ECLI:NL:RBDHA:2026:5940

ECLI:NL:RBDHA:2026:5940

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 17-02-2026
Datum publicatie 20-03-2026
Zaaknummer C/09/677677 / FA RK 24-9164
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

Voortgezet raadsonderzoek.

Uitspraak

Beschikking op het op 20 december 2024 ingekomen verzoek van:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. A.G. de Jong te Den Haag.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader],

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: voorheen mr. S. Burger te Rotterdam, die zich inmiddels heeft onttrokken.

Procedure

Bij beschikking van 6 maart 2025 van deze rechtbank:

De rechtbank heeft wederom kennis genomen van de stukken, waaronder nu ook:

Op 20 januari 2026 is de behandeling ter zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen:

De vader is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Beoordeling

Stand van zaken

Partijen zijn bij beschikking van 6 maart 2025 doorverwezen naar ouderschapsbemiddeling. Het Kenniscentrum Kind en Scheiding heeft de rechtbank op 6 maart 2025 bericht dat de aanmeldprocedure is beëindigd, omdat de vader niet akkoord ging met de aanvraag van de gemeentelijke beschikking. Vervolgens zijn de processtukken naar de Raad gestuurd. Deze heeft op 23 mei 2025 laten weten dat zij een onderzoek zullen uitvoeren naar de volgende vragen:

Beide ouders hebben tijdens het raadsonderzoek aangegeven open te staan voor de begeleiding van een gezinscoach van [instantie]. Zowel de moeder als [minderjarige] staan daarnaast onder behandeling bij [zorginstantie].

Raadsonderzoek van 27 november 2025

De Raad ziet in dat er al langere tijd onrust is tussen de ouders en dat op dit moment het gezamenlijk gezag onuitvoerbaar lijkt. Hoewel de communicatie tussen de ouders op dit moment voor veel onrust zorgt is de Raad in eerste instantie van mening dat eerst nog een ouderschapsbemiddelingstraject geprobeerd moet worden, nu vader ook zijn bereidheid daarvoor heeft uitgesproken, voordat eventueel een wijziging in het gezag plaatsvindt.

De Raad benadrukt dat de huidige zorgregeling, waarbij [minderjarige] in de even weken van zaterdag 10.00 uur tot zondag 19.00 uur bij de vader is, structureel moet worden nagekomen om [minderjarige] stabiliteit en voorspelbaarheid te bieden. Dit geeft de vader tevens de kans om beter aan te sluiten bij de behoeften van [minderjarige], om de hechtingsrelatie te versterken en om haar het gevoel te geven dat zij welkom en geliefd is. De Raad adviseert de rechtbank om de beslissing over een definitieve zorgregeling aan te houden in afwachting van het verloop van de huidige zorgregeling. Indien blijkt dat de huidige zorgregeling structureel wordt nagekomen, de behandelingen bij [zorginstantie] worden voortgezet en hulpverlening betrokken is gericht op de communicatie tussen ouders en ouderbegeleiding te bieden, adviseert de Raad om de zorgregeling van [minderjarige] uit te breiden naar een passende regeling. Indien blijkt dat ouders onvoldoende in staat en/of bereid zijn om zich hiervoor in te zetten en zich hieraan te houden, kan na een periode van zes maanden vanaf de zittingsdatum een nieuwe afweging door de Raad gemaakt worden over welke zorgregeling in het belang is van [minderjarige].

Wijziging van de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] is volgens de Raad niet in haar belang. De moeder is de hoofdverzorger en er is nog geen stabiliteit in de zorgregeling. [minderjarige] voelt zich veilig bij moeder en denkt dat vader haar is vergeten.

Ontwikkelingen na het raadsonderzoek

De vader is niet op de zitting verschenen. De moeder heeft aangegeven dat de vader haar heeft bericht dat hij niet zou verschijnen. De afgelopen drie maanden heeft geen contact plaatsgevonden tussen de vader en [minderjarige] en de vader heeft de moeder geblokkeerd. De moeder hoopt dat de vader toch weer contact zal zoeken met [minderjarige] en dat hij de zorgregeling weer zal nakomen.

De Raad heeft op de zitting aangegeven dat inmiddels een aanmelding is gedaan bij [instantie], maar dat er een wachttijd van een jaar is. Dat maakt het extra jammer dat het contact tussen de vader en [minderjarige] de afgelopen periode niet op gang is gekomen. Aangezien er eigenlijk nog geen hulpverlening is ingezet, is de Raad van mening dat toch opnieuw bezien zou moeten worden of er mogelijkheden zijn om het contact te herstellen. Daarom heeft de Raad voorgesteld dat hij, zoals ook al in het raadsrapport was benoemd, zes maanden na de zittingsdatum een vervolgonderzoek kan uitvoeren naar het verloop van de zorgregeling. Gedurende dat onderzoek kan de Raad wederom met ouders op zoek gaan naar de mogelijkheden om de zorgregeling weer op te starten.

De moeder betwijfelt of de vader dit keer wel mee zal werken. Hij heeft na de vorige zitting zijn toestemming voor de doorverwijzing naar ouderschapsbemiddeling weer ingetrokken en is nu ook niet verschenen op de zitting. Zij verzoekt daarom primair om een de zaak niet opnieuw aan te houden. Indien toch een vervolgonderzoek door de Raad wordt gelast, verzoekt zij de rechtbank om na ontvangst van dit nadere rapport en advies zo spoedig mogelijk een zittingsdatum te bepalen.

Gezag en verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgang

Hoewel beide ouders gedurende het raadsonderzoek de bereidheid hebben uitgesproken om met behulp van hulpverlening aan hun onderlinge verstandhouding te werken en de zorgregeling weer te hervatten, is er de afgelopen maanden geen contact geweest tussen de vader en [minderjarige]. Ook is er geen (constructief) contact tussen de ouders.

De rechtbank ziet dat [minderjarige] last heeft van deze situatie. Zij heeft het gevoel dat de vader haar vergeten is. De rechtbank is van oordeel dat de vader zich over zijn weerzin tegen de moeder heen moet zetten en dat hij zich moet realiseren wat het voor [minderjarige] betekent dat hij niet in haar leven is. De rechtbank gunt het [minderjarige] dat zij onbelast contact met haar beide ouders kan hebben. Gelet op het feit dat er nog geen hulpverlening is ingezet om dit te bewerkstelligen, en het voor de rechtbank, zoals besproken ter zitting, moeilijk blijft de vinger te leggen op wat nu precies aan contact tussen vader en [minderjarige] in de weg staat, acht de rechtbank het noodzakelijk dat de Raad over zes maanden zijn onderzoek (kenmerk KZ-1-645T8NN) voortzet en nader advies uitbrengt over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. De Raad zal moeten onderzoeken wat de stand van zaken op dat moment is, of er toch bereidheid bestaat bij de vader om de zorgregeling te hervatten en hoe dit gerealiseerd kan worden. De Raad dient daarbij de vraag te beantwoorden welke zorgregeling het meest in het belang van [minderjarige] is. De rechtbank laat het over aan de Raad om te bepalen of [minderjarige] in het kader van dit vervolgonderzoek opnieuw gehoord moet worden. Op de zitting is echter besproken dat dat op dit moment niet nodig lijkt en mogelijk belastend kan zijn voor [minderjarige].

De rechtbank is, mede gelet op het feit dat de vader niet is verschenen op de zitting, uit het oogpunt van de proceseconomie voornemens om direct na ontvangst van het aanvullende advies van de Raad een zitting te plannen, zonder voorafgaande schriftelijke ronde. De rechtbank hoopt dat de vader dit keer wel op de zitting zal verschijnen om zijn visie kenbaar te maken.

De rechtbank zal iedere verdere beslissing ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgang aanhouden tot na te noemen pro formadatum in afwachting van het voortgezet raadsonderzoek.

Voorts ziet de rechtbank aanleiding om het verzoek van de moeder om haar met eenhoofdig gezag te belasten aan te houden in afwachting van het raadsonderzoek.

Hoofdverblijfplaats

De vader heeft verzocht de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij hem te bepalen.

De rechtbank ziet daarvoor geen aanleiding nu de vader geen contact onderhoudt met [minderjarige], zodat zij dit verzoek zal afwijzen.

Proceskosten

Aangezien de rechtbank een beslissing over het gezag en de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgang zal aanhouden, zal zij ook een beslissing over de proceskosten aanhouden.

BeslissingDe rechtbank:

wijst af het verzoek van de vader om de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij hem te bepalen;

verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming een voortgezet onderzoek te verrichten met het hiervoor omschreven doel en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen;

bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken aan de Raad voor de Kinderbescherming zal toesturen;

houdt de behandeling aan tot 15 oktober 2026 pro forma; uiterlijk op die datum dient de Raad voor de Kinderbescherming zo mogelijk zijn rapport met advies te hebben uitgebracht aan de rechtbank met kopie aan beide ouders en hun advocaten;

bepaalt dat, ná ontvangst van het rapport en advies, de behandeling ter zitting, op een nader te bepalen datum en tijdstip, zal worden voortgezet in aanwezigheid van de Raad voor de Kinderbescherming;

houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van het gezag, de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgang, en de proceskosten aan tot 15 oktober 2026 pro forma.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.J.W. Straatsma

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand