse politie (pagina 27 nader gehoor eiser). Dit, terwijl eiser ook heeft verklaard dat hij een vlucht had geboekt voor 27 december 2022 om het land te verlaten vanwege de incidenten (pagina 27 nader gehoor eiser). Verweerder heeft deze vage en wisselende verklaringen van eisers in reactie op vragen over waarom zij niet eerder uit Peru zijn vertrokken, niet ten onrechte aan eisers tegengeworpen. Verweerder stelt zich verder niet ten onrechte op het standpunt dat deze verklaringen er geen blijk van geven dat er sprake was van een situatie waarin eisers zich zo snel mogelijk in veiligheid moesten brengen. Zij hebben echter ook verklaringen gegeven (bijvoorbeeld de hierboven genoemde verklaringen over de directe sluiting van de zaak en het binnen blijven) waaruit een beeld naar voren komt van een situatie die voor hen zeer onveilig was. Verweerder stelt niet ten onrechte dat deze verklaringen niet met elkaar te rijmen zijn.
Vliegtickets
14. Verweerder heeft zich voorts niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de verklaringen van eisers omtrent het boeken van de vliegtickets vaag en onderling inconsistent zijn. Zo heeft eiser verklaard dat hij vliegtickets had geboekt voor 27 december 2022 om het land te verlaten vanwege de incidenten. Hij heeft echter ook verklaard dat hij niet weet wanneer de tickets zijn geboekt, en ook niet of die al vóór het eerste incident waren geboekt (pagina 27 nader gehoor eiser). Eiseres heeft verklaard dat de vlucht al geboekt stond voordat het eerste incident had plaatsgevonden en dat de vliegtickets geboekt waren om haar halfbroer in Nederland te bezoeken (pagina 14 nader gehoor eiseres). Verweerder heeft deze vage en inconsistente verklaringen niet ten onrechte aan eisers tegengeworpen. De verklaring van eiseres dat zij zich niet met de vliegtickets heeft bezig gehouden en tijdens het nader gehoor maar wat heeft gezegd, leidt niet tot een ander oordeel. Als eiseres het antwoord op bepaalde vragen niet weet, moet zij dat melden en niet ‘zo maar wat zeggen’. Als zij dat toch doet, komen de gevolgen daarvan voor haar rekening.
Periode voorafgaand aan vertrek
15. Verweerder heeft zich tot slot niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat eisers tegenstrijdig aan elkaar hebben verklaard over waar zij in de periode tussen het derde incident en hun vertrek uit Peru hebben verbleven. Zo heeft eiser verklaard dat zij na het derde incident het huis hebben verlaten, dat zij telkens in beweging waren, dat zij in het huis van zijn oma hebben gezeten en niet meer thuis hebben geslapen (pagina 26 nader gehoor eiser). Eiseres heeft echter verklaard dat zij soms naar haar moeder ging, maar altijd samen met eiser thuis heeft geslapen om te voorkomen dat de bedreigers in het huis zouden komen (pagina 27 nader gehoor eiseres). Eisers zijn, nadat zij tijdens de gehoren met de andersluidende verklaringen van de ander zijn geconfronteerd, bij hun eigen verklaringen gebleven. Verweerder heeft deze tegenstrijdige verklaringen, om dezelfde reden als vermeld onder 11 niet ten onrechte aan eisers tegengeworpen. Met de correcties en aanvullingen van eiser op dit punt is deze tegenstrijdigheid niet weggenomen, nog daargelaten dat eiser geen (bevredigende) uitleg heeft gegeven waarom hij zijn tijdens het gehoor gegeven verklaringen wil aanpassen.
Tussenconclusie
16. Gelet op de onder 11 tot en met 15 vermelde tegenwerpingen, in samenhang bezien, heeft verweerder zich naar het oordeel van de rechtbank niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de verklaringen van eisers over hun problemen met de bende Los Pulpos, ook in samenhang bezien met de door eisers overgelegde stukken (waaronder de kopieën van de aangiftes), geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen en dat daarom niet wordt voldaan aan de voorwaarde van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, van de Vw. Hetgeen meer of overigens door eisers hierover is aangevoerd leidt niet tot een ander oordeel. Reeds nu niet aan deze voorwaarde is voldaan, heeft verweerder zich naar het oordeel van de rechtbank niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de gestelde problemen van eisers met de criminele bende Los Pulpos ongeloofwaardig zijn. Gelet hierop hoeft geen bespreking of verweerder zich ook niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat niet is voldaan aan de voorwaarde van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder b, van de Vw.
Slotsom
17. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de door eisers aangevoerde beroepsgronden niet leiden tot het oordeel dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat er zich geen asielgrond als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vw voordoet. Er bestaat dan ook geen grond voor het oordeel dat verweerder ten onrechte heeft gesteld dat eisers niet in aanmerking komen voor een asielvergunning.
Conclusie en gevolgen
18. De beroepen zijn gezien het voorgaande ongegrond. Dat betekent dat de bestreden besluiten in stand blijven. Eisers krijgen geen vergoeding van hun proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F.A. Groeneveld, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Duijf, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.