RECHTBANK DEN HAAG
Team Familie
zaaknummer / rekestnummer: C/09/692042 / FA RK 25-7207
Beschikking d.d. 10 februari 2026 betreffende de ontbinding van het geregistreerd partnerschap
in de zaak van:
[de vrouw] ,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. R.G. Groen, gevestigd te Den Haag,
tegen
[de man] ,
wonende te [land] ,
hierna te noemen de man.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van de vrouw, ingekomen op 24 september 2025;
- het betekeningsexploot.
- het bericht namens de vrouw van 10 oktober 2025 met bijlage waarmee de bescheiden behorende bij het verzoekschrift zijn gecompleteerd.
Binnen de daarvoor gestelde termijn is door de man geen verweerschrift ingediend.
2. De beoordeling
Partijen zijn een geregistreerd partnerschap aangegaan op [datum] 2018 te
[plaats] . De vrouw heeft de Roemeense nationaliteit. De man heeft de Egyptische nationaliteit.
Ontbinding
De vrouw heeft ontbinding van het geregistreerd partnerschap verzocht. Zij heeft gesteld dat het geregistreerd partnerschap duurzaam is ontwricht.
Nu het geregistreerd partnerschap in Nederland is aangegaan, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe om te oordelen over het verzoek tot ontbinding daarvan.
De partners zijn hun geregistreerd partnerschap in Nederland aangegaan. Krachtens artikel 10:86 van het Burgerlijk Wetboek is Nederlands recht van toepassing op het verzoek tot ontbinding daarvan.
Het verzoek tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap zal, als niet weersproken en op de wet gegrond, worden toegewezen.
3. De beslissing
De rechtbank:
spreekt uit de ontbinding van het geregistreerd partnerschap van partijen, aangegaan te ’s-Gravenhage op 31 oktober 2018.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.F. Baaij, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier J.L. Salters op 10 februari 2026.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Den Haag. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden en overeenkomstig artikel 820 lid 2 Rv openlijk bekend is gemaakt.