ECLI:NL:RBDHA:2026:618

ECLI:NL:RBDHA:2026:618, Rechtbank Den Haag, 09-01-2026, NL25.55029

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 09-01-2026
Datum publicatie 15-01-2026
Zaaknummer NL25.55029
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Rotterdam

Samenvatting

Ordemaatregel getroffen zolang niet is beslist op het verzoek om een voorlopige voorziening hangende het beroep tegen afwijzing asielaanvraag. Opvang en verstrekkingen mogen zolang niet beëindigd worden.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], V-nummer: [nummer], verzoeker

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.55029

(gemachtigde: mr. K. Mohasselzadeh),

en

(gemachtigde: mr. E. de Jong).

Procesverloop

Bij besluit van 28 oktober 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw), in samenhang met artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder d, e en h, van de Vw als kennelijk ongegrond afgewezen.

Verzoeker heeft op 31 oktober 2025 tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder op 10 november 2025 de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Bij bericht van 6 januari 2026 heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht om met spoed uitspraak te doen, omdat hij de aanzegging heeft ontvangen dat hij de opvanglocatie van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) per 13 januari 2026 moet verlaten.

Verweerder heeft bij brief van 7 januari 2026, in reactie op een bericht van de voorzieningenrechter van 6 januari 2026, te kennen gegeven dat hij zich verzet tegen toewijzing het verzoek om een voorlopige voorziening en een inhoudelijke reactie gegeven.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

2. Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan – onder meer – indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een bodemgeding niet.

3. De voorzieningenrechter stelt voorop dat als een verzoeker de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening niet kan afwachten, omdat zich reeds in de periode tot aan die uitspraak ernstige en onomkeerbare gevolgen voordoen die tot onmiddellijk rechterlijk ingrijpen nopen, de voorzieningenrechter een ordemaatregel kan treffen. De bevoegdheid om een ordemaatregel te treffen is dus bedoeld voor bijzondere gevallen.

4. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om gebruik te maken van deze bevoegdheid. Hierbij vindt de voorzieningenrechter van belang dat verzoeker de aanzegging heeft ontvangen dat hij op 13 januari 2026 de opvanglocatie van het COa moet verlaten. De voorzieningenrechter zal nader onderzoek moeten doen naar het standpunt van verweerder zoals weergegeven in het briefverweer van 7 januari 2026. In dit briefverweer lijkt verweerder een nieuwe weg in te slaan door zich op het standpunt te stellen dat de opvang en verstrekkingen worden beëindigd van asielzoekers waarvan de asielaanvraag is afgewezen en die het hiertegen ingestelde beroep niet, maar het tijdige verzoek om een voorlopige voorziening wel in Nederland mogen afwachten. Zij ziet dan ook voldoende aanleiding om ter voorkoming van ernstige en onomkeerbare gevolgen een ordemaatregel te treffen, in die zin dat dit besluit wordt geschorst en dat verweerder wordt verboden de opvang en verstrekkingen van verzoeker te (doen) beëindigen totdat op het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening is beslist.

5. Het verzoek tot om een voorlopige voorziening zal verder worden behandeld op de al geplande zitting van 25 februari 2026, om 13.45 uur.

Beslissing

De rechtbank:

- schorst het bestreden besluit;

- bepaalt dat verweerder het Centraal Orgaan opvang asielzoekers opdraagt de opvang en verstrekkingen van verzoeker niet te beëindigen zolang er niet op het verzoek om een voorlopige voorziening is beslist;

- bepaalt dat indien het verzoek om een voorlopige voorziening rechtsgeldig wordt ingetrokken, deze ordemaatregel vervalt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.A. Bouter - Rijksen, rechter, in aanwezigheid van mr. J.B.C. Hoeksel, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. G.A. Bouter - Rijksen

Griffier

  • mr. J.B.C. Hoeksel

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?