Rechtbank den haag
Team Handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/697485 / KG ZA 26-26
Vonnis in kort geding van 20 maart 2026
in de zaak van
OX BARRIER B.V. te Amsterdam,
eiseres,
hierna te noemen: Ox Barrier,
advocaten mrs. D.F. de Lange, I.C. Kleinveld en D. van Luttervelt,
tegen:
DE KOFFIEJONGENS B.V. te Bussum,
gedaagde,
hierna te noemen: De Koffiejongens,
advocaat mr. T.D. Sigterman,
waarin zich hebben gevoegd:
EURO-CAPS HOLDING B.V. te Rotterdam,
gevoegde,
hierna te noemen: Euro-Caps,
advocaat mr. P.L. Reeskamp,
de rechtspersoon naar buitenlands recht,
CAPSUL’IN PRO S.A. te Leudelange, Luxemburg,
gevoegde,
hierna te noemen: Capsul'in,
advocaat: mr. R. Dijkstra.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 16 januari 2026 met producties EP01 t/m EP25A;
- de conclusie van antwoord van De Koffiejongens van 23 januari 2026 met producties GP01 t/m GP18;
- de incidentele conclusie tot voeging van Euro-Caps van 22 januari 2026 met producties 1 t/m 6;
- de incidentele conclusie tot voeging van Capsul'in van 23 januari 2026;
- de door De Koffiejongens op 27 januari 2026 ingediende productie GP19;
- de akte houdende overlegging producties EP26 en EP27 van Ox Barrier van 28 januari 2026;
- de akte houdende overlegging reactieve producties GP20 t/m GP24 van De Koffiejongens van 3 februari 2026;
- de akte voorwaardelijke vermindering van eis van Ox Barrier van 3 februari 2026;
- het door De Koffiejongens op 4 februari 2026 ingediende proceskostenoverzicht met producties GP25 t/m GP27;
- het door Ox Barrier op 5 februari 2026 ingediende proceskostenoverzicht met begeleidend bericht;
- het bericht van Euro-Caps van 5 februari 2026;
- de door Ox Barrier op 5 februari 2026 ingediende productie EP29;
- de op 6 februari 2026 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door Ox Barrier, De Koffiejongens en Euro-Caps pleitnotities zijn overgelegd.
Na afloop van de mondelinge behandeling zijn partijen in de gelegenheid gesteld om hun geschil in onderling overleg op te lossen. Dit is niet gelukt en op 27 februari 2026 hebben partijen verzocht om vonnis te wijzen, waarna de rechtbank de vonnisdatum heeft bepaald op vandaag.
2. Het incident tot voeging
Euro-Caps en Capsul'in hebben gevorderd zich te mogen voegen aan de zijde van De Koffiejongens. Ox Barrier en De Koffiejongens hebben verklaard geen bezwaar te hebben tegen de voeging. Euro-Caps en Capsul'in zijn vervolgens toegelaten als gevoegde partijen, aangezien zij aannemelijk hebben gemaakt dat zij daarbij voldoende belang hebben en niet is gebleken dat de voeging aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat of dat sprake is van strijd met de goede procesorde in het algemeen.
3. De feiten
Partijen
Ox Barrier is houdster van Europees octrooi EP 3 145 838 B1 (hierna EP 838 of het octrooi) voor “Capsule and device for preparing beverages and method for manufacturing a capsule”. EP 838 is verleend op 16 december 2020 op een internationale aanvrage WO 2015/177591 van 17 december 2014, waarbij een beroep is gedaan op prioriteit van NL 2012879 van 23 mei 2014 en PCT/IB2014/063283 van 21 juli 2014.
EP 838 is van kracht in onder meer Nederland.
Advanced Technology Productions B.V. (hierna ATP) is een zustervennootschap van Ox Barrier en heeft een licentie onder EP 838. ATP brengt composteerbare koffiecapsules op de markt waarin de uitvinding van EP 838 is vervat.
De Koffiejongens is een Nederlandse onderneming die composteerbare koffiecapsules aanbiedt en verkoopt. De Koffiejongens biedt haar producten aan via haar website www.dekoffiejongens.nl en sinds 29 september 2025 ook via circa 800 filialen van supermarkt Albert Heijn. Hieronder zijn ter illustratie afbeeldingen van de composteerbare koffiecapsules van De Koffiejongens opgenomen:
Capsul'in is een Luxemburgse onderneming die lege koffiecapsules (behuizingen) en afsluitelementen produceert en levert aan onder meer Euro-Caps, die op haar beurt de capsules vult met koffie(poeder), deze afsluit en aan De Koffiejongens levert.
Technische achtergrond
Het octrooi heeft, zoals gezegd, betrekking op koffiecapsules van het type zoals die oorspronkelijk op de markt zijn gebracht onder het merk Nespresso. Deze capsules werken, kort samengevat als volgt.
Als de capsule in een koffiemachine wordt geplaatst, wordt deze bij het sluiten van het mechanisme van het koffiezetapparaat aan de achterzijde geperforeerd. Door de aldus ontstane openingen wordt onder hoge druk warm water door de capsule geleid zodat dit in contact kan komen met de koffie(poeder). Bij het sluiten van het mechanisme wordt de voorkant – het afsluitelement – tegen een zogenaamde “piramideplaat” aangeduwd. Dit is een vlakke plaat die is voorzien van in een raster gerangschikte piramidevormige elementen.
Piramideplaat
Als gevolg van de hoge druk, zal op enig moment het afsluitelement scheuren. De piramideplaat zorgt ervoor dat die scheuring gecontroleerd plaatsvindt. Het afsluitelement zal immers niet scheuren op de plekken waar de piramidevormige elementen tegen het afsluitelement aandrukken maar daaromheen. Daardoor ontstaat een “raster” van kleine openingen in het afsluitelement (vergelijk de onderstaande afbeelding).
Aluminium afsluitelement na gebruik
Het octrooi
EP 838 bevat 24 conclusies. Onafhankelijke productconclusie 1 en de daarvan afhankelijke volgconclusies 2 t/m 21 en 23 zien op de capsule. Onafhankelijke werkwijzeconclusie 22 ziet op de vervaardiging van de capsule en afhankelijke conclusie 24 op het gebruik daarvan.
Conclusie 1 van EP 838 luidt in de oorspronkelijke Engelse taal als volgt:
Capsule (1, 11, 20) for preparing beverages, comprising:
an essentially closed housing (12, 27) which is at least partially filled with a substance to be extracted and/or dissolved, such as ground coffee, for preparing a beverage, wherein the housing (12, 27) is essentially closed, wherein the housing (12, 27) is defined at least by a peripheral wall (12b, 29), an end side (12a, 28) connected to the peripheral wall (12b, 29), and a laterally protruding engaging edge (12c, 30) connected to the peripheral wall (12b, 29) at a distance from the end side (12a, 28) in order to allow the capsule (1, 11, 20) to be clamped into a capsule holder of a device for preparing beverages; and
at least one essentially closed closing element (2, 13, 21, 40) connected to the laterally protruding engaging edge (12c, 30) for sealing the substance into the capsule (1, 11, 20) in order to preserve it,
characterized in that, at least a part of the closing element (2, 13, 21, 40) is composed of a laminated, essentially fully compostable film (2, 13, 21, 40) comprising a plurality of polymer layers (3, 5, 6, 13a, 13c, 13d, 13f, 21a-21f, 40a, 40b, 40c), which film (2, 13, 21, 40) comprises at least one polymer oxygen barrier layer (5, 13d, 21d, 40b), which barrier layer (5, 13d, 21d, 40b) is essentially impermeable to oxygen, and which film (2, 13, 21, 40) comprises at least one polymer carrier layer (6, 13a, 13c, 13f, 21a, 21c, 21f) connected to the oxygen barrier layer (5, 13d, 21d, 40c), wherein at least one carrier layer (6, 13a, 13c, 13f, 21a, 21c, 21f, 40a, 40c) is provided with at least one weakened area (7, 23).
De Nederlandse vertaling van conclusie 1 luidt als volgt:
Capsule (1, 11, 20) voor het bereiden van dranken, omvattende:
een in hoofdzaak gesloten behuizing (12, 27) die ten minste gedeeltelijk is gevuld met een te extraheren en/of op te lossen substantie, zoals gemalen koffie, voor het bereiden van een drank, waarbij de behuizing (12, 27) in hoofdzaak gesloten is uitgevoerd, waarbij de behuizing (12, 27) althans wordt gedefinieerd door een omtrekswand (12b, 29), een met de omtrekswand (12b, 29) verbonden kopse zijde (12a, 28), en een met de omtrekswand (12b, 29) op afstand van de kopse zijde (12a, 28) verbonden lateraal uitkragende aangrijprand (12c, 30) voor het kunnen laten inklemmen van de capsule (1, 11, 20) in een capsulehouder van een inrichting voor het bereiden van dranken; en
ten minste één met de lateraal uitkragende aangrijprand (12c, 30) verbonden in hoofdzaak gesloten afsluitelement (2, 13, 21, 40) voor het geconserveerd opsluiten van de substantie in de capsule (1, 11, 20),
met het kenmerk dat ten minste een deel van het afsluitelement (2, 13, 21, 40) wordt gevormd door een uit meerdere polymere lagen (3, 5, 6, 13a, 13c, 13d, 13f, 21a-21f, 40a, 40b, 40c) opgebouwd gelamineerd en in hoofdzaak volledig composteerbaar folie (2, 13, 21, 40), welk folie (2, 13, 21, 40) ten minste één polymere zuurstofbarrièrelaag (5, 13d, 21d, 40b) omvat, welke barrièrelaag (5, 13d, 21d, 40b) in hoofdzaak ondoorlaatbaar is voor zuurstof, en welk folie (2, 13, 21, 40) ten minste één, met de zuurstofbarrièrelaag (5, 13d, 21d, 40b) verbonden, polymere dragerlaag (6, 13a, 13c, 13f, 21a, 21c, 21f, 40a, 40c) omvat, waarbij ten minste één dragerlaag (6, 13a, 13c, 13d, 13f, 21a, 21c, 21f, 40a, 40c) is voorzien van ten minste één verzwakking (7, 23).
In de beschrijving van EP 838 is – voor zover hier van belang – het volgende opgenomen:
[0002] Various capsules for use in a device for preparing beverages are known in the prior art. A known capsule, as described for example in EP0512468, comprises an essentially frustoconical housing composed of a peripheral wall, an end inlet side connected to the peripheral wall, and an engaging edge connected laterally to the peripheral wall for clamping the capsule into a capsule holder of the device for preparing beverages. The engaging edge is connected to a perforable film that also forms the outlet side of the capsule. The housing is filled with a substance to be extracted, such as ground coffee beans. This known capsule can be placed in a device for preparing a beverage. For this purpose, the capsule is placed in a capsule holder, into which the capsule is then clamped, thus causing the inlet side of the capsule to be perforated. After this, warm water at fairly high pressure (6-20 bar) is to be fed into the capsule holder and thus into the capsule via the inlet side, where the water is to come into contact with the substance, thus forming the final beverage. The pressure build-up in the capsule is to cause the film to be deformed in such a way that the film is perforated by the capsule holder, with the result that the formed beverage can leave the capsule. The housing of the capsule described in the aforementioned patent is composed of aluminium. Although aluminium has fairly favourable barrier properties, allowing it to preserve the coffee for a long period of time, the processing of aluminium is fairly problematic. Moreover, the capsule is to be discarded after use, generally by means of standard waste disposal, which leads to considerable environmental pollution.
(…)
[0004] An objective of the invention is to provide a fairly reliably functioning capsule for preparing beverages which, particularly after use, leads to reduced environmental pollution.
[0005] For this purpose, the invention thus provides a capsule of the type mentioned initially, comprising an essentially closed housing that is at least partially filled with a substance to be extracted and/or dissolved, such as ground coffee, for preparing a beverage, with the housing being essentially closed, in which the housing is at least defined by a peripheral wall, an end side connected to the peripheral wall, and a laterally protruding engaging edge connected to the peripheral wall at a distance from the end side in order to allow the capsule to be clamped into a capsule holder of a device for preparing beverages; and at least one essentially closed closing element connected to the laterally protruding engaging edge for sealing the substance into the capsule in order to preserve it, wherein at least a part of the closing element is composed of a laminated film, which film comprises at least one oxygen barrier layer, which barrier layer is essentially impermeable to oxygen, and which film comprises at least one carrier layer connected to the oxygen barrier, wherein at least one carrier layer is provided with at least one weakened area. The film is preferably made essentially solely of plastic. For this purpose, the film is preferably composed of a plurality of polymer layers, including the oxygen barrier layer and the at least one carrier layer. Preferably, no metal layer is applied in the film. The oxygen barrier layer makes it possible to preserve, in an oxygen-free or low-oxygen manner, the substance contained in the capsule, generally ground coffee, tea leaves, instant soup, or (chocolate) milk powder for preparing coffee, soup, tea or (chocolate) milk respectively.
The oxygen barrier layer is generally configured in a completely closed manner. Preferably, the closed oxygen barrier layer is not weakened in order to make it possible to keep the oxygen barrier as favourable and uniform as possible. It is preferred in this case that the oxygen barrier have an essentially uniform layer thickness. The at least one carrier layer is configured to carry, hold in place, and support the - generally thinner - oxygen barrier layer. At least one carrier layer is provided with at least one (previously formed) weakened area, with the result that the carrier layer is weakened. This weakened area can be formed in various ways, as will be explained in further detail below. The weakened area serves to allow the film to tear in a simple, and preferably controlled, manner, when the capsule is used in a device for preparing beverages. If no weakened area is formed, a plastic (multilayer) film tends to stretch rather than tear, which can make opening of the capsule on the outlet side considerably more difficult and even impossible. Because of the (site-selective) weakened area in at least one carrier layer, tearing of the film is made considerably easier, and in general, the tearing behaviour of the film will essentially be consistent with the tearing behaviour of a classic aluminium-based film.
[0006] The film may conceivably comprise a plurality of carrier layers. It is also conceivable that the plurality of carrier layers of the film may be configured in weakened form. This makes it possible to keep the film sufficiently easy to tear while providing each carrier layer with its own functionality. For example, it is conceivable that each carrier layer could directly or indirectly play a role in supporting the oxygen barrier layer, with, for example, at least one first carrier layer functioning primarily as a carrier, while at least one other carrier layer functions more as a moisture barrier. It is preferred that at least two of the weakened film layers be adjacent to one another. More preferably, the weakened areas of the adjacent layers should be in line with one another. This can be carried out fairly easily by application of a heated stamp or laser that simultaneously processes the aforementioned carrier layers. Application of a stamp results in reduced local (site-selective) layer thickness, and thus a weakened area of the film layer. However, it is preferred that the at least one weakened carrier layer be configured with perforations. The openings made in the at least one carrier layer are preferably composed of microperforations. In this case, it is preferred for these openings to completely penetrate the at least one carrier layer. The (micro)perforation can fairly easily be formed by application of a laser that burns the perforation into the at least one polymer carrier layer. In this case, the intensity and wavelength of the laser can be adjusted in such a way that only the one or plurality of superposed carrier layers are perforated and the underlying oxygen barrier layer (and other layers if applicable) are not damaged by the laser. It is preferred in this case that the perforations be made in a pattern in the at least one weakened carrier layer. Preferably, this pattern extends over the entire surface that is limited by the inner periphery of the lateral engaging edge, and therefore over the complete outlet side of the capsule. Experiments have shown that the controlled tearing of the film can best be achieved if the pattern is composed of a plurality of broken lines (dashed lines) essentially oriented in parallel. The perforations configured in succession forming a continuous line segment are preferably designed in an elongated manner, and it is particularly preferred if they are essentially rectangular. Such a design facilitates tearing of the film, wherein the film is to tear at the sites of the lines, with the lines determining the de facto location of the tearing seams. This facilitates controlled tearing of the film. Alternative tearing patterns can for example be achieved by forming of cross-shaped and/or square weakened areas. A rectangular weakened area is also preferred to a rounded weakened area, as an angled weakened area will allow the carrier layer in question to tear more quickly.
(…)
[0008] Preferably, at least one weakened carrier layer faces toward the substance held in the housing. This weakened carrier layer is the first layer to be exposed to pressure build-up in the capsule. Because of the applied weakening, this (innermost) layer is also the first layer that can tear on pressure build-up in the capsule during injection of water into the capsule (generally via the end side of the housing), with the result that the beverage can be displaced through this innermost layer. As the layers of the film are preferably integrally connected to one another, thus forming a composite, tearing of the innermost layer will fairly quickly lead to tearing of the other layers according to the same tearing pattern. Integral binding of the film layers to one another can be carried out by welding/melting the various film layers together and/or by gluing the film layers together. Under the effect of the pressure build-up in the capsule, the closing element is deformed and finally undergoes
controlled tearing during interaction of the deformed film with a perforation structure of a device for preparing beverages such as a coffee machine. At higher temperatures of between 90 and 100 °C, which are generally applied in extracting and/or dissolving the substance, it is specifically the oxygen barrier layer that tends to tear out and form around and/or over the perforation structure of the coffee machine instead of tearing and/or being perforated. By connecting the oxygen barrier layer to the at least one weakened carrier layer, one can force controlled rupturing of the oxygen barrier layer to occur, which facilitates the preparation process of the beverage.
[0009] The film is essentially fully compostable. As the capsule is manufactured from one of a plurality of (biologically) compostable materials, the capsule is to be discarded after use, preferably in VFG waste (vegetable, fruit, and garden waste), after which the capsule is biodegraded on the molecular level by micro-organisms, if applicable after application of activation heat and moisture (water). In this case, it is also preferred to manufacture the capsule components from biomaterials ("bio based materials"), which are materials originating from living or formerly living organisms, as this further increases the durability of the capsule and further reduces environmental pollution. In this process, organic molecules, of which the capsule is essentially composed, are converted into smaller organic molecules, and finally into water, carbon dioxide, and biomass (humus), and possible mineral components such as salts. In industrial composting facilities, the entire composting process generally requires several weeks. This type of composting process is also referred to as biodegradation. Manufacturing of all of the components of the capsule from fully compostable materials provides a considerable benefit with respect to environmental pollution. This provides a solution in the ongoing efforts to keep the discharge of waste to a manageable level and deal responsibly with residual waste. In addition to the reduction in environmental pollution accompanying use of the capsule according to the invention, the essentially closed capsule is extremely well-suited for allowing the substance, generally coffee, to be preserved for long periods of time by using an oxygen barrier, preferably in both the housing and the closing element. For this reason, no separate packaging is required in order to maintain the quality of the substance, specifically coffee.
The oxygen barrier layer is preferably at least partially manufactured from a material selected from the group composed of polyvinyl alcohol (PVOH), polyvinylpyrrolidone (PVP), and polyvinyl acetate (PVAc). PVOH is generally the most preferred of these substances, as PVOH can be fairly easily applied as a sealed oxygen-impermeable film and has favourable adhesion properties. The oxygen barrier layer is preferably composed of a hybrid coating of an organic phase, for example by application of at least one of the aforementioned components, and an inorganic fraction that functions as a precursor. More preferably, the inorganic fraction is composed of silicon alkoxide (Si(OR)4), wherein R denotes an organic tail derived from one of the aforementioned organic molecules. Such hybrid coatings generally show particularly favourable composting properties, and also possess satisfactory impermeability to oxygen. As a less environmentally-friendly alternative, the oxygen barrier layer may also be composed of, for example, polyvinylidene chloride (PVdC), ethene vinyl alcohol (EVOH), or a metal oxide such as SiO2 or Al2O3.
(…)
[0015] Preferably, the housing is composed of a laminate of a plurality of material layers. In this case, each material layer should preferably be essentially compostable. By applying a laminate of material layers, it is possible to efficiently provide the housing with the desired properties. For example, at least one material layer may form a barrier layer against oxygen and/or water (vapour). One may use e.g. a plurality of synthetic or natural polymers such as nitrocellulose, polysaccharides such as hydroxyethylcellulose, polyvinyl alcohol (PVOH), or ethylene vinyl alcohol (EVOH), polylactic acid (PLA), polyvinylidene chloride (PVDC), chitosan, carboxymethylcellulose, polyacrylate, polyglycolide, polybutylene succinate (PBS), acrylonitrile-butadiene-styrene (ABS), polyolefins, polyester, co-polyesters, polyamide, PLA/caprolactone copolymers, polyhydroxyalkanoates, biodegradable polyethylene (PE), polypropylene (PP), polybutene (PB) and copolymers and mixtures thereof, optionally mixed with starch. A barrier layer for oxygen comprising a plurality of synthetic or natural polymers may further include a crosslinker such as silane, glyoxal, melamine resin, and the like. This barrier layer for oxygen is preferably composed of compostable material, and natural polymers such as starch and chitosan and synthetic polymers such as PVOH, EVOH, and PLA are therefore preferred. In one embodiment, the material layer also comprises a wax and/or a filler, such as clay, which further strengthens the barrier function. Where applicable, the polymer is dispersed or dissolved in an aqueous or other solvent-based medium, with said medium containing inorganic particles. Such inorganic particles are preferably composed of inorganic layered or plate-like particles containing natural or synthetic clay minerals such as mica, kaolinite, vermiculite, halloysite, montmorillonite, and the like. Where applicable, a metallised film may also be used as an oxygen barrier and/or a water (vapour) barrier in the housing. For this purpose, an aluminium coating is preferably applied to a preformed material layer of the laminate. It is also conceivable to use a plurality of oxygen barriers, which can optionally be applied on top of one another. For example, it is conceivable to coat a PVOH layer with an aluminium coating. In this manner, a multiple oxygen barrier is produced. A further material layer of the laminate can optionally function as a shielding coating and/or a coloured layer in order to impart a desired colour to the housing of the capsule. An example of such a layer is composed of a compostable polymer selected from the group composed of compostable polyesters, PLA, polyhydroxyalkanoates, polycaprolactones, polybutylene succinate adipate, polybutylene adipate co-terephthalate, PLA/caprolactone co-polymers, biodegradable polyethylene, and nitrocellulose.
EP 838 bevat – voor zover hier van belang – het volgende figuur:
Sommatie
Bij brief van 3 oktober 2025 heeft Ox Barrier De Koffiejongens erop gewezen dat zij van mening is dat de composteerbare koffiecapsules van De Koffiejongens inbreuk maken op EP 838 en heeft zij haar een licentie onder EP 838 aangeboden. Bij brief van
27 oktober 2025 heeft zij De Koffiejongens gerappelleerd.
Bij brief van 14 november 2025 heeft De Koffiejongens de inbreuk betwist omdat zij van mening is dat haar capsules niet onder de beschermingsomvang van het octrooi vallen en dat het octrooi nietig is wegens gebrek aan nieuwheid en inventiviteit.
4. Het geschil
Ox Barrier vordert jegens De Koffiejongens – na wijziging van eis en zakelijk weergegeven – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
Primair:
een inbreukverbod op EP 838, meer in het bijzonder een verbod om inbreukmakende composteerbare koffiecapsules te vervaardigen, aan te bieden, in het verkeer te brengen of te gebruiken, dan wel met dat doel in te voeren of in voorraad te hebben, dan wel aan te bieden of te leveren, onder verbeurte van een dwangsom van € 100.000,- per dag(deel) dat zij dit niet nakomt;
A. een bevel tot opgave, voorzien van een verklaring van een registeraccountant, van:
i. de gegevens van alle (rechts)personen aan/voor wie De Koffiejongens composteerbare koffiecapsules heeft aangeboden of geleverd;
ii. het aantal van de onder (i) bedoelde producten;
iii. de omzet, directe inkoop- of productiekosten en brutowinst die De Koffiejongens heeft behaald met de onder (i) bedoelde producten;
onder verbeurte van een dwangsom van € 100.000,- per dag(deel) dat zij dit niet nakomt;
recall van alle onder B bedoelde geleverde composteerbare koffiecapsules, onder verbeurte van een dwangsom van € 100.000,- per koffiecapsule waarmee of per dag(deel) dat zij dit niet nakomt;
afgifte van de voorraad en terug te ontvangen composteerbare koffiecapsules, onder verbeurte van een dwangsom van € 100.000,- per koffiecapsule waarmee of per dag(deel) dat zij dit niet nakomt;
volledige proceskostenveroordeling in de zin van artikel 1019h Rv, vermeerderd met de wettelijke rente;
Subsidiair, onder de voorwaarde dat de voorzieningenrechter oordeelt dat Ox Barrier geen spoedeisend belang heeft om op te treden tegen de postorderactiviteiten van De Koffiejongens:
een inbreukverbod op EP 838, meer in het bijzonder een verbod om inbreukmakende composteerbare koffiecapsules te vervaardigen, aan te bieden, in het verkeer te brengen of te gebruiken in fysieke winkels, dan wel met dat doel in te voeren of in voorraad te hebben, dan wel aan te bieden of te leveren, onder verbeurte van een dwangsom van € 100.000,- per dag(deel) dat zij dit niet nakomt;
A. een bevel tot opgave, voorzien van een verklaring van een registeraccountant, van:
i. de gegevens van alle (rechts)personen aan/voor wie De Koffiejongens composteerbare koffiecapsules heeft aangeboden of geleverd in fysieke winkels;
ii. het aantal van de onder (i) bedoelde producten;
iii. de omzet, directe inkoop- of productiekosten en brutowinst die De Koffiejongens heeft behaald met de onder (i) bedoelde producten;
onder verbeurte van een dwangsom van € 100.000,- per dag(deel) dat zij dit niet nakomt;
recall van alle onder B bedoelde in fysieke winkels geleverde composteerbare koffiecapsules, onder verbeurte van een dwangsom van € 100.000,- per koffiecapsule waarmee of per dag(deel) dat zij dit niet nakomt;
afgifte van de voorraad en terug te ontvangen composteerbare koffiecapsules, onder verbeurte van een dwangsom van € 100.000,- per koffiecapsule waarmee of per dag(deel) dat zij dit niet nakomt;
volledige proceskostenveroordeling in de zin van artikel 1019h Rv, vermeerderd met de wettelijke rente.
Daartoe voert Ox Barrier – samengevat – aan dat De Koffiejongens directe inbeuk maakt op EP 838 in de zin van artikel 53 ROW, door composteerbare koffiecapsules in het verkeer te brengen, te verhandelen, aan te bieden en te leveren via haar website en fysieke winkels van Albert Heijn en voor dat doel in voorraad te hebben, terwijl deze capsules onder de beschermingsomvang van (conclusie 1, 6-10 en 19-22 van) EP 838 vallen. De Koffiejongens maakt ook indirecte inbreuk op (conclusies 23 en 24 van) EP 838 in de zin van artikel 54 lid 1 ROW, door een wezenlijk bestanddeel (namelijk capsules) te leveren aan derden, die daarmee met een inrichting (koffiezetapparaat) koffie kunnen bereiden en zodoende de uitvinding (uit conclusies 23 en 24) kunnen toepassen.
De Koffiejongens, Euro-Caps en Capsul'in voeren verweer dat strekt tot afwijzing van de vorderingen, subsidiair afwijzing onder het gebod aan De Koffiejongens om een bedrag (gelijk aan een redelijke licentievergoeding per verkochte koffiecapsule) op een escrowrekening te storten in afwachting van de uitkomst van een bodemprocedure en meer subsidiair om aan de uitvoerbaar-bij-voorraadverklaring de voorwaarde te verbinden dat Ox Barrier een bedrag van € 25.000.000 in zekerheid stelt, met veroordeling van Ox Barrier in de volledige proceskosten in de zin van artikel 1019h Rv, vermeerderd met de wettelijke rente.
De Koffiejongens, Euro-Caps en Capsul'in betwisten dat sprake is van inbreuk op EP 838, omdat de koffiecapsules van De Koffiejongens buiten de beschermingsomvang van het octrooi vallen en er een serieuze niet te verwaarlozen kans is dat het octrooi nietig zal worden verklaard in een bodemprocedure. Bovendien heeft Ox Barrier geen spoedeisend belang bij de vorderingen en wegen haar belangen bij een voorlopig verbod niet op tegen het zwaarwegende belang van De Koffiejongens om de composteerbare koffiecapsules te blijven verkopen omdat dit 92% van haar omzet vormt en een verbod waarschijnlijk leid tot een faillissement.
5. De beoordeling van het geschil
Bevoegdheid
De voorzieningenrechter is op grond van artikel 80 lid 2 sub a ROW exclusief bevoegd kennis te nemen van de vorderingen van Ox Barrier.
Spoedeisend belang
De vraag of een eisende partij in kort geding voldoende spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorzieningen dient beantwoord te worden aan de hand van een afweging van de belangen van partijen, beoordeeld naar de toestand ten tijde van de uitspraak. Daarbij heeft als uitgangspunt te gelden dat het spoedeisend belang in beginsel is gegeven zolang de gestelde inbreuk of het gestelde onrechtmatig handelen voortduurt. Indien daartegen echter onvoldoende voortvarend is opgetreden, kan dit een aanwijzing zijn dat het belang van de eisende partij kennelijk geen voorlopige maatregel vergt. Een en ander hangt af van de omstandigheden van het geval.
De Koffiejongens zijn sinds 2020 in Nederland op de markt met haar composteerbare koffiecapsules. Sinds in ieder geval 2023 wist Ox Barrier dat deze capsules mogelijk inbreuk maakten op haar octrooi. De heer [naam], mede-uitvinder van EP 838 en founder/CEO van ATP/ATI, zustermaatschappijen en licentienemer van Ox Barrier onder EP 838, heeft immers op 22 december 2023 naar De Koffiejongens en Euro-Caps gemaild “dat de huidige folie die ik op de capsules van de Koffiejongens heb aangetroffen inbreuk [maakt] op ons patent”. De eerste vijf jaar bood De Koffiejongens de capsules alleen online aan, waarbij haar klanten veelal een abonnement hebben en periodiek een bepaald aantal koffiecapsules toegestuurd krijgen. Sinds 29 september 2025 biedt De Koffiejongens haar koffiecapsules ook aan via supermarktketen Albert Heijn, waardoor deze nu landelijk te koop zijn in circa 800 fysieke winkels en De Koffiejongens haar potentiële afzetmarkt aanzienlijk heeft uitgebreid, aangezien (volgens De Koffiejongens) ruim 90% van de Nederlanders haar koffie niet online maar in de supermarkt koopt. Deze intensivering van de vermeend inbreukmakende activiteiten was voor Ox Barrier de reden om De Koffiejongens op 3 oktober 2025 te sommeren de inbreuk te staken en om – na een briefwisseling waarin De Koffiejongens de inbreuk betwistte – kort daarna onderhavige kortgedingprocedure te starten.
Onder deze omstandigheden heeft Ox Barrier naar voorshands oordeel van de voorzieningenrechter spoedeisend belang bij haar vorderingen – zowel ten aanzien van de online verkoop (de primaire vorderingen) als de verkoop via fysieke winkels (subsidiaire vorderingen). Van Ox Barrier kan niet gevergd worden dat zij het oordeel in een bodemprocedure afwacht. De gewijzigde marktomstandigheid zorgt immers nu al voor een toename van de gestelde inbreuk (volgens de De Koffiejongens is de afzet via Albert Heijn momenteel 2%) en zal die alleen maar toenemen, aangezien De Koffiejongens in de toekomst 10 tot 20% meer koffiecapsules verwacht te verkopen door de Albert Heijn-deal. Omdat een toenemende merkbekendheid en -zichtbaarheid in de AH-winkels ook kan leiden tot meer online-afzet, acht de voorzieningenrechter ook een spoedeisend belang aanwezig bij de primaire vorderingen.
Wel brengt een afweging tussen de belangen van partijen mee dat de drempel voor toewijzing van de vorderingen in dit kort geding relatief hoog ligt. Het door Ox Barrier gevorderde verbod op de verkoop van de vermeend inbreukmakende koffiecapsules zou volgens De Koffiejongens immers haar faillissement betekenen, aangezien zij met deze verkoop 92% van haar omzet behaalt en een verbod zal zorgen voor het verlies van abonnementsklanten en reputatieschade. Daartegenover staat het (beperkte) belang van Ox Barrier bij het direct opleggen van een verbod. Indien het door haar gevorderde verbod in kort geding niet wordt toegewezen en in de bodemprocedure zou worden beslist dat De Koffiejongens inbreuk maakt, is haar schade immers relatief eenvoudig (achteraf) te begroten aan de hand van een misgelopen licentievergoeding. Indien echter - achteraf ten onrechte - een verbod wordt opgelegd, heeft dit onomkeerbare gevolgen voor De Koffiejongens en is de schade die zij zou lijden vele malen groter.
Inbreuk?
Zoals uit de beschrijving van EP 838 volgt, is het doel van de uitvinding om een oplossing te vinden voor het probleem dat ontstaat als het afsluitelement van een koffiecapsule wordt gemaakt van een biologisch afbreekbaar materiaal in plaats van van aluminiumfolie zoals bij oorspronkelijke (Nespresso) koffiecapsules. Het afsluitelement moet dezelfde werking en mechanische prestaties hebben als aluminiumfolie, zoals een goede zuurstofbarrière (zodat de koffie in de capsule vers blijft) en de gewenste wijze van openen/scheuren.
Het octrooi noemt polyvinylalcohol (PVOH, een biologisch afbreekbaar synthetisch polymeer) als meest geprefereerde materiaal om een zuurstofdichte laag van de maken. In de uitvoeringsvormen van het octrooi heeft deze zuurstofbarrièrelaag een dikte van 1 tot 5 µm, bij voorkeur 2 µm (0,002 mm). Het nadeel hiervan is dat een dergelijk dunne laag van dit materiaal bij temperaturen tussen 90 en 100 °C, die doorgaans worden toegepast bij het extraheren en/of oplossen van de koffie, de neiging heeft om uit te rekken en zich rond en/of over de perforatiestructuur van de piramideplaat van de koffiemachine te vormen in plaats van te scheuren en/of geperforeerd te worden, wat het openen van de capsule aan de uitlaatzijde aanzienlijk moeilijker en zelfs onmogelijk kan maken. Het octrooi stelt daarom voor ten minste één dragerlaag te verbinden aan de zuurstofbarrièrelaag. Deze dragerlaag moet zo ontworpen worden dat deze de - doorgaans dunnere - zuurstofbarrièrelaag draagt, op zijn plaats houdt en ondersteunt. Het octrooi stelt verder voor om (tenminste) een dragerlaag te voorzien van een verzwakt gebied, dat dient om het afsluitelement op een eenvoudige, en bij voorkeur gecontroleerde, manier te laten scheuren wanneer de capsule wordt gebruikt in een koffieapparaat. Door het verzwakte gebied in de dragerlaag wordt het scheuren van het afsluitelement aanzienlijk gemakkelijker en in het algemeen zal het scheurgedrag van het afsluitelement in wezen overeenkomen met het scheurgedrag van een klassieke aluminiumgebaseerde folie.
Conclusie 1 van EP 838 claimt een capsule met een afsluitelement en is onder te verdelen in de volgende kenmerken:
1
Capsule (1, 11, 20) voor het bereiden van dranken, omvattende:
1.1
een in hoofdzaak gesloten behuizing (12, 27)
1.1.1
die ten minste gedeeltelijk is gevuld met een te extraheren en/of op te lossen substantie, zoals gemalen koffie, voor het bereiden van een drank,
1.1.2
waarbij de behuizing (12, 27) in hoofdzaak gesloten is uitgevoerd,
1.1.3
waarbij de behuizing (12, 27) althans wordt gedefinieerd door een omtrekswand (12b, 29), een met de omtrekswand (12b, 29) verbonden kopse zijde (12a, 28), en een met de omtrekswand (12b, 29) op afstand van de kopse zijde (12a, 28) verbonden lateraal uitkragende aangrijprand (12c, 30) voor het kunnen laten inklemmen van de capsule (1, 11, 20) in een capsulehouder van een inrichting voor het bereiden van dranken; en
1.2
ten minste één in hoofdzaak gesloten afsluitelement (2, 13, 21, 40)
1.2.1
met de lateraal uitkragende aangrijprand (12c, 30) verbonden, voor het geconserveerd opsluiten van de substantie in de capsule (1, 11, 20),
1.2.2
met het kenmerk dat ten minste een deel van het afsluitelement (2, 13, 21, 40) wordt gevormd door een gelamineerd en in hoofdzaak volledig composteerbaar folie (2, 13, 21, 40),
1.2.2.1
opgebouwd uit meerdere polymere lagen (3, 5, 6, 13a, 13c, 13d, 13f, 21a-21f, 40a, 40b, 40c)
1.2.2.2
welk folie (2, 13, 21, 40) ten minste één polymere zuurstofbarrièrelaag (5, 13d, 21d, 40b) omvat, welke barrièrelaag (5, 13d, 21d, 40b) in hoofdzaak ondoorlaatbaar is voor zuurstof,
1.2.2.3
en welk folie (2, 13, 21, 40) ten minste één, met de zuurstofbarrièrelaag (5, 13d, 21d, 40b) verbonden, polymere dragerlaag (6, 13a, 13c, 13f, 21a, 21c, 21f, 40a, 40c) omvat,
1.2.2.4
waarbij ten minste één dragerlaag (6, 13a, 13c, 13d, 13f, 21a, 21c, 21f, 40a, 40c) is voorzien van ten minste één verzwakking (7, 23).
Niet in geschil is dat de composteerbare koffiecapsules van De Koffiejongens voldoen aan de kenmerken 1.1-1.1.3 (die zien op de capsule). Ox Barrier stelt dat de capsules van De Koffiejongens (daarnaast ook) een afsluitelement hebben dat voldoet aan alle kenmerken onder 1.2-1.2.2.4, namelijk een gelamineerd en composteerbaar folie, dat bestaat uit meerdere polymere lagen (kenmerk 1.2.2.1), waarvan ten minste één een zuurstofbarrièrelaag is (kenmerk 1.2.2.2) en ten minste één een dragerlaag is, die met de zuurstofbarrièrelaag is verbonden (kenmerk 1.2.2.3), en waarbij ten minste één dragerlaag is voorzien van een verzwakking (kenmerk 1.2.2.4).
Vast staat dat het afsluitelement van de koffiecapsule van De Koffiejongens bestaat uit een gelamineerde en composteerbare folie dat uit drie lagen bestaat:
1. de binnenste laag, die in direct contact staat met de koffie in de capsule, die is gemaakt van polymelkzuur (polyactic acid; PLA) en een rasterpatroon bevat als gevolg van kalandreren. Met deze laag wordt het afsluitelement aan de flens (rand) van de capsule bevestigd door middel van heat sealing;
2. de middelste laag, die is gemaakt van 60 tot 80 µm (0,06-0,08 mm) machine-finished coated (MFC) papier en die een zuurstofbarrière vormt;
3. de buitenste laag, die is gemaakt van cellulose (een natuurlijk polymeer).
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is voldoende aannemelijk geworden dat het afsluitelement van de koffiecapsule van De Koffiejongens, zoals hiervoor is omschreven, geen dragerlaag bevat in de zin van het octrooi. Het afsluitelement voldoet derhalve naar voorshands oordeel (in ieder geval) niet aan conclusiekenmerk 1.2.2.3.
De Koffiejongens heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de middelste laag (de zuurstofbarrièrelaag) is gemaakt van relatief dik papier, dat stijf genoeg is om – net als aluminium – zelfstandig op de gewenste wijze geperforeerd te worden op een piramideplaat van een koffiezetmachine. Doordat deze van ander materiaal is gemaakt dan het PVOH in de uitvoeringsvormen van het octrooi, heeft deze (relatief dikkere) laag niet de neiging om uit te rekken in plaats van te scheuren onder de hoge druk en watertemperatuur van een koffiemachine. De zuurstofbarrièrelaag van de koffiecapsule van De Koffiejongens heeft daardoor geen dragerlaag nodig om goed te kunnen scheuren, zoals wel het geval is bij de dunnere, rekbare zuurstofbarrièrelaag van het octrooi. Hoewel conclusie 1 enkel claimt dat het afsluitelement een dragerlaag bevat, volgt uit de beschrijving (par. [0005]) van het octrooi dat deze dragerlaag de functie heeft om de zuurstofbarrièrelaag te dragen, op zijn plaats te houden en te ondersteunen. Zowel de buitenste laag als de binnenste laag van het afsluitelement van De Koffiejongens hebben niet de functie om de middelste (zuurstofbarrière)laag te ondersteunen. De buitenlaag van cellulose werkt als een filter en de binnenste laag dient om het afsluitelement in zijn geheel aan de capsule te sealen (bevestigen). Beide elementen hebben niet de functie om te voorkomen dat de middelste laag uitrekt in plaats van scheurt.
Dat de zuurstofbarrièrelaag van de capsule van De Koffiejongens stijf genoeg is om zelfstandig te scheuren/openen op de piramideplaat van een koffiemachine en dus geen dragerlaag nodig heeft, volgt uit het door De Koffiejongens overgelegde rapport van een onderzoek waarin het scheurgedrag van de zuurstofbarrièrelaag is onderzocht. Hieruit blijkt dat de afzonderlijke zuurstofbarrièrelaag (dus zonder de binnen- en buitenlaag) normaal opent op de piramideplaat van een gebruikelijke koffiemachine, net als bij een oorspronkelijke Nespresso-capsule van aluminiumfolie, zoals te zien is op de volgende afbeeldingen:
Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat in het bestek van dit kort geding voldoende aannemelijk is gemaakt dat er een serieuze niet te verwaarlozen kans is dat in een bodemprocedure wordt geoordeeld dat de koffiecapsules van De Koffiejongens buiten de beschermingsomvang van het octrooi vallen, zodat geen sprake is van inbreuk (op conclusie 1 en de afhankelijke volgconclusies). Derhalve kan de vraag of het octrooi geldig is buiten beschouwing blijven. De vorderingen zullen worden afgewezen.
Proceskosten
Ox Barrier zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van De Koffiejongens. De Koffiejongens maakt aanspraak op vergoeding van de volledige proceskosten als bedoeld in artikel 1019h Rv en heeft specificaties van haar advocaatkosten (exclusief BTW) van in totaal € 210.165,- overgelegd. Ox Barrier heeft verweer gevoerd tegen de door De Koffiejongens opgegeven kosten van de advocaten en octrooigemachtigden van de gevoegde partijen. De voorzieningenrechter ziet echter geen aanleiding om deze kosten op voorhand buiten beschouwing te laten. Zoals De Koffiejongens heeft toegelicht, hebben haar advocaten en de advocaten en octrooigemachtigden van de gevoegde partijen het werk onderling verdeeld en zodoende gezamenlijk verweer gevoerd. Hoewel deze advocaten zich dus niet voor De Koffiejongens hebben gesteld, zijn de kosten die zij voor De Koffiejongens hebben gemaakt naar het oordeel van de voorzieningenrechter wel kosten die voor vergoeding in aanmerking komen.
De onderhavige zaak is een zaak ter handhaving van intellectuele eigendomsrechten in de zin van artikel 1019 Rv. Teneinde de redelijkheid en evenredigheid van de opgevoerde kosten te kunnen beoordelen, wordt aansluiting gezocht bij de Indicatietarieven in octrooizaken (versie 1 februari 2026). De daarin vermelde tarieven worden geacht redelijk en evenredig te zijn. Onderhavige zaak valt naar het oordeel van de voorzieningenrechter onder de categorie ‘normaal kort geding’. De voorzieningenrechter acht de zaak gelet op de aard en inhoud niet ‘complex’ zoals De Koffiejongens heeft aangevoerd. De categorie ‘normaal kort geding’ kent een maximumtarief van € 45.400,-. Dit bedrag zal worden toegewezen; het meer gevorderde wordt afgewezen. Het bedrag aan advocaatkosten wordt verhoogd met € 735,- aan griffierecht en € 189,- (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) aan nakosten, waarmee het totaalbedrag uitkomt op
€ 46.324,-.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
6. De beslissing
De voorzieningenrechter:
wijst de vorderingen af;
veroordeelt Ox Barrier in de proceskosten van De Koffiejongens van € 46.324,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Ox Barrier niet tijdig aan de proceskostenveroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Ox Barrier € 98,- extra betalen, plus de kosten van betekening;
veroordeelt Ox Barrier in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde ten aanzien van de proceskosten af.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.F.R. van Heemstra, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. J.M.N. van Limpt-Schrover, en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2026.