ECLI:NL:RBDHA:2026:5928

ECLI:NL:RBDHA:2026:5928

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 17-02-2026
Datum publicatie 20-03-2026
Zaaknummer C/09/677957 / FA RK 24-9320
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Vervangende toestemming erkenning, gezag, zorgregeling en kinderalimentatie en omgangsregeling

Uitspraak

[de man] ,

de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. J.H.M. de Boer in Hoorn.

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. J.W. Stok in Delft,

en ten aanzien van het verzoek tot vervangende toestemming erkenning:

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2020 in [geboorteplaats 1] ,

in rechte vertegenwoordigd door mr. A. Alam-Khan, advocaat in Delft,

in de hoedanigheid van bijzondere curator.

Procedure

Inzake C/09/677957 ( [minderjarige 1] ) Bij beschikking van 18 februari 2025 is de bijzondere curator benoemd over [minderjarige 1] en is iedere verdere beslissing pro forma aangehouden tot 1 april 2025.

De rechtbank heeft (opnieuw) kennisgenomen van de stukken, waaronder van:

Inzake C/09/683386 ( [minderjarige 2] )

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

[minderjarige 2] heeft een brief geschreven aan de kinderrechter.

Op 20 januari 2026 zijn de zaken gecombineerd op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

Feiten

Verzoek en verweer

Inzake C/09/677957 ( [minderjarige 1] )

De man verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

De moeder voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Daarnaast verzoekt de moeder zelfstandig, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de man te veroordelen om met ingang van 13 augustus 2024, dan wel de datum van indiening van het verzoekschrift van de man, dan wel de datum van indiening van het zelfstandig verzoek van de moeder, een kinderalimentatie voor [minderjarige 1] te betalen aan de moeder van € 700,- per maand, telkens bij vooruitbetaling voor de eerste van de maand te voldoen, dan wel een door de rechtbank te bepalen datum en bedrag.

De bijzondere curator adviseert om het verzoek van de man om aan hem vervangende toestemming te verlenen om [minderjarige 1] te erkennen toe te wijzen.

Inzake C/09/683386 ( [minderjarige 2] )

De man verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, een omgangsregeling vast te stellen, inhoudende dat de man zorgdraagt voor [minderjarige 2] conform onderstaande:

De moeder voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

Vervangende toestemming erkenning [minderjarige 1]

Op grond van artikel 1:204 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan als een vader een kind wil erkennen de toestemming van de moeder – bij een kind jonger dan 16 jaar – door toestemming van de rechtbank worden vervangen. Dit is mogelijk, tenzij dit de belangen van de moeder bij een ongestoorde verhouding met het kind schaadt of een evenwichtige sociaalpsychologische en emotionele ontwikkeling van het kind in het gedrang komt. Vervangende toestemming kan alleen worden gegeven als de vader of de verwekker van het kind is of de biologische vader van het kind, die niet de verwekker is en in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind.

Tussen de man en de moeder staat vast dat de man de verwekker is van [minderjarige 1] .

De man, de moeder en de bijzondere curator zijn het erover eens dat de man [minderjarige 1] moet erkennen. De man en de moeder zijn het er echter niet over eens dat de man mede met het gezag over [minderjarige 1] wordt belast, wat daarmee op grond van artikel 1:251b BW van rechtswege samenhangt als de man en de moeder de erkenning van [minderjarige 1] door de man samen regelen bij de gemeente. De man heeft dus belang bij zijn verzoek om aan hem vervangende toestemming te verlenen om [minderjarige 1] te erkennen. Gelet op het voorgaande en omdat er geen sprake van is dat de erkenning een belemmering zal zijn voor de ongestoorde verhouding van de moeder met [minderjarige 1] of de sociaalpsychologische en emotionele ontwikkeling van [minderjarige 1] , zal de rechtbank het verzoek van de man om aan hem vervangende toestemming te verlenen om [minderjarige 1] te erkennen toewijzen.

Uit de te nemen beslissing over de erkenning van [minderjarige 1] door de man volgt dat vertegenwoordiging van [minderjarige 1] door de bijzondere curator in deze procedure niet meer nodig is. De rechtbank beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure daarom als beëindigd.

Gezamenlijk gezag over [minderjarige 1]

De man wil mede met het gezag over [minderjarige 1] worden belast, omdat dit in het belang van [minderjarige 1] is. Gezamenlijk gezag is het wettelijk uitgangspunt en in overeenstemming met de feitelijke situatie. Het enkele feit dat de communicatie tussen partijen niet optimaal is, is onvoldoende om het verzoek af te wijzen, temeer omdat de man openstaat voor hulpverlening om de onderlinge communicatie te verbeteren.

De moeder verzet zich tegen gezamenlijk gezag. De man heeft lichamelijke en psychische problemen, hij neemt geen verantwoordelijkheid en beslissingen en er is een gebrek aan communicatie tussen partijen. Bij gezamenlijk gezag vreest de moeder dat gezagsbeslissingen over [minderjarige 1] moeilijk genomen kunnen worden.

Op grond van artikel 1:253c lid 1 BW kan de tot het gezag bevoegde vader van het kind, die nooit het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, de rechtbank verzoeken partijen met het gezamenlijk gezag dan wel hem alleen met het gezag over het kind te belasten. Conform het tweede lid van dit artikel wordt een verzoek om partijen met het gezamenlijk gezag te belasten indien de andere ouder met het gezamenlijk gezag niet instemt slechts afgewezen, indien: a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen partijen en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of b) afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

De rechtbank stelt bij haar beoordeling voorop dat het uitgangspunt van de wetgever is dat de ouders samen het gezag over hun kind uitoefenen, omdat dit in het belang van het kind wordt geacht. Hiervoor is wel vereist dat partijen daadwerkelijk in staat zijn tot een behoorlijk overleg over zaken die het kind aangaan en dat zij beslissingen van enig belang over hun kind in gezamenlijk overleg kunnen nemen, althans in staat zijn afspraken te maken over situaties die zich rond het kind (kunnen) voordoen. Hoewel de communicatie tussen partijen en het onderlinge vertrouwen nog is verstoord, zijn er naar het oordeel van de rechtbank geen feiten of omstandigheden komen vast te staan waaruit blijkt dat gezamenlijke gezagsuitoefening tot situaties leidt waarin [minderjarige 1] klem of verloren raakt of anderszins in zijn belangen wordt geschaad. Daartoe heeft de moeder, mede gelet op de gemotiveerde betwisting van de man, onvoldoende gesteld en onderbouwd. Daar komt bij dat partijen, zoals hierna zal worden overwogen, worden doorverwezen naar het traject Ouderschapsbemiddeling, onder meer om hun onderlinge communicatie in het belang van [minderjarige 1] te verbeteren en om te leren om hun ouderschap over [minderjarige 1] samen vorm te geven. De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige 1] dat partijen deze gesprekken op basis van gelijkwaardigheid met elkaar aan kunnen gaan. De rechtbank zal het verzoek van de man om hem mede met het gezag over [minderjarige 1] te belasten daarom toewijzen.

De rechtbank kan pas definitief op het verzoek tot gezamenlijk gezag beslissen nadat de erkenning tot stand is gebracht. De man kan niet eerder dan drie maanden na deze beslissing de erkenning bij de gemeente laten registreren, omdat deze beslissing eerst in kracht van gewijsde moet zijn gegaan. De rechtbank geeft de man dan ook een termijn van vijf maanden om de erkenning van [minderjarige 1] bij de gemeente te laten registreren. De rechtbank verzoekt de advocaat van de man om de akte van erkenning aan de rechtbank te sturen. Na ontvangst van de akte van erkenning zal de definitieve beslissing op het verzoek tot gezamenlijk gezag worden gegeven. De rechtbank zal de zaak in afwachting van de akte van erkenning pro forma aanhouden tot 15 juli 2026. De rechtbank overweegt dat indien de man aan het hiervoor bepaalde niet voldoet de zaak met toepassing van artikel 22 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zal worden afgedaan.

Vanwege deze beslissing wordt in het vervolg van deze beschikking voor wat betreft [minderjarige 1] gesproken over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en de zorgregeling.

Ouderschapsbemiddeling

De rechtbank is gebleken dat de onderlinge communicatie tussen partijen is verstoord en dat de moeder nog onvoldoende vertrouwen heeft in de man. De rechtbank heeft daarom op de zitting besproken dat zij het van belang acht dat partijen gaan deelnemen aan het traject Ouderschapsbemiddeling om hun onderlinge communicatie en het onderlinge vertrouwen te verbeteren in het belang van [minderjarige 1] . Op de zitting hebben partijen vervolgens nadrukkelijk de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject Ouderschapsbemiddeling/Parallel (Solo) Ouderschap. De rechtbank verwacht van partijen dat zij daar in het belang van [minderjarige 1] ook de invulling van het gezamenlijk ouderschap over [minderjarige 1] zullen bespreken.

De rechtbank zal partijen in de gelegenheid stellen om deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is op 22 januari 2026 al per email verzonden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan voornoemd traject en/of training en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal een kennisgeving van deze beschikking per post zenden aan Kenniscentrum Kind en Scheiding.

Omdat de rechtbank partijen bij eindbeslissing zal verwijzen naar dit traject, is het niet nodig is dat de hulpverleningsinstantie een (eind)rapportage over het verloop van het traject indient.

Zorgregeling met [minderjarige 1]

Uit de stukken en uit dat wat op de zitting met partijen is besproken, is de rechtbank gebleken dat de discussie tussen partijen over de zorgregeling tussen de man en [minderjarige 1] zich met name toespitst op de volgende punten: de begin- en eindtijd in de weekendregeling, het vaststellen van een overig contactmoment tussen de man en [minderjarige 1] en het ophalen en wegbrengen van [minderjarige 1] . De rechtbank is, net als partijen, van oordeel dat het in het belang van [minderjarige 1] is dat er een duidelijke zorgregeling tussen de man en hem wordt vastgesteld en overweegt en beslist als volgt.

Partijen zijn het erover eens dat [minderjarige 1] in de oneven weken van vrijdag tot zondag bij de man zal zijn, maar zij verschillen van mening over de begintijd op vrijdag en de eindtijd op zondag. Vaststaat dat de man een fulltime dienstverband heeft, waarbij hij zijn werkrooster per tien weken krijgt. Dat maakt dat een vaste begintijd op vrijdag moeilijk haalbaar is voor de man. De moeder wil wel graag een vaste begintijd, bijvoorbeeld 17.30 uur, zodat er duidelijkheid is voor haar, [minderjarige 1] , [minderjarige 3] en [minderjarige 2] . De rechtbank begrijpt de wens van de moeder voor een vaste begintijd op vrijdag, maar acht dit gelet op het werkrooster van de man dat per tien weken steeds wisselt – wat overigens tijdens de relatie van partijen al het geval was – niet haalbaar. De rechtbank zal daarom in zoverre het verzoek van de man volgen over de begintijd op vrijdag en daarbij bepalen dat de man per tien weken de exacte begintijd vooraf moet doorgeven aan de moeder. Dit biedt de moeder voor de komende tien weken duidelijkheid. Daarbij merkt de rechtbank op dat de man op de zitting heeft toegezegd dat hij zal proberen om zijn werkrooster eerder te krijgen, zodat hij de begintijd voor de volgende tien weken eerder aan de moeder kan doorgeven en dat eventuele plannen van [minderjarige 1] op vrijdagmiddag door kunnen gaan als de man de begintijd nog niet heeft doorgegeven. De rechtbank zal de eindtijd bepalen op zondag om 17.00 uur. Zo kan [minderjarige 1] bij de moeder avondeten en rustig acclimatiseren voordat hij naar bed toe gaat. De rechtbank acht dit in het belang van [minderjarige 1] .

Partijen verschillen ook van mening of er naast deze weekendregeling nog een ander contactmoment tussen de man en [minderjarige 1] moet worden vastgesteld. De man heeft daarover verzocht te bepalen dat [minderjarige 1] op zondag van 17.00 uur tot 19.00 uur bij hem zal zijn, maar heeft op de zitting aangegeven dat dit contactmoment ook op woensdag van 17.00 uur tot 19.00 uur kan plaatsvinden. De moeder wil niet dat dit contactmoment wordt vastgesteld, maar dat partijen in onderling overleg met elkaar bespreken of dit uitkomt. De rechtbank is van oordeel dat het in het belang van [minderjarige 1] is dat hij naast de weekendregeling nog een ander contactmoment met de man heeft. Gelet op de verstoorde communicatie tussen partijen, acht de rechtbank het nu niet in het belang van [minderjarige 1] dat partijen dit in onderling overleg met elkaar zullen afspreken. Omdat de rechtbank het ook van belang vindt dat [minderjarige 1] een heel weekend bij de moeder zal zijn, zal de rechtbank bepalen dat [minderjarige 1] in de even weken op woensdag van 17.00 uur tot 19.00 uur bij de man zal zijn en dat [minderjarige 1] in oneven weken op woensdag om 18.30 uur met de man videobelt.

De rechtbank zal daarbij bepalen dat de man [minderjarige 1] bij de moeder moet ophalen en bij de moeder moet terugbrengen. Dit acht de rechtbank redelijk. De moeder draagt immers het overgrote deel van de zorg- en opvoedingstaken voor [minderjarige 1] en zij heeft daarnaast nog de zorg voor [minderjarige 3] en [minderjarige 2] .

Op de zitting heeft de moeder alsnog ingestemd met het verzoek van de man om de vakanties en feestdagen bij helfte te verdelen. De rechtbank zal aldus bepalen dat partijen de vakanties in onderling overleg bij helfte moeten verdelen. Indien nodig kunnen partijen hierover ook nadere afspraken maken binnen het traject Ouderschapsbemiddeling.

Al het voorgaande betekent concreet dat [minderjarige 1] bij de man zal zijn:

De rechtbank zal aldus beslissen en het meer of anders verzochte over de zorgregeling afwijzen.

Kinderalimentatie voor [minderjarige 1]

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de moeder haar verzoek tot vaststelling van kinderalimentatie voor [minderjarige 1] onvoldoende onderbouwd. Namens de moeder is nagelaten om enige financiële gegevens en berekeningen, die ten grondslag zouden moeten liggen aan haar stellingen, over te leggen. De rechtbank zal het verzoek van de moeder daarom afwijzen.

Omgangsregeling met [minderjarige 2]

Ontvankelijkheid

Op grond van artikel 1:377a lid 1 BW heeft een kind recht op omgang met zijn ouders en met degene die in een nauwe betrekking tot hem staat. Op grond van het tweede lid van dit artikel stelt de rechtbank op verzoek van onder meer degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat een omgangsregeling vast.

Tussen de man en de moeder is in geschil of tussen de man in een nauwe persoonlijke betrekking tot [minderjarige 2] staat.

De rechtbank is van oordeel dat tussen de man en [minderjarige 2] een nauwe persoonlijke betrekking bestaat. Dit heeft de rechtbank geoordeeld naar aanleiding van het door de moeder overgelegde logboek van [instantie] , een organisatie die zorg en ondersteuning biedt aan kinderen en jongvolwassenen, waarin over de rol van de man het volgende staat beschreven: “26-07-2023: geen biologische vader (spermadonor) wel een vader in gezin aanwezig afgelopen jaar vader depressie en heeft thuis gezeten”, “31-10-2023, voor [minderjarige 2] duidelijk dat [de man] niet vader is, op school noemt ze [hem] wel papa”, “27 februari 2024: moeder geeft aan alleen voor de verzorging en opvoeding van de kinderen te staan, terwijl dat voor de depressie niet zo was” en “8 april 2024: partner van moeder is nog niet op oude level van functioneren en moeder moet daardoor meer doen dan dat zij gewend was, eerder meer verdelen van taken”. Dat de moeder op de zitting heeft aangevoerd dat de man tijdens hun relatie alleen zorgtaken voor [minderjarige 1] op zich nam en niet voor [minderjarige 2] (en [minderjarige 3] ) is, mede gelet op de gemotiveerde betwisting van de man, niet gebleken en ook niet aannemelijk gelet op de door de moeder zelf geschetste gezinsdynamiek. Dat de man door zijn depressie enige tijd minder beschikbaar was voor de moeder dan wel voor [minderjarige 2] , doet daar niet aan af. De man is dus ontvankelijk in zijn verzoek.

Inhoudelijke beoordeling

Op de zitting heeft de rechtbank de omgangsregeling tussen de man en [minderjarige 2] besproken. De man wil geen omgangsregeling met [minderjarige 2] afdwingen als [minderjarige 2] aangeeft dat zij hier geen behoefte aan heeft. Omdat [minderjarige 2] bij de moeder en in haar bief aan de kinderrechter niet heeft aangegeven dat zij behoefte heeft aan een omgangsregeling met de man, zal de rechtbank het verzoek van de man afwijzen.

Op de zitting is nog besproken dat het niet vaststellen van een omgangsregeling tussen de man en [minderjarige 2] niet wegneemt dat [minderjarige 2] altijd welkom is bij de man en dat de moeder een incidenteel verzoek van de man tot omgang met [minderjarige 2] met [minderjarige 2] zal bespreken.

Beslissing

De rechtbank:

inzake C/09/677957 en FA RK 24-9320

*

verleent de man, [de man] , geboren op [geboortedatum 3] 1982 in [geboorteplaats 2] , toestemming – die de toestemming van de moeder, [de moeder] , geboren op [geboortedatum 4] 1984 in [geboorteplaats 1] , vervangt – tot erkenning van [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2020 in [geboorteplaats 1] ;

*

beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd.

*

stelt vast dat partijen, te weten:

[de man] ,

wonende in ( [postcode 1] ) [plaats 1] aan de [adres 1] ,

en

[de moeder] ,

wonende in ( [postcode 2] ) [plaats 2] aan de [adres 2] ,

bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling / Parallel (Solo) Ouderschap, en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;

beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van de kennisgeving van deze beschikking te zenden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding, Albertus de Oudelaan 1, 2273 CW Voorburg;

stelt vast dat partijen bij eindbeslissing zijn verwezen naar het hulpverleningstraject, zodat het niet nodig is dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank (tussentijds) rapporteert over het verloop van voornoemd traject;

*

bepaalt in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken dat [minderjarige 1] :

en verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;

*

wijst af het meer of anders verzochte over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken;

*

wijst af het verzoek over de kinderalimentatie;s

*

houdt iedere verdere beslissing over het gezag aan tot 15 juli 2026 pro forma;

*

bepaalt dat de man vóór de genoemde pro forma datum de akte van erkenning aan de rechtbank doet toekomen;

*

bepaalt dat als de man aan het hiervoor bepaalde niet geheel of gedeeltelijk voldoet, de zaak met toepassing van artikel 22 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zal worden afgedaan;

inzake C/09/683386 en FA RK 25-2708

*

wijst af het verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S. Sluijmer

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand