ECLI:NL:RBDHA:2026:608

ECLI:NL:RBDHA:2026:608, Rechtbank Den Haag, 15-01-2026, AWB 25-22870 en NL25.58523

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 15-01-2026
Datum publicatie 15-01-2026
Zaaknummer AWB 25-22870 en NL25.58523
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Den Haag

Samenvatting

HTL + artikel 56 VW. Ontkenning incident en kwalificatie. Ongegrond.

Uitspraak

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. R.J. Schenkman),

en

het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, het COa,

alsmede

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. P.A.L.A. van Ittersum).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank twee beroepen. Het eerste beroep van eiser is gericht tegen het besluit van het COa van 12 november 2025. In dat besluit heeft het COa besloten om eiser vanaf 12 november 2025 in de HTL in Hoogeveen te plaatsen (hierna: het plaatsingsbesluit). Het tweede beroep van eiser richt zich tegen het besluit van de minister van 12 november 2025 om hem een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 56 van de Vw op te leggen (hierna: de vrijheidsbeperkende maatregel). De rechtbank merkt het beroep ook aan als een verzoek om schadevergoeding.

Eiser heeft op 28 november 2025 beroepsgronden ingediend, waarop het COa op 6 januari 2026 een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft de beroepen op 8 januari 2026 op zitting behandeld. Gemachtigde is zonder eiser verschenen. De minister en het COa hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek in beide zaken op de zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

2. De beroepen worden ongegrond verklaard. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt en er ook geen aanspraak bestaat op een vergoeding in de proceskosten. Hierna legt de rechtbank hoe zij tot dit oordeel komt.

Het beroep gericht tegen het plaatsingsbesluit

Het incident dat heeft geleid tot het plaatsingsbesluit

3. Uit de verslaglegging van het COa blijkt – samengevat – het volgende. Op 11 november 2025 omstreeks 00:40 uur schreeuwde eiser (bewoner A) richting bewoner B. Omstanders gaven aan dat eiser onder invloed was, dit werd geroken en eiser was aan het schuimbekken. Door de omstanders werd geconstateerd dat eiser bewoner B in het gezicht spuugde, waarop de beveiliging de bewoners uit elkaar haalde. Eiser spuugde vervolgens in de richting van beveiliger 1, waarbij het spuug de beveiliger raakte. Beveiliger 2 riep vervolgens alle collega’s per porto op om ter plekke te komen. Toen de beveiliging eiser naar zijn kamer begeleidde begon eiser weer te schreeuwen, waardoor er tientallen bewoners uit hun kamer kwamen richting de situatie. De beveiliging heeft vervolgens verzocht de politie in te schakelen, omdat eiser fysiek agressief gedrag vertoonde en de beveiliging met spoed ondersteuning nodig had. Eiser heeft opnieuw geprobeerd om beveiliger 1 te bespugen en begon om zich heen te slaan, waardoor de beveiliging eiser buiten probeerde te brengen. Eiser wurmde zijn armen vervolgens los en sloeg beveiliger 5 met een gebalde vuist in zijn gezicht, net onder het linkeroog. De beveiliging heeft eiser met gepast geweld naar de grond gewerkt, waarna de beveiliging besprongen werd door twee andere bewoners. Uiteindelijk zijn drie politie-eenheden ter plaatse gekomen, waarbij de eiser zichzelf verzette, erg luid was, schreeuwde en spuugde op de politie, waardoor beveiliger 3 ondersteuning aan de politie gaf om eiser in bedwang te houden. De politie besloot om eiser handboeien om te doen en een spuugmasker toe te passen, omdat eiser weer aan het spugen was. Uiteindelijk is eiser omstreeks 01:15 uur meegenomen naar het politiebureau. Beveiliger 5 heeft hierna aangifte gedaan bij de derde politie-eenheid en beveiliger 3 heeft een verklaring afgelegd. Beveiliger 5 had een lichte zwelling op zijn rechterwang en beveiliger 3 gaf aan last te hebben van zijn rechterknie.

Beroepsgronden eiser

4. Eiser ontkent dat hij beveiliger 5 heeft geslagen. Eiser voert aan dat hij ten tijde van het incident wel onder invloed van alcohol verkeerde en dat hij bij het loswurmen van zijn arm mogelijk het gezicht van beveiliging B heeft geraakt. Eiser voert daarnaast aan dat hij op de grond heeft gespuugd en niet in de richting van beveiliger 1. Nu in de beschikking van het COa wordt aangegeven dat beveiliger 1 geen ernstig letsel heeft opgelopen, is dit een aanwijzing dat eiser niet in de richting van beveiliger 1 heeft gespuugd en dat de beveiliger hierbij ook niet is geraakt.

Eiser stelt zich daarnaast op het standpunt dat het incident niet van zeer grote impact is en dat een HTL-plaatsing niet gerechtvaardigd is. Er is sprake van openbare dronkenschap c.q. is hooguit sprake van een kleine ruzie. Daarnaast volgt uit de beschikking dat het met alle beambten mentaal goed gaat, wat tevens in een indicatie is dat de impact van het indient niet dermate groot is. Eiser stelt dat niet valt in te zien waarom slechts na één incident van middelgrote impact, zonder dat sprake is geweest van eerdere incidenten, geen lichtere bestraffing is opgelegd. Tot slot voert eiser aan dat de omstandigheid, dat twee andere bewoners de beveiligers hebben besprongen, niet aan eiser kan worden toegerekend.

Oordeel van de rechtbank

5. De rechtbank ziet in wat eiser naar voren heeft gebracht geen aanleiding om te twijfelen aan de verslaglegging van het COa. De stelling van eiser dat hij beveiliger 5 niet bewust in het gezicht heeft geslagen en hij niet in het in de richting van beveiliger 1 heeft gespuugd, heeft hij niet aannemelijk gemaakt. Uit de verslaglegging volgt duidelijk hoe het incident heeft plaatsgevonden en dat de feiten op verklaringen van meerdere getuigen zijn gebaseerd; er zijn camerabeelden waarin het incident is vastgelegd en er was zowel beveiligingspersoneel als politie ter plaatse die het geweld direct hebben waargenomen. Het is dan ook voldoende aannemelijk dat de gedragingen zoals door het COa beschreven, zich hebben voorgedaan.

De rechtbank is daarnaast van oordeel dat het COa, zich baserend op het Maatregelenbeleid, het incident terecht heeft gekwalificeerd als een incident met een zeer grote impact, nu het gaat om agressie of geweld met als doel de ander ernstig fysieke schade toe te brengen. Zoals hiervoor overwogen, gaat de rechtbank uit van de verslaglegging van het COa. Hieruit volgt onder andere dat eiser onder invloed meerdere malen spuugde naar de beveiliging, waarbij beveiliger 5 daadwerkelijk werd geraakt en eiser met gebalde vuist beveiliger 5 in zijn gezicht heeft geslagen. Dit laatste heeft ertoe geleid dat beveiliger 5 een lichte zwelling op zijn rechterwang had en dat hij aangifte heeft gedaan tegen eiser. Drie politie-eenheden moesten ter plaatse komen; omdat eiser niet stopte met spugen, is hij met een spuugmasker meegenomen naar het bureau. Het verweer van eiser dat uit het plaatsingsbesluit blijkt dat het met alle beambten mentaal goed gaat waardoor kan worden gesteld dat de impact van het incident niet dermate groot was, volgt de rechtbank niet. Uit de verslaglegging van het COa blijkt naar het oordeel van de rechtbank duidelijk dat het onvoorspelbare agressieve gedrag van eiser een zeer grote impact heeft gehad op de locatie en dat de veiligheid van medewerkers en bewoners ernstig werd bedreigd, wat leidde tot fysiek letsel en aanzienlijke emotionele belasting. Dat er geen sprake is van eerdere incidenten maakt naar het oordeel van de rechtbank niet dat de HTL-plaatsing niet gerechtvaardigd is. Ook het verweer dat de omstandigheid dat twee andere bewoners de beveiliger hebben besprongen nadat zij eiser tegen de grond hadden gewerkt, niet aan eiser kan worden toegerekend, slaagt geen doel, nu uit de verslaglegging van het COa geen dergelijke toerekening aan eiser volgt.

De rechtbank is van oordeel dat het COa, in overeenstemming met het Maatregelenbeleid en voldoende deugdelijk gemotiveerd, heeft besloten tot de oplegging van het plaatsingsbesluit. De rechtbank overweegt dat de door eiser aangevoerde omstandigheden geen contra-indicatie vormen voor het opleggen van het plaatsingsbesluit. Ook verder heeft eiser geen bijzondere omstandigheden naar voren gebracht die aanleiding hadden moeten geven om van het beleid af te wijken.

Het beroep gericht tegen het plaatsingsbesluit is ongegrond.

Het beroep gericht tegen de vrijheidsbeperkende maatregel

6. Omdat het beroep tegen het plaatsingsbesluit ongegrond is en de vrijheidsbeperkende maatregel volledig steunt op dat besluit, oordeelt de rechtbank dat het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel ook ongegrond moet worden verklaard en wijst zij het verzoek tot schadevergoeding af.

Conclusie en gevolgen

7. Dit betekent dus dat eiser geen gelijk krijgt en dat het COa het besluit tot plaatsing in de HTL mocht nemen en ook de minister de vrijheidsbeperkende maatregel mocht nemen. Eiser krijgt dus ook geen schadevergoeding. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, rechter, in aanwezigheid van R. de Hoop, griffier, op 15 januari 2026 en gepseudonimiseerd gepubliceerd op rechtspraak.nl.

de griffier de rechter

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak, voor zover het betreft het beroep tegen het plaatsingsbesluit, kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking. Tegen deze uitspraak, voor zover het betreft het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel, staat geen rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. F. Sijens

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?